Inhoudstafel
Zoeken in de gids

Samenwerkingspartnerschappen

Wat zijn de doelstellingen van een samenwerkingspartnerschap?

Samenwerkingspartnerschappen maken het mogelijk op verschillende gebieden inzake sport en lichaamsbeweging innovatieve resultaten te ontwikkelen, over te dragen en/of toe te passen en/of in te zetten op intensieve activiteiten voor de verspreiding en benutting van bestaande en nieuwe producten of innovatieve ideeën. Daarbij zijn diverse organisaties en actoren betrokken in de sportsector en daarbuiten, waaronder meer in het bijzonder overheidsinstanties op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau, sportorganisaties, sportgerelateerde organisaties en onderwijsorganisaties. Samenwerkingspartnerschappen zijn met name toegespitst op innovatieve projecten die beogen:

  • sportbeoefening en lichaamsbeweging aan te moedigen, met name door de toepassing van de aanbeveling van de Raad over de stimulering van gezondheidsbevorderende lichaamsbeweging te ondersteunen en door de EU-richtsnoeren voor lichaamsbeweging en de Tartu Call voor een gezonde levensstijl te respecteren;
  • sportbeoefening en lichaamsbeweging aan te moedigen, met name door de Europese week van de sport te ondersteunen;
  • onderwijs in en door middel van sport te bevorderen met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling van vaardigheden, en de toepassing van de EU-richtsnoeren betreffende dubbele loopbanen van sporters te ondersteunen;
  • vrijwilligerswerk in de sport te bevorderen;
  • doping te bestrijden, met name in de sfeer van recreatie en vrijetijdsbesteding;
  • wedstrijdvervalsing te bestrijden;
  • goed bestuur op sportgebied te bevorderen;
  • geweld en racisme, discriminatie en onverdraagzaamheid in de sport te bestrijden;
  • sociale integratie en gelijke kansen op sportgebied aan te moedigen.

Op al deze gebieden moet gendergelijkheid worden bevorderd. Samenwerking met de partnerlanden moet worden aangemoedigd.

Samenwerkingspartnerschappen dienen de totstandbrenging en ontwikkeling van Europese netwerken op sportgebied te bevorderen. De EU kan daarbij mogelijkheden bieden voor een intensievere samenwerking tussen belanghebbenden, die zonder de EU-actie niet zou hebben bestaan. Samenwerkingspartnerschappen dienen ook de synergie te stimuleren met en tussen lokale, regionale, nationale en internationale beleidsvormen die tot doel hebben sportbeoefening en lichaamsbeweging te bevorderen en sportgerelateerde uitdagingen aan te pakken.

In het kader van de samenwerkingspartnerschappen wil het Erasmus+-programma ook steun verlenen aan het uittesten en ontwikkelen van nieuwe projecttypen en vormen van transnationale samenwerking op sportgebied, die als inspiratiebron kunnen dienen om op grotere schaal initiatieven op te zetten met steun uit nationale financieringsregelingen of andere Europese fondsen, zoals de Europese structuur- en investeringsfondsen.

De Commissie zal in de loop van het jaar via het Uitvoerend Agentschap één selectieronde organiseren.

Welke activiteiten worden ondersteund door deze actie?

Erasmus+ biedt een ruime flexibiliteit met betrekking tot de activiteiten die samenwerkingspartnerschappen kunnen ontplooien zolang uit het voorstel blijkt dat deze activiteiten het meest geschikt zijn om de voor het project vastgelegde doelstellingen te bereiken. Samenwerkingspartnerschappen bestrijken doorgaans een breed scala aan activiteiten, zoals:

