Afval
Definitie

(lijst GS-codes die onder deze kaart vallen)
Voor de toepassing van deze kaart wordt onder de term “afval” verstaan elke stof die of elk voorwerp dat uitsluitend bestemd is voor nuttige toepassing of verwijdering.

Op deze kaart wordt slechts indicatieve bemonstering van afval beschreven. Bemonstering en analyse van afval levert alleen bewijs op van de samenstelling van het afval en toont niet aan dat het bemonsterde materiaal als afval wordt beschouwd. Verdere controles of administratief onderzoek naar de omstandigheden van de afvalstoffen moeten worden uitgevoerd om de classificatie als afval te bevestigen. Voor milieudoeleinden is een gedetailleerdere bemonsteringsprocedure noodzakelijk. In dat geval moet u specifieke bemonsteringsprocedures voor milieudoeleinden raadplegen.

Er zijn verschillende soorten afval. Deze kunnen worden ingedeeld als:
  • niet-gevaarlijk afval;
  • gevaarlijk afval;
  • stedelijk (huishoudelijk) afval.

Voor de toepassing van deze kaart kan onderscheid gemaakt worden tussen:
  • vloeibare afvalstoffen;
  • vaste afvalstoffen;
  • slibafval;
  • beschadigde en kapotte artikelen en andere artikelen die niet geschikt zijn voor gebruik.

Sommige soorten afval moeten worden bemonsterd met behulp van meer specifieke procedures:

Afval
Aanbevolen minimale hoeveelheid voor elk monster Afhankelijk van het type afval. In het algemeen is een monster van 0,5 kg voldoende.


Voor monsteronderzoeken voor de Nederlandse Douane volstaat 0,25 l of 0,25 kg monstermateriaal. Voor monsteronderzoeken voor andere instanties is een minimum van 1 liter of 1 kg vereist.

Toepasselijke normen (ISO- en EU-normen) en relevante wetgeving
  • Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen
  • Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de overbrenging van afvalstoffen
  • Verordening (EG) nr. 669/2008 betreffende het invullen van bijlage IC van Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de overbrenging van afvalstoffen
  • EN 14899 Karakterisering van afval - Bemonstering van afval - Raamwerk voor het opstellen en de toepassing van een bemonsteringsplan
  • CEN/TR 15310 Karakterisering van afval - Bemonstering van afval
Raadpleeg ook uw nationale wetgeving en nationale richtsnoeren met betrekking tot bemonstering.


Nodige apparatuur
Voorgesteld bemonsteringsinstrument naargelang de gebruikte methode Een breed scala aan gereedschap kan nodig zijn, met inbegrip van gespecialiseerd gereedschap dat opleiding in het gebruik ervan vereist. Zie de Bemonsteringsplannen voor meer informatie.
  • Monsters van alkalische vloeistoffen dienen te worden genomen met gebruikmaking van glazen, kunststoffen of metalen instrumenten.
  • Monsters van zure vloeistoffen dienen te worden genomen met gebruikmaking van glazen of kunststoffen instrumenten.
  • Monsters van organische oplosmiddelen dienen te worden genomen en behandeld met gebruikmaking van glazen of metalen instrumenten.
  • Monsters van vaste stoffen of slib dienen te worden genomen met gebruikmaking van kunststoffen of metalen instrumenten.
  • Monsterverdelingsapparatuur (D01-01)
Zie voor meer informatie het hoofdstuk Monsternemingsgereedschap.

WAARSCHUWING: Indien er een risico is van kruisbesmetting moeten voor elk bemonsterd product afzonderlijke of wegwerpinstrumenten en -apparatuur worden gebruikt.

Te gebruiken houders voor de bemonstering
  • Plastic zakken, verschillende formaten, met of zonder voorbedrukte etiketten (P00)
  • Plastic flessen, verschillende formaten (P02, P03, P04)
  • Glazen flessen (G01)
  • Metalen houders (M01)
Zie voor meer informatie het hoofdstuk Monsterhouders.

Veiligheidsmaatregelen en risicobeoordeling WAARSCHUWING: Bepaalde goederen mogen nooit worden bemonsterd of slechts worden bemonsterd door speciaal daartoe opgeleide personen. Dit betekent bijvoorbeeld dat radioactief afval niet mag worden bemonsterd. Controleer in geval van twijfel de radioactiviteit en/of raadpleeg een deskundige (radioactief afval (materiaal) valt niet onder de afvalstoffenverordening. Om deze reden moet de bemonstering van radioactief afval worden uitgesloten van de bemonsteringsmethoden).

Zie voor meer informatie de hoofdstukken Bemonstering van gevaarlijke goederen en Gezondheid en veiligheid.
  • Gelieve de nationale wetgeving en richtsnoeren met betrekking tot gezondheid en veiligheid te raadplegen.
  • Overweeg altijd of het bemonsteren van de goederen absoluut noodzakelijk is. Kan verificatie van de zending op een andere wijze worden verkregen?
  • Sommige afvalstoffen, die niet gevaarlijk lijken te zijn vanwege de samenstelling ervan, kunnen gevaarlijk zijn. Zo kan afval van aluminium, magnesium en zink in fijne poedervorm ontvlambare gassen ontwikkelen bij aanraking met water. De nodige voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen bij het hanteren van dergelijk afval.
  • Afval kan gevaarlijke chemische producten bevatten (bv. koelkasten), scherpe randen hebben en op andere manieren schade veroorzaken. Neem de nodige voorzorgsmaatregelen bij het bemonsteren van deze voorwerpen.

Gevarensymbolen:
  • Controleer, indien aanwezig, altijd de gevarensymbolen en bepaal de aard van het risico. Wees voorzichtig met oude symbolen op hergebruikte containers die de huidige inhoud mogelijk niet weergeven

Veiligheidsinformatiebladen:
  • Controleer, indien aanwezig, altijd het bij de goederen geleverde veiligheidsinformatieblad op informatie over de specifieke gevaren en risico's van de zending. In de meeste gevallen zal er echter geen VIB beschikbaar zijn voor zendingen afvalstoffen.

H- en P-zinnen:
  • De H- en P-zinnen op het VIB moeten strikt in acht worden genomen.
  • Deze zijn bedoeld om u en degenen die met u samenwerken, te beschermen.
  • Ze vermelden de methoden voor de aanpak van mogelijke risico's, afzonderlijk of gecombineerd.
Let op: de etikettering van de afvalstoffen is mogelijk niet betrouwbaar of behoort niet tot de inhoud van de containers.

Persoonlijke bescherming:
Een breed scala aan persoonlijke beschermingsmiddelen kan nodig zijn, met inbegrip van gespecialiseerde apparatuur die opleiding in het gebruik ervan vereisen, bv.:
    • Beschermende (wegwerp) handschoenen
    • Beschermende kleding
    • Ademhalingsbescherming: met een geschikt filter voor organische dampen, indien nodig
    • Was altijd uw handen voordat u producten hanteert!
    • Voorkom tijdens de bemonstering microbiologische en andere besmetting van het monster
    • Bepaalde afvalstoffen kunnen levende micro-organismen bevatten. Er kunnen aerosols ontstaan die u kunt inademen bij hantering. Draag indien nodig een masker.

Monsternemingsplan
Soort zending Procedure
Bepaal het doel van de bemonstering Raadpleeg voor de bemonstering van gevaarlijke afvalstoffen en afval met een onbekende samenstelling het hoofdstuk Bemonstering van gevaarlijke goederen en de specifieke kaarten Chemische stoffen, vast, Chemische stoffen, vloeistoffen en Vloeibare aardolieproducten, afhankelijk van de aard van de afvalstoffen.

