Tien mythen en feiten over het cohesiebeleid van de EU

Extra tools

 

EU-financiering voor regionale en sociale ontwikkeling is een belangrijke bron voor belangrijke investeringsprojecten.

In sommige EU-landen die anders over beperkte middelen beschikken, wordt tot 80 % van de overheidsinvesteringen gefinancierd uit Europese middelen. De regionale uitgaven van de EU komen echter niet alleen de armere regio's ten goede. Het is een investering in alle EU-regio's en -landen, waardoor de economie van de EU als geheel een impuls krijgt.

Het cohesiebeleid is een 'win-win'-beleid voor elke regio en elk land in de EU. Alle EU-regio's, niet alleen de armste, hebben er veel baat bij.

Het maakt niet uit in welk land u woont: kijk eens om u heen en u zult zeker een school, een brug, een ziekenhuis, een haven en enig ander project zien dat profijt heeft gehad van EU-financiering en dat een verschil heeft gemaakt in uw leven. Dit is slechts een voorbeeld van wat het cohesiebeleid kan doen. De effecten ervan zijn legio en nemen in de loop der tijd toe.

Een onafhankelijke deskundige evaluatie heeft aangetoond dat investeringen in het kader van het cohesiebeleid in de periode 2007-2013 substantiële en tastbare resultaten met zich mee hebben gebracht. Deze variëren van het scheppen van werkgelegenheid, nieuwe producten die op de markt worden gebracht, een positief effect op de vermindering van regionale verschillen tot een toename van het bruto binnenlands product (bbp).

Uit de evaluatie is bijvoorbeeld gebleken dat het rendement op de investering in 2023 2,74 euro zal bedragen per geïnvesteerde euro tussen 2007 en 2013. Dat is een rendement van 274 %. Dit wijst erop dat het cohesiebeleid in 2023 goed zal zijn voor bijna 1 triljoen euro aan extra bbp. Het effect is vergelijkbaar met de totale EU-begroting voor 2007-2013 (975,8 miljard euro) en 2014-2020 (908,4 miljard euro).

De cijfers spreken voor zich. Meer dan 1.200.000 banen werden gecreëerd door investeringen in het kader van het cohesiebeleid tot eind 2015. Bijna 120.000 onderzoeks- en innovatieprojecten werden ondersteund. 121.400 startende ondernemingen ontvingen financiële steun in het kader van de programma's 2007-2013, evenals naar schatting 400.000 kleine en middelgrote ondernemingen.

De nationale en regionale autoriteiten in de EU-landen selecteren projecten die volgens hen het best aansluiten bij de strategieën en prioriteiten die met de Commissie zijn overeengekomen.

Voor 2014-2020 heeft de EU meer dan 460 miljard euro uitgetrokken voor regionale uitgaven. Dit zou moeten leiden tot:

  • hulp voor meer dan 800.000 bedrijven
  • betere gezondheidszorg voor 44 miljoen Europeanen
  • overstromings- en brandpreventie voor 27 miljoen mensen
  • bijna 17 miljoen mensen aangesloten op waterzuiveringsinstallaties
  • breedbandtoegang voor 14 miljoen extra huishoudens
  • meer dan 420.000 nieuwe banen
  • opleidingen voor 3,7 miljoen Europeanen
  • nieuwe, moderne scholen en kinderopvang voor 6,7 miljoen kinderen

Hoeveel elk land bijdraagt aan de EU-begroting hangt af van de omvang van zijn economie. In 2017 hebben elf EU-landen, de rijkste, meer bijgedragen aan de EU-begroting dan wat zij aan EU-financiering hebben ontvangen.
In ruil voor hun grotere bijdrage genieten deze landen echter ook de vele voordelen die dit geld voor alle EU-landen met zich meebrengt: vrede en stabiliteit binnen en rond de EU, veiligheid, betere infrastructuur en de vrijheid om overal in het blok te wonen, werken, studeren en reizen.
Bovendien investeert het cohesiebeleid in alle landen van de Europese Unie, wat betekent dat de rijkste lidstaten ook EU-financiering krijgen in het kader van het cohesiebeleid.

Naast directe investeringen profiteren de rijkste landen ook van de positieve effecten ('spill-overs') van door de EU gefinancierde projecten die in minder ontwikkelde landen worden uitgevoerd.

De contracten voor de uitvoering van projecten in een minder ontwikkelde regio worden vaak gegund aan bedrijven uit de zogenaamde 'netto bijdragende' landen (of 'nettobetalers') (d.w.z. landen die meer aan de EU-begroting betalen dan dat zij eruit ontvangen). Zo zijn er een aantal bouwbedrijven uit Duitsland en Oostenrijk in belangrijke mate aanwezig in Hongarije, Slowakije en Tsjechië.

Ook de handel wordt positief beïnvloed. De uitvoer van goederen en diensten wordt in rijkere lidstaten versterkt dankzij de toename van de economische activiteit in de begunstigde landen als gevolg van het cohesiebeleid. Geschat wordt dat voor elke euro die in de periode 2007-2013 werd uitgegeven in landen die van het beleid profiteren, negen eurocent naar landen ging die geen steun uit het Cohesiefonds ontvangen.

De waarden van de EU vormen de kern van de projecten die in het kader van het cohesiebeleid van de EU worden gefinancierd. Beginselen zoals gendergelijkheid of non-discriminatie zijn nog prominenter aanwezig in het nieuwe wetgevingspakket dat voor de periode na 2020 wordt voorgesteld. De naleving van deze beginselen is bijvoorbeeld verplicht bij de selectie van projecten.

Door de EU gefinancierde projecten zijn zelf een middel om de waarden van de EU in de praktijk over heel Europa te verspreiden, of deze waarden nu specifiek in de projecten worden genoemd of niet.

Bovendien draagt het cohesiebeleid door de opbouw van een welvarender Europa bij aan de versterking van de vrijheid en de democratie in onze samenlevingen.

Fouten in EU-uitgaven zijn meestal administratieve fouten waarbij de uitgavenregels niet correct zijn nageleefd, bijvoorbeeld wanneer documenten ontbreken. Dit is geen fraude en deze fouten ondermijnen meestal niet het eindresultaat van een project.

De Commissie en de Europese Rekenkamer melden alle verdenkingen van fraude met EU-geld aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF). Dit zijn slechts zeer weinig gevallen per jaar van de honderden gevallen die de Europese Rekenkamer jaarlijks onderzoekt.

Volgens OLAF waren onregelmatigheden in het beheer van de cohesiefinanciering goed voor nauwelijks 1,8 % van de betalingen tussen 2013 en 2017. Slechts een klein deel van deze onregelmatigheden bleek frauduleus te zijn.

Het percentage onregelmatigheden is de afgelopen jaren voortdurend gedaald. De wettelijke bepalingen voor de periode 2014-2020 versterken de maatregelen ter voorkoming en bescherming van de EU-begroting tegen onregelmatige uitgaven aanzienlijk.

Aangezien bijna 75 % van de uitgaven van de EU wordt beheerd door zowel de Europese Commissie als de regeringen van de EU, zijn die regeringen gezamenlijk verantwoordelijk voor het minimaliseren van fouten. De Commissie werkt nauw met hen samen om ervoor te zorgen dat het geld effectief en efficiënt wordt besteed.

Als de Commissie van haar kant constateert dat EU-geld verkeerd is besteed, neemt zij maatregelen. In 2017 heeft de Commissie bijvoorbeeld de middelen die zijn uitbetaald aan begunstigden in de hele EU en die meer dan 2,8 miljard euro aan financiering hebben ontvangen, teruggevorderd of doorgesluisd naar andere projecten.

Verschillende organisaties kunnen van regionale financiering profiteren. Hiertoe behoren overheidsinstanties, enkele organisaties uit de particuliere sector (met name kleine ondernemingen), universiteiten, verenigingen, ngo's en vrijwilligersorganisaties. Buitenlandse bedrijven die gevestigd zijn in de regio die door het desbetreffende operationele programma wordt bestreken, kunnen ook een aanvraag indienen, mits zij voldoen aan de Europese regels voor overheidsopdrachten.

Neem contact op met uw beheersautoriteit voor meer informatie over wie zich in uw regio kan aanmelden en hoe.

Projectpromotoren in landen die (potentiële) kandidaten voor het EU-lidmaatschap zijn, dienen contact op te nemen met het Instrument voor pretoetredingssteun (IPA).

In de meeste gevallen wordt de financiering toegekend aan projecten, dus u moet een project ontwikkelen om in aanmerking te komen voor financiering die u vervolgens in verschillende stadia van het proces zult ontvangen.

Volgens de Rekenkamer, de onafhankelijke externe controleur van de EU, bedroeg het zogenaamde 'absorptiepercentage' voor 2007-2013 in 2018 97,2 %. Dit is een beter percentage dan in de periode 2000-2006 (96 %).

Dit kan niet gebeuren onder de nieuwe regelgeving voor de periode na 2020, omdat:

  • rechtstreekse financiële steun aan grote ondernemingen – die het meest verhuizen – is uitgesloten;
  • elke EU-bijdrage voor de verplaatsing van economische activiteiten van de ene lidstaat naar de andere, wanneer dit leidt tot een verlies van banen in de eerste lidstaat, is verboden;
  • in het kader van de staatssteun de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het programma van de begunstigde het bewijs zullen moeten ontvangen dat de EU-bijdrage de verhuizing niet ondersteunt.