Inhoudstafel
Zoeken in de gids

Jean Monnet-leerstoelen

Wat is een Jean Monnet-leerstoel?

Een Jean Monnet-leerstoel is een leeropdracht met een specialisatie in EU-studies voor universiteitsprofessoren, met een looptijd van drie jaar. Een Jean Monnet-leerstoel is slechts door één professor bekleed, die per academiejaar minstens 90 lesuren doceert.

Welke activiteiten worden ondersteund door deze actie?

Voornaamste activiteiten (minimaal 90 uur per academisch jaar):

  • het onderwijs in EU-studies verdiepen als onderdeel van een officieel studieprogramma van een instelling voor hoger onderwijs;
  • voor toekomstige beroepsbeoefenaars diepgaand onderwijs in EU-aangelegenheden verzorgen op gebieden waarnaar steeds meer vraag bestaat op de arbeidsmarkt.

Aanvullende activiteiten:

  • onderwijs/lezingen geven voor studenten van andere departementen (bijvoorbeeld architectuur, geneeskunde enzovoort) om hen beter voor te bereiden op hun toekomstige beroepsleven;
  • de jonge generatie leraren en onderzoekers aanmoedigen, adviseren en begeleiden als mentor met betrekking tot domeinen van EU-studies;
  • onderzoek naar EU-onderwerpen verrichten, superviseren en toezicht daarop uitoefenen, ook voor andere onderwijsniveaus zoals de lerarenopleiding en het verplichte onderwijs;
  • activiteiten organiseren (conferenties, seminars/webinars, workshops enzovoort) die gericht zijn op beleidsmakers op lokaal, regionaal en nationaal niveau, alsook op het maatschappelijk middenveld.

Wat is de rol van de organisaties die deelnemen aan een Jean Monnet-leerstoel?

Jean Monnet-leerstoelen zijn wezenlijk verbonden aan de instelling voor hoger onderwijs die de subsidieovereenkomst afsluit of waarop het subsidiebesluit betrekking heeft.

Jean Monnet-leerstoelen zijn verankerd in de officiële academische activiteiten van de betrokken instelling. De instellingen voor hoger onderwijs wordt gevraagd de houders van een Jean Monnet-leerstoel te ondersteunen in hun denkprocessen, onderwijs- en onderzoeksactiviteiten door de cursussen in zo veel mogelijk studieprogramma's aan te bieden; ze dienen de ontwikkelde onderwijsactiviteiten te erkennen.

De instellingen voor hoger onderwijs dragen de eindverantwoordelijkheid voor hun aanvragen. Ze dienen de activiteiten van een Jean Monnet-leerstoel tijdens de gehele looptijd van het project in stand te houden. Indien de instelling verplicht is een houder van de leerstoel te vervangen, moet een schriftelijk verzoek om goedkeuring worden toegezonden aan het Uitvoerend Agentschap. Bovendien moet de voorgestelde nieuwe houder van de leerstoel beschikken over een even grondige specialistische kennis inzake EU-studies.

Welke criteria worden gehanteerd om een Jean Monnet-leerstoel te evalueren?

Hieronder worden de formele criteria opgesomd waaraan een Jean Monnet-leerstoel moet voldoen om in aanmerking te komen voor een subsidie uit het Erasmus+-programma: 

SUBSIDIABILITEITSCRITERIA

Wie kan een aanvraag indienen?

Instellingen voor hoger onderwijs (IHO's) die gevestigd zijn in een willekeurig land over de hele wereld. In programmalanden gevestigde IHO's moeten in het bezit zijn van een geldig Erasmus-handvest voor hoger onderwijs (ECHE). Deelnemende IHO's uit partnerlanden dienen niet in het bezit te zijn van een ECHE.

Natuurlijke personen kunnen niet rechtstreeks een subsidie aanvragen.

Profiel voor Jean Monnet-leerstoelen Houders van een Jean Monnet-leerstoel moeten vast verbonden zijn als professor aan de aanvragende instelling. Zij mogen geen "gasthoogleraar" (visiting professor) zijn aan de IHO die de subsidie aanvraagt.
Projectduur Drie jaar.
Duur van de activiteit

Een Jean Monnet-leerstoel wordt bekleed door slechts één professor.

Houders van een Jean Monnet-leerstoel moeten minimaal 90 uren per academiejaar (gedurende drie opeenvolgende jaren) doceren en ten minste één aanvullende activiteit als hierboven vermeld per academiejaar uitvoeren.

Ten minste één van de hierboven beschreven aanvullende activiteiten moet worden voorgesteld.

De lesuren omvatten de aan directe contacten bestede tijd in het kader van groepscolleges, seminars, werkcolleges (tutorials) en kunnen deze activiteiten integreren in een vorm van afstandsonderwijs, zij het dan zonder individueel onderwijs en/of toezicht.

Duur van de activiteit Houders van een Jean Monnet-leerstoel moeten minimaal 90 uren per academiejaar (gedurende drie opeenvolgende jaren) doceren in het kader van EU-studies aan de aanvragende instelling voor hoger onderwijs.
Waar aanvragen? Bij het in Brussel gevestigde Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur.
Wanneer aanvragen? Aanvragers moeten hun subsidieaanvraag uiterlijk indienen op 22 februari om 12 uur 's middags (Belgische tijd) voor projecten die van start gaan op 1 september van datzelfde jaar.
Hoe aanvragen? In deel C van deze gids wordt uiteengezet hoe de aanvraag wordt ingediend.