Het verzamelmonster bestaat uit een toereikend aantal basismonsters. Als u zeker weet dat de zending homogeen is, wordt er doorgaans één basismonster genomen dat de in dezelfde douaneaangifte opgenomen goederen vertegenwoordigt. Wanneer representatieve bemonstering niet mogelijk is vanwege het heterogene karakter van de zending, wordt een niet-mathematische bemonstering uitgevoerd. Er moeten altijd foto’s worden verstrekt om de bemonstering toe te lichten.

Vloeibaar afval in verticale vaste tanks, horizontale vaste tanks, tanks van schepen, tankwagons en -wagens Waarschuwing: vaten met vloeibaar afval kunnen onder druk staan. Een bollend vat mag niet worden verplaatst of bemonsterd totdat de druk veilig kan worden ontlast. Ook tijdens het openen en bemonsteren van grotere containers moeten voorzorgsmaatregelen worden overwogen om de gezondheid en de veiligheid te waarborgen.

De meeste grote tanks hebben kleppen aan de bodem van de tank en luiken aan de bovenkant. Het is zeer wenselijk dat de monsters van de bovenkant van een tank worden verzameld. Bij het verzamelen van een monster van de onderkant kan geen monster van elk stratum (laag) worden verzameld. Vóór het openen van het luik moet de drukmeter van de tank worden gecontroleerd. Indien nodig moet de ontlastklep langzaam worden geopend om de tank tot atmosferische druk te brengen. Bij gebrek aan een ontlastklep dienen de bouten van het luik langzaam te worden losgedraaid om de druk in de tank te ontlasten. Stop als de druk te hoog is of als druk wordt ontlast.

Zodra de tank gestabiliseerd is, kunt u met de bemonstering beginnen. Indien de inhoud van de tank in lagen is verdeeld, moet elke laag worden bemonsterd. Verzamel ten minste één monster uit de bovenste laag, één uit de middelste laag en één uit de onderste laag. Indien de tank afzonderlijke compartimenten heeft, moet elk compartiment afzonderlijk worden bemonsterd op verschillende diepten, indien nodig.

Neem een of meer verzamelmonsters, willekeurig of systematisch gekozen uit de verschillende onderdelen van de zending, ten minste drie conventionele punten (een in het midden, een aan de bovenkant en een aan de onderkant) of op vastgestelde intervallen tijdens het lossen. Meer basismonsters kunnen nodig zijn van zendingen die afval met een variabele samenstelling bevatten.

Doe de monsterhouders niet te vol en laat minstens 10 % vrije ruimte zodat thermische uitzetting mogelijk is.

Vast afval en slibafval los in wagons, bulk, tanks of containers Als het product als los stortgoed wordt vervoerd, moet de lading worden beschouwd als een geheel en moeten de monsters op alle plaatsen van de lading worden genomen.

Monsters kunnen aan het oppervlak of op diepte worden verzameld. Verwijder bij het nemen van monsters aan het oppervlak van de gewenste locatie het oppervlaktepuin. Verzamel de voldoende hoeveelheid afvalstoffen van een diepte van circa 20 cm met behulp van een bemonsteringsschep of -beker. Voor monsters die op de bemonsteringslocatie op diepte worden verzameld, wordt met een schep een gat gemaakt om de gewenste bemonsteringsdiepte te verkrijgen. Vervolgens wordt de bemonsteringsschep gebruikt om het monster te nemen.

Neem een of meer basismonsters, willekeurig gekozen uit verschillende delen van de zending, van ten minste vijf conventionele punten (een in het midden plus vier op de middelpunten tussen het midden en de hoogste punten op verschillende hoogten) of op vastgestelde intervallen tijdens het lossen. Meer basismonsters kunnen worden genomen van zendingen die bestaan uit afval met een hoge mate van heterogeniteit.

Vloeibare of vaste afvalstoffen in kleine verpakkingen, vaten, trommels, kisten, blikken, zakken en flessen

Neem verschillende basismonsters, willekeurig gekozen uit verschillende delen van de zending.

