Inhoudstafel
Zoeken in de gids

Capaciteitsopbouw op het gebied van jeugdzaken

Wat zijn de doelstellingen van een capaciteitsopbouwproject?

Capaciteitsopbouwprojecten op het gebied van jeugdzaken hebben ten doel:

  • het bevorderen van samenwerking en uitwisselingen op het gebied van jeugdzaken tussen programmalanden en partnerlanden uit verschillende regio's1 over de hele wereld;
  • het verbeteren van de kwaliteit en erkenning van jeugdwerk, niet-formeel leren en vrijwilligerswerk in partnerlanden, en het bevorderen van de synergieën en complementariteit met formele onderwijsstelsels, de arbeidsmarkt en de samenleving;
  • het bevorderen van de ontwikkeling, het uittesten en invoeren van regelingen en programma's voor niet-formele leermobiliteit op regionaal niveau (dat wil zeggen in en tussen regio's over de hele wereld);
  • het bevorderen van transnationale niet-formele leermobiliteit tussen programma- en partnerlanden, waarbij met name kansarme jongeren centraal staan, teneinde het competentieniveau van de deelnemers te verbeteren en hun actieve participatie in de samenleving te stimuleren.

Wat is een capaciteitsopbouwproject?

Capaciteitsopbouwprojecten zijn transnationale samenwerkingsprojecten die berusten op multilaterale partnerschappen tussen organisaties die actief zijn op het gebied van jeugdzaken in programma- en partnerlanden. Daarbij kunnen ook organisaties betrokken zijn die zich bezighouden met onderwijs en opleiding, alsook organisaties uit andere sociaaleconomische sectoren.

Welke activiteiten worden ondersteund door een capaciteitsopbouwproject?

Capaciteitsopbouwprojecten dienen activiteiten uit te voeren die gericht zijn op:

  • het bevorderen van de strategische samenwerking tussen jeugdorganisaties en overheidsinstanties in partnerlanden;
  • het bevorderen van de samenwerking tussen jeugdorganisaties en organisaties die actief zijn op het gebied van onderwijs en opleiding, alsook met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en de arbeidsmarkt;
  • het verhogen van de capaciteiten van jeugdraden, jeugdplatforms en lokale, regionale en nationale autoriteiten die jeugdzaken behandelen in partnerlanden;
  • het verbeteren van beheer, bestuur, innovatiecapaciteit en internationalisering van jeugdorganisaties in partnerlanden;
  • het invoeren, uittesten en toepassen van praktijken inzake jeugdwerk, zoals:
  • instrumenten en methoden voor de sociale en beroepsontwikkeling van jeugdwerkers en opleiders;
  • niet-formele leermethoden, vooral methoden die de verwerving/verbetering van competenties bevorderen, met inbegrip van mediageletterdheid;
  • nieuwe vormen van praktische opleiding en simulatie van reële levenssituaties in de samenleving; nieuwe vormen van jeugdwerk, met name het strategische gebruik van open en flexibel leren, virtuele mobiliteit, open leermiddelen en een betere benutting van ICT-mogelijkheden;
  • samenwerking, netwerkvorming en activiteiten voor intercollegiaal leren (peer learning) ter bevordering van efficiënt beheer, internationalisering en leiderschap van organisaties voor jeugdwerk.

De volgende activiteiten kunnen in het kader van een capaciteitsopbouwproject worden ontplooid:

Activiteiten voor capaciteitsopbouw

  • activiteiten ter bevordering van beleidsdialoog, samenwerking, netwerkvorming en uitwisseling van praktijken op het gebied van jeugdzaken, zoals conferenties, workshops en bijeenkomsten;
  • grootschalige jeugdevenementen;
  • informatie- en bewustmakingscampagnes;
  • de ontwikkeling van informatie- en communicatiemiddelen en media;
  • de ontwikkeling van methoden, instrumenten en materiaal voor jeugdwerk, alsook opleidingstrajecten en opleidingsmodules voor jeugdwerk en documentatie-instrumenten zoals Youthpass;
  • de totstandbrenging van nieuwe vormen om jeugdwerk te verrichten, opleiding te geven en ondersteuning te verlenen, met name via open en flexibele leermaterialen, virtuele samenwerking en open leermiddelen.

Mobiliteitsactiviteiten

Mobiliteitsactiviteiten zijn een verplicht onderdeel van projecten in het kader van Fellowships voor het maatschappelijk middenveld voor jongeren. Voor alle andere typen capaciteitsopbouwprojecten zijn mobiliteitsactiviteiten facultatief.

Er zijn drie typen mobiliteitsactiviteiten:

  • Uitwisseling van jongeren tussen programmalanden en begunstigde partnerlanden;
  • Mobiliteit van jeugdwerkers. tussen programmalanden en begunstigde partnerlanden;
  • Vrijwilligerswerkactiviteiten van/naar begunstigde partnerlanden.

Uitwisseling van jongeren en mobiliteit van jeugdwerkers

Voor een gedetailleerde beschrijving van deze activiteiten zie “Kernactie 1: Mobiliteitsprojecten voor jongeren en jeugdwerkers” in deel B van deze gids.

Vrijwilligersactiviteiten

Vrijwilligersactiviteiten bieden jongeren tussen 17 en 30 jaar de mogelijkheid zich persoonlijk nuttig te maken door onbezoldigd en voltijds als vrijwilliger te werken in een ander land. Jonge vrijwilligers krijgen de kans een bijdrage te leveren aan de dagelijkse werkzaamheden van organisaties die actief zijn op de volgende gebieden: jongereninformatie, jeugdbeleid, persoonlijke en sociaalpedagogische ontwikkeling van jongeren, burgerzin, sociale zorg, inclusie van kansarmen, milieu, niet-formele onderwijsprogramma's, ICT- en mediageletterdheid, cultuur en creativiteit, ontwikkelingssamenwerking enz. Vrijwilligers kunnen hun vrijwilligerswerk individueel of in een groep uitvoeren.

De deelname aan een vrijwilligersactiviteit moet gratis zijn voor alle vrijwilligers, afgezien van een eventuele eigen bijdrage in reiskosten (wanneer die niet volledig worden gedekt door de Erasmus+-subsidie) en aanvullende kosten die geen verband houden met de uitvoering van de activiteit. De essentiële kosten om vrijwilligers te laten deelnemen aan de vrijwilligersactiviteit worden gedekt door de Erasmus+-subsidie of door andere financiële middelen die beschikbaar worden gesteld door de deelnemende organisaties. Kansarme jongeren krijgen extra steun om participatie mogelijk te maken.

De volgende activiteiten worden niet beschouwd als vrijwilligersactiviteiten die in aanmerking komen voor steun uit het Erasmus+-programma: incidenteel, ongestructureerd, deeltijds vrijwilligerswerk; een stage in een onderneming; een betaalde baan; een recreatieve of toeristische activiteit; een talencursus; de uitbuiting van goedkope arbeidskrachten; een studie- of beroepsopleidingsperiode in het buitenland.

Op basis van de geografische dekking wordt een onderscheid gemaakt tussen vier soorten capaciteitsopbouwprojecten:

  • Capaciteitsopbouwprojecten waaraan organisaties deelnemen die werkzaam zijn op het gebied van jeugdzaken in programmalanden en in de andere partnerlanden (van de regio's 5 tot 14; zie deel A van deze gids onder "Begunstigde landen")

Deze projecten, die zijn ingediend door organisaties uit programmalanden, zijn erop gericht de capaciteit van de organisaties te verhogen door middel van de uitvoering van activiteiten voor capaciteitsopbouw en kunnen ook mobiliteitsactiviteiten omvatten.

De volgende drie typen projecten worden uitgevoerd via “kaders” – de westelijke Balkan en Tunesië. Projecten worden ingediend door organisaties uit een van de partner-buurlanden van de Europese Unie uit het kader in kwestie; daarbij kunnen partnerorganisaties uit andere landen uit dezelfde regio worden betrokken. De term “kader” (de Engelse benaming “window”) verwijst naar het feit dat aanvullende EU-middelen aan het Erasmus+-programma worden toegewezen om meer kansen te creëren voor samenwerking in jeugdzaken met partner-buurlanden van de EU2.

  • Capaciteitsopbouwprojecten waaraan organisaties deelnemen die werkzaam zijn op het gebied van jeugdzaken in programmalanden en in de partnerlanden van de westelijke Balkan (regio 1; zie deel A van deze gids onder "Begunstigde landen") - projecten in het kader van "westelijke Balkan Jeugd" (Western Balkans Youth Window)

Deze projecten, die zijn ingediend door organisaties uit de westelijke Balkan (regio 1), zijn erop gericht de capaciteit van jeugdorganisaties te verhogen door middel van de uitvoering van activiteiten voor capaciteitsopbouw en kunnen ook mobiliteitsactiviteiten omvatten.

De projecten moeten de strategische samenwerking tussen jongerenorganisaties onderling en tussen jongerenorganisaties en overheidsinstanties bevorderen. De projecten moeten de capaciteit van jongerenraden, jongerenorganisaties, jongerenplatforms en lokale, regionale en nationale autoriteiten die zich met jongeren in de regio bezighouden, versterken, met bijzondere aandacht voor verzoening.

  • Capaciteitsopbouwprojecten waaraan organisaties deelnemen die werkzaam zijn op het gebied van jeugdzaken in programmalanden en in de partnerlanden van het oostelijk partnerschap (regio 2; zie deel A van deze gids onder "Begunstigde landen") - projecten in het kader van "oostelijk partnerschap Jeugd" (Eastern Partnership Youth Window)3.

Deze projecten, die zijn ingediend door organisaties uit de landen van het oostelijk partnerschap (regio 2), zijn erop gericht de capaciteit van jeugdorganisaties te verhogen door middel van een van de volgende twee soorten projecten:

- Fellowships voor het maatschappelijk middenveld voor jongeren:

Inclusieve en participatieve projecten zullen de capaciteit van jeugdorganisaties en jeugdwerkers versterken zodat zij in staat zullen zijn constructieve relaties op te bouwen met uiteenlopende partners, waaronder publieke organen en maatschappelijke organisaties. Geselecteerde jonge leiders – de "fellows" – uit de aanvragende organisaties zullen hun vaardigheden en competenties op het gebied van beleidsontwikkeling verbeteren door middel van mobiliteitsactiviteiten en werkzaamheden in gastorganisaties in de programmalanden. De activiteiten moeten transnationale niet-formele leermobiliteit inhouden, zoals regelingen voor mentorschap en job shadowing. In het kader van de projectuitvoering zullen de jonge leiders ook kleine projecten in verband met jeugdbeleid realiseren na hun terugkeer naar de uitzendende organisatie.

Dit type projecten moet mobiliteitsactiviteiten omvatten van de fellows uit de landen van het oostelijk partnerschap naar de programmalanden.

- Partnerschap voor ondernemerschap:

Projecten zullen onderwijs in ondernemerschap voor jongeren4 en maatschappelijk verantwoord ondernemen voor jongeren stimuleren door middel van transnationale niet-formele leerprojecten op basis van multilaterale partnerschappen tussen organisaties die actief zijn op de genoemde gebieden, met inbegrip van het bedrijfsleven. Voorrang zal worden gegeven aan projecten waarin praktische oplossingen worden aangereikt voor bestaande maatschappelijke uitdagingen in de gemeenschappen van oorsprong en waarin het economische potentieel van de regio ook wordt benut door de particuliere sector erbij te betrekken. Dit soort projecten kan ook mobiliteitsactiviteiten omvatten.

De Europese Commissie trekt ongeveer 60 % van de beschikbare middelen uit voor de "fellowships voor het maatschappelijk middenveld voor jongeren" en 40 % voor "partnerschap voor ondernemerschap".

