Inhoudstafel
Zoeken in de gids

Jean Monnet-modules

Wat is een Jean Monnet-module?

Jean Monnet-modules zijn korte onderwijsprogramma's (of cursussen) op het gebied van EU-studies aan instellingen voor hoger onderwijs. Iedere module duurt minstens 40 lesuren per academiejaar. De lesuren omvatten de aan directe contacten bestede tijd in het kader van groepscolleges, seminars, werkcolleges (tutorials) en kunnen deze activiteiten integreren in een vorm van afstandsonderwijs, zij het dan zonder individueel onderwijs. Modules kunnen zich richten op één specifieke discipline van Europese studies of kunnen multidisciplinair van aard zijn en bijgevolg een beroep doen op de academische inbreng van verschillende professoren en deskundigen.

Erasmus+ ondersteunt Jean Monnet-modules teneinde:

  • onderzoek te bevorderen en het opdoen van eerste onderwijservaringen te stimuleren ten behoeve van jonge onderzoekers en wetenschappers en praktijkmensen die zich bezighouden met EU-vraagstukken (van de begroting ter ondersteuning van de modules wordt tot 20% toegewezen aan coördinatoren die onderzoekers zijn die in de afgelopen vijf jaar een PhD of doctorsgraad hebben behaald);
  • de bekendmaking en verspreiding van de resultaten van academisch onderzoek te bevorderen;
  • de belangstelling in de EU te vergroten en de grondslagen te leggen voor toekomstige Europese kenniscentra, met name in partnerlanden;
  • een nadrukkelijker EU-perspectief te introduceren, voornamelijk in niet aan de EU gerelateerde studierichtingen;
  • cursussen op maat aan te bieden over specifieke EU-vraagstukken die voor afgestudeerden van belang zijn in het verdere verloop van hun beroepstraject.

Jean Monnet-modules verankeren en integreren het onderwijs over EU-aangelegenheden in studieprogramma's waarin aan EU gerelateerde leerinhouden tot dusver slechts in beperkte mate werden behandeld. Dankzij de modules krijgt een breed scala aan lerenden en belangstellende burgers feiten en kennis over de Europese Unie aangereikt.

Welke activiteiten worden ondersteund door deze actie?

Er zijn drie mogelijke vormen van Jean Monnet-modules:

  • algemene of inleidende cursussen over EU-kwesties (in het bijzonder aan instellingen en faculteiten die nog geen goed uitgewerkt onderwijsprogramma hebben op dat gebied);
  • gespecialiseerd onderwijs over ontwikkelingen binnen de Europese Unie (in het bijzonder aan instellingen en faculteiten die wel al een goed uitgewerkt onderwijsprogramma hebben op dat gebied);
  • zomercursussen en intensieve cursussen die volledig worden erkend.

Wat is de rol van de organisaties die deelnemen aan een Jean Monnet-module?

Instellingen voor hoger onderwijs hebben de taak de coördinatoren van Jean Monnet-modules te ondersteunen en te promoten door te waarborgen dat hun activiteiten zowel binnen als buiten de instelling ten goede komen aan een zo groot mogelijk publiek.

Instellingen voor hoger onderwijs ondersteunen de coördinatoren van Jean Monnet-modules in hun denkprocessen, onderwijs- en onderzoeksactiviteiten door: de ontwikkelde onderwijsactiviteiten te erkennen; toezicht uit te oefenen op de activiteiten, de zichtbaarheid te verbeteren en recht te doen aan de resultaten die door het bij Jean Monnet-acties betrokken personeel werden behaald.

Instellingen voor hoger onderwijs dienen de activiteiten van een Jean Monnet-module tijdens de gehele looptijd van het project in stand te houden. Indien dat nodig blijkt, moeten ze de academische coördinator vervangen. Indien de instelling verplicht is coördinatoren van Jean Monnet-modules te vervangen, moet een schriftelijk verzoek om goedkeuring worden toegezonden aan het Uitvoerend Agentschap. Bovendien moet de voorgestelde nieuwe coördinator beschikken over een even grondige specialistische kennis inzake EU-studies.

Welke criteria worden gehanteerd om een Jean Monnet-module te evalueren?

Hieronder worden de formele criteria opgesomd waaraan een Jean Monnet-module moet voldoen om in aanmerking te komen voor een subsidie uit het Erasmus+-programma:

SUBSIDIABILITEITSCRITERIA

Wie kan een aanvraag indienen?

Instellingen voor hoger onderwijs (IHO's) die gevestigd zijn in een willekeurig land over de hele wereld. In programmalanden gevestigde IHO's moeten in het bezit zijn van een geldig Erasmus-handvest voor hoger onderwijs (ECHE). Deelnemende IHO's uit partnerlanden dienen niet in het bezit te zijn van een ECHE.

Natuurlijke personen kunnen niet rechtstreeks een subsidie aanvragen.

Projectduur 3 jaar.
Duur van de activiteit

Een Jean Monnet-module moet minimaal 40 uren per academiejaar (gedurende drie opeenvolgende jaren) worden gedoceerd in het kader van EU-studies aan de aanvragende instelling voor hoger onderwijs.

De lesuren omvatten de aan directe contacten bestede tijd in het kader van groepscolleges, seminars, werkcolleges (tutorials) en kunnen deze activiteiten integreren in een vorm van afstandsonderwijs, zij het dan zonder individueel onderwijs.

Waar aanvragen? Bij het in Brussel gevestigde Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur.
Wanneer aanvragen? Aanvragers moeten hun subsidieaanvraag uiterlijk indienen op 22 februari om 12 uur 's middags (Belgische tijd) voor projecten die van start gaan op 1 september van datzelfde jaar.
Hoe aanvragen? In deel C van deze gids wordt uiteengezet hoe de aanvraag wordt ingediend.

Aanvragende organisaties worden getoetst aan de uitsluitings- en selectiecriteria. Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

Toekenningscriteria

Projecten worden beoordeeld op grond van de volgende criteria:

Relevantie van het project
(maximaal 25 punten)
  • De mate waarin het voorstel relevant is voor:
  • de doelstellingen van de actie (zie onder "Wat zijn de doelstellingen van Jean Monnet-acties?" en "Wat is een Jean Monnet-module?").
  • De mate waarin het voorstel:
  • de ontwikkeling van nieuwe onderwijs-, onderzoeks- of debatactiviteiten bevordert;
  • voorziet in het gebruik van nieuwe methoden, instrumenten en technologieën;
  • aantoont dat het academische meerwaarde oplevert;
  • Europese studies en EU-kwesties promoot en de zichtbaarheid daarvan vergroot, zowel binnen de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-acties, als daarbuiten.
  • De relevantie van het voorstel voor de prioritaire doelen van de actie:
  • instellingen of wetenschappers die nog geen financiële steun krijgen in het kader van de Jean Monnet-activiteiten;
  • specifieke aan de EU gerelateerde onderwerpen in studierichtingen waar Europese aspecten zich tot dusver slechts in beperkte mate lieten gevoelen, maar die steeds meer invloed daarvan ondervinden;
  • studenten die niet automatisch in aanraking komen met Europese studies (op vakgebieden zoals exacte wetenschappen of toegepaste technologie, geneeskunde, onderwijs, kunstwetenschappen, taal- en letterkunde enzovoort).
Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering
(maximaal 25 punten)
  • De duidelijkheid, volledigheid en kwaliteit van het werkprogramma, met inbegrip van geschikte fasen ter voorbereiding, uitvoering, evaluatie, follow-up en verspreiding.
  • De consistentie tussen de projectdoelstellingen, activiteiten en het voorgestelde budget.
  • De kwaliteit en praktische uitvoerbaarheid van de voorgestelde methode.
Kwaliteit van het projectteam
(maximaal 25 punten)
  • De relevantie van het profiel en de deskundigheid, zowel op wetenschappelijk vlak als daarbuiten, van het vooraanstaande academisch personeel dat betrokken is bij de in het project voorgestelde activiteiten.
Effect en verspreiding
(maximaal 25 punten)
  • De kwaliteit van maatregelen om de resultaten van de onderwijsactiviteiten te evalueren.
  • De potentiële effecten van het project:
  • op de instelling(en) die deelneemt/deelnemen aan de Jean Monnet-actie;
  • op de studenten en lerenden aan wie de Jean Monnet-actie ten goede komt;
  • op andere organisaties en personen die betrokken zijn op lokaal, regionaal, nationaal en/of Europees niveau.
  • De geschiktheid en kwaliteit van maatregelen met het oog op de verspreiding van de resultaten binnen en buiten de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-activiteiten.
  • Voor zover van toepassing, de mate waarin het voorstel beschrijft hoe geproduceerde documenten, materiaal en media vrij toegankelijk worden gemaakt en gepromoot onder open licenties en zonder onevenredige beperkingen op te leggen.

De voorstellen moeten een minimumscore van 60 punten behalen om voor financiële steun in aanmerking te komen. Bovendien moeten de voorstellen een score van minstens 13 punten behalen in elke categorie van de hierboven vermelde toekenningscriteria.

Wat moet u nog weten over een Jean Monnet-module?

Verspreiding en effect

Jean Monnet-modules dienen de resultaten van de georganiseerde onderwijs- en onderzoeksactiviteiten te verspreiden en te laten benutten buiten het werkterrein van de rechtstreeks betrokken belanghebbenden. Op die manier wordt het effect van de actie gemaximaliseerd en wordt een systemische verandering bewerkstelligd.

Om het effect te vergroten, moeten de verspreidingsactiviteiten niet alleen betrekking hebben op de ontwikkeling en het aanbod van open leermiddelen, maar ook op de ontplooiing van open onderwijsactiviteiten om gelijke tred te houden met de technologische vooruitgang. Een en ander is bevorderlijk voor flexibelere en creatievere manieren van leren. Bovendien kunnen zo meer studenten, beroepsmensen, beleidsmakers en andere belanghebbende groepen worden bereikt.

Alle coördinatoren van Jean Monnet-modules wordt gevraagd het hen betreffende onderdeel van het specifieke online-instrument voor het Erasmus+-programma te actualiseren. In dit instrument wordt alle informatie over de Jean Monnet-activiteiten bijgehouden. Voorts wordt het ten zeerste aangeraden gebruik te maken van de relevante bestaande platforms en instrumenten (bijvoorbeeld de Jean Monnet-database en de virtuele Jean Monnet-gemeenschap). Deze onderdelen behoren tot het overkoepelende IT-instrument voor het Erasmus+-programma en houden het grote publiek geïnformeerd over de instellingen en de Jean Monnet-cursussen die zij aanbieden. Bursalen wordt gevraagd dit instrument geregeld te actualiseren met de resultaten van hun werkzaamheden.

Coördinatoren van Jean Monnet-modules worden aangemoedigd:

  • tijdens de subsidieperiode minstens één intercollegiaal getoetst artikel te publiceren;
  • deel te nemen aan verspreidings- en informatie-evenementen op nationaal en Europees niveau;
  • evenementen te organiseren (colleges, seminars, workshops enzovoort) met beleidsmakers op lokaal (bijvoorbeeld burgemeesters en raadsleden), regionaal en nationaal niveau alsook met maatschappelijke organisaties en met scholen;
  • de resultaten van hun activiteiten te verspreiden door seminars of colleges te organiseren die zich richten tot en afgestemd zijn op het grote publiek en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld;
  • netwerken te vormen met andere coördinatoren van modules, expertisecentra, houders van Jean Monnet-leerstoelen en gesteunde instellingen;
    open leermiddelen toe te passen en niet alleen de samenvattingen, de inhoudelijke opzet en het tijdschema van hun activiteiten, maar ook de verwachte resultaten te publiceren.

Wat zijn de financieringsregels?

De maximale subsidie bedraagt 30 000 EUR en kan ten hoogste 75 % uitmaken van de totale kosten van de Jean Monnet-module.

De voor Jean Monnet-activiteiten verleende subsidie wordt berekend volgens een systeem dat berust op een combinatie van schalen voor de kosten per eenheid en vaste steunbedragen. De hierbij gehanteerde methode is gebaseerd op de berekende nationale onderwijskosten per uur. De volgende methode wordt gehanteerd:

  • schaal voor de onderwijskosten per eenheid: de berekende nationale eenheidskosten per uur D.1 worden vermenigvuldigd met het aantal lesuren;
  • aanvullend vast steunbedrag: de hierboven vermelde kostenbasis wordt verhoogd met 40 % voor een Jean Monnet-module.

De definitieve subsidie wordt dan bepaald door het maximale EU-steunpercentage (75 %) toe te passen op de totale berekende subsidie zonder het maximale subsidiebedrag voor een Jean Monnet-module (30 000 EUR) te overschrijden.

De specifieke bedragen die gelden voor Jean Monnet-modules zijn te vinden in dit deel van de programmagids onder "Kosten per eenheid voor Jean Monnet-acties", aan het eind van het hoofdstuk "Jean Monnet-activiteiten".