Grensoverschrijdende spoorverbinding: samenwerking op de rails!
- 01 January 2004
Een aantal jaren geleden bracht het idee van een treinreis tussen Belfast en Dublin bij velen nog een meewarige glimlach op de gezichten, zo oncomfortabel was de lijn en zo slecht de dienstverlening. Tegenwoordig is dit traject sneller en kan er veilig en comfortabel worden gereisd in moderne en schone rijtuigen hetgeen zich vertaalt in een toenemend aantal reizigers.
In hun streven naar verbetering en integratie van de spoorwegverbinding tussen de twee hoofdsteden verrichtten de beide spoorwegmaatschappijen (Iamrod Eireann in de Ierse Republiek en Northern Ireland Railways) in 1988 gezamenlijk een studie om een investeringsplan te kunnen opstellen. Het project kon begin jaren negentig alleen op de rails worden gezet met Europese financiële steun voor de ontwikkeling van vervoersinfrastructuur in het kader van het trans-Europese netwerk.
Voor het project was de vernieuwing van 182 km spoor nodig en met name de modernisering van de rails (tegenwoordig doorlopend gelast). Verder omvatte het project de bouw van hoogwaardige geautomatiseerde seinsystemen, de vervanging van 50 bruggen, overwegen en kruisingen op stations en de renovatie van de stations Drogheda en Dundalk. Op de lijn zijn nieuwe volautomatische rijtuigen met airconditioning ingezet. De treinen rijden op een aantal baanvakken met snelheden tot 150 km/u en de reistijd is met ongeveer een kwartier bekort tot 1 uur en 50 minuten wanneer onderweg één station wordt aangedaan, en tot 2 uur wanneer de trein op alle tussengelegen stations stopt. Ondanks twee nieuwe motorwagens met meer vermogen, kan niet op alle delen van het traject op topsnelheid worden gereden. Dit is het gevolg van geografische belemmeringen, waaronder geulen, viaducten en scherpe bochten, en van snelheidsbeperkingen bij Drogheda en tussen Lisbum en de grens. Het aantal treinen per dag kon echter wel worden vergroot, en het aantal reizigers is toegenomen van 400 000 in 1993 tot 700 000 in 1997 en 950 000 op dit moment. De beide spoorwegmaatschappijen noteerden aan weerszijden van de grens een vergelijkbare groei van het binnenlandse verkeer.
Een belangrijk aspect van het project is de onderlinge afstemming van de treindienst: gemeenschappelijk exploitatiesysteem, gemeenschappelijke marketing en eenzelfde uniform voor alle medewerkers. De in 1997 opgerichte nieuwe "Enterprise"-dienst is een schoolvoorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking en vormt de ruggengraat van de ontwikkeling van de spoorwegen op het eiland. Zowel vanuit menselijk als vanuit economisch oogpunt is deze grote technische operatie een goed voorbeeld van de resultaten die kunnen worden bereikt met grensoverschrijdende samenwerking, waarbij niet alleen de commerciële mogelijkheden aan beide zijden van de grens worden vergroot, maar ook de sociale banden tussen de beide hoofdsteden en de steden aan de spoorlijn worden aangehaald.