Inhoudstafel
Zoeken in de gids

Mobiliteitsprojecten op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken

Wat zijn de doelstellingen van deze acties?

Onderwijs-, opleidings- en jeugdactiviteiten zijn van het allergrootste belang om mensen uit alle leeftijdsgroepen de nodige instrumenten te verschaffen waarmee zij een actieve rol kunnen spelen in de samenleving in het algemeen en op de arbeidsmarkt in het bijzonder. De projecten in het kader van deze actie bevorderen transnationale mobiliteitsactiviteiten die gericht zijn op lerenden (studenten, stagiairs, leerlingen en jongeren) en personeel (professoren, leerkrachten, opleiders, jeugdwerkers en medewerkers van organisaties die werkzaam zijn op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken) en die tot doel hebben:

  • hulp te bieden aan lerenden bij het verwerven van leerresultaten (kennis, vaardigheden en competenties) ter verbetering van hun persoonlijke ontwikkeling, hun maatschappelijke betrokkenheid als zorgzame en actieve burgers en hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt in Europa en daarbuiten;
  • de beroepsontwikkeling te ondersteunen van iedereen die werkzaam is in de onderwijs-, opleidings- en jeugdsector teneinde onderwijs, opleiding en jeugdwerk in heel Europa te vernieuwen en in kwalitatief opzicht hoogwaardiger te maken;
  • de kennis van vreemde talen van de deelnemers wezenlijk te verbeteren;
  • bij deelnemers het besef en begrip van andere culturen en landen te vergroten door ze de mogelijkheid te bieden netwerken van internationale contacten op te zetten en zo deel te nemen aan het maatschappelijke leven in al zijn facetten en een gevoel van Europees burgerschap en Europese identiteit te ontwikkelen;
  • de capaciteiten, aantrekkelijkheid en internationale dimensie te versterken van organisaties die werkzaam zijn op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken, zodat ze activiteiten en programma's kunnen aanbieden die beter tegemoetkomen aan de individuele behoeften, zowel binnen als buiten Europa;
  • synergieën te versterken en de overgang te vergemakkelijken tussen formeel en niet-formeel onderwijs, beroepsopleiding, arbeidsmarkt en ondernemerschap;
    te zorgen voor een betere erkenning van de gedurende een leerperiode in een ander land verworven competenties.

In het kader van deze actie wordt tevens steun verleend voor internationale mobiliteitsactiviteiten van en naar partnerlanden op het gebied van hoger onderwijs en jeugdzaken. Deze actie draagt ook bij tot samenwerking tussen de EU en de begunstigde partnerlanden en weerspiegelt de doelstellingen, prioriteiten en beginselen van het externe optreden van de EU:

  • het hoger onderwijs in Europa aantrekkelijker te maken en hulp te bieden aan Europese instellingen voor hoger onderwijs om de concurrentie op de wereldmarkt voor hoger onderwijs aan te gaan;
  • de prioriteiten te ondersteunen vermeld in “De nieuwe Europese consensus inzake ontwikkeling”1 en de mededeling “Het Europese hoger onderwijs in de wereld” 2
  • de internationalisering, aantrekkelijkheid, kwaliteit, gelijke toegang en modernisering van instellingen voor hoger onderwijs buiten Europa te ondersteunen met het doel de ontwikkeling van partnerlanden te bevorderen;
  • de ontwikkeling en de doelstellingen en beginselen van het externe beleid, met inbegrip van nationale verantwoordelijkheid, sociale samenhang, kansengelijkheid, goed geografisch evenwicht en diversiteit, te bevorderen. Speciale aandacht zal worden besteed aan de minst ontwikkelde landen evenals aan kansarme studenten met een zwakke sociaaleconomische achtergrond en aan studenten met specifieke behoeften;
  • niet-formeel leren en samenwerking op het gebied van jeugdzaken met partnerlanden te bevorderen.

Wat is een mobiliteitsproject?

Het Erasmus+-programma ondersteunt organisaties die werkzaam zijn op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken bij het uitvoeren van projecten ter bevordering van verschillende soorten mobiliteit. Een mobiliteitsproject verloopt in de volgende fasen:

  • voorbereiding (inclusief praktische regelingen, selectie van deelnemers, sluiten van overeenkomsten met partners en deelnemers, taalkundige/interculturele/leer- en taakgerelateerde voorbereiding van deelnemers vóór het vertrek);

  • uitvoering van de mobiliteitsactiviteiten;

  • follow-up (inclusief evaluatie van de activiteiten en, waar nodig, de validering en formele erkenning van de leerresultaten van de deelnemers tijdens de activiteit, alsook de verspreiding en het gebruik van de projectresultaten).

Vergeleken met diverse mobiliteitsacties die door voorgaande Europese programma's werden gesteund, is een belangrijke in Erasmus+ geïntroduceerde vernieuwing dat de deelnemers aan mobiliteitsactiviteiten beter worden ondersteund om hun kennis van vreemde talen te verbeteren vóór en tijdens hun verblijf in het buitenland. Vanaf 2014 heeft de Europese Commissie geleidelijk een Europese onlinedienst voor taalkundige ondersteuning ingevoerd. Hiermee kunnen de deelnemers aan langdurige mobiliteitsactiviteiten niet alleen hun kennis toetsen van de taal die ze zullen gebruiken wanneer ze studeren of werken in het buitenland, maar ook een onlinetaalcursus volgen om hun competenties te verbeteren. Deelnemers met een niveau van minimaal B2 in de hoofdtaal waarin wordt lesgegeven of gewerkt hebben de keuze om een OLS-cursus in de taal van het ontvangende land te volgen, indien deze beschikbaar is (meer informatie over de ondersteuning bij het leren van talen vindt u in bijlage I).

Bovendien is er in Erasmus+, meer dan in vroegere programma's, ruimte weggelegd voor de ontwikkeling van mobiliteitsactiviteiten met partnerorganisaties van diverse achtergronden die actief zijn op verschillende werkterreinen of in diverse sociaaleconomische sectoren (bijvoorbeeld stages voor universiteitsstudenten of leerlingen in het beroepsonderwijs in ondernemingen, ngo's, publieke instanties; leerkrachten die nascholingscursussen volgen in bedrijven of opleidingscentra; deskundigen uit het bedrijfsleven die colleges of opleidingen geven in instellingen voor hoger onderwijs, enzovoort).

Een derde element dat van belang is voor de innovatie en kwaliteit van mobiliteitsactiviteiten is dat de aan Erasmus+ deelnemende organisaties de mogelijkheid hebben mobiliteitsactiviteiten te organiseren binnen een breder strategisch kader en op middellange termijn. Met één subsidieaanvraag voor een periode van maximaal twee jaar kan de coördinator van een mobiliteitsproject verscheidene mobiliteitsactiviteiten organiseren, zodat diverse personen buitenlandse ervaring kunnen opdoen in verschillende landen. Erasmus+ stelt de aanvragende organisaties bijgevolg in staat hun project uit te werken in overeenstemming met de behoeften van de deelnemers en ook volgens hun interne plannen met het oog op internationalisering, capaciteitsopbouw en modernisering.

Afhankelijk van het profiel van de betrokken deelnemers worden met kernactie 1 van het Erasmus+-programma de volgende soorten mobiliteitsprojecten ondersteund:

op het gebied van onderwijs en opleiding:

  • mobiliteitsproject voor hogeronderwijsstudenten en -personeel;
  • mobiliteitsproject voor lerenden en personeel in het kader van beroepsopleiding en -onderwijs;
  • mobiliteitsproject voor schoolpersoneel;
  • mobiliteitsproject voor personeel in volwassenenonderwijs;

op het gebied van jeugdzaken:

  • mobiliteitsproject voor jongeren en jeugdwerkers.

Aan mobiliteit van personeel van lange duur, mobiliteit van leerlingen van korte of lange duur alsook aan "gemengde mobiliteit" van lerende volwassenen wordt steun verleend met kernactie 2 met betrekking tot strategische partnerschappen.

In de volgende delen staat gedetailleerde informatie over de criteria en voorwaarden die gelden voor elk type mobiliteitsproject.