Collectief vervoer "à la carte": het loopt op wieltjes!

Dit nieuwe concept van collectief vervoer, dat plaatselijk ten uitvoer is gelegd met de hulp van het EFRO, heeft het al ver geschopt: het wordt toegepast op de hele regio.

Extra tools

 
Een soepele formule van openbaar vervoer, gericht op de behoeften van de mensen. Een soepele formule van openbaar vervoer, gericht op de behoeften van de mensen.

Context


Tot voor een paar jaar leed de provincie Flevoland – economisch het zwakke broertje van het land – onder de tekortkomingen van het regionaal systeem voor openbaar vervoer: weinig bussen 's avonds en in het weekend, sommige lijnen werden opgedoekt, geen openbaar vervoer vlak bij huis voor veel inwoners. En dat terwijl de behoeften op dit gebied waren toegenomen door de veroudering van de bevolking en de stijging van het aantal gehandicapten en zieken.



De Nederlandse overheid is zich bewust van de economische en sociale rol van het openbaar vervoer. Daarom heeft ze op nationaal niveau een beleid uitgewerkt dat de eisen inzake doeltreffendheid en efficiëntie, beschikbaarheid en veiligheid van het openbaar vervoer beter op elkaar afstemt. Het zou ook gaan om de praktische uitwerking van de nieuwe "Wet voorziening gehandicapten" (WVG), die van kracht is sinds 1994. In dit verband werd de voorkeur gegeven aan een algemene voorziening, in plaats van aan afzonderlijke systemen voor de verplaatsing van mindervaliden. Van overleg tot studies werden deze oriëntaties opgesplitst en aangepast aan de regionale en plaatselijke niveaus. Zo is een nieuw concept ontstaan: collectief vervoer "à la carte".



Een nieuw concept


Het gaat om een soepele formule, die de diensten van een taxibedrijf en die van een klassieke maatschappij voor openbaar vervoer combineert. Na een eenvoudig telefoontje wordt een traject op aanvraag georganiseerd om de reiziger te brengen tot waar hij wil, ook naar plaatsen waar hij niet zou raken met de lijnen van het openbaar vervoer alleen. Hij kan zich ook van deur tot deur verplaatsen of naar een sport- of culturele activiteit gaan door gebruik te maken van meerdere vervoersmiddelen, volgens de beste mogelijkheden. De tarieven voor dat alles liggen iets hoger dan die van de gewone lijnen (in sommige gevallen zijn ze zelfs gelijk), maar het is nog altijd veel goedkoper dan een taxi. Bovendien worden kortingen toegekend aan mindervaliden die houder zijn van een "WVG"-vervoersbewijs en zijn de taxi's en bussen toegankelijk voor rolstoelen.



Het duwtje in de rug van het EFRO


Het concept is dus tegelijk eenvoudig wat het principe betreft en gesofistikeerd in de praktijk. Bovendien is het volledig gericht op de behoeften van de mensen. Een eerste steun van het EFRO bij de concrete uitwerking ervan werd toegekend aan het project "Mobimax", bedoeld om het grondgebied van de perifere gemeente Noordoostpolder te dekken en dat operationeel geworden is in april 2000. En in oktober 2001 ging, eveneens met de financiële steun door de EU, de tenuitvoerlegging van het project "Collectief Vraagafhankelijk Vervoer" (CVV) van start in de gemeente Dronten.



Resultaten


De nieuwe formule kende een enorm succes en het aantal gebruikers heeft de verwachtingen overtroffen. Zodanig zelfs dat op 4 april 2005 "Regiotaxi Flevoland" werd ingehuldigd. Dat project nam de fakkel over van de eerdere projecten over – dit keer zonder hulp van het EFRO - om de gemeenten Noordoostpolder, Dronten, Zeewolde en, vanaf 2006, Lelystad te dekken.



Regiotaxi Flevoland is momenteel toegankelijk voor alle inwoners van de regio, 7 dagen op 7 tussen 6 u 's morgens en 1.30 u 's nachts, op aanvraag minstens een half uur op voorhand. De trajecten kunnen aan vaste tarieven minstens vijf "zones" aandoen. Buiten die zones wordt een supplement aangerekend; de kostprijs van de reis wordt vermeld bij de reservatie. Als, om logistieke redenen, gezamenlijke trajecten kunnen worden georganiseerd voor meerdere reizigers, worden niettemin uurgaranties gegeven, met een verschil van maximaal 15 minuten voor of na het voorziene uur.

Ontwerpdatum

01/05/2006