  • Capaciteitsopbouwprojecten waaraan organisaties deelnemen die werkzaam zijn op het gebied van jeugdzaken in programmalanden en Tunesië5

Deze projecten, die zijn ingediend door organisaties uit Tunesië, zijn erop gericht de capaciteit van de organisaties te verhogen door middel van de uitvoering van activiteiten voor capaciteitsopbouw en kunnen ook mobiliteitsactiviteiten omvatten.

Bovenvermelde projecten in de drie kaders van de westelijke Balkan, de landen van het oostelijk partnerschap en de landen van het zuidelijke Middellandse Zeegebied worden ingediend door organisaties uit een van de partner-buurlanden van de Europese Unie uit de regio in kwestie; daarbij kunnen partnerorganisaties uit andere landen van dezelfde regio worden betrokken. De term "kader" (de Engelse benaming "Window") verwijst naar het feit dat aanvullende EU-middelen aan het Erasmus+-programma worden toegewezen om meer kansen te creëren voor samenwerking in jeugdzaken met partner-buurlanden van de EU.6.

Wat is de rol van de organisaties die betrokken zijn bij een capaciteitsopbouwproject?

Een capaciteitsopbouwproject is samengesteld uit:

  • Aanvrager/coördinator: organisatie die het projectvoorstel indient namens alle partners. Komt het project in aanmerking voor financiële steun, dan heeft dat tot gevolg dat de aanvrager/coördinator: 1) de financiële en juridische verantwoordelijkheid voor het hele project draagt jegens het Uitvoerend Agentschap; 2) het project coördineert in samenwerking met alle daarbij betrokken partners; 3) financiële steun uit het Erasmus+-programma ontvangt van de EU en die middelen moet verdelen onder de bij het project betrokken partners.
  • Partners: organisaties die actief bijdragen aan de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het capaciteitsopbouwproject.
  • Gelieerde entiteiten (facultatief): Organisaties die bijdragen tot de verwezenlijking van projectdoelstellingen en -activiteiten. Gelieerde entiteiten moeten in de subsidieaanvraag worden geïdentificeerd en voldoen aan de eisen van bijlage III (verklarende termenlijst) van deze programmagids.

Voorziet het project in de uitwisseling van jongeren, vrijwilligersactiviteiten en/of mobiliteit van jeugdwerkers, dan vervullen de deelnemende organisaties die bij deze activiteiten betrokken zijn de volgende rollen en taken:

  • Uitzendende organisatie: zendt jongeren uit naar het buitenland (en staat daarbij in voor het treffen van praktische regelingen, het voorbereiden van deelnemers voordat ze vertrekken en het ondersteunen van deelnemers in alle projectfasen).
  • Ontvangende organisatie: treedt op als gastorganisatie voor de activiteit, ontwikkelt een activiteitenprogramma voor deelnemers in samenwerking met deelnemers en partnerorganisaties, ondersteunt de deelnemers in alle projectfasen.

Voorts moet de deelname aan een vrijwilligersactiviteit gratis zijn voor alle vrijwilligers, afgezien van een eventuele eigen bijdrage in reiskosten (wanneer die niet volledig worden gedekt door de Erasmus+-subsidie) en onnodige uitgaven, die geen verband houden met de uitvoering van de activiteit. De essentiële kosten om vrijwilligers te laten deelnemen aan de activiteit worden gedekt door de Erasmus+-subsidie of door andere financiële middelen die beschikbaar worden gesteld door de deelnemende organisaties.

Welke criteria worden gehanteerd om een capaciteitsopbouwproject te evalueren?

Hieronder worden de formele criteria opgesomd waaraan een capaciteitsopbouwproject moet voldoen om in aanmerking te komen voor een subsidie uit het Erasmus+-programma:

Subsidiabiliteitscriteria

In aanmerking komende deelnemende organisaties

Een deelnemende organisatie kan een publieke of particuliere organisatie zijn, met aan haar gelieerde entiteiten (indien van toepassing), gevestigd in een programmaland of in een partnerland uit de regio's 1, 2, 5 tot en met 14 en Tunesië, zoals gedefinieerd onder "in aanmerking komende landen" van de E+-programmagids.

Voorbeelden van dergelijke organisaties zijn:

  • organisaties of verenigingen zonder winstoogmerk, niet-gouvernementele organisaties (ngo's), met inbegrip van Europese jeugd-ngo's;
  • nationale jeugdraden;
  • lokale, regionale of nationale publieke organen;
  • scholen/instituten/onderwijscentra (op elk niveau, van peuter- en kleuteronderwijs tot hoger secundair onderwijs, met inbegrip van beroepsonderwijs en volwassenenonderwijs);
  • kleine, middelgrote of grote ondernemingen uit de publieke of particuliere sector (met inbegrip van sociale ondernemingen);
  • sociale partners of andere vertegenwoordigers uit het beroepsleven, met inbegrip van kamers van koophandel, ambachtelijke/beroepsverenigingen en vakbonden;
  • instellingen voor hoger onderwijs;
  • onderzoeksinstellingen;
  • stichtingen;
  • centra voor interbedrijfsopleiding;
  • culturele organisaties, bibliotheken, musea;
  • verstrekkers van diensten inzake arbeidsadvisering en -informatie.

Wie kan een aanvraag indienen?

Alle:

  • organisaties of verenigingen zonder winstoogmerk, niet-gouvernementele organisaties (ngo's), met inbegrip van Europese jeugd-ngo's;
  • nationale jeugdraden;
  • publieke organen op lokaal, regionaal of nationaal niveau.

Voor projecten tussen programmalanden en andere partnerlanden uit de regio's 5 tot en met 14: De aanvrager moet gevestigd zijn in een programmaland en dient een aanvraag in namens alle organisaties die bij het project betrokken zijn. Andere soorten organisaties kunnen alleen als partner (niet als aanvrager) deelnemen.

Voor projecten in het kader van "westelijke Balkan Jeugd”:

De aanvrager moet gevestigd zijn in een partnerland van de westelijke Balkan (Regio 1).

Voor projecten in het kader van "oostelijk partnerschap Jeugd”:

De aanvrager moet gevestigd zijn in een land van het oostelijk partnerschap.

Naast bovengenoemde soorten aanvragende organisaties komen ook particuliere bedrijven, inclusief sociale ondernemingen, in aanmerking.

Voor projecten in het kader van "Tunesië Jeugd”:

De aanvrager moet gevestigd zijn in Tunesië.

Op de voorgeschreven uiterste datum voor het indienen van voorstellen moeten de aanvragers minstens één jaar wettelijk geregistreerd zijn.

Aantal deelnemende organisaties en profiel daarvan

Capaciteitsopbouwprojecten hebben een transnationale opzet, wat betekent dat minstens drie deelnemende organisaties uit drie verschillende landen betrokken zijn, waarvan minstens één programmaland en één begunstigd partnerland.

Bij projecten die in het kader van "westelijke Balkan Jeugd", "oostelijk partnerschap Jeugd" of "zuidelijk Middellandse Zeegebied Jeugd" worden gefinancierd, mogen geen deelnemende organisaties/deelnemers uit andere aangrenzende regio's betrokken zijn.

Projectduur

Van 9 maanden tot 2 jaar. De duur moet in de aanvraagfase worden gekozen op basis van de doelstelling van het project en het soort geplande activiteiten.

Waar aanvragen?

Bij het in Brussel gevestigde Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur.

Wanneer aanvragen?

De aanvragers moeten hun subsidieaanvraag uiterlijk indienen op:

  • 24 januari om 12 uur 's middags (Belgische tijd) voor projecten die van start gaan tussen 1 augustus en 31 december van datzelfde jaar

Hoe aanvragen?

In deel C van deze gids wordt uiteengezet hoe de aanvraag wordt ingediend.

Overige criteria

Een en dezelfde aanvrager mag ten hoogste één projectvoorstel indienen per uiterste termijn.

Voor iedere geplande projectactiviteit moet een tijdschema in het aanvraagformulier worden opgenomen.

 

Aanvullende subsidiabiliteitscriteria voor de uitwisseling van jongeren

Duur van de activiteit

5 tot 21 dagen, exclusief reistijd.

Locatie(s) van de activiteit

De activiteit moet plaatsvinden in het land van een van de deelnemende organisaties.  .

In aanmerking komende deelnemers

Jongeren tussen 13 en 30 jaar 7 die ingezetenen zijn van de landen van de uitzendende/ontvangende organisaties.

Aantal deelnemers

Minimaal 16 en maximaal 60 deelnemers (groepsleider(s) niet meegerekend).

Minimaal 4 deelnemers per groep (groepsleider(s) niet meegerekend).

Elke nationale groep moet minstens één groepsleider hebben. Een groepsleider is een volwassene die de deelnemers aan een uitwisseling van jongeren begeleidt om een doeltreffende leerervaring, bescherming en veiligheid te waarborgen.

 

Aanvullende subsidiabiliteitscriteria voor vrijwilligersactiviteiten

Accreditatie

Alle in een programmaland of in een partner-buurland van de EU gevestigde deelnemende organisaties moeten op de uiterste datum van indiening van de desbetreffende aanvraag in het bezit zijn van een geldige accreditatie of relevant kwaliteitslabel van het Europees Solidariteitskorps (meer informatie is te vinden in bijlage I bij deze gids).

Duur van de activiteit

Van 60 dagen tot 12 maanden.

Locatie(s) van de activiteit

Vrijwilligers uit een programmaland moeten hun vrijwilligerswerk uitvoeren in een van de partnerlanden die betrokken zijn bij het project.

Vrijwilligers uit een begunstigd partnerland moeten hun vrijwilligerswerk uitvoeren in een van de bij het project betrokken programmalanden.

In aanmerking komende deelnemers

Jongeren tussen 17 en 30 jaar8, afkomstig uit het land van de uitzendende organisatie.

Een vrijwilliger mag slechts aan één Erasmus+- of Europees Solidariteitskorps-vrijwilligersactiviteit deelnemen.

Uitzondering: vrijwilligers die een vrijwilligersactiviteit van maximaal 2 maanden hebben uitgevoerd, mogen deelnemen aan een aanvullende vrijwilligersactiviteit.

Aantal deelnemers

Maximaal 30 vrijwilligers voor het gehele capaciteitsopbouwproject.

 

Aanvullende subsidiabiliteitscriteria voor de mobiliteit van jeugdwerkers

Duur van de activiteit

5 dagen tot 2 maanden, exclusief reistijd.

Locatie(s) van de activiteit

De activiteit moet plaatsvinden in het land van een van de deelnemende organisaties.

In aanmerking komende deelnemers

Deelnemers moeten minimaal 18 jaar oud zijn. Geen maximale leeftijdsgrens.

De deelnemers, met uitzondering van opleiders en faciliterende medewerkers, moeten ingezetenen zijn van het land van de uitzendende of ontvangende organisatie. 

Aantal deelnemers

Maximaal 50 deelnemers (inclusief, indien van toepassing, opleiders en faciliterende medewerkers) in elke voor het project geplande activiteit.

 

Aanvragende organisaties worden getoetst aan de relevante uitsluitings- en selectiecriteria. Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

 

Toekenningscriteria

Het project wordt beoordeeld op grond van de volgende criteria:

Relevantie van het project

(maximaal 30 punten)

  • De relevantie van het voorstel voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de actie (zie het deel "Wat zijn de doelstellingen van een capaciteitsopbouwproject?");
  • De mate waarin:
  • de doelstellingen duidelijk worden afgebakend en realistisch van opzet zijn, en kwesties aanpakken die van belang zijn voor de deelnemende organisaties en doelgroepen;
  • het voorstel gericht is op innovatie en/of een aanvulling vormt op andere initiatieven die de deelnemende organisaties eerder hebben uitgevoerd;
  • de activiteiten voor capaciteitsopbouw duidelijk omschreven zijn en tot doel hebben de capaciteiten van de deelnemende organisaties te versterken;
  • kansarme jongeren bij het project betrokken zijn.