  • netwerkvorming onder belanghebbenden;
  • ontwikkeling, vaststelling, promotie en uitwisseling van goede praktijken;
  • voorbereiding, ontwikkeling en toepassing van onderwijs- en opleidingsmodules en -instrumenten;
  • activiteiten gericht op de verbetering van competenties van multiplicatoren op sportgebied en op de ontwikkeling van monitoring en benchmarking op basis van indicatoren, meer bepaald met het doel sportbeoefenaars aan te zetten tot ethisch verantwoord handelen en gedragscodes voor sporters uit te werken;
  • bewustmakingsactiviteiten om te wijzen op de meerwaarde van sport en lichaamsbeweging voor de zelfontplooiing en de maatschappelijke en beroepsontwikkeling van personen;
  • activiteiten om innovatieve synergieën te bevorderen tussen sport en gezondheid, onderwijs, opleiding en jeugdzaken;
  • activiteiten met het oog op een sterkere feitelijke onderbouwing van sport als middel om het hoofd te bieden aan maatschappelijke en economische uitdagingen (gegevensverzameling ter ondersteuning van de hierboven genoemde activiteiten, enquêtes, raadplegingen enzovoort);
  • conferenties, seminars, bijeenkomsten, evenementen en bewustmakingsacties om een draagvlak te creëren voor de hierboven genoemde activiteiten.

Wie kan deelnemen aan een samenwerkingspartnerschap?

Samenwerkingspartnerschappen staan open voor alle publieke instellingen of organisaties die actief zijn op het gebied van sport en lichaamsbeweging. Afhankelijk van de projectdoelstelling komt het erop aan diverse geschikte partners te betrekken bij samenwerkingspartnerschappen met het doel de grote verscheidenheid aan ervaringen, profielen en deskundigheid optimaal te benutten en relevante en kwalitatief hoogstaande projectresultaten te boeken.

Samenwerkingspartnerschappen zijn gericht op samenwerking tussen in programmalanden gevestigde organisaties.

Een samenwerkingspartnerschap moet als volgt samengesteld zijn:

  • aanvrager/coördinator: organisatie die het projectvoorstel indient namens alle partners. Komt het project in aanmerking voor financiële steun, dan wordt de aanvrager/coördinator de belangrijkste begunstigde van de EU-subsidie en ondertekent hij namens alle deelnemende organisaties een subsidieovereenkomst voor meerdere begunstigden. De coördinerende rol van de aanvrager/coördinator omvat de volgende taken:
  • de deelnemende organisaties vertegenwoordigen en in hun naam optreden ten aanzien van de Europese Commissie,
  • de financiële en juridische verantwoordelijkheid op zich nemen voor de deugdelijke operationele, administratieve en financiële uitvoering van het hele project,
  • het samenwerkingspartnerschap coördineren in samenwerking met alle andere projectpartners.
  • partners: organisaties die actief bijdragen aan de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het samenwerkingspartnerschap. Elke partner moet een volmacht ondertekenen waarbij hij de coördinator machtiging verleent om in zijn naam en voor zijn rekening op te treden tijdens de uitvoering van het project.

Welke criteria worden gehanteerd om een samenwerkingspartnerschap te evalueren?

Hieronder worden de formele criteria opgesomd waaraan een samenwerkingspartnerschap moet voldoen om in aanmerking te komen voor een subsidie uit het Erasmus+-programma:

Subsidiabiliteitscriteria

In aanmerking komende deelnemende organisaties

Elke organisatie of overheidsinstantie, met haar (eventuele) gelieerde entiteiten, die actief is op het gebied van sport en gevestigd in een programmaland of in een willekeurig partnerland over de hele wereld (zie deel A van deze gids onder "Begunstigde landen").

Voorbeelden van dergelijke organisaties zijn (niet-limitatieve opsomming):

  • lokale, regionale of nationale publieke organen die bevoegd zijn voor sport;
  • nationale Olympische Comités of nationale sportfederaties;
  • sportorganisaties op lokaal, regionaal, nationaal, Europees of internationaal niveau;
  • nationale sportbonden;
  • sportclubs;
  • organisaties of bonden die sporters vertegenwoordigen;
  • organisaties of bonden die beroepsmensen en vrijwilligers in de sportsector vertegenwoordigen (zoals coaches, managers enzovoort);
  • organisaties die de beweging "sport voor iedereen" vertegenwoordigen;
  • organisaties die zich inzetten ter bevordering van lichaamsbeweging;
  • organisaties die de sector van de actieve vrijetijdsbesteding vertegenwoordigen;
  • organisaties die zich bezighouden met onderwijs, opleiding of jeugdzaken.

