Inhoudstafel
Zoeken in de gids

Jean Monnet-projecten (beleidsdebatten met de academische wereld)

Wat is een Jean Monnet-project?

Jean Monnet-projecten ondersteunen innovatie, kruisbestuiving en verspreiding van informatie over de EU. Deze projecten berusten op unilaterale voorstellen - zelfs wanneer andere partners aan de voorgestelde activiteiten deelnemen - en kunnen 12 tot 24 maanden duren. 

  • Projecten met het oog op innovatie verkennen nieuwe invalshoeken en andere methoden met het doel EU-onderwerpen aantrekkelijker te maken en beter af te stemmen op de verschillende soorten doelgroepen (bijvoorbeeld projecten voor "Leren over de EU op school").
  • Projecten met het oog op kruisbestuiving bevorderen discussie en denkprocessen over EU-kwesties en verbeteren de kennis over de EU en haar werkwijzen. Deze projecten zijn erop gericht het kennisniveau met betrekking tot de EU in specifieke contexten te verhogen.
  • Projecten met het oog op de verspreiding van informatie hebben voornamelijk betrekking op info- en verspreidingsactiviteiten.

Welke activiteiten worden ondersteund in het kader van Jean Monnet-projecten?

Gedurende de looptijd van Jean Monnet-projecten kan doorgaans een breed scala aan activiteiten worden ontplooid, zoals:

Innovatie

  • nieuwe methoden, leerinhouden en instrumenten over specifieke EU-onderwerpen ontwikkelen en uittesten;
  • virtuele klaslokalen over specifieke vakgebieden opzetten en in verschillende contexten beproeven;
  • instrumenten voor zelfstudie ontwikkelen, produceren en toepassen ter bevordering van actief burgerschap in de EU;
  • passende leerinhouden en nieuw/aangepast didactisch materiaal ontwikkelen en beschikbaar stellen om in het basis- en secundair onderwijs les te geven over EU-kwesties ("Leren over de EU op school");
  • de initiële opleiding en nascholing ten behoeve van leerkrachten zo ontwikkelen en verzorgen dat zij de geschikte kennis en vaardigheden kunnen verwerven om les te geven over EU-onderwerpen;
  • specifiek op de EU gerichte activiteiten op touw zetten ten behoeve van leerlingen in het basis- en secundair onderwijs, alsook in instellingen voor beroepsonderwijs en -opleiding;

Kruisbestuiving

  • de ontwikkeling van EU-studies ondersteunen en/of het kennisniveau verhogen en/of meer dynamiek geven aan een "departement/leerstoel/onderzoeksteam" in een bepaald land binnen een instelling voor hoger onderwijs die specifiek daarin geïnteresseerd is of daaraan behoefte heeft;
  • met betrokkenheid van diverse instellingen tezamen leerinhouden ontwikkelen en gezamenlijk onderwijs aanbieden aan studenten. De deelnemende instellingen kunnen gemeenschappelijke activiteiten organiseren en instrumenten voorbereiden ter ondersteuning van hun cursussen;

Verspreiding van informatie

  • actief informatie- en verspreidingsactiviteiten ondersteunen ten behoeve van overheidspersoneel, deskundigen in specifieke vakgebieden of voor het maatschappelijk middenveld als geheel;
  • conferenties, seminars en/of rondetafels organiseren waarop relevante EU-kwesties worden behandeld, voor een zo breed mogelijke groep van belanghebbenden.

Wat is de rol van de organisaties die deelnemen aan een Jean Monnet-project?

De instelling die het project voorstelt dient een duidelijke en duurzame strategie uit te stippelen en een gedetailleerd werkprogramma op te stellen waarin ook informatie over de verwachte resultaten wordt opgenomen. De instelling dient de noodzaak van de voorgestelde activiteiten aan te tonen en op te geven aan wie die activiteiten direct en indirect ten goede komen. Voorts moet de instelling waarborgen dat alle deelnemende organisaties een actieve rol vervullen.

De voorstellen worden ondertekend door de wettelijke vertegenwoordiger van de instellingen voor hoger onderwijs (of andere in aanmerking komende organisaties) en moeten informatie verschaffen over de rechtsvorm, doelstellingen en activiteiten van de aanvragende instelling.

De instellingen voor hoger onderwijs (of andere in aanmerking komende organisaties) dragen de eindverantwoordelijkheid voor hun voorstellen. Ze zijn verplicht de in hun projecten beschreven activiteiten uit te voeren tijdens de volledige looptijd van het project.

Welke criteria worden gehanteerd om een Jean Monnet-project te evalueren?

Hieronder worden de formele criteria opgesomd waaraan een Jean Monnet-project moet voldoen om in aanmerking te komen voor een subsidie uit het Erasmus+-programma:

SUBSIDIABILITEITSCRITERIA

Wie kan een aanvraag indienen?

Instellingen voor hoger onderwijs of organisaties die gevestigd zijn in een willekeurig land over de hele wereld. In een Erasmus+-programmaland gevestigde IHO's moeten in het bezit zijn van een geldig Erasmus-handvest voor hoger onderwijs (ECHE). Deelnemende IHO's uit partnerlanden dienen niet in het bezit te zijn van een ECHE. In het kader van deze actie mag geen financiële steun worden aangevraagd door de aangeduide instellingen met een doelstelling van Europees belang (als geïdentificeerd in de verordening tot vaststelling van het Erasmus+-programma). Scholen voor basis- en secundair onderwijs mogen geen subsidie aanvragen, maar mogen niettemin actief bijdragen aan de verwezenlijking van de activiteiten.

Projectduur

12, 18 of 24 maanden.

Waar aanvragen?

Bij het in Brussel gevestigde Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur.

Wanneer aanvragen?

Aanvragers moeten hun subsidieaanvraag uiterlijk indienen op 22 februari om 12 uur 's middags (Belgische tijd) voor projecten die van start gaan op 1 september van datzelfde jaar.

Hoe aanvragen?

In deel C van deze gids wordt uiteengezet hoe de aanvraag wordt ingediend.

Aanvragende organisaties worden getoetst aan de uitsluitings- en selectiecriteria. Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

TOEKENNINGSCRITERIA

Projecten worden beoordeeld op grond van de volgende criteria:

Relevantie van het project

(maximaal 25 punten)

  • De mate waarin het voorstel relevant is voor:
  • de doelstellingen en prioriteiten van de actie (zie onder “Wat zijn de doelstellingen van Jean Monnet-acties?” en “Wat is een Jean Monnet-project?” (“Innovatie”, “Kruisbestuiving”, “Verspreiding van informatie”));
  • De mate waarin het voorstel:
  • de ontwikkeling van nieuwe onderwijs-, onderzoeks- of debatactiviteiten bevordert;
  • aantoont dat het academische meerwaarde oplevert;
  • Europese studies en EU-kwesties promoot en de zichtbaarheid daarvan vergroot, zowel binnen de instelling die deelneemt aan de Jean Monnet-actie, als daarbuiten.
  • De relevantie van het voorstel voor de prioritaire doelen van de actie:
  • instellingen die gevestigd zijn in niet door de Jean Monnet-actie bestreken landen.

Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering

(maximaal 25 punten)

  • De duidelijkheid, volledigheid en kwaliteit van het werkprogramma, met inbegrip van geschikte fasen ter voorbereiding, uitvoering, evaluatie, follow-up en verspreiding.
  • De consistentie tussen de projectdoelstellingen, activiteiten en het voorgestelde budget.
  • De kwaliteit en praktische uitvoerbaarheid van de voorgestelde methode.

Kwaliteit van het projectteam

(maximaal 25 punten)

  • De relevantie van het profiel en de deskundigheid, zowel op wetenschappelijk vlak als daarbuiten, van het vooraanstaande personeel dat betrokken is bij de in het project voorgestelde activiteiten.
  • Voor projecten die zich richten op leerlingen in het basis- en secundair onderwijs: de betrokkenheid van medewerkers met relevante pedagogische vaardigheden.

Effect en verspreiding

(maximaal 25 punten)

  • De kwaliteit van maatregelen om de resultaten van de onderwijsactiviteiten te evalueren.
  • De potentiële effecten van het project:
  • op de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-actie;
  • op de studenten en lerenden aan wie de Jean Monnet-actie ten goede komt;
  • op andere organisaties en personen die betrokken zijn op lokaal, regionaal, nationaal en/of Europees niveau.
  • De geschiktheid en kwaliteit van maatregelen met het oog op de verspreiding van de resultaten van de activiteiten binnen en buiten de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-actie.
  • Voor zover van toepassing, de mate waarin het voorstel beschrijft hoe geproduceerde documenten, materiaal en media vrij toegankelijk worden gemaakt en gepromoot onder open licenties en zonder onevenredige beperkingen op te leggen.

De voorstellen moeten een minimumscore van 60 punten behalen om voor financiële steun in aanmerking te komen. Bovendien moeten de voorstellen een score van minstens 13 punten behalen in elke categorie van de hierboven vermelde toekenningscriteria.

Wat moet u nog weten over een Jean Monnet-project?

VERSPREIDING EN EFFECT

Jean Monnetp-projecten dienen de resultaten van de activiteiten te verspreiden en te laten benutten buiten het werkterrein van de rechtstreeks betrokken belanghebbenden. Op die manier wordt het effect van de actie gemaximaliseerd en wordt een systemische verandering bewerkstelligd.

Voor alle Jean Monnet-projecten wordt gevraagd het daarmee samenhangende onderdeel van het specifieke online-instrument voor het Erasmus+-programma te actualiseren. In dit instrument wordt alle informatie over de Jean Monnet-activiteiten bijgehouden. Voorts wordt het ten zeerste aangeraden gebruik te maken van de relevante bestaande platforms en instrumenten (bijvoorbeeld de Jean Monnet-database en de virtuele Jean Monnet-gemeenschap). Deze functies maken deel uit van het overkoepelende IT-instrument voor het Erasmus+-programma en houden het grote publiek geïnformeerd over de resultaten. Bursalen wordt gevraagd dit instrument geregeld te actualiseren met de resultaten van hun werkzaamheden.

De organisatoren van Jean Monnet-projecten worden aangemoedigd:

  • deel te nemen aan verspreidings- en informatie-evenementen op nationaal en Europees niveau;
  • evenementen te organiseren (colleges, seminars, workshops enzovoort) met beleidsmakers op lokaal (bijvoorbeeld burgemeesters en raadsleden), regionaal en nationaal niveau alsook met maatschappelijke organisaties en met scholen;
  • de resultaten van hun activiteiten te verspreiden door seminars of colleges te organiseren die zich richten tot en afgestemd zijn op het grote publiek en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld;
  • netwerken te vormen met expertisecentra, houders van Jean Monnet-leerstoelen, coördinatoren van modules en gesteunde instellingen en verenigingen;
    open leermiddelen toe te passen en niet alleen de samenvattingen, de inhoudelijke opzet en het tijdschema van hun activiteiten, maar ook de verwachte resultaten te publiceren.

Wat zijn de financieringsregels?

Het projectbudget wordt opgesteld met inachtneming van de volgende financieringsregels (in euro):

Maximumsubsidie voor een Jean Monnet-project:  60 000 EUR (zijnde maximaal 75 % van de totale kosten)

Subsidiabele kosten

Financierings-mechanisme

Bedrag

Deelname aan conferenties

Tegemoetkoming in kosten die verband houden met het organiseren van conferenties, seminars, workshops enzovoort, exclusief kosten voor de deelname van niet-lokale sprekers

Tegemoetkoming in de eenheidskost

D.2 per dag per deelnemer

Reiskosten (niet-lokale sprekers)

Tegemoetkoming in de reiskosten van niet-lokale sprekers die aan de conferenties deelnemen, op basis van de reisafstand. De reisafstand moet worden berekend met behulp van het door de Europese Commissie ondersteunde instrument voor afstandsberekening1, met vermelding van de afstand van een enkele reis voor de berekening van het EU-subsidiebedrag voor de heen- en terugreis2  

Tegemoetkoming in de eenheidskost

Voor een reisafstand tussen 100 en 499 km:

180 EUR per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 500 en 1 999 km:

275 EUR per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 2 000 en 2 999 km:

360 EUR per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 3 000 en 3 999 km:

530 EUR per deelnemer

Voor een reisafstand tussen 4 000 en 7 999 km:

820 EUR per deelnemer

Voor een reisafstand van 8 000 km of meer:

1 500 EUR per deelnemer

Verblijfkosten (niet-lokale sprekers)

Tegemoetkoming in de verblijfkosten van niet-lokale sprekers die aan de conferenties deelnemen

Tegemoetkoming in de eenheidskost

D.3 per dag per deelnemer

Aanvullende activiteiten

Tegemoetkoming in extra kosten die verband houden met de in het kader van deze actie ontplooide aanvullende activiteiten: bijvoorbeeld academische follow-up geven aan het evenement, een website opzetten en actualiseren, publicaties opstellen, drukken en verspreiden; tolkkosten; productiekosten

Forfaitair bedrag

25.000 EUR

De specifieke bedragen die gelden voor Jean Monnet-projecten zijn te vinden in dit deel van de programmagids onder "Kosten per eenheid voor Jean Monnet-acties", aan het eind van het hoofdstuk "Jean Monnet-activiteiten".

KOSTEN PER EENHEID VOOR JEAN MONNET-ACTIES

D.1 – Nationale onderwijskosten (in euro per lesuur)

De steunbedragen hangen af van het land waar de onderwijsactiviteit plaatsvindt.

Programmalanden

België

200

Bulgarije

80

Tsjechië

107

Denemarken

200

Duitsland

200

Estland

107

Ierland

172

Griekenland

129

Spanje

161

Frankrijk

184

Kroatië

96

Italië

166

Cyprus

151

Letland

98

Litouwen

106

Luxemburg

200

Hongarije

104

Malta

138

Nederland

200

Oostenrijk

200

Polen

104

Portugal

126

Roemenië

81

Slovenië

136

Slowakije

114

Finland

193

Zweden

200

Verenigd Koninkrijk

184

Republiek Noord-Macedonië

80

IJsland

159

Liechtenstein

80

Noorwegen

200

Turkije

87

Servië 80

Partnerlanden

Antigua and Barbuda

92

Australië

200

Bahrein

110

Barbados

94

Brunei

200

Canada

200

Chile

83

Equatoriaal-Guinea

131

Hongkong

200

Israël

144

Japan

178

Zuid-Korea

153

Koeweit

200

Libië

90

Mexico

86

Nieuw-Zeeland

153

Oman

131

Qatar

200

Saint Kitts and Nevis

84

Saudi-Arabië

126

Seychellen

126

Singapore

200

Zwitserland

200

het grondgebied van Rusland zoals erkend in het internationaal recht

109

Trinidad and Tobago

115

Verenigde Arabische Emiraten

200

Verenigde Staten van Amerika

200

Andere

80

D.2 – Nationale conferentiekosten (in euro per dag)

Programmalanden

België

88

Bulgarije

40

Tsjechië

55

Denemarken

94

Duitsland

90

Estland

47

Ierland

75

Griekenland

56

Spanje

70

Frankrijk

80

Kroatië

42

Italië

73

Cyprus

66

Letland

43

Litouwen

47

Luxemburg

144

Hongarije

46

Malta

60

Nederland

97

Oostenrijk

94

Polen

45

Portugal

55

Roemenië

40

Slovenië

59

Slowakije

50

Finland

84

Zweden

95

Verenigd Koninkrijk

81

Republiek Noord-Macedonië

40

IJsland

69

Liechtenstein

40

Noorwegen

138

Servië 40

Turkije

40

Partnerlanden

Argentinië

44

Australië

90

Bahrein

43

Barbados

41

Brunei

115

Canada

89

Equatoriaal-Guinea

57

Hongkong

117

Israël

63

Japan

78

Zuid-Korea

67

Koeweit

110

Macau

154

Nieuw-Zeeland

67

Oman

57

Qatar

194

Saudi-Arabië

55

Seychellen

55

Singapore

133

Zwitserland

118

het grondgebied van Rusland zoals erkend in het internationaal recht

48

Trinidad en Tobago

50

Verenigde Arabische Emiraten

107

Verenigde Staten van Amerika

109

Andere

40

D.3 - VERBLIJFKOSTEN: NIET-LOKALE SPREKERS (IN EURO PER DAG)

De steunbedragen hangen af van het land waar de activiteit plaatsvindt.