Aanvragende organisaties worden getoetst aan de uitsluitings- en selectiecriteria. Zie deel C van deze gids voor meer informatie.

TOEKENNINGSCRITERIA

Projecten worden beoordeeld op grond van de volgende criteria:

Relevantie van het project
(maximaal 25 punten)
  • De mate waarin het voorstel relevant is voor:
  • de doelstellingen en prioriteiten van de actie (zie het gedeelte "Wat zijn de doelstellingen van Jean Monnet-acties?").
  • De mate waarin het voorstel:
  • de ontwikkeling van nieuwe onderwijs-, onderzoeks- of debatactiviteiten bevordert;
  • voorziet in het gebruik van nieuwe methoden, instrumenten en technologieën;
  • Europese studies en EU-kwesties promoot en de zichtbaarheid daarvan vergroot, zowel binnen de instelling die deelneemt aan de Jean Monnet-actie, als daarbuiten.
  • De relevantie van het voorstel voor de prioritaire doelen van de actie:
  • instellingen die gevestigd zijn in niet door de Jean Monnet-actie bestreken landen;
  • instellingen of wetenschappers die nog geen financiële steun krijgen in het kader van de Jean Monnet-activiteiten.
  • specifieke aan de EU gerelateerde onderwerpen in studierichtingen waar Europese aspecten zich tot dusver slechts in beperkte mate lieten gevoelen, maar die steeds meer invloed daarvan ondervinden.
Kwaliteit van projectontwerp en -uitvoering
(maximaal 25 punten)
  • De duidelijkheid, volledigheid en kwaliteit van het werkprogramma, met inbegrip van geschikte fasen ter voorbereiding, uitvoering, evaluatie, follow-up en verspreiding.
  • De consistentie tussen de projectdoelstellingen, activiteiten en het voorgestelde budget.
  • De kwaliteit en praktische uitvoerbaarheid van de voorgestelde methode.
Kwaliteit van het projectteam
(maximaal 25 punten)
  • Het voorstel wordt ingediend ten gunste van een wetenschapper met een uitstekend profiel op een specifiek domein van EU-studies. De relevantie van het profiel en de deskundigheid, zowel op wetenschappelijk vlak als daarbuiten, van het vooraanstaande personeel dat betrokken is bij de in het project voorgestelde activiteiten.
Effect en verspreiding
(maximaal 25 punten)
  • De kwaliteit van maatregelen om de resultaten van de onderwijsactiviteiten te evalueren.
  • De potentiële effecten van het project:
  • op de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-actie;
  • op de studenten en lerenden aan wie de Jean Monnet-actie ten goede komt;
  • op andere organisaties en personen die betrokken zijn op lokaal, regionaal, nationaal en/of Europees niveau.
  • De geschiktheid en kwaliteit van maatregelen met het oog op de verspreiding van de resultaten van de activiteiten binnen en buiten de instelling die optreedt als gastorganisatie voor de Jean Monnet-actie.
  • Voor zover van toepassing, de mate waarin het voorstel beschrijft hoe geproduceerde documenten, materiaal en media vrij toegankelijk worden gemaakt en gepromoot onder open licenties en zonder onevenredige beperkingen op te leggen.

De voorstellen moeten een minimumscore van 60 punten behalen om voor financiële steun in aanmerking te komen. Bovendien moeten de voorstellen een score van minstens 13 punten behalen in elke categorie van de hierboven vermelde toekenningscriteria.

Wat moet u nog weten over een Jean Monnet-leerstoel?

VERSPREIDING EN EFFECT

Houders van Jean Monnet-leerstoelen dienen de resultaten van de georganiseerde activiteiten te verspreiden en te laten benutten buiten het werkterrein van de rechtstreeks betrokken belanghebbenden. Op die manier wordt het effect van de actie gemaximaliseerd en wordt een systemische verandering bewerkstelligd.

Om het effect te vergroten, moeten de leerstoelhouders in het kader van hun verspreidingsactiviteiten niet alleen open leermiddelen ontwikkelen en beschikbaar stellen, maar ook open onderwijsactiviteiten ontplooien om gelijke tred te houden met de technologische vooruitgang. Een en ander is bevorderlijk voor flexibelere en creatievere manieren van leren. Bovendien kunnen zo meer studenten, beroepsmensen, beleidsmakers en andere belanghebbende groepen worden bereikt.

Alle houders van Jean Monnet-leerstoelen wordt gevraagd het hen betreffende onderdeel van het specifieke online-instrument voor het Erasmus+-programma te actualiseren. In dit instrument wordt alle informatie over de Jean Monnet-activiteiten bijgehouden. Voorts wordt het ten zeerste aangeraden gebruik te maken van de relevante bestaande platforms en instrumenten (bijvoorbeeld de Jean Monnet-database en de virtuele Jean Monnet-gemeenschap). Deze functies maken deel uit van het overkoepelende IT-instrument voor het Erasmus+-programma en houden het grote publiek geïnformeerd over de instellingen en de Jean Monnet-cursussen die zij aanbieden. Bursalen wordt gevraagd dit instrument geregeld te actualiseