Inhoudstafel
Zoeken in de gids

Kernactie 2: Samenwerking met het oog op innovatie en uitwisseling van goede praktijken

Welke acties worden ondersteund?

Deze kernactie ondersteunt het volgende:

  • strategische partnerschappen op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken;
  • kennisallianties – Europese universiteiten;
  • allianties voor sectorspecifieke vaardigheden;
  • capaciteitsopbouw op het gebied van hoger onderwijs;
  • capaciteitsopbouw op het gebied van jeugdzaken.

De acties die in het kader van deze kernactie worden ondersteund, moeten positieve en langdurige effecten hebben, niet alleen op de deelnemende organisaties en op de beleidsstelsels waarin deze acties plaatsvinden, maar ook op de organisaties en personen die direct of indirect bij de georganiseerde activiteiten betrokken zijn.

Deze kernactie moet resulteren in de ontwikkeling, overdracht en/of toepassing van innovatieve praktijken op organisatorisch, lokaal, regionaal, nationaal of Europees niveau.

De door deze kernactie ondersteunde projecten beogen de volgende resultaten te bereiken voor de deelnemende organisaties:

  • innovatieve benaderingen ten aanzien van hun doelgroepen, bijvoorbeeld door: aantrekkelijker onderwijs- en opleidingsprogramma's die afgestemd zijn op de individuele behoeften en verwachtingen; gebruik van een participatieve aanpak en op ICT gebaseerde methoden; nieuwe of verbeterde procedures voor de erkenning en validering van competenties; verbeterde effectiviteit van activiteiten ten behoeve van lokale gemeenschappen; nieuwe of verbeterde praktijken om te voorzien in de behoeften van kansarmen en om verschillen qua leerresultaten in samenhang met geografische en sociaaleconomische ongelijkheden aan te pakken; nieuwe benaderingen om in te spelen op sociale, etnische, taalkundige en culturele diversiteit; nieuwe benaderingen om het concurrentievermogen en de werkgelegenheid met name op regionaal en lokaal niveau beter te ondersteunen; de kans om het Europees Talenlabel toegekend te krijgen voor excellentie in taalverwerving en -onderwijs;
  • een omgeving binnen de organisatie die moderner van opzet is en die zich kenmerkt door meer dynamiek, vakmanschap en een grotere betrokkenheid, dat wil zeggen een omgeving waar goede praktijken en nieuwe methoden direct inzetbaar zijn in dagelijkse bezigheden, die openstaat voor synergie met organisaties die actief zijn op verschillende gebieden of in andere sociaaleconomische sectoren, en waar de beroepsontwikkeling van het personeel strategisch wordt gepland aan de hand van de individuele behoeften en de organisatorische doelstellingen;
  • verbeterd vermogen en vakmanschap om te functioneren op EU-/internationaal niveau: verbeterde managementvaardigheden en internationaliseringsstrategieën; versterkte samenwerking met partners uit andere landen, op andere gebieden van onderwijs, opleiding en jeugdzaken en/of in andere sociaaleconomische sectoren; verhoogde toewijzing van financiële middelen uit een andere bron dan de EU-middelen met het doel EU-/internationale projecten op touw te zetten op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken; verbeterde kwaliteit in voorbereiding, uitvoering, controle en follow-up van EU-/internationale projecten.

Ook de personen die direct of indirect bij de georganiseerde activiteiten betrokken zijn, zullen naar verwachting een positieve invloed ondervinden van de door deze kernactie gefinancierde projecten, bijvoorbeeld in de vorm van:

  • meer zin voor initiatief en ondernemerschap;
  • verbeterde kennis van vreemde talen;
  • verhoogde digitale competentie;
  • beter begrip en grotere ontvankelijkheid voor sociale, etnische, taalkundige en culturele verscheidenheid;
  • verbeterde vaardigheidsniveaus die de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt ten goede komen en het opstarten van nieuwe bedrijven stimuleren (met inbegrip van maatschappelijk verantwoord ondernemen);
  • actievere participatie in de samenleving;
  • positievere houding tegenover het Europese project en de waarden van de EU;
  • beter begrip en betere erkenning van vaardigheden en kwalificaties in Europa en daarbuiten;
  • verbeterde competenties, afgestemd op beroepsprofielen (onderwijs, opleiding, jeugdwerk enzovoort);
  • beter begrip van praktijken, beleidsvormen en stelsels op het gebied van onderwijs, opleiding of jeugdzaken in de diverse landen;
  • beter begrip van de onderlinge verbanden tussen respectievelijk formeel en niet-formeel onderwijs, beroepsopleiding, andere vormen van leren en de arbeidsmarkt;
    betere mogelijkheden voor beroepsontwikkeling;
  • sterkere motivatie en meer tevredenheid in hun dagelijks werk.

Deze projecten zullen naar verwachting een moderniseringsproces op het niveau van de stelsels op gang brengen en tevens de onderwijs-, opleidings- en jeugdwerkstelsels versterken om beter het hoofd te bieden aan de belangrijkste uitdagingen in de wereld van vandaag: werkgelegenheid, economische stabiliteit en groei, alsook de behoefte om burgerschapscompetentie, sociale en interculturele competenties, de interculturele dialoog, democratische waarden en basisrechten, sociale inclusie, non-discriminatie en actief burgerschap, kritisch denken en mediageletterdheid te promoten.

Deze kernactie moet bijgevolg de volgende effecten hebben:

  • verhoogde kwaliteit van onderwijs, opleiding en jeugdwerk in Europa en daarbuiten door een hoger excellentieniveau en een grotere aantrekkingskracht te combineren met ruimere mogelijkheden voor allen, ook kansarmen;
  • onderwijs-, opleidings- en jeugdwerkstelsels die beter beantwoorden aan de op de arbeidsmarkt bestaande behoeften en geboden mogelijkheden, en nauwere banden met het bedrijfsleven en de gemeenschap;
  • verbeteringen inzake aanbod en beoordeling van basis- en transversale vaardigheden, met name ondernemerschap, sociale, burgerlijke, interculturele en taalkundige competenties, kritisch denken, digitale vaardigheden en mediageletterdheid;
  • grotere synergieën en nauwere banden alsook een vlottere overgang tussen de verschillende onderwijs-, opleidings- en jeugdwerksectoren op nationaal niveau, waarbij de Europese referentie-instrumenten voor erkenning, validering en transparantie van competenties en kwalificaties beter worden benut;
  • intensievere benutting van leerresultaten bij het beschrijven en vaststellen van (onderdelen van) kwalificaties en van studieprogramma's, niet alleen als leer- en onderwijshulpmiddel, maar ook als beoordelingsinstrument;
  • nieuwe en verbeterde interregionale en transnationale samenwerking tussen overheden op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken;
  • meer strategisch en geïntegreerd gebruik van ICT en open leermiddelen in onderwijs-, opleidings- en jeugdwerkstelsels;
  • sterkere motivatie om talen te leren via innovatieve onderwijsmethoden of een beter verband met het praktische gebruik van taalvaardigheden waaraan behoefte is op de arbeidsmarkt;
  • nauwere interactie tussen praktijk, onderzoek en beleid.