Wat betreft het kader “oostelijk partnerschap Jeugd”:

  • De mate waarin in het project:
    • betreffende partnerschappen voor ondernemerschap praktische oplossingen worden aangereikt voor bestaande maatschappelijke uitdagingen in landen van het oostelijk partnerschap, waaronder het benutten van het economische potentieel van de regio – ook door de particuliere sector erbij te betrekken.
    • betreffende Fellowships voor het maatschappelijk middenveld voor jongeren mobiliteitsactiviteiten worden aangereikt voor fellows uit landen van het oostelijk partnerschap naar Erasmus+-programmalanden.

Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering

(maximaal 30 punten)

  • De duidelijkheid, volledigheid en kwaliteit van het werkprogramma, met inbegrip van geschikte fasen ter voorbereiding, uitvoering, controle, evaluatie en verspreiding;
  • De consistentie tussen de projectdoelstellingen en de voorgestelde activiteiten;
  • De kwaliteit van de voorgestelde niet-formele leermethoden;
  • De kwaliteit van regelingen met het oog op de erkenning en validering van leerresultaten van de deelnemers, alsook het consistente gebruik van de Europese instrumenten voor transparantie en erkenning;
  • Het bestaan en de relevantie van kwaliteitscontrolemaatregelen die ten doel hebben te waarborgen dat het project op kwalitatief hoogstaande wijze, op tijd en binnen het budget wordt voltooid;
  • De mate waarin het project economisch verantwoord (kosteneffectief) is en geschikte middelen toewijst aan elke activiteit.

Indien het project voorziet in mobiliteitsactiviteiten:

  • De geschiktheid van maatregelen om deelnemers te selecteren voor en/of te betrekken bij de mobiliteitsactiviteiten.

Kwaliteit van het projectteam en de samenwerkingsregelingen

(maximaal 20 punten)

  • De mate waarin:
  • het project op passende wijze is samengesteld uit complementaire deelnemende organisaties die over het vereiste profiel, de nodige ervaring en deskundigheid beschikken om het project in elk opzicht met succes te voltooien;
  • de verdeling van verantwoordelijkheden en taken een afspiegeling is van de inzet en actieve bijdrage van alle deelnemende organisaties.
  • Het bestaan van doeltreffende mechanismen voor coördinatie en communicatie, niet alleen tussen de deelnemende organisaties, maar ook met andere relevante belanghebbenden.

Effect en verspreiding

(maximaal 20 punten)

  • De kwaliteit van maatregelen om de projectresultaten te evalueren;
  • De potentiële effecten van het project:
  • op deelnemers en deelnemende organisaties tijdens en na afloop van het project;
  • buiten de organisaties en personen die rechtstreeks deelnemen aan het project, op lokaal, regionaal, nationaal en/of internationaal niveau.
  • De kwaliteit van het verspreidingsplan: de geschiktheid en kwaliteit van maatregelen met het oog op de verspreiding van de projectresultaten binnen de deelnemende organisaties en daarbuiten;
  • Voor zover van toepassing, beschrijft het voorstel hoe geproduceerde documenten, materiaal en media vrij toegankelijk worden gemaakt en gepromoot onder open licenties en legt het geen onevenredige beperkingen op;
  • De kwaliteit van de plannen om het project duurzaam te maken: de mate waarin het project effecten en resultaten kan blijven opleveren nadat de EU-subsidie is opgebruikt.

 

De voorstellen moeten een minimumscore van 60 punten behalen om voor financiële steun in aanmerking te komen. Bovendien moeten de voorstellen een score behalen van minstens de helft van het maximumaantal punten in elke categorie van de hierboven vermelde toekenningscriteria (dat wil zeggen ten minste 15 punten voor de categorieën "Relevantie van het project" en "Effect en verspreiding"; 10 punten voor de categorieën "Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering" en "Kwaliteit van het projectteam en de samenwerkingsregelingen").


Wat moet u nog weten over deze actie?

Buitengewone kosten voor dure reizen

Aanvragers voor mobiliteitsactiviteiten kunnen financiële steun aanvragen onder de begrotingsrubriek “buitengewone kosten” (tot een maximum van 80% van het totaal aan subsidiabele kosten: zie ook “Wat zijn de financieringsregels?”). Dit zal worden toegestaan op voorwaarde dat de aanvrager kan aantonen dat volgens de standaardfinancieringsregels (gebaseerd op de eenheidskosten per reisafstand) niet minimaal 70% van de reiskosten van de deelnemers is gedekt. Indien deze worden toegekend, vervangen de buitengewone kosten voor dure reizen de standaardreissubsidie.

Wat zijn de financieringsregels?

