Vloeibare petroleumgassen
Definitie

(Lijst GS-codes die onder deze kaart vallen)
Vloeibare petroleumgassen (lpg’s) zijn gasvormige petrochemische producten die onder gematigde druk en bij kamertemperatuur in de vloeibare fase kunnen worden opgeslagen en/of gehanteerd. Deze gassen bestaan voornamelijk uit propaan, propeen, butanen en butenen, met kleine fracties ethaan, etheen en/of pentanen en pentenen en mengsels hiervan.

Voor algemene informatie over de monsterneming van gassen zie het ‘algemene hoofdstuk’.

Voor monsterneming van aardolieproducten en andere vloeibare brandstoffen, zie de specifieke kaart voor ‘Vloeibare aardolieproducten’.

Voor producten in detailhandelsverpakkingen, zie de specifieke kaart voor ‘Verpakkingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein’.

Gasvormige producten en vloeibare gassen worden doorgaans niet door douaneambtenaren bemonsterd. Deze typen goederen kunnen worden bemonsterd door, of onder toezicht van, personen die vertrouwd zijn met de benodigde veiligheidsvoorzorgen en die over de juiste uitrusting beschikken, bijvoorbeeld door een contractant of andere personen die opgeleid en bevoegd zijn om deze goederen te bemonsteren. Raadpleeg in geval van twijfel uw laboratorium.


Vloeibare petroleumgassen
Aanbevolen minimale hoeveelheid voor elk monster Typische drukvaten voor monsters hebben een inhoud van 1 l
80 % van het totale volume van het drukvat moet met het monster worden gevuld.

Toepasselijke normen (ISO- en EU-normen) en relevante wetgeving
  • EN ISO 4257 LPG – Monsterneming
  • EN ISO 10715 Aardgas – Richtlijnen voor monsterneming
Raadpleeg ook uw nationale wetgeving en nationale richtsnoeren met betrekking tot bemonstering.


Nodige apparatuur
Voorgestelde monsternemer naargelang de gebruikte methode
  • Corrosiebestendige monstercilinder met toebehoren: hulpstukken, connectoren, kleppen en gepantserde elastische leidingen (G01-01).
  • Bemonsteringsklep of monsternamepunt die/dat naast of in de leiding is gemonteerd.
  • Cilinder met vrije zuiger.
Een geschikt materiaal is roestvast staal; aluminium onderdelen mogen niet worden gebruikt.

In het optimale geval is de bemonsteringslijn voorzien van twee kleppen (een regelklep en een ontluchtingsklep) naast die van de productbron en die op de recipiënt. Tussen de kleppen moet een overdrukklep worden geïnstalleerd, die afblaast naar een veilige plaats.

Te gebruiken houders voor de bemonstering
  • Gascilinder (M10)
Monsterhouders moeten zijn voorzien van twee kleppen, voorzien van een inwendige outage tube, zodat de inhoud als vloeistof uit de monsterhouder kan ontsnappen. Deze kant van de monsterhouder moet duidelijk worden gemarkeerd. Monsterhouders zonder inwendige outage tube zijn ook aanvaardbaar; in dit geval is een alternatief spoel- en ontluchtingssysteem vereist.

Monsterhouders voor gebruik onder druk moeten aan een druktest zijn onderworpen en de maximale werkdruk moet op de monsterhouder worden aangegeven. Monsternemers moeten zich ervan vergewissen dat de drukrating van de monsterhouder geschikt is voor gebruik met het te bemonsteren product.

Veiligheidsvoorzorgen en risicobeoordeling Gelieve uw nationale wetgeving en richtsnoeren met betrekking tot gezondheid en veiligheid te raadplegen.

  • Controleer ‘het VIB of de ADR’ indien beschikbaar.
  • Let op de veiligheids- en waarschuwingstekens.
  • Als er geen informatie beschikbaar is of de informatie (etikettering, gevaren- en veiligheidssymbolen, documenten) wijkt af van wat u zou verwachten, moet u de goederen als gevaarlijk behandelen. Raadpleeg uw laboratorium.
  • U moet op de hoogte zijn van en voldoen aan alle gezondheids- en veiligheidsvoorschriften van de plaatselijke risicobeoordeling en/of veilige praktijken op het werk voor de plaats waar u de bemonstering moet uitvoeren.
  • Draag geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen. Vermijd huidcontact met vloeibaar lpg. Draag beschermende handschoenen en een veiligheidsbril en vermijd inademing van dampen.
  • Bij het openen van drukvaten kunnen zich gevaarlijke situaties voordoen.
  • Er moet op worden toegezien dat bij het afblazen van koolwaterstofgassen tijdens de bemonstering aan de veiligheids- en milieuvoorschriften worden voldaan. De bemonstering moet plaatsvinden in een goed geventileerde ruimte.
  • Het hanteren van lpg kan leiden tot een opbouw van statische elektriciteit. Voor en tijdens de bemonstering moet de uitrusting elektrisch verbonden worden met de aarde of worden geaard op de lpg-tank.
  • Bemonstering bij extreem lage omgevingstemperatuur of van cryogene bronnen kan aanvullende voorzorgen vereisen om te voorkomen dat de monstercilinders geheel met vloeistof gevuld raken als gevolg van de opwarming van het monster bij een hogere omgevingstemperatuur.
  • Er moeten voorzorgen worden getroffen om de integriteit van de monsterhouder bij gebruik, vervoer en opslag te beschermen tegen beschadiging. Hiertoe moet een beschermkap worden gebruikt voor de kleppen, zodat onbedoelde opening van de kleppen of manipulatie ervan wordt voorkomen.
  • Alle gebruikte uitrusting moet intrinsiek veilig zijn.
Voorzorgsmaatregelen

