Panorama 67 - Investeren in het Cohesiebeleid: een model voor succes

Extra tools

 
22/01/2019

Minister-president Malu Dreyer en minister van Economische Zaken dr. Volker Wissing van Rijnland-Palts geven hun mening over de huidige en toekomstige ondersteuning van het Cohesiebeleid in hun regio.

Hoe reageert u op de mening dat verhoudingsgewijs welvarende regio's van netto-bijdragende lidstaten geen ondersteuning van het Cohesiebeleid nodig hebben?

Minister-president Malu Dreyer: Natuurlijk is Rijnland-Palts momenteel een van de meer ontwikkelde regio's van de EU. De Europese doelstellingen kunnen niet worden verwezenlijkt zonder sterke regio's, maar zelfs sterke regio's hebben behoefte aan structurele steun. Financiering helpt ook om de positieve impact van de EU op het terrein over te brengen, naast de puur financiële aspecten. 

Het huidige regionale programma is bedoeld om de innovatie te versterken, het concurrentievermogen van mkb-bedrijven te vergroten en de overgang naar een koolstofarme economie te ondersteunen. In hoeverre zijn deze doelen bereikt?

Minister dr. Wissing: 40% van de EFRO-middelen zijn ondertussen toegekend en we geven voorrang aan onderzoek en ontwikkeling binnen het EFRO-programma van Rijnland-Palts. EU-fondsen versterken systematisch en consequent de innovatiecapaciteit van bedrijven en daardoor ook de economie van de regio. Daarnaast zal de efficiëntie van onderzoeksinstellingen en universiteiten aanzienlijk worden verhoogd.

Door mkb-bedrijven te helpen, bijvoorbeeld door de modernisering of uitbreiding van bedrijfsruimten te ondersteunen, levert het EFRO een belangrijke bijdrage aan het versterken van het concurrentievermogen van ondernemingen en het behoud en het creëren van banen in minder ontwikkelde delen van het land.

Het EFRO ondersteunt ook maatregelen om beleidsdoelstellingen te bereiken op het gebied van klimaatbescherming en de doelstelling van duurzame groei, in overeenstemming met de EU 2020-strategie, onder meer via het onlangs gelanceerde steunprogramma voor de verhoging van de energie- en hulpbronnenefficiëntie in ondernemingen (ERGU). Elke gesubsidieerde investering in een bedrijf leidt tot een toename van energie- en hulpbronnenefficiëntie. 

Interreg is een van de belangrijkste pijlers van het Cohesiebeleid. Welke contacten onderhoudt u met andere Europese regio's en hoe haalt u daar voordeel uit?

Minister-president Malu Dreyer: Rijnland-Palts is de Duitse staat met het grootste aantal Europese buurstaten. Met Frankrijk, Luxemburg, België en Nederland hebben de Interreg A-programma's 'Grande Région/Großregion', 'Rhin supérieur-Oberrhein' en 'Euregio Maas-Rijn' ons in staat gesteld om een hechte en vertrouwensrelatie te onderhouden sinds de eerste financieringsperiode. Daarnaast is er het Interreg B-programma 'Noordwest-Europa' dat zich momenteel uitstrekt van Ierland tot het centrum van Duitsland.

Via talloze projecten hebben instellingen in Rijnland-Palts samengewerkt met partners in naburige regio's, investeringen in gang gezet, onderzoek verricht en een grenzeloos Europa ervaren. Met name in de Grande Région/Großregion, waar Rijnland-Palts samenwerkt met Saarland, Lotharingen, Luxemburg en Oost-België, is het van essentieel belang om een nauwe Europese samenwerking te hebben, vooral voor de arbeidsmarkt en mobiliteit: onze regio heeft de grootste forenzenstromen in de EU.

Daarom hebben we goede hoop dat toekomstige Interreg-programma's burgers in de grensregio's dichter bij elkaar zullen brengen en dat er mogelijke oplossingen zullen worden gevonden voor mobiliteit, de bescherming van het milieu en een duurzame, innovatieve en digitale economie. Ik hoop daarom dat er voldoende financiële middelen ter beschikking worden gesteld voor Interreg-programma's, zodat we deze uitdagingen kunnen blijven aanpakken. 

Een innovatieve benadering van de ESIF betekent dat er gebruik wordt gemaakt van renouvellerende fondsen en andere instrumenten op het gebied van financiering. Hoe gebruikt u dergelijke instrumenten?

Minister dr. Wissing: We hebben het Innovatiefonds Rijnland-Palts ontwikkeld als een financieel instrument, om maar een voorbeeld te noemen. Het fonds, dat medegefinancierd wordt door het EFRO, voorziet opkomende technologie-georiënteerde bedrijven van durfkapitaal, in de vorm van open of stille participaties onder aantrekkelijke voorwaarden, die kunnen worden gebruikt voor het ontwikkelen en lanceren van innovatieve producten, productieprocessen en diensten. Dit verbetert het eigen vermogen van deze bedrijven en schept de financiële vereisten voor de succesvolle lancering van technologiebedrijven.

Hoe ziet u de prioriteiten van het Cohesiebeleid evolueren voor ESIF 2021-2027?

Minister dr. Wissing: Wat betreft de politieke doelstellingen van de Commissie voor de volgende financieringsperiode, kunnen we bedrijven blijven ondersteunen, vooral op het gebied van technologische ontwikkeling en implementatie van innovatie, terwijl de onderzoeksinfrastructuur wordt verbeterd. Het is ook belangrijk dat we bedrijven in economisch onderontwikkelde gebieden van Rijnland-Palts ondersteunen bij de bouw van nieuwe gebouwen, uitbreidingen en modernisering. We voeren een succesvol en gediversifieerd promotieprogramma voor mkb-bedrijven uit, dat we verder willen ontwikkelen. We hopen dat de tot dusver ingediende ontwerpverordeningen zullen worden gewijzigd om hiermee rekening te houden.

We streven het doel na van een CO2-arm Europa en via ons ERGU-programma kunnen we de efficiëntie van energie en hulpbronnen in commerciële bedrijven verhogen. Bedrijven die CO2 besparen, minder energie of materialen verbruiken of hun afval verminderen, kunnen via het programma financiële steun krijgen.

We zijn echter bezorgd over de onderhandelingen over het nieuwe meerjarig financieel kader (MFK) van de EU. Het voorstel van de Commissie van mei 2018 voorziet al een aanzienlijke verlaging van de EFRO-middelen. De Raad en het Parlement moeten een verantwoord compromis bereiken waarin rekening wordt gehouden met de werkelijke behoeften van de Europese regio's om het lokale concurrentievermogen en vooral de plattelandsontwikkeling te versterken. Het Europese Cohesiebeleid is wereldwijd een model van succes en dit moet tot uiting komen in het volgende MFK.

Panorama 67: Success stories across our regions and borders

Nieuws