Het projectbudget wordt opgesteld met inachtneming van de volgende financieringsregels (in euro):

Maximumsubsidie voor een capaciteitsopbouwproject:          150 000 euro

Subsidiabele kosten

Financieringsmechanisme

Bedrag

Toewijzingsregel

Activiteitskosten

Kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van activiteiten voor capaciteitsopbouw van het project (exclusief mobiliteitsactiviteiten), met inbegrip van:

  • Personeelskosten (uitsluitend vaste medewerkers en beperkt tot 20% van de subsidiabele directe kosten van de capaciteitsopbouwprojecten)
  • ICT-kosten (informatie- en communicatietechnologie)
  • Transnationale projectbijeenkomsten tussen projectpartners met het oog op de uitvoering en voor coördinatiedoeleinden, conferenties en grootschalige jeugdevenementen (exclusief reiskosten):
    • kost en inwoning, inclusief lokaal vervoer
    • visum- en verzekeringskosten
    • huur van ruimten voor bijeenkomsten, conferenties en andere evenementen
    • tolkkosten
    • kosten voor externe sprekers (met inbegrip van verblijfs- en maaltijdkosten; plaatselijk vervoer)
  • intellectuele prestaties en verspreiding van projectresultaten
    • productie
    • vertaling
    • verspreidings- en/of informatiekosten
  • Consultaties, workshops, opiniepeilingen van jongeren op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau, voor zover nodig voor de verwezenlijking van de projectdoelstellingen.
  • Taalkundige, interculturele, taakgerelateerde voorbereiding van deelnemers aan mobiliteitsactiviteiten.
  • Kosten voor de financiële audit van het project (indien het verzochte bedrag groter is dan 60.000 EUR)

Indirecte kosten:

Een vast bedrag van ten hoogste 7 % van de subsidiabele directe projectkosten is subsidiabel als indirecte kosten, zijnde de door de begunstigde gemaakte algemene administratiekosten die nog niet eerder gedekt zijn door de subsidiabele directe kosten (bijvoorbeeld elektriciteits- of internetkosten, kosten voor lokalen enzovoort).

Werkelijke kosten

Maximaal 80 % van de totale subsidiabele kosten.

Voorwaardelijk: het gevraagde budget moet gerechtvaardigd zijn ten opzichte van de geplande activiteiten.

Reiskosten

Reiskosten voor transnationale projectbijeenkomsten tussen projectpartners met het oog op de uitvoering en voor coördinatiedoeleinden, conferenties en grootschalige jeugdevenementen:

Tegemoetkoming in de eenheidskosten

Voor een reisafstand tussen 10 en 99 km:

20 euro per deelnemer

Op basis van de reisafstand per deelnemer. De reisafstand moet worden berekend met behulp van het door de Europese Commissie ondersteunde instrument voor afstandsberekening. De aanvrager moet de afstand van een enkele reis vermelden voor de berekening van het EU-subsidiebedrag voor de heen- en terugreis

Voor een reisafstand tussen 100 en 499 km:

180 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 500 en 1 999 km:

275 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 2 000 en 2 999 km:

360 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 3 000 en 3 999 km:

530 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 4 000 en 7 999 km:

820 euro per deelnemer

Voor een reisafstand van 8 000 km of meer:

1 500 euro per deelnemer9

 

A) Financieringsregels voor de uitwisseling van jongeren in het kader van het capaciteitsopbouwproject (facultatieve steun)

Subsidiabele kosten

Financieringsmechanisme

Bedrag

Toewijzingsregel

Reiskosten

Tegemoetkoming in de kosten die deelnemers, met inbegrip van begeleiders, maken om van de plaats van oorsprong naar de locatie van de activiteit en terug te reizen.

Tegemoetkoming in de eenheidskosten

Voor een reisafstand tussen 10 en 99 km:

20 euro per deelnemer

Op basis van de reisafstand per deelnemer. De reisafstand moet worden berekend met behulp van het door de Europese Commissie ondersteunde instrument voor afstandsberekening10. De aanvrager moet de afstand van een enkele reis vermelden voor de berekening van het EU-subsidiebedrag voor de heen- en terugreis11  

Voor een reisafstand tussen 100 en 499 km:

180 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 500 en 1 999 km:

275 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 2 000 en 2 999 km:

360 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 3 000 en 3 999 km:

530 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 4 000 en 7 999 km:

820 euro per deelnemer

Voor een reisafstand van 8 000 km of meer:

1500 euro per deelnemer

Organisatorische steun

Kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van mobiliteitsactiviteiten binnen het project (met inbegrip van kosten voor voorbereidende activiteiten, voedsel, accommodatie, lokaal vervoer, lokalen, verzekering, uitrusting en materiaal, evaluatie, verspreiding en benutting van resultaten en follow-upactiviteiten).

Tegemoetkoming in de eenheidskosten

B4.1 per dag per deelnemer12

Op basis van de verblijfsduur per deelnemer (indien nodig, met inbegrip van één reisdag vóór de activiteit en één reisdag na de activiteit).

Steun voor personen met specifieke behoeften

Extra kosten die rechtstreeks verband houden met deelnemers met een handicap en begeleiders (met inbegrip van reis- en verblijfkosten, indien gerechtvaardigd en voor zover voor deze deelnemers geen subsidie is aangevraagd in het kader van de rubrieken "reiskosten" of "organisatorische steun").

Werkelijke kosten

100% van de subsidiabele kosten

Voorwaardelijk: het verzoek om financiële steun ter dekking van specifieke behoeften moet met redenen worden omkleed in het aanvraagformulier

Buitengewone kosten

Kosten ter bevordering van de deelname van kansarme jongeren onder gelijke voorwaarden (exclusief reis- en verblijfkosten voor deelnemers).

Visum- en visumgerelateerde kosten, verblijfsvergunningen, vaccinaties, medische certificering.

Hoge reiskosten van deelnemers (voor meer informatie, zie het deel "Wat moet u nog meer weten over deze actie?").

