Navigation path

ESF in het nieuws

Banen en biodiversiteit koppelen

01/03/2013

Bosarbeider
© Joze Pojbic

Een recent rapport beschrijft de relatie tussen werkgelegenheid en de biodiversiteitsdoelstellingen van Europa - en bekijkt welke nieuwe vaardigheden werknemers daarvoor moeten leren.

Biodiversiteit staat voor de verscheidenheid aan levende organismen op onze planeet en de vele verschillende ecosystemen en leefgebieden die nodig zijn om hen te ondersteunen. Het is belangrijk om biodiversiteit te beschermen, omdat een eenmaal uitgestorven dier- of plantensoort voor altijd van onze aardbol verdwijnt; samen met alles wat die soort te bieden had. Als er geen bijen zijn om gewassen te bestuiven, lopen we meer risico op voedseltekorten, als er minder bossen en moeraslanden zijn, vermindert het vermogen van natuurlijke systemen om klimaatverandering te reguleren en als plantensoorten uitsterven, hebben we minder mogelijkheden om natuurlijke bronnen voor nieuwe medicijnen te vinden. Zo komen bijvoorbeeld zowel aspirine als penicilline uit de natuur. Ongeveer 25 % van de Europese planten- en diersoorten en 62 % van de leefgebieden lopen gevaar.

De EU-biodiversiteitsstrategie uit 2011 wil daarom het verlies aan biodiversiteit ombuigen en de voordelen die dit natuurlijk kapitaal biedt op zowel milieukundig als economisch gebied, met inbegrip van arbeidskansen, behouden. In het rapport ‘EU biodiversity objectives and the labour market’ ('De biodiversiteitsdoelstellingen van Europa en de arbeidsmarkt') wordt onderzocht op welke manier het behoud van biodiversiteit banen kan scheppen. Er wordt ook gekeken welke vaardigheden de beroepsbevolking moet opdoen om deze uitdaging het hoofd te bieden. In het rapport worden drie functiecategorieën geïdentificeerd en geanalyseerd:

  • Functies met betrekking tot het behoud van biodiversiteit, zoals milieukundigen en boswachters in beschermde gebieden
  • Functies die een grote invloed hebben op biodiversiteit, zoals boeren en visserij-inspecteurs
  • Functies die afhankelijk zijn van biodiversiteit, zoals biotechnologen, reisagenten en farmaceutische onderzoekers.

Het rapport wijst erop dat sommige lidstaten nog maar net zijn begonnen met het in kaart brengen van de vaardigheden en opleidingen die nodig zijn voor dergelijke aan biodiversiteit gerelateerde functies. Er is behoefte aan een meer strategische aanpak van de opleidingsmogelijkheden, zo luidt een van de conclusies van het rapport. Toch zijn er belangrijke potentiële voordelen voor de arbeidsmarkt, want om de biodiversiteitsdoelstellingen te kunnen halen, zijn er veel hogeropgeleiden met specifieke kennis nodig. Betere banen kunnen er ook voor zorgen dat werken in het veld aantrekkelijk wordt voor jonge werkzoekenden uit de stad. En als werknemers in de landbouw, visserij en bosbouw meer verschillende vaardigheden leren, leidt dat tot duurzamere werkgelegenheid in deze teruglopende sectoren. EU-financiering, met inbegrip van het ESF, speelt een belangrijke rol bij het versterken van de koppelingen tussen werkgelegenheid en behoud van biodiversiteit in alle drie de functiecategorieën. Bovendien benadrukt het rapport dat biodiversiteitsbanen kansen bieden aan werkloze en kansarme groepen werkzoekenden.

Het rapport
The EU biodiversity objectives and the labour market: benefits and identification of skill gaps in the current workforce