Inhoudstafel
Zoeken in de gids

Mobiliteitsproject voor lerenden en personeel van beroepsonderwijs en -opleiding

Organisaties kunnen op twee manieren financiële steun aanvragen voor een mobiliteitsproject voor lerenden en personeel van beroepsonderwijs en -opleiding:

  • Elke in aanmerking komende organisatie kan financiële steun aanvragen voor mobiliteitsprojecten voor lerenden en personeel van beroepsonderwijs en -opleiding zonder het Erasmus+ mobiliteitshandvest voor beroepsonderwijs en -opleiding
  • Organisaties met een bewezen reputatie die een geldig Erasmus+ mobiliteitshandvest voor beroepsonderwijs en -opleiding hebben, kunnen via een snelprocedure financiële steun aanvragen voor mobiliteitsprojecten voor lerenden en personeel van beroepsonderwijs en -opleiding met het Erasmus+ mobiliteitshandvest voor beroepsonderwijs en -opleiding.

De subsidiabiliteits- en toekenningscriteria voor deze twee aanvraagmogelijkheden worden beschreven in de relevante delen binnen deze actie.

ErasmusPro: steun voor langdurige mobiliteit voor lerenden of pas afgestudeerden in het beroepsonderwijs

In december 2016 werd met de mededeling "Investeren in de jongeren van Europa" het startsein gegeven voor "ErasmusPro", een beleidsinitiatief dat gericht is op het vergroten van de langdurige mobiliteit in het buitenland voor leerlingen in beroepsonderwijs en -opleiding, waaronder leerlingen of pas afgestudeerden. ErasmusPro komt tegemoet aan de verzoeken van het Europees Parlement, het bedrijfsleven en andere belanghebbenden in beroepsonderwijs en -opleiding om de kwaliteit, de aantrekkelijkheid en de inzetbaarheid van lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding te vergroten door middel van langdurige stages in het buitenland.

Mobiliteit in beroepsonderwijs en -opleiding heeft een duidelijke waarde omdat het jongeren helpt zich open te stellen, hun sociale, professionele en transversale vaardigheden te verruimen, meer zin voor innovatie en initiatief en een gevoel van Europees burgerschap te ontwikkelen. Het is een middel om de algemene prestaties van de organisaties (zowel organisaties voor beroepsonderwijs en -opleiding als bedrijven) die bij dergelijke praktijken betrokken zijn, te verbeteren door duurzame internationaliseringsstrategieën te ontwikkelen en tegelijkertijd bedrijven te helpen de juiste vaardigheden te vinden om hun concurrentievermogen te vergroten. Langdurige stages in het buitenland hebben een hogere toegevoegde waarde voor lerenden in termen van het ontwikkelen van baanspecifieke vaardigheden en een nog betere kennis van de vreemde taal, cultuur en werkomgeving, waardoor hun inzetbaarheid wordt vergroot.

Dit mobiliteitsproject kan uit een of meer van de volgende activiteiten bestaan:

Mobiliteit van lerenden:

  • Mobiliteit in organisaties voor beroepsonderwijs en -opleiding en/of bedrijven in het buitenland, van 2 weken tot minder dan 3 maanden;
  • Langdurige mobiliteit in organisaties voor beroepsonderwijs en -opleiding en/of bedrijven in het buitenland (ErasmusPro), van 3 tot 12 maanden.

Deze activiteiten staan open voor lerenden uit beroepsonderwijs en -opleiding (inclusief leerlingen) in beroepsopleidingsorganisaties (organisaties voor van beroepsonderwijs en -opleiding). Om de inzetbaarheid van lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding te vergroten en hun overgang naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken, kunnen recent afgestudeerden (minder dan twaalf maanden na hun afstuderen) ook aan deze activiteiten deelnemen. De activiteiten kunnen bestaan uit een volwaardige stage voor lerenden bij een bedrijf of andere organisatie, of bij een aanbieder van beroepsonderwijs en -opleiding (school, instelling of andere organisatie voor beroepsonderwijs) met een combinatie van schoolonderwijs en een sterk werkgebaseerde component (stages). Bij langdurige mobiliteit (ErasmusPro) kan de ontvangende organisatie ook een aanbieder van beroepsonderwijs en -opleiding zijn, maar de activiteit moet een duidelijk werkgebaseerde leercomponent hebben, meestal in de vorm van een stage bij een bedrijf.

Elke mobiliteitsactiviteit vindt plaats overeenkomstig een kwaliteitskader dat een studieovereenkomst omvat en dat vooraf door de uitzendende en ontvangende organisaties wordt overeengekomen om de hoge kwaliteit van de activiteit te waarborgen.

De leerresultaten worden formeel erkend en gevalideerd op institutioneel niveau; zo nodig worden cursusinhouden aangepast zodat de mobiliteitsperiode in het buitenland goed aansluit bij de beroepsopleiding waarvoor de leerling/student is ingeschreven.

In het kader van ErasmusPro-activiteiten kunnen korte voorbereidende bezoeken van personeel van uitzendende naar gastorganisaties (organisaties voor beroepsonderwijs en -opleidingen/of bedrijven) worden gefinancierd om interinstitutionele samenwerking te vergemakkelijken, de mobiliteit beter voor te bereiden en de hoge kwaliteit ervan te waarborgen.

 

Personeelsmobiliteit:

  • Onderwijs- en opleidingsopdrachten: deze activiteit stelt personeel van organisaties voor beroepsonderwijs en -opleiding in staat onderwijs te geven bij een partnerorganisatie voor beroepsonderwijs en -opleiding in het buitenland. Ook personeel van ondernemingen krijgt via deze activiteit de kans opleiding te geven bij een organisatie voor beroepsonderwijs en -opleiding in het buitenland.
  • Opleiding van personeel: deze activiteit ondersteunt de beroepsontwikkeling van personeel van beroepsonderwijs en -opleiding in de vorm van een stage of job shadowing/een observatieperiode in het buitenland in een onderneming of andere organisatie voor beroepsonderwijs en -opleiding.

De leermobiliteit van personeel die door Erasmus+ wordt ondersteund, moet:

  • passen in een strategische aanpak van de deelnemende organisaties (met het oog op de modernisering en internationalisering van hun missie);
  • tegemoetkomen aan duidelijk onderkende behoeften inzake personeelsontwikkeling en worden geflankeerd door passende selectie-, voorbereidings- en follow-upmaatregelen;
  • waarborgen dat de leerresultaten van deelnemende personeelsleden naar behoren worden erkend, en ervoor zorgen dat ze worden verspreid en algemeen worden toegepast binnen de organisatie.

Deze activiteiten bieden personeel van scholen voor beroepsonderwijs en -opleiding ook de kans competentie te verwerven om in te spelen op de behoeften van lerenden uit kansarme milieus. Gezien de huidige context met betrekking tot jonge migranten, vluchtelingen en asielzoekers zal ook bijzondere aandacht uitgaan naar de ondersteuning van opleidingsprojecten voor personeel van scholen voor beroepsonderwijs en -opleiding op gebieden zoals de opleiding van vluchtelingenkinderen, interculturele lesomgevingen, onderwijs aan jongeren in hun tweede taal en verdraagzaamheid en verscheidenheid in de klas.

Wat is de rol van de organisaties die aan dit project deelnemen?

De organisaties die deelnemen aan het mobiliteitsproject vervullen de volgende rollen en taken:

  • Aanvragende organisatie: vraagt het mobiliteitsproject aan, ondertekent en beheert de subsidieovereenkomst en brengt verslag uit. De aanvrager kan een consortiumcoördinator zijn die aan het hoofd staat van een nationaal mobiliteitsconsortium van partnerorganisaties in hetzelfde land met het doel lerenden en personeel van beroepsonderwijs en -opleiding uit te zenden zodat ze kunnen deelnemen aan activiteiten in het buitenland. De coördinator van een nationaal mobiliteitsconsortium kan ook, zij het niet noodzakelijkerwijs, optreden als uitzendende organisatie.
  • Uitzendende organisatie: selecteert lerenden en personeel van beroepsonderwijs en -opleiding en zendt ze uit naar het buitenland.
  • Ontvangende organisatie: ontvangt lerenden en personeel van beroepsonderwijs en -opleiding uit het buitenland en biedt hun een activiteitenprogramma, of geniet een door dit personeel gegeven opleidingsactiviteit.
  • Intermediaire organisatie: een organisatie die actief is op de arbeidsmarkt of op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugd en die geen uitzendende organisatie is, maar die met haar deskundigheid de uitzendende organisaties voor beroepsonderwijs en -opleiding kan bijstaan met administratieve procedures, praktische regelingen, het afstemmen van leerling/leerlingenprofielen op de behoeften van bedrijven in het geval van stages, en het voorbereiden van de deelnemers. Indien de intermediaire organisatie een partner in een nationaal mobiliteitsconsortium is, moet haar bijdrage duidelijk worden omschreven als onderdeel van de projectaanvraag. Indien de intermediaire organisatie geen deel uitmaakt van een nationaal mobiliteitsconsortium, wordt de aanvragende organisaties ten sterkste aangeraden formeel een reeks rechten en plichten vast te stellen wanneer zij samenwerken met dergelijke intermediaire organisaties.

De uitzendende en ontvangende organisaties moeten vóór het begin van de mobiliteitsperiode overeenstemming bereiken met de lerenden/personeelsleden over de uit te voeren activiteiten, respectievelijk in een studieovereenkomst wat de lerenden betreft en in een mobiliteitsovereenkomst wat de personeelsleden betreft. In deze overeenkomsten worden de nagestreefde leerresultaten voor de leerperiode in het buitenland vastgesteld, worden de vormvoorschriften inzake erkenning gespecificeerd en worden de rechten en verplichtingen van elke partij opgesomd.

Lerenden van beroepsonderwijs en -opleiding die gedurende 19 dagen of langer aan een mobiliteitsactiviteit deelnemen, komen in aanmerking voor taalkundige ondersteuning. Daartoe wordt gedurende de looptijd van het programma geleidelijk een onlinedienst voor taalkundige ondersteuning ingevoerd. De Europese Commissie maakt deze dienst toegankelijk voor jongeren die in aanmerking komen voor deelneming zodat zij hun kennis van vreemde talen kunnen toetsen en, waar nodig, de meest geschikte methode voor taalonderwijs kunnen kiezen vóór en/of tijdens de mobiliteitsperiode (zie bijlage I bij deze gids voor meer bijzonderheden).

Mobiliteitsproject voor lerenden en personeel van beroepsonderwijs en -opleiding zonder Erasmus+-mobiliteitshandvest voor beroepsonderwijs en -opleiding

Welke criteria worden gehanteerd om dit project te evalueren?

Hieronder worden de formele criteria opgesomd waaraan een mobiliteitsproject voor beroepsonderwijs en -opleiding moet voldoen om in aanmerking te komen voor een subsidie uit het Erasmus+-programma:

 

Algemene subsidiabiliteitscriteria

Subsidiabele activiteiten

Een mobiliteitsproject voor beroepsonderwijs en -opleiding moet uit een of meer van de volgende activiteiten bestaan:

  • Mobiliteit in organisaties voor beroepsonderwijs en -opleiding en/of bedrijven in het buitenland, van 2 weken tot minder dan 3 maanden;
  • Langdurige mobiliteit in organisaties voor beroepsonderwijs en -opleiding en/of bedrijven in het buitenland (ErasmusPro), van 3 tot 12 maanden.
  • onderwijs- en opleidingsopdrachten in het buitenland;
  • opleiding van personeel in het buitenland.

Voor deelneming in aanmerking komende organisaties

Deelnemende organisaties kunnen zijn:

  • publieke of particuliere organisaties (of vestigingen/afdelingen daarvan) die actief zijn op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding (organisaties voor beroepsonderwijs en opleiding); of
  • elke publieke of particuliere organisatie die actief is op de arbeidsmarkt ("onderneming" genoemd)

Voorbeelden van dergelijke organisaties zijn:

  • scholen/instituten/centra voor beroepsonderwijs en -opleiding;
  • kleine, middelgrote of grote ondernemingen uit de publieke of particuliere sector (met inbegrip van sociale ondernemingen);
  • sociale partners of andere vertegenwoordigers uit het beroepsleven, met inbegrip van kamers van koophandel, ambachtelijke/beroepsverenigingen en vakbonden;
  • lokale, regionale of nationale publieke organen;
  • onderzoeksinstellingen;
  • stichtingen;
  • scholen/instituten/onderwijscentra (op elk niveau, van peuter- en kleuteronderwijs tot hoger secundair onderwijs, met inbegrip van volwassenenonderwijs);
  • organisaties of verenigingen zonder winstoogmerk, niet-gouvernementele organisaties (ngo's);
  • verstrekkers van diensten inzake studie- en beroepskeuzevoorlichting;
  • beleidsorganen op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding.

Elke organisatie moet gevestigd zijn in een programmaland.

Wie kan een aanvraag indienen?

  • Een organisatie voor beroepsonderwijs en -opleiding (of vestiging/afdeling daarvan) die lerenden en personeel uitzendt naar het buitenland;
  • de coördinator van een nationaal mobiliteitsconsortium.

Natuurlijke personen kunnen niet rechtstreeks een subsidie aanvragen.

Aantal deelnemende organisaties

Een mobiliteitsactiviteit heeft een transnationale opzet, wat betekent dat er minstens twee deelnemende organisaties (ten minste een uitzendende en ten minste een ontvangende organisatie) uit verschillende programmalanden bij betrokken zijn.

Worden de projecten voorgesteld door een nationaal mobiliteitsconsortium, dan moeten alle leden van het consortium uit hetzelfde programmaland afkomstig zijn en dienen ze te worden geïdentificeerd op het ogenblik dat een subsidie wordt aangevraagd. Een consortium moet minstens uit drie organisaties voor beroepsonderwijs en -opleiding bestaan.

Projectduur

1 tot 2 jaar. De aanvrager moet in de aanvraagfase de duur kiezen op basis van de doelstelling van het project en het soort geplande activiteiten.

Waar aanvragen?

Bij het nationaal agentschap van het land waar de aanvragende organisatie gevestigd is.

Wanneer aanvragen?

Aanvragers moeten hun subsidieaanvraag uiterlijk indienen op 5 februari om 12 uur 's middags (Belgische tijd) voor projecten die van start gaan tussen 1 juni en 31 december van datzelfde jaar.

Mogelijke aanvullende termijn:

Nationale agentschappen mogen een tweede aanvraagronde organiseren indien er ongebruikte middelen zijn, met inachtneming van de regels in deze gids. In voorkomend geval maken de nationale agentschappen deze mogelijkheid bekend via hun website.

Indien een tweede ronde wordt georganiseerd, moeten aanvragers hun subsidieaanvraag uiterlijk indienen op 1 oktober om 12 uur 's middags (Belgische tijd) voor projecten die van start gaan tussen 1 januari en 31 mei van het volgende jaar.

Hoe aanvragen?

In deel C van deze gids wordt uiteengezet hoe de aanvraag wordt ingediend.

Overige criteria

Een organisatie voor beroepsonderwijs en -opleiding (of vestiging/afdeling daarvan) of een nationaal mobiliteitsconsortium kan slechts één aanvraag indienen per selectieronde. Niettemin mag een organisatie voor beroepsonderwijs en -opleiding behoren tot, of instaan voor de coördinatie van verschillende nationale mobiliteitsconsortia die tegelijkertijd een aanvraag indienen.

 

Aanvullende subsidiabiliteitscriteria met het oog op mobiliteit van lerenden

Duur van de activiteit

  • Mobiliteit in organisaties voor beroepsonderwijs en -opleiding en/of bedrijven in het buitenland, van 2 weken (d.w.z. tien werkdagen) tot minder dan 3 maanden, exclusief reistijd;
  • Mobiliteit op lange termijn bij organisaties voor beroepsonderwijs en -opleiding en/of bedrijven in het buitenland (ErasmusPro), van 3 tot 12 maanden, exclusief reistijd.