Werkelijke kosten

Hoge reiskosten: maximaal 80% van de subsidiabele kosten

Andere kosten: 100% van de subsidiabele kosten

Voorwaardelijk: het verzoek om financiële steun ter dekking van buitengewone kosten moet met redenen worden omkleed in het aanvraagformulier

 

B) Financieringsregels voor de vrijwilligersactiviteiten in het kader van het capaciteitsopbouwproject (facultatieve steun)

Subsidiabele kosten

Financieringsmechanisme

Bedrag

Toewijzingsregel

Reiskosten

Tegemoetkoming in de kosten die deelnemers, met inbegrip van begeleiders, maken om van de plaats van oorsprong naar de locatie van de activiteit en terug te reizen

Tegemoetkoming in de eenheidskosten

Voor een reisafstand tussen 10 en 99 km:

20 euro per deelnemer

Op basis van de reisafstand per deelnemer. De reisafstand moet worden berekend met behulp van het door de Europese Commissie ondersteunde instrument voor afstandsberekening13. De aanvrager moet de afstand van een enkele reis vermelden voor de berekening van het EU-subsidiebedrag voor de heen- en terugreis14

Voor een reisafstand tussen 100 en 499 km:

180 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 500 en 1 999 km:

275 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 2 000 en 2 999 km:

360 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 3 000 en 3 999 km:

530 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 4 000 en 7 999 km:

820 euro per deelnemer

Voor een reisafstand van 8 000 km of meer:

1500 euro per deelnemer

Organisatorische steun

Kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van mobiliteitsactiviteiten binnen het project (met inbegrip van kosten voor voorbereidende activiteiten, voedsel, accommodatie, lokaal vervoer, lokalen, verzekering, uitrusting en materiaal, evaluatie, verspreiding en benutting van resultaten en follow-upactiviteiten).

Tegemoetkoming in de eenheidskosten

B4.3 per dag per vrijwilliger15

Op basis van de verblijfsduur per deelnemer (indien nodig, met inbegrip van één reisdag vóór de activiteit en één reisdag na de activiteit)

Individuele steun

"Zakgeld" voor de vrijwilliger voor aanvullende persoonlijke uitgaven.

Tegemoetkoming in de eenheidskosten

B4.4 per dag per vrijwilliger

Op basis van de verblijfsduur per deelnemer (indien nodig, met inbegrip van één reisdag vóór de activiteit en één reisdag na de activiteit)

Steun voor personen met specifieke behoeften

Verblijfkosten van begeleiders en reiskosten, indien gerechtvaardigd en voor zover voor deze deelnemers geen subsidie is aangevraagd in het kader van de rubriek "reiskosten". Extra kosten die rechtstreeks verband houden met deelnemers met een handicap (met inbegrip van reis- en verblijfkosten, indien gerechtvaardigd en voor zover voor deze deelnemers geen subsidie is aangevraagd in het kader van de rubrieken "reiskosten" of "organisatorische steun").

Werkelijke kosten

100% van de subsidiabele kosten

Voorwaardelijk: het verzoek om financiële steun ter dekking van specifieke behoeften moet met redenen worden omkleed in het aanvraagformulier

Buitengewone kosten

Kosten ter bevordering van de deelname van kansarme jongeren onder gelijke voorwaarden, met inbegrip van specifieke voorbereiding en versterkt mentorschap (exclusief reiskosten en organisatorische steun voor deelnemers en begeleiders).

Visum- en visumgerelateerde kosten, verblijfsvergunningen, vaccinaties, medische certificering.

Hoge reiskosten van deelnemers (voor meer informatie, zie het deel "Wat moet u nog meer weten over deze actie?").

Werkelijke kosten

Hoge reiskosten: maximaal 80% van de subsidiabele kosten

Andere kosten: 100% van de subsidiabele kosten

Voorwaardelijk: het verzoek om financiële steun ter dekking van buitengewone kosten moet met redenen worden omkleed in het aanvraagformulier

 

C) Financieringsregels voor de mobiliteit van jeugdwerkers in het kader van het capaciteitsopbouwproject (facultatieve steun)

Subsidiabele kosten

Financieringsmechanisme

Bedrag

Toewijzingsregel

Reiskosten

Tegemoetkoming in de kosten die deelnemers, met inbegrip van begeleiders, maken om van de plaats van oorsprong naar de locatie van de activiteit en terug te reizen

Tegemoetkoming in de eenheidskosten

Voor een reisafstand tussen 10 en 99 km:

20 euro per deelnemer

Op basis van de reisafstand per deelnemer. De reisafstand moet worden berekend met behulp van het door de Europese Commissie ondersteunde instrument voor afstandsberekening16. De aanvrager moet de afstand van een enkele reis vermelden voor de berekening van het EU-subsidiebedrag voor de heen- en terugreis17

Voor een reisafstand tussen 100 en 499 km:

180 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 500 en 1 999 km:

275 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 2 000 en 2 999 km:

360 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 3 000 en 3 999 km:

530 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 4 000 en 7 999 km:

820 euro per deelnemer

Voor een reisafstand van 8 000 km of meer:

1500 euro per deelnemer

Organisatorische steun

Kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van mobiliteitsactiviteiten binnen het project (met inbegrip van kosten voor voorbereidende activiteiten, voedsel, accommodatie, lokaal vervoer, lokalen, verzekering, uitrusting en materiaal, evaluatie, verspreiding en benutting van resultaten en follow-upactiviteiten).

Tegemoetkoming in de eenheidskosten

B4.2 per deelnemer18 per dag. Maximaal 1 100 euro per deelnemer.  

Op basis van de verblijfsduur per deelnemer (indien nodig, met inbegrip van één reisdag vóór de activiteit en één reisdag na de activiteit).

Steun voor personen met specifieke behoeften

Extra kosten die rechtstreeks verband houden met deelnemers met een handicap en begeleiders (met inbegrip van reis- en verblijfkosten, indien gerechtvaardigd en voor zover voor deze deelnemers geen subsidie is aangevraagd in het kader van de rubrieken "reiskosten" of "organisatorische steun").

Werkelijke kosten

100% van de subsidiabele kosten

Voorwaardelijk: het verzoek om financiële steun ter dekking van specifieke behoeften moet met redenen worden omkleed in het aanvraagformulier

Buitengewone kosten

Visum- en visumgerelateerde kosten, verblijfsvergunningen, vaccinaties, medische certificering.

Hoge reiskosten (voor meer informatie, zie het deel "Wat moet u nog meer weten over deze actie?").

Kosten ter bevordering van de deelname van kansarme jongeren onder gelijke voorwaarden, met inbegrip van specifieke voorbereiding en versterkt mentorschap (exclusief reiskosten en organisatorische steun voor deelnemers). Dit kan taalondersteuning (bv. een tolk) omvatten om jongerenwerkers met onvoldoende kennis van de taal van de activiteit in staat te stellen deel te nemen.

Werkelijke kosten

Hoge reiskosten: maximaal 80% van de subsidiabele kosten

Andere kosten: 100% van de subsidiabele kosten

Voorwaardelijk: het verzoek om financiële steun ter dekking van buitengewone kosten moet met redenen worden omkleed in het aanvraagformulier

 

D) Organisatorische en individuele steun

De steunbedragen hangen af van het land waar de mobiliteitsactiviteit plaatsvindt.

Organisatorische steun

Individuele steun

Uitwisseling van jongeren (in euro per dag)

Mobiliteit van jeugdwerkers

(in euro per dag)

Vrijwilligersactiviteiten

(in euro per dag)

B4.1

B4.2

B4.3

B4.4

België

42

65

26

4

Bulgarije

32

53

17

4

Tsjechië

32

54

17

5

Denemarken

45

72

26

6

Duitsland

41

58

23

5

Estland

33

56

18

4

Ierland

49

74

26

6

Griekenland

38

71

21

5

Spanje

34

61

18

5

Frankrijk

38

66

20

6

Kroatië

35

62

19

5

Italië

39

66

21

5

Cyprus

32

58

21

5

Letland

34

59

19

4

Litouwen

34

58

18

4

Luxemburg

45

66

26

5

Hongarije

33

55

17

5

Malta

39

65

22

5

Nederland

45

69

26

5

Oostenrijk

45

61

23

5

Polen

34

59

18

4

Portugal

37

65

20

5

Roemenië

32

54

17

3

Servië

29

48 15 3
Slovenië 34 60 20 4

Slowakije

35

60

19

5

Finland

45

71

26

5

Zweden

45

70

26

5

Verenigd Koninkrijk

45

76

26

6

Republiek Noord-Macedonië

28

45

15

3

IJsland

45

71

26

6

Liechtenstein

45

74

24

6

Noorwegen

50

74

26

6

Turkije

32

54

17

4

Partnerland

29

48

15

3

  • 1. In het kader van deze actie is regio te verstaan als een groepering van landen die behoren tot een bepaald macrogeografisch gebied.
  • 2. Aan mobiliteitsactiviteiten die in samenwerking met partner-buurlanden van de EU worden uitgevoerd maar door een partnerorganisatie uit een programmaland zijn ingediend, kan steun worden verleend via kernactie 1: mobiliteitsproject voor jongeren en jeugdwerkers en kernactie 3: dialoogprojecten voor jongeren.
  • 3. Gefinancierd door het programma EU4youth.
  • 4. Ondernemerschap houdt niet alleen de zakelijke dimensie in, maar wordt ook opgevat als een manier om vaardigheden te ontwikkelen zoals bereidheid om risico's te nemen en probleemoplossend vermogen, waarmee doelen in het leven en in het onderwijs kunnen worden verwezenlijkt.
  • 5. Voor deze actie moet goedkeuring worden verleend door het Comité van het Europees nabuurschapsinstrument (ENI).
  • 6. Aan mobiliteitsactiviteiten die in samenwerking met partner-buurlanden van de EU worden uitgevoerd, maar door een partnerorganisatie uit een programmaland zijn ingediend, kan steun worden verleend via kernactie 1: mobiliteitsproject voor jongeren en jeugdwerkers en kernactie 3: ontmoetingen tussen jongeren en beleidsmakers op het gebied van jeugdzaken.
  • 7. Verder moet rekening worden gehouden met:: 

    minimale leeftijdsgrenzen - deelnemers moeten de minimumleeftijd hebben bereikt op de dag dat de activiteit van start gaat;

    maximale leeftijdsgrenzen - deelnemers mogen niet ouder zijn dan de aangegeven maximumleeftijd op de uiterste datum van indiening van de aanvraag.

  • 8. Zie bovenstaande voetnoot.
  • 9. Met inbegrip van opleiders, faciliterende medewerkers en begeleiders.
  • 10. http://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/tools/distance_nl.htm
  • 11. Indien bijvoorbeeld iemand uit Madrid (Spanje) meedoet aan een activiteit in Rome (Italië), moet de aanvrager a) de afstand van Madrid naar Rome berekenen (1 365,28 km); b) de toepasselijke reisafstandcategorie selecteren (bv. tussen 500 en 1 999 km) en c) de EU-subsidie die een bijdrage zal leveren aan de reiskosten van de deelnemer van Madrid naar Rome en terug berekenen (275 euro).
  • 12. Met inbegrip van groepsleiders en begeleidende personen.
  • 13. http://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/tools/distance_nl.htm
  • 14. Indien bijvoorbeeld iemand uit Madrid (Spanje) meedoet aan een activiteit in Rome (Italië), moet de aanvrager a) de afstand van Madrid naar Rome berekenen (1 365,28 km); b) de toepasselijke reisafstandcategorie selecteren (bv. tussen 500 en 1 999 km) en c) de EU-subsidie die een bijdrage zal leveren aan de reiskosten van de deelnemer van Madrid naar Rome en terug berekenen.
  • 15. Met inbegrip van de begeleiders voor kansarme vrijwilligers.
  • 16. http://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/tools/distance_nl.htm
  • 17. Indien bijvoorbeeld iemand uit Madrid (Spanje) meedoet aan een activiteit in Rome (Italië), moet de aanvrager a) de afstand van Madrid naar Rome berekenen (1 365,28 km); b) de toepasselijke reisafstandcategorie selecteren (bv. tussen 500 en 1 999 km) en c) de EU-subsidie die een bijdrage zal leveren aan de reiskosten van de deelnemer van Madrid naar Rome en terug berekenen (275 euro).   
  • 18. Met inbegrip van opleiders, faciliterende medewerkers en begeleiders.