Wie kan een aanvraag indienen?

Elke deelnemende organisatie die in een programmaland gevestigd is, kan een subsidie aanvragen. Deze organisatie dient de aanvraag in namens alle deelnemende organisaties die bij het project betrokken zijn.

Aantal deelnemende organisaties en profiel daarvan

Een samenwerkingspartnerschap heeft een transnationale opzet, wat betekent dat minstens vijf organisaties uit vijf verschillende programmalanden betrokken zijn. Er is geen maximumaantal partners vastgelegd. Voor het budget inzake projectbeheer en -uitvoering geldt echter een bovengrens (gelijkwaardig aan 10 partners). Alle deelnemende organisaties moeten worden geïdentificeerd op het ogenblik dat een subsidie wordt aangevraagd.

Projectduur

De duur (12, 18, 24, 30 of 36 maanden) moet in de aanvraagfase worden gekozen op basis van de doelstelling van het project en het soort geplande activiteiten.

Locatie(s) van de activiteit

De activiteiten moeten plaatsvinden in een of meer landen van de organisaties die aan het samenwerkingspartnerschap deelnemen.

Waar aanvragen?

Bij het in Brussel gevestigde Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur.

Wanneer aanvragen?

Aanvragers moeten hun subsidieaanvraag uiterlijk indienen op 4 april om 12 uur 's middags (Belgische tijd) voor projecten die van start gaan op 1 januari van datzelfde jaar.

Hoe aanvragen?

In deel C van deze gids wordt uiteengezet hoe de aanvraag wordt ingediend.

 

Aanvragende organisaties worden getoetst aan de relevante uitsluitings- en selectiecriteria. Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

 

Toekenningscriteria

De indicatieve toewijzing aan de verschillende categorieën van samenwerkingspartnerschappen is als volgt:

 

Binnen deze categorieën wordt het project beoordeeld op grond van de volgende criteria:

Relevantie van het project

(maximaal 30 punten)

  • De mate waarin het voorstel relevant is voor:
  • de doelstellingen van het Europese sportbeleid;
  • de doelstellingen en prioriteiten van deze actie (zie het deel "Wat zijn de doelstellingen van een samenwerkingspartnerschap?").
  • De mate waarin:
  • het voorstel berust op een gedegen en adequate behoefteanalyse;
  • de doelstellingen duidelijk worden afgebakend en realistisch van opzet zijn, en kwesties aanpakken die van belang zijn voor de deelnemende organisaties en doelgroepen;
  • het voorstel gericht is op innovatie en/of een aanvulling vormt op andere initiatieven die de deelnemende organisaties eerder hebben uitgevoerd;
  • het voorstel meerwaarde oplevert op EU-niveau in de vorm van resultaten die niet worden bereikt in het geval dat activiteiten in een afzonderlijk land worden uitgevoerd.

Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering

(maximaal 20 punten)

  • De duidelijkheid, volledigheid en kwaliteit van het werkprogramma, met inbegrip van geschikte fasen ter voorbereiding, uitvoering, controle, evaluatie en verspreiding;
  • De consistentie tussen de projectdoelstellingen, methodologie, activiteiten en het voorgestelde budget;
  • De kwaliteit en praktische uitvoerbaarheid van de voorgestelde methode;
  • Het bestaan en de kwaliteit van beheersregelingen (de tijdschema's, organisatie, taken en verantwoordelijkheden zijn nauwkeurig omschreven en realistisch);
  • Het bestaan en de relevantie van kwaliteitscontrolemaatregelen die ten doel hebben te waarborgen dat het project op kwalitatief hoogstaande wijze, op tijd en binnen het budget wordt voltooid;
  • De mate waarin het project economisch verantwoord (kosteneffectief) is en geschikte middelen toewijst aan elke activiteit.