Locatie(s) van de activiteit

Deelnemers moeten hun mobiliteitsactiviteit uitvoeren in het buitenland, dat wil zeggen in een ander programmaland.

Wie komt in aanmerking?

Lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding (met uitzondering van leerlingen) voor wie werkplekleren doorgaans in de opleiding is geïntegreerd) die in het land van de uitzendende organisatie wonen. Personen die lerenden van beroepsonderwijs en -opleiding in het buitenland begeleiden.

Pas afgestudeerden van een school voor beroepsonderwijs en -opleiding (of voormalige leerlingen) kunnen ook deelnemen aan de activiteit. Zij moeten hun stage in het buitenland voltooien binnen één jaar na het afstuderen. Voor landen waar pas afgestudeerden na hun afstuderen een militaire of ambtelijke dienstplicht moeten vervullen, wordt de periode waarin zij als recent afgestudeerde in aanmerking komen, verlengd met de duur van die dienst.

Overige criteria

Voorbereidend bezoek

Voor projecten met ErasmusPro-activiteiten kan de aanvrager verzoeken om voorafgaande planningsbezoeken die worden uitgevoerd door personeel dat betrokken is bij de organisatie van de ErasmusPro-activiteiten en een werkrelatie heeft met de uitzendende organisatie of het consortiumlid (zoals leerkrachten, opleiders, functionarissen voor internationale mobiliteit enzovoort).

In het kader van een voorbereidend bezoek moeten de volgende criteria in acht worden genomen:

  • duur: ten hoogste drie werkdagen, exclusief reistijd;
  • elk voorbereidend bezoek is beperkt tot één deelnemer;
  • er kan slechts één voorbereidend bezoek plaatsvinden per ontvangende organisatie

 

Aanvullende subsidiabiliteitscriteria met het oog op personeelsmobiliteit

Duur van de activiteit

2 dagen tot 2 maanden, exclusief reistijd.

In geval van twee dagen moeten dit opeenvolgende dagen zijn.

Locatie(s) van de activiteit

Deelnemers moeten hun mobiliteitsactiviteit uitvoeren in het buitenland, dat wil zeggen in een ander programmaland.

Wie komt in aanmerking?

Personeel dat bevoegd is voor beroepsonderwijs en -opleiding (zoals leerkrachten, opleiders, functionarissen voor internationale mobiliteit, personeel in een bestuurlijke of adviserende functie) en werkt bij de uitzendende organisatie(s), net als ander personeel dat betrokken is bij de strategische ontwikkeling van de organisatie.

Wat onderwijs- en opleidingsopdrachten betreft, staat de actie ook open voor personen uit ondernemingen, de publieke sector en/of maatschappelijke organisaties.

Met betrekking tot onderwijs- en opleidingsopdrachten staat de actie ook open voor opleiders in ondernemingen uit een ander programmaland die zijn uitgenodigd om onderwijs te geven bij de aanvragende organisaties voor beroepsonderwijs en opleiding en/of in voorkomend geval bij de organisaties van het consortium.

 

Aanvragende organisaties worden getoetst aan de relevante uitsluitings- en selectiecriteria. Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

 

Toekenningscriteria

Projecten worden beoordeeld op grond van de volgende criteria:

Relevantie van het project

(maximaal 30 punten)

 

  • De mate waarin het voorstel relevant is voor:
    • de doelstellingen van de actie (zie "Wat zijn de doelstellingen van een mobiliteitsproject?");
    • de behoeften en doelstellingen van de deelnemende organisaties en van de individuele deelnemers, met bijzondere aandacht voor het bepaalde in het Europees ontwikkelingsplan.
  • De mate waarin het voorstel rekening houdt met de mobiliteit op lange termijn (ErasmusPro).
  • De mate waarin het voorstel:
  • deelnemers in staat stelt hoogwaardige leerresultaten te behalen;
  • de capaciteiten en de internationale werkingssfeer van de deelnemende organisaties verruimt.
  • De mate waarin het voorstel:
  • kansarme doelgroepen probeert te bereiken1;
  • organisaties betrekt die nieuw zijn bij de actie.

Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering

(maximaal 40 punten)

 

 

  • De duidelijkheid, volledigheid en kwaliteit van alle fasen van het projectvoorstel (voorbereiding, uitvoering van mobiliteitsactiviteiten en follow-up);
  • De duidelijkheid van de planning en haalbaarheid van de langdurige mobiliteit (ErasmusPro), indien van toepassing
  • De consistentie tussen de projectdoelstellingen en de voorgestelde activiteiten;
  • De kwaliteit van het Europees ontwikkelingsplan van de aanvragende organisatie;
  • De kwaliteit van de praktische regelingen, beheersvoorschriften en vormen van ondersteuning;
  • De kwaliteit van het voorbereidingsproces ten behoeve van de deelnemers;
  • De kwaliteit van regelingen met het oog op de erkenning en validering van leerresultaten van de deelnemers, alsook het consistente gebruik van de Europese instrumenten voor transparantie en erkenning;
  • De geschiktheid van maatregelen om deelnemers te selecteren voor en/of te betrekken bij de mobiliteitsactiviteiten;
  • Indien van toepassing, de kwaliteit van samenwerking en communicatie, niet alleen tussen de deelnemende organisaties, maar ook met andere relevante belanghebbenden.

Effect en verspreiding

(maximaal 30 punten)

 

  • De kwaliteit van maatregelen om de projectresultaten te evalueren;
  • De potentiële effecten van het project:
    • op deelnemers en deelnemende organisaties tijdens en na afloop van het project;
    • buiten de organisaties en personen die rechtstreeks deelnemen aan het project, op lokaal, regionaal, nationaal en/of Europees niveau.
  • De geschiktheid en kwaliteit van maatregelen met het oog op de verspreiding van de projectresultaten binnen de deelnemende organisaties en daarbuiten.
  • De mate waarin het project de mobiliteit op lange termijn (ErasmusPro) bevordert door de ontwikkeling van duurzame grensoverschrijdende samenwerkings- en erkenningsstructuren, indien van toepassing.

 

De voorstellen moeten een minimumscore van 60 punten behalen om voor financiële steun in aanmerking te komen. Bovendien moeten de voorstellen een score behalen van minstens de helft van het maximumaantal punten in elke categorie van de hierboven vermelde toekenningscriteria (dat wil zeggen ten minste 15 punten voor de categorieën "Relevantie van het project" en "Effect en verspreiding"; 20 punten voor de categorie "Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering").

 

Subsidietoekenning

Het maximale subsidiebedrag voor geselecteerde projecten hangt af van een aantal elementen:

  • het aantal en de duur van de mobiliteitsperioden waarop de aanvraag betrekking heeft;
  • de mate waarin in het voorstel rekening wordt gehouden met langdurige mobiliteit van 3 tot 12 maanden (ErasmusPro);
  • de prestaties in het verleden van de aanvrager qua aantal mobiliteitsperioden, kwalitatief hoogwaardige uitvoering van de activiteiten en goed financieel beheer indien de aanvrager in voorgaande jaren een soortgelijke subsidie heeft gekregen;
  • het totale nationale budget dat voor de mobiliteitsactie werd uitgetrokken.

 

Wat moet u nog weten over deze actie?

Buitengewone kosten voor dure reizen

Aanvragers van mobiliteitsprojecten kunnen financiële steun aanvragen voor hoge reiskosten van deelnemers onder de begrotingsrubriek “buitengewone kosten” (tot een maximum van 80% van het totaal aan subsidiabele kosten: zie ook “Wat zijn de financieringsregels?”). Dit zal worden toegestaan op voorwaarde dat de aanvrager kan aantonen dat volgens de standaardfinancieringsregels (gebaseerd op de eenheidskosten per reisafstand) niet minimaal 70% van de reiskosten van de deelnemers is gedekt. Indien deze worden toegekend, vervangen de buitengewone kosten voor dure reizen de standaardreissubsidie.

Andere informatie

Meer verplichte criteria en aanvullende nuttige gegevens over deze actie zijn terug te vinden in bijlage I bij deze gids. Belangstellende organisaties wordt verzocht de relevante delen van deze bijlage aandachtig te lezen voordat ze financiële steun aanvragen.

Mobiliteitsproject voor lerenden en personeel van beroepsonderwijs en -opleiding met het Erasmus+-mobiliteitshandvest voor beroepsonderwijs en -opleiding

Welke criteria worden gehanteerd om dit project te evalueren?

Hieronder worden de formele criteria opgesomd waaraan een mobiliteitsproject voor beroepsonderwijs en -opleiding met een Erasmus+-mobiliteitshandvest voor beroepsonderwijs en –opleiding moet voldoen om in aanmerking te komen voor een subsidie uit het Erasmus+-programma:

 

Algemene subsidiabiliteitscriteria

Wie kan een aanvraag indienen?

Individuele organisaties of consortia die in een programmaland zijn gevestigd en houder zijn van het Erasmus+-mobiliteitshandvest voor beroepsonderwijs en -opleiding2.

 

Subsidiabele activiteiten

 

Een mobiliteitsproject voor beroepsonderwijs en -opleiding moet uit een of meer van de volgende activiteiten bestaan:

  • Mobiliteit in organisaties voor beroepsonderwijs en -opleiding en bedrijven in het buitenland, van 2 weken tot minder dan 3 maanden;
  • Langdurige mobiliteit in organisaties voor beroepsonderwijs en -opleiding en bedrijven in het buitenland, van 3 tot 12 maanden (ErasmusPro).
  • onderwijs- en opleidingsopdrachten in het buitenland;
  • opleiding van personeel in het buitenland.

Aantal deelnemende organisaties

Een mobiliteitsactiviteit heeft een transnationale opzet, wat betekent dat er minstens twee deelnemende organisaties (ten minste een uitzendende en ten minste een ontvangende organisatie) uit verschillende programmalanden bij betrokken zijn.

Worden de projecten voorgesteld door nationale mobiliteitsconsortia met het Erasmus+-mobiliteitshandvest voor beroepsonderwijs en –opleiding, dan moeten daarbij een uitzendende en ontvangende organisaties uit verschillende programmalanden betrokken zijn.

Projectduur

1 tot 2 jaar. De aanvrager moet in de aanvraagfase de duur kiezen.

Waar aanvragen?

Bij het nationaal agentschap van het land waar de aanvragende organisatie gevestigd is.

Wanneer aanvragen?

Aanvragers moeten hun subsidieaanvraag uiterlijk indienen op 5 februari om 12 uur 's middags (Belgische tijd) voor projecten die van start gaan tussen 1 juni en 31 december van datzelfde jaar.

 

Mogelijke aanvullende termijn:

Nationale agentschappen mogen een tweede aanvraagronde organiseren indien er ongebruikte middelen zijn, met inachtneming van de regels in deze gids. In voorkomend geval maken de nationale agentschappen deze mogelijkheid bekend via hun website.

Indien een tweede ronde wordt georganiseerd, moeten aanvragers hun subsidieaanvraag uiterlijk indienen op 1 oktober om 12 uur 's middags (Belgische tijd) voor projecten die van start gaan tussen 1 januari en 31 mei van het volgende jaar.

Hoe aanvragen?

In deel C van deze gids wordt uiteengezet hoe de aanvraag wordt ingediend.

Overige criteria

Een organisatie voor beroepsonderwijs en -opleiding of nationaal mobiliteitsconsortium kan slechts één aanvraag indienen per selectieronde. Niettemin mag een organisatie voor beroepsonderwijs en -opleiding behoren tot, of instaan voor de coördinatie van verschillende nationale mobiliteitsconsortia die tegelijkertijd een aanvraag indienen.

 

Aanvullende subsidiabiliteitscriteria met het oog op mobiliteit van lerenden

Duur van de activiteit

  • Mobiliteit in organisaties voor beroepsonderwijs en -opleiding en/of bedrijven in het buitenland, van 2 weken (d.w.z. tien werkdagen) tot minder dan 3 maanden, exclusief reistijd;
  • Mobiliteit op lange termijn bij organisaties voor beroepsonderwijs en -opleiding en/of bedrijven in het buitenland (ErasmusPro), van 3 tot 12 maanden, exclusief reistijd.

Locatie(s) van de activiteit

Deelnemers moeten hun mobiliteitsactiviteit uitvoeren in het buitenland, dat wil zeggen in een ander programmaland.

Wie komt in aanmerking?

Lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding (met uitzondering van leerlingen) voor wie werkplekleren doorgaans in de opleiding is geïntegreerd) die in het land van de uitzendende organisatie wonen. Personen die lerenden van beroepsonderwijs en -opleiding in het buitenland begeleiden.

Pas afgestudeerden van een school voor beroepsonderwijs en -opleiding (of voormalige leerlingen) kunnen ook deelnemen aan de activiteit. Zij moeten hun stage in het buitenland voltooien binnen één jaar na het afstuderen. Voor landen waar pas afgestudeerden na hun afstuderen een militaire of ambtelijke dienstplicht moeten vervullen, wordt de periode waarin zij als recent afgestudeerde in aanmerking komen, verlengd met de duur van die dienst.

Overige criteria

Voorbereidend bezoek

Voor projecten met ErasmusPro-activiteiten kan de aanvrager verzoeken om voorafgaande planningsbezoeken die worden uitgevoerd door personeel dat betrokken is bij de organisatie van de ErasmusPro-activiteiten en een werkrelatie heeft met de uitzendende organisatie of het consortiumlid (zoals leerkrachten, opleiders, functionarissen voor internationale mobiliteit enzovoort).

In het kader van een voorbereidend bezoek moeten de volgende criteria in acht worden genomen:

  • duur: ten hoogste drie werkdagen, exclusief reistijd;
  • elk voorbereidend bezoek is beperkt tot één deelnemer;
  • er kan slechts één voorbereidend bezoek plaatsvinden per ontvangende organisatie

 

Aanvullende subsidiabiliteitscriteria met het oog op personeelsmobiliteit

Duur van de activiteit

2 dagen tot 2 maanden, exclusief reistijd.

In geval van twee dagen moeten dit opeenvolgende dagen zijn.

Locatie(s) van de activiteit

Deelnemers moeten hun mobiliteitsactiviteit uitvoeren in het buitenland, dat wil zeggen in een ander programmaland.

Wie komt in aanmerking?

Personeel dat bevoegd is voor beroepsonderwijs en -opleiding (zoals leerkrachten, opleiders, functionarissen voor internationale mobiliteit, personeel in een bestuurlijke of adviserende functie) en werkt bij de uitzendende organisatie(s), net als ander personeel dat betrokken is bij de strategische ontwikkeling van de organisatie. 

Wat onderwijs- en opleidingsopdrachten betreft, staat de actie ook open voor personen uit ondernemingen, de publieke sector en/of maatschappelijke organisaties.

Met betrekking tot onderwijs- en opleidingsopdrachten staat de actie ook open voor opleiders in ondernemingen uit een ander programmaland die zijn uitgenodigd om onderwijs te geven bij de aanvragende organisaties voor beroepsonderwijs en opleiding en/of in voorkomend geval bij de organisaties van het consortium

 

Aanvragende organisaties worden getoetst aan de relevante uitsluitings- en selectiecriteria. Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

 

Toekenningscriteria voor aanvragen van houders van het mobiliteitshandvest voor beroepsonderwijs en -opleiding

Er vindt geen kwaliteitstoetsing plaats (de kwaliteit is reeds getoetst bij het indienen van de aanvraag van het mobiliteitshandvest voor beroepsonderwijs en -opleiding). Bijgevolg zijn er geen toekenningscriteria.

Aan elke in aanmerking komende subsidieaanvraag wordt (na toetsing aan de subsidiabiliteitscriteria) financiële steun toegekend.

Het maximale subsidiebedrag hangt af van een aantal elementen:

  • het aantal mobiliteitsperioden en maanden/dagen waarop de aanvraag betrekking heeft;
  • de mate waarin in het voorstel rekening wordt gehouden met langdurige mobiliteit van 3 tot 12 maanden (ErasmusPro);
  • de prestaties in het verleden van de aanvrager qua aantal mobiliteitsperioden, kwalitatief hoogwaardige uitvoering van de activiteiten en goed financieel beheer indien de aanvrager in voorgaande jaren een soortgelijke subsidie heeft gekregen;
  • het totale nationale budget dat voor de mobiliteitsactie werd uitgetrokken.

 

Welke accreditatie hebben aanvragers nodig voor dit mobiliteitsproject?

Erasmus+-mobiliteitshandvest voor beroepsonderwijs en -opleiding

Het Erasmus+-mobiliteitshandvest voor beroepsonderwijs en -opleiding heeft ten doel de Europese internationaliseringsstrategieën op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding te verbeteren en meer duurzaam te maken, om op die manier de transnationale mobiliteit in het kader van beroepsonderwijs en -opleiding kwalitatief en kwantitatief te versterken. Oproepen met betrekking tot de toekenning van het Erasmus+-mobiliteitshandvest voor beroepsonderwijs en -opleiding worden jaarlijks gepubliceerd op de websites van de nationale agentschappen.

Toekenning van het mobiliteitshandvest voor beroepsonderwijs en -opleiding biedt de houders ervan de mogelijkheid op een vereenvoudigde wijze een aanvraag in te dienen voor mobiliteit voor lerenden en personeel van beroepsopleiding en -onderwijs in het kader van kernactie 1 van Erasmus+.

 

Wat moet u nog weten over deze actie?

Buitengewone kosten voor dure reizen

Aanvragers van mobiliteitsprojecten kunnen financiële steun aanvragen voor hoge reiskosten van deelnemers onder de begrotingsrubriek “buitengewone kosten” (tot een maximum van 80% van het totaal aan subsidiabele kosten: zie ook “Wat zijn de financieringsregels?”). Dit zal worden toegestaan op voorwaarde dat de aanvrager kan aantonen dat volgens de standaardfinancieringsregels (gebaseerd op de eenheidskosten per reisafstand) niet minimaal 70% van de reiskosten van de deelnemers is gedekt. Indien deze worden toegekend, vervangen de buitengewone kosten voor dure reizen de standaardreissubsidie.

 

Andere informatie

Meer verplichte criteria en aanvullende nuttige gegevens over deze actie zijn terug te vinden in bijlage I bij deze gids. Belangstellende organisaties wordt verzocht de relevante delen van deze bijlage aandachtig te lezen voordat ze financiële steun aanvragen.

 

Wat zijn de financieringsregels?

Het budget voor het mobiliteitsproject wordt opgesteld met inachtneming van de volgende financieringsregels (in euro):

A) Financieringsregels die gelden voor alle mobiliteitsactiviteiten

Subsidiabele kosten

Financieringsmechanisme

Bedrag

Toewijzingsregel

Reiskosten

Tegemoetkoming in de kosten die deelnemers, met inbegrip van begeleiders, maken om van de plaats van oorsprong naar de locatie van de activiteit en terug te reizen

In het kader van ErasmusPro-activiteiten, reiskosten voor een voorbereidend bezoek, indien van toepassing.

Tegemoetkoming in de eenheidskosten

Voor een reisafstand tussen 10 en 99 km:

20 euro per deelnemer

Op basis van de reisafstand per deelnemer. De reisafstand moet worden berekend met behulp van het door de Europese Commissie ondersteunde instrument voor afstandsberekening3. De aanvrager moet de afstand van een enkele reis vermelden voor de berekening van het EU-subsidiebedrag voor de heen- en terugreis4.

 

Voor een reisafstand tussen 100 en 499 km:

180 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 500 en 1 999 km:

275 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 2 000 en 2 999 km:

360 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 3 000 en 3 999 km:

530 euro per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 4 000 en 7 999 km:

820 euro per deelnemer

Voor een reisafstand van 8 000 km of meer:

1500 euro per deelnemer

Organisatorische steun

Kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van mobiliteitsactiviteiten (exclusief verblijfkosten voor deelnemers), met inbegrip van (didactische, interculturele, taalkundige) voorbereiding, monitoring en ondersteuning van deelnemers tijdens de mobiliteitsperiode, validering van leerresultaten, verspreidingsactiviteiten.

Tegemoetkoming in de eenheidskosten

Tot en met de 100e deelnemer: 350 euro per deelnemer

+

vanaf de 101e deelnemer: 200 euro per extra deelnemer

Op basis van het aantal deelnemers

Steun voor personen met specifieke behoeften

Extra kosten die rechtstreeks verband houden met deelnemers met een handicap en begeleiders (met inbegrip van reis- en verblijfkosten, indien gerechtvaardigd en voor zover voor deze deelnemers geen subsidie is aangevraagd in het kader van de rubrieken "reiskosten" of "individuele steun").

Werkelijke kosten

Maximaal 100% van de subsidiabele kosten

Voorwaardelijk: het verzoek om financiële steun ter dekking van specifieke behoeften moet met redenen worden omkleed in het aanvraagformulier

Buitengewone kosten

Extra kosten ter bevordering van de deelname van kansarme lerenden (exclusief reiskosten en kosten voor individuele steun voor deelnemers en begeleiders).

Kosten voor een financiële garantie, indien het nationaal agentschap daarom verzoekt.

 

Hoge reiskosten van deelnemers (voor meer informatie, zie het deel "Wat moet u nog meer weten over deze actie?").

Werkelijke kosten

Kosten voor financiële garantie: 75% van de subsidiabele kosten

Andere kosten: 100% van de subsidiabele kosten

 

 

 

Hoge reiskosten: maximaal 80% van de subsidiabele kosten

Voorwaardelijk: het verzoek om financiële steun ter dekking van buitengewone kosten moet met redenen worden omkleed in het aanvraagformulier.

 

Aanvullende financiering ter ondersteuning van mobiliteit van lerenden in het kader van beroepsonderwijs en -opleiding

Subsidiabele kosten

Financieringsmechanisme

Bedrag

Toewijzingsregel

Individuele steun

Kosten die rechtstreeks verband houden met het verblijf van de deelnemers, met inbegrip van begeleiders, tijdens de activiteit.

Tegemoetkoming in de eenheidskosten

tot en met de 14e dag van de activiteit: A2.1 per dag per vrijwilliger

+

tussen de 15e dag van de activiteit tot maximaal 12 maanden: 70% van A2.1 per dag per deelnemer5

Op basis van de verblijfsduur per deelnemer (indien nodig, met inbegrip van één reisdag vóór de activiteit en één reisdag na de activiteit).

In het kader van ErasmusPro-activiteiten, kosten in verband met het verblijf van personeel dat deelneemt aan een voorbereidend bezoek, indien van toepassing.

A2.2 per dag per vrijwilliger

Op basis van de verblijfsduur per deelnemer (indien nodig, met inbegrip van één reisdag vóór de activiteit en één reisdag na de activiteit).

Taalkundige ondersteuning

Kosten die verband houden met de ondersteuning van deelnemers – voorafgaand aan hun vertrek of tijdens de activiteit – ter verbetering van de kennis van de taal die ze zullen gebruiken om te studeren of een opleiding te volgen tijdens de activiteit.

Tegemoetkoming in de eenheidskosten

Alleen voor activiteiten die 19 dagen tot 12 maanden duren:

150 euro per deelnemer die taalkundige ondersteuning nodig heeft

Voorwaardelijk: aanvragers moeten verzoeken om ondersteuning in de instructietaal van de activiteit op basis van de taalbehoeften van deelnemers waarin niet wordt voorzien door de taalkundige onlineondersteuning van Erasmus+.

 

C) Aanvullende financiering ter ondersteuning van personeelsmobiliteit in het kader van beroepsonderwijs en -opleiding

Subsidiabele kosten

Financieringsmechanisme

Bedrag

Toewijzingsregel

Individuele steun

Kosten die rechtstreeks verband houden met het verblijf van deelnemers, met inbegrip van begeleiders

Tegemoetkoming in de eenheidskosten

tot en met de 14e dag van de activiteit: A2.2 per dag per vrijwilliger

+

tussen de 15e en 60e dag van de activiteit: 70% van A2.2 per dag per deelnemer

Op basis van de verblijfsduur per deelnemer (indien nodig, met inbegrip van één reisdag vóór de activiteit en één reisdag na de activiteit).

 

Tabel 1 – Individuele steun (bedragen in euro per dag)

De steunbedragen hangen af van het land waar de activiteit plaatsvindt. Elk nationaal agentschap bepaalt op basis van objectieve en transparante criteria welke bedragen gelden voor de in zijn land ingediende projecten. Deze bedragen worden vastgesteld binnen de in de onderstaande tabel aangegeven boven- en ondergrens. De exacte bedragen worden gepubliceerd op de website van elk nationaal agentschap.

 

Ontvangend land

Mobiliteit van lerenden

Personeelsmobiliteit

 

Boven-/ondergrens (per dag)

Boven-/ondergrens (per dag)

 

A2.1

A2.2

Groep 1:
Noorwegen, Denemarken, Luxemburg, Verenigd Koninkrijk, IJsland, Zweden, Ierland, Finland, Liechtenstein

30-120

80-180

Groep 2:
Nederland, Oostenrijk, België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje, Cyprus, Griekenland, Malta, Portugal

26-104

70-160

Groep 3:
Slovenië, Estland, Letland, Kroatië, Slowakije, Tsjechië, Litouwen, Turkije, Hongarije, Polen, Roemenië, Bulgarije, de Republiek Noord-Macedonië, Servië

22-88

60-140

  • 1. Het begrip kansarmen wordt meer in detail gedefinieerd in deel A van deze gids, onder “Rechtvaardigheid en inclusie”
  • 2. Zie het deel "Het Erasmus+-mobiliteitshandvest voor beroepsonderwijs en -opleiding" en bijlage I bij deze gids voor meer informatie over het handvest.
  • 3. https://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/resources/distance-calculator_nl
  • 4. Indien bijvoorbeeld iemand uit Madrid (Spanje) meedoet aan een activiteit in Rome (Italië), moet de aanvrager a) de afstand van Madrid naar Rome berekenen (1 365,28 km); b) de toepasselijke reisafstandcategorie selecteren (bv. tussen 500 en 1 999 km) en c) de EU-subsidie die een bijdrage zal leveren aan de reiskosten van de deelnemer van Madrid naar Rome en terug berekenen (275 euro).
  • 5. In het geval van begeleiders zijn de bedragen voor het personeel van beroepsonderwijs en-opleiding van toepassing. Zie de begrotingsrubriek "individuele steun" in deel C) Aanvullende financiering ter ondersteuning van personeelsmobiliteit in het kader van beroepsonderwijs en -opleiding. In uitzonderlijke gevallen, wanneer de begeleider gedurende meer dan 60 dagen in het buitenland moet blijven, worden extra verblijfkosten vanaf de 61e dag ondersteund uit de begrotingsrubriek "Steun voor personen met specifieke behoeften".