Bemonsteringspla
Soort zendingProcedure
Zending voor douaneafhandeling Doorgaans wordt er één ondermonster genomen dat de in dezelfde douaneaangifte opgenomen goederen vertegenwoordigt.

Bulkproducten – lpg in grote tanks Uiterste zorgvuldigheid is geboden om een representatief monster te verkrijgen, vooral als het te bemonsteren materiaal een mengsel van vloeibare gassen is. De volgende factoren moeten in aanmerking worden genomen:
  • Neem alleen monsters van de vloeibare fase;
  • Vermijd monsterneming vanaf de bodem van een vat;
  • Wanneer bekend is dat de bemonsterde goederen uit slechts één vloeibaar petroleumgas bestaan, kan een vloeistofmonster worden genomen uit om het even welk deel van de tank.
  • Wanneer de inhoud van de tank mogelijk niet-homogeen is, kan uniformiteit worden bereikt door de inhoud voorafgaand aan de bemonstering te circuleren. Aanbevolen wordt om na circulatie 30 minuten te wachten alvorens te bemonsteren, zodat eventueel waterig materiaal kan bezinken en statische lading die zich mogelijk heeft opgebouwd, kan wegvloeien. Wanneer het bemonsterde materiaal gemengd en gecirculeerd is totdat het homogeen is, kan een vloeistofmonster worden genomen uit om het even welk deel van de tank.
  • Als het niet praktisch mogelijk is om een mengsel te homogeniseren om uniformiteit te bereiken, moeten vloeistofmonsters worden verkregen volgens een met de betrokken instanties overeengekomen procedure.
Cilinders en vergelijkbare kleine recipiënten Zorg dat de gecontroleerde goederen tot één enkele zending behoren. Als er verscheidene zendingen zijn, moeten deze afzonderlijk worden bemonsterd. Het monster wordt genomen uit elke willekeurig of systematisch uit de gehele zending gekozen recipiënt. Kleine recipiënten of cilinders kunnen zonder bemonstering naar het laboratorium worden gezonden.

Per pijpleiding vervoerde goederen Als het product wordt vervoerd door middel van pijpleidingen of andere inrichtingen, zijn er mogelijk driewegkranen of monsternamepunten op de pijpleiding gemonteerd aan de hand waarvan er met regelmatige intervallen, afhankelijk van de verplaatsingssnelheid en de totale hoeveelheid van de zending, monsters kunnen worden genomen. Het voornaamste is ervoor te zorgen dat het uiteinde van de sonde zich in het middelste derde van de pijpleiding bevindt.

De monsters moeten worden genomen gedurende de hele tijd dat de lading langs het bemonsteringspunt stroomt, zodat het verzamelmonster representatief is.

Bij bemonstering onder stroomomstandigheden moet de druk in de leiding boven de dampdruk liggen om tweefasige omstandigheden te vermijden.

Een monsternemer uit samengesteld materiaal neemt een klein monster uit de pijpleiding en injecteert dit in een monstercilinder. Als de monsternemer is aangesloten op een flowmeter kan er evenredig met de flow bemonsterd worden. Alle bemonsteringscilinders voor samengestelde monsters hebben inwendige mengvoorzieningen.


Omgaan met monsters
Algemene opmerkingen Een vloeibaar monster wordt van de bron in een monsterhouder overgebracht door deze te spoelen en te vullen met vloeibaar monster en vervolgens ongeveer 20 % kopruimte over te laten, zodat er ongeveer 80 % van het monster overblijft. Bemonstering gaat als volgt in zijn werk:
  • de bemonsteringsleiding spoelen;
  • voorafgaand aan de monsterneming de monsterhouder goed spoelen; de recipiënt mag niet te ver worden gevuld; er moet voldoende kopruimte zijn voor expansie van het monster;
  • het monster overbrengen naar de recipiënt (gascilinder);
  • kopruimte – laat overtollige vloeistof ontsnappen en sluit de klep bij het eerste teken van damp. Als er geen vloeistof ontsnapt moet het monster worden weggegooid en moet de monsterhouder opnieuw worden gevuld.
Een aanvaardbare alternatieve procedure voor monsterhouders zonder interne outage tube is om het monster te wegen volgens de volgende procedure:
  • vul de monsterhouder volledig, zodat deze iets overloopt;
  • weeg de gevulde monsterhouder, zonder het monster te verwarmen, op een balans en registreer het brutogewicht;
  • tap voorzichtig vloeistof af van de bodem van de verticaal georiënteerde monsterhouder op een manier die voldoet aan de milieuvoorschriften;
  • weeg dan de ontluchte houder en schat aan de hand van het tarragewicht van de houder de kopruimte van het monster in de houder. Herhaal het ontluchten en wegen om ongeveer 20 % kopruimte te bereiken.
Recipiënten moeten worden gecontroleerd om na te gaan of ze gasdicht zijn (lektest). Nadat overtollige vloeistof is verwijderd, zodat 80 % in volume van het monster over is, moet de monsterhouder op lekken worden gecontroleerd, bv. door onderdompeling in een waterbad. Gooi het monster weg als er op enig moment tijdens de monsterneming een lek wordt gedetecteerd.

Als direct ontluchten niet mogelijk is, bijvoorbeeld op gevaarlijke locaties, moeten er voorzieningen worden getroffen om temperatuurstijging te voorkomen alvorens op een veilige locatie wordt ontlucht, het monster wordt overgebracht in een grote cilinder, het monster onmiddellijk wordt geanalyseerd of er andere veiligheidsmaatregelen worden genomen.

Anders kan de monsterneming ook plaatsvinden met behulp van een cilinder met vrije zuiger: hiertoe wordt een vloeibaar koolwaterstofmonster onder druk overgebracht van een bron naar een cilinder met vrije zuiger. Het zuigercilinder is ontworpen voor het verzamelen van vloeistofmonsters door verplaatsing van een drukvloeistof (doorgaans een inert gas) bij bemonsteringsdruk. De zuiger fungeert als barrière tussen het monster en het inerte gas. Deze methode voorziet in 20 % inert gasvolume, zodat het monster veilig kan worden opgeslagen en vervoerd.

Raadpleeg uw laboratorium om na te gaan of het een analyse van een gasmonster kan verrichten.

Bemonsterings-formulier Vul het bemonsteringsformulier in. Voeg één exemplaar toe aan de monsters en houd één exemplaar bij om te archiveren.

Vervoer
  • De monsters moeten worden geëtiketteerd ter aanduiding van de specifieke aard van het gevaar dat ze inhouden, zie het hoofdstuk over gezondheid en veiligheid;
  • Er moet steeds een exemplaar van het VIB bij het monster gevoegd zijn.
  • De monsterhouder moet worden beschermd tegen beschadiging tijdens het vervoer door middel van een beschermkap over de kleppen.
  • Het monster is een materiaal waarvan het vervoer onder de ADR-voorschriften en andere relevante vervoersvoorschriften valt. Er kunnen uitzonderingen worden gemaakt voor in beperkte hoeveelheden verpakte gevaarlijke goederen, wanneer er combinatieverpakkingen worden gebruikt (bestaande uit een binnen- en buitenverpakking die niet kan scheuren of gemakkelijk doorprikbaar is); zie het hoofdstuk met algemene beginselen: Omgaan met monsters: Vervoer;
  • Tijdens het vervoer moet de monstercilinder worden beschermd tegen temperaturen die overdruk van het monster zouden kunnen veroorzaken.
  • Het vervoersmiddel moet uitgerust zijn met een geschikt brandblusapparaat.
Opslag
  • De monsters moeten worden geëtiketteerd ter aanduiding van de specifieke aard van het gevaar dat ze inhouden, zie het hoofdstuk over gezondheid en veiligheid;
  • Er moet steeds een exemplaar van het VIB bij het monster gevoegd zijn.
  • De monsterhouder moet worden beschermd tegen beschadiging tijdens de opslag door middel van een beschermkap over de kleppen.
  • Bewaar de monsterhouder op een koele en goed geventileerde plaats, verwijderd van warmtebronnen en direct zonlicht.
  • Zorg dat de monsterhouder goed dicht en beschermd blijft om verlies van het monster te vermijden. Gooi monsters in houders die lekken vertonen, weg.
  • Gebruik indien mogelijk een geventileerde kast voor brandbare stoffen.

Vloeibare petroleumgassen (breid lijst uit)
GS-nummer Beschrijving


Herzieningen
Versie Datum Wijzigingen
1.1 15.01.2021 Eerste versie