Kwaliteit van het projectteam en de samenwerkingsregelingen

(maximaal 20 punten)

  • De mate waarin:
  • het project, voor zover van toepassing, op passende wijze is samengesteld uit complementaire deelnemende organisaties die over het vereiste profiel, de nodige ervaring en deskundigheid beschikken om het project in elk opzicht met succes te voltooien, met inbegrip van het vereiste profiel en nodige ervaring van hun capaciteiten op het gebied van sportbeleid en sportbeoefening;
  • de verdeling van verantwoordelijkheden en taken een afspiegeling is van de inzet en actieve bijdrage van alle deelnemende organisaties;
  • indien van toepassing, de mate waarin de betrokkenheid van een deelnemende organisatie uit een partnerland essentiële meerwaarde oplevert voor het project.

Effect en verspreiding

(maximaal 30 punten)

  • De kwaliteit van maatregelen om de projectresultaten te evalueren.
  • De potentiële effecten van het project:
  • op deelnemers en deelnemende organisaties tijdens en na afloop van het project;
  • buiten de organisaties en personen die rechtstreeks deelnemen aan het project, op lokaal, regionaal, nationaal en/of Europees niveau.
  • De kwaliteit van het verspreidingsplan: de geschiktheid en kwaliteit van maatregelen met het oog op de verspreiding van de projectresultaten binnen de deelnemende organisaties en daarbuiten;
  • Voor zover van toepassing, de mate waarin het voorstel beschrijft hoe geproduceerde documenten, materiaal en media vrij toegankelijk worden gemaakt en gepromoot onder open licenties zonder dat er onevenredige beperkingen worden opgelegd;
  • De kwaliteit van de plannen om het project duurzaam te maken: de mate waarin het project effecten en resultaten kan blijven opleveren nadat de EU-subsidie is opgebruikt.

 

De voorstellen moeten een minimumscore van 60 punten behalen om voor financiële steun in aanmerking te komen. Bovendien moeten de voorstellen een score behalen van minstens de helft van het maximumaantal punten in elke categorie van de hierboven vermelde toekenningscriteria (dat wil zeggen ten minste 15 punten voor de categorieën "Relevantie van het project" en "Effect en verspreiding"; 10 punten voor de categorieën "Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering" en "Kwaliteit van het projectteam en de samenwerkingsregelingen").

 

Wat zijn de financieringsregels?

Het projectbudget wordt opgesteld met inachtneming van de volgende financieringsregels (in euro):

Maximumsubsidie voor samenwerkingspartnerschappen: 400 000 EUR

Subsidiabele kosten

Financieringsmechanisme

Bedrag

Toewijzingsregel

Projectbeheer en -uitvoering Projectbeheer (dat wil zeggen planning, financiële regelingen, coördinatie en communicatie tussen partners enzovoort); leer-, onderwijs- en opleidingsmateriaal, instrumenten, benaderingen op kleine schaal enzovoort. Virtuele samenwerking en lokale projectactiviteiten; informatie, promotie en verspreiding (bijvoorbeeld brochures, informatiefolders, informatie op internet enzovoort). Tegemoetkoming in de eenheidskosten Tegemoetkoming in de activiteiten van de coördinerende organisatie:
500 EUR per maand
Maximaal 2 750 EUR per maand     Op basis van de duur van de samenwerkingspartnerschappen en het aantal deelnemende organisaties
Tegemoetkoming in de eenheidskosten Bijdrage aan de activiteiten van de andere deelnemende organisaties:
250 EUR per organisatie per maand
Transnationale projectbijeenkomsten Deelname aan bijeenkomsten tussen projectpartners, waarbij een van de deelnemende organisaties optreedt als gastorganisatie voor uitvoerings- en coördinatiedoeleinden. Tegemoetkoming in reis- en verblijfkosten Tegemoetkoming in de eenheidskosten Voor een reisafstand tussen 100 en 1 999 km:
575 EUR per deelnemer per bijeenkomst
  Voor een reisafstand van 2 000 km of meer:
760 EUR per deelnemer per bijeenkomst
  Voorwaardelijk: aanvragers moeten het aantal bijeenkomsten en betrokken deelnemers rechtvaardigen. De reisafstand moet worden berekend met behulp van het door de Europese Commissie ondersteunde instrument voor afstandsberekening.