Programmalanden

België

232

Bulgarije

227

Tsjechië

230

Denemarken

270

Duitsland

208

Estland

181

Ierland

254

Griekenland

222

Spanje

212

Frankrijk

245

Kroatië

180

Italië

230

Cyprus

238

Letland

211

Litouwen

183

Luxemburg

237

Hongarije

222

Malta

205

Nederland

263

Oostenrijk

225

Polen

217

Portugal

204

Roemenië

222

Slovenië

180

Slowakije

205

Finland

244

Zweden

257

Verenigd Koninkrijk

276

Republiek Noord-Macedonië

210

IJsland

245

Liechtenstein

175

Noorwegen

220

Servië 220

Turkije

220

Partnerlanden

Afghanistan

125

Albanië

210

Algerije

170

Andorra

195

Angola

280

Antigua en Barbuda

225

Argentinië

285

Armenië

280

Australië

210

Azerbeidzjan

270

Bahama's

190

Bahrein

275

Bangladesh

190

Barbados

215

Belarus

225

Belize

185

Benin

150

Bhutan

180

Bolivia

150

Bosnië en Herzegovina

200

Botswana

185

Brazilië

245

Brunei

225

Burkina Faso

145

Burundi

165

Cambodja

165

Cameroon

160

Canada

230

Cape Verde

125

Centraal-Afrikaanse Republiek

140

Chad

210

Chili

245

China

210

Colombia

170

Comoren

135

Congo

185

Democratische Republiek Congo

245

Cookeilanden

185

Costa Rica

190

Cuba

225

Djibouti

235

Dominica

215

Dominicaanse Republiek

230

Ecuador

190

Egypte

205

El Salvador

180

Equatoriaal-Guinea

145

Eritrea

130

Ethiopië

195

Fiji

170

Gabon

190

Gambia

170

Georgië

295

Ghana

210

Grenada

215

Guatemala

175

Guinee

185

Guinea-Bissau

140

Guyana

210

Haïti

190

Honduras

175

Hongkong

265

India

245

Indonesië

195

Iran

200

Irak

145

Israël

315

Ivoorkust

190

Jamaica

230

Japan

405

Jordanië

195

Kazakhstan

245

Kenya

225

Kiribati

205

Korea, DPR

230

Korea, Republic of

300

Kosovo, under UNSC 1244/1999

220

Kuwait

280

Kyrgyzstan

255

Laos

195

Lebanon

260

Lesotho

150

Liberia

235

Libya

225

Macao

150

Madagascar

155

Malawi

215

Malaysia

250

Maldives

185

Mali

155

Marshall Islands

185

Mauritania

125

Mauritius

200

Mexico

255

Micronesia

190

Moldova

250

Monaco

170

Mongolia

160

Montenegro

220

Morocco

205

Mozambique

200

Myanmar

125

Namibia

135

Nauru

185

Nepal

185

New-Zealand

185

Nicaragua

185

Niger

125

Nigeria

235

Niue

185

Oman

205

Pakistan

180

Palau

185

Palestine

170

Panama

210

Papua New Guinea

190

Paraguay

190

Peru

210

Filipijnen

210

Qatar

200

Rwanda

225

Saint Kitts and Nevis

270

Saint-Lucia

215

Saint-Vincent and the Grenadines

265

Samoa

185

San Marino

175

Sao Tome and Principe

155

Saudi Arabia

280

Senegal

200

Seychelles

225

Sierra Leone

190

Singapore

225

Solomon Islands

170

Somalia

175

South Africa

195

Sri Lanka

155

Sudan

270

Suriname

180

Swaziland

140

Switzerland

220

Syria

225

Tajikistan

185

Taiwan

255

Tanzania

250

Territory of Russia as recognised by international law

365

Territory of Ukraine as recognised by international law

270

Thailand

205

Timor Leste – Democratic Republic of

160

Togo

155

Tonga

155

Trinidad and Tobago

175

Tunisia

145

Turkmenistan

230

Tuvalu

185

Uganda

235

United Arab Emirates

265

United States of America

280

Uruguay

215

Uzbekistan

230

Vanuatu

170

Vatican City State

175

Venezuela

210

Vietnam

255

Yemen

225

Zambia

185

Zimbabwe

165

Overig

205

  • 1. https://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/resources/distance-calculator_nl
  • 2. Indien bijvoorbeeld iemand van Madrid (Spanje) deelneemt aan een activiteit in Rome (Italië), moet de aanvrager a) de afstand van Madrid naar Rome berekenen (1 365,28 km); b) de toepasselijke categorie van de reisafstand selecteren (d.w.z. tussen 500 en 1 999 km) en c) het bedrag berekenen van de EU-subsidie als bijdrage in de reiskosten van de deelnemer van Madrid naar Rome en terug (275 EUR).