Vloeibare of vaste afvalstoffen in beweging

Eén verzamelmonster samengesteld uit basismonsters genomen uit de volledige diameter van de stroom, op intervallen die worden bepaald door de bewegingssnelheid.

Gemengd afval, grote afvalproducten, voorwerpen, overig afval

Bemonsteringssituatie van de hele zending en monsters worden gedocumenteerd met fotografisch (en/of video-) bewijs; de monsters worden gewoonlijk niet genomen. Indien monsters worden genomen, worden deze meestal op basis van gerichte bemonstering genomen.


Omgaan met monsters
Algemene opmerkingen
  • Het te bemonsteren materiaal kan homogeen of heterogeen zijn. Voor homogeen materiaal afkomstig van bekende situaties (bv. procesafval) is een uitgebreid bemonsteringsprotocol mogelijk niet nodig. Heterogeen afval en afval van onbekende herkomst vereisen een uitgebreidere bemonstering.
  • Als het product als los stortgoed wordt vervoerd, moet de lading worden beschouwd als een geheel en moeten de monsters op alle plaatsen van de lading worden genomen.
  • Als zowel de variabiliteit van de samenstelling van het afval als de gemiddelde waarden van belang zijn, mogen de basismonsters bij voorkeur niet worden gemengd. Een verklaring voor de extra monsters moet worden vermeld op het monsterformulier.
  • Representatieve bemonstering: het monster moet representatief zijn voor de hele zending. Elk basismonster moet willekeurig uit de zending worden genomen zodat elk basismonster dezelfde kans maakt te worden geselecteerd. De aanbevolen minimale hoeveelheid voor elk basismonster bedraagt 1 kg. De basismonsters moeten grondig worden gemengd om het verzamelmonster te verkrijgen. Zorg dat het te bemonsteren product ongewijzigd blijft door het bemonsteringsproces. Als het product niet homogeen is, vermeld dit dan op het bemonsteringsformulier.
  • Gerichte bemonstering (ook wel ad-hocbemonstering genoemd): deze bemonstering wordt uitgevoerd wanneer representatieve bemonstering niet mogelijk is vanwege de heterogene aard van de bemonsterde zending (zie ook EN 14899 voor een definitie). Foto 's moeten altijd worden meegeleverd om de bemonstering te verklaren.
  • Het monster verdelen: de omvang van een verzamelmonster kan meer zijn dan 100 kg. Daarom moet het worden verkleind om de eindmonsters te verkrijgen. Zie voor meer informatie de hoofdstukken Monsternemingsprocedures en Sample Division Scheme.
  • De monsters verpakken: de monsters moeten stevig worden verpakt en afdoende worden beschermd tegen schade (mechanische schade, aanzienlijke veranderingen van het vochtgehalte, temperatuur enz.). Houders moeten volledig gevuld zijn, maar als er een risico bestaat van expansie of de vorming van fermentatiegassen moet bovenaan de container ca. 10 % vrije ruimte worden gelaten.
Bemonsteringsformulier
  • Vul het bemonsteringsformulier in. Voeg één exemplaar bij de monsters en houd één exemplaar bij om te archiveren. Voeg de foto's toe van de bemonsteringssituatie (zending).
Vervoer
  • Zorg voor geschikt vervoer naar het douanelaboratorium in overeenstemming met de voorschriften voor het vervoer van het soort afval. Elk monster moet vergezeld gaan van een kopie van het VIB, indien beschikbaar.
Opslag
  • Zorg voor geschikte opslag in overeenstemming met de voorschriften voor de verpakking, etikettering en opslag van het soort afval.

Afval (lijst uitvouwen)
GS-nummer Beschrijving


Herzieningen
Versie Datum Wijzigingen
1.0 31.01.2017 Eerste versie
1.0.1 30.03.2019 Update - text correction
1.1 15.07.2020 Update - link to "Chemicals, liquid" and "Sampling of dangerous goods" added
1.2 15.07.2021 Update - text revision