Subsidiabele kosten

Financieringsmechanisme

Bedrag

Toewijzingsregel

Buitengewone kosten Tegemoetkoming in de werkelijke kosten voor de uitbesteding of de inkoop van goederen en diensten.
Kosten voor het verstrekken van een financiële garantie, indien het Uitvoerend Agentschap daarom verzoekt.
Werkelijke kosten 80 % van subsidiabele kosten
Maximaal 50 000 EUR per project (met uitzondering van de kosten voor het verstrekken van een financiële zekerheid)
Voorwaardelijk: uitbesteding moet verband houden met diensten die de deelnemende organisaties om deugdelijk gemotiveerde redenen niet zelf kunnen verstrekken. Uitrusting mag geen betrekking hebben op gewone kantooruitrusting, noch op uitrusting die doorgaans wordt gebruikt door de deelnemende organisaties.

 

Aanvullende financiering voor grote samenwerkingspartnerschappen

Intellectuele prestaties

Intellectuele prestaties/tastbare resultaten van het project (zoals richtsnoeren, materiaal voor pedagogische doeleinden, open leermiddelen, IT-instrumenten, analyses, studies, methoden voor intercollegiaal leren (peer learning), enquêtes en verslagen, uitvindingen – bijvoorbeeld: nieuwe sportieve spellen enzovoort)

Tegemoetkoming in de eenheidskosten

B5.1 per projectleider per dag dat aan het project wordt gewerkt

Voorwaardelijk: personeelskosten voor projectleiders en administratief medewerkers worden normaliter al gedekt door de kostenpost "Projectbeheer en uitvoering". Om mogelijke overlapping te voorkomen, moeten aanvragers het soort personeelskosten en de omvang daarvan rechtvaardigen ten aanzien van elk voorgesteld resultaat.
De resultaten moeten kwalitatief en kwantitatief aanzienlijk zijn om in aanmerking te komen voor subsidieverlening. Uit de resultaten moet blijken dat ze ruimer kunnen worden gebruikt en benut en hun potentiële impact moet aantoonbaar zijn.

B5.2 per onderzoeker/leerkracht/coach/opleider/jeugdwerker per dag dat aan het project wordt gewerkt

B5.3 per specialist per dag dat aan het project wordt gewerkt

B5.4 per administratief medewerker per dag dat aan het project wordt gewerkt

Sportevenementen met multiplicatoreffect

Tegemoetkoming in de kosten die verband houden met nationale en transnationale conferenties, seminars, evenementen voor het delen en verspreiden van de intellectuele prestaties van het project (exclusief reis- en verblijfkosten voor vertegenwoordigers van de bij het project betrokken deelnemende organisaties).

Tegemoetkoming in de eenheidskosten

100 EUR per plaatselijke deelnemer
(dat wil zeggen deelnemers afkomstig uit het land waar het evenement plaatsvindt)

Maximaal 30 000 EUR per project

Voorwaardelijk: er wordt alleen steun verleend aan evenementen met multiplicatoreffect die rechtstreeks verband houden met de intellectuele prestaties van het project. Een project dat geen subsidiesteun krijgt voor intellectuele prestaties ontvangt evenmin steun voor het organiseren van evenementen met multiplicatoreffect.

150 EUR per internationale deelnemer (dat wil zeggen deelnemers afkomstig uit andere landen)

 

Tabel A – Intellectuele prestaties (bedragen in euro per dag)

Deze financiering mag alleen worden gebruikt voor personeelskosten van organisaties die aan het project deelnemen om intellectuele prestaties te leveren. Het bedrag hangt af van: a) het profiel van het bij het project betrokken personeel, en b) het land van de deelnemende organisatie waarvan het personeel bij het project betrokken is.

Projectleider

Leerkracht/opleider/ onderzoeker/

Jeugdwerker

Specialist

Administratief medewerker

B5.1

B5.2

B5.3

B5.4

Denemarken, Ierland, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Zweden, Liechtenstein, Noorwegen

294

241

190

157

België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Finland, Verenigd Koninkrijk, IJsland

280

214

162

131

Tsjechië, Griekenland, Spanje, Cyprus, Malta, Portugal, Slovenië

164

137

102

78

Bulgarije, Estland, Kroatië, Letland, Litouwen, Hongarije, Polen, Roemenië, Servië, Slowakije, Republiek Noord-Macedonië, Turkije

88

74

55

39

Tabel B – Intellectuele prestaties (bedragen in euro per dag) 

Deze financiering mag alleen worden gebruikt voor personeelskosten van organisaties die aan het project deelnemen om intellectuele prestaties te leveren. Het bedrag hangt af van: a) het profiel van het bij het project betrokken personeel, en b) het land van de deelnemende organisatie waarvan het personeel bij het project betrokken is.

Projectleider

Leerkracht/opleider/ onderzoeker/

Jeugdwerker

Specialist

Administratief medewerker

B5.1

B5.2

B5.3

B5.4

Australië, Canada, Koeweit, Macau, Monaco, Qatar, San Marino, Zwitserland, Verenigde Staten van Amerika

294

241

190

157

Andorra, Brunei, Japan, Nieuw-Zeeland, Singapore, Vaticaanstad, Verenigde Arabische Emiraten

280

214

162

131

Bahama's, Bahrein, Hongkong, Israël, Zuid-Korea, Oman, Saudi-Arabië, Taiwan

164

137

102

78

Afghanistan, Albanië, Algerije, Angola, Antigua en Barbuda, Argentinië, Armenië, Azerbeidzjan, Bangladesh, Barbados, Belarus, Belize, Benin, Bhutan, Bolivia, Bosnië en Herzegovina, Botswana, Brazilië, Burkina Faso, Burundi, Cambodja, Centraal-Afrikaanse Republiek, Chili, China, Colombia, Comoren, Congo, Cookeilanden, Costa Rica, Cuba, Democratische Republiek Congo, Djibouti, Dominica, Dominicaanse Republiek, Ecuador, Egypte, El Salvador, Equatoriaal-Guinea, Eritrea, Ethiopië, Fiji, Filipijnen, Gabon, Gambia, Georgië, Ghana, Grenada, Guatemala, Guinee, Guinee-Bissau, Guyana, Haïti, Honduras, India, Indonesië, Irak, Iran, Ivoorkust, Jamaica, Jemen, Jordanië, Kaapverdië, Kameroen, Kazachstan, Kenia, Kirgizië, Kiribati, Kosovo, Laos, Lesotho, Libanon, Liberia, Libië, Madagaskar, Malawi, Maldiven, Maleisië, Mali, Marokko, Marshalleilanden, Mauritanië, Mauritius, Mexico, Micronesia, Moldavië, Mongolië, Montenegro, Mozambique, Myanmar/Birma, Namibië, Nauru, Nepal, Nicaragua, Niger, Nigeria, Niue, Noord-Korea, het grondgebied van Oekraïne zoals erkend in het internationaal recht, Oezbekistan, Oost-Timor, Pakistan, Palau, Palestina, Panama, Papoea-Nieuw-Guinea, Paraguay, Peru, het grondgebied van Rusland zoals erkend in het internationaal recht,  Rwanda, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, Salomonseilanden, Samoa, Sao Tomé en Principe, Senegal, Seychellen, Sierra Leone, Somalië, Sri Lanka, Sudan, Suriname, Swaziland, Syrië, Tadzjikistan, Tanzania, Thailand, Togo, Tonga, Trinidad en Tobago, Tsjaad, Tunesië, Turkmenistan, Tuvalu, Uganda, Uruguay, Vanuatu, Venezuela, Vietnam, Zambia, Zimbabwe, Zuid-Afrika, Zuid-Sudan

 

88

74

55

39

 

  • 1. EU-richtsnoeren betreffende dubbele loopbanen van sporters (vastgesteld door de EU-deskundigengroep inzake sportonderwijs- en opleiding (ISBN 978-92-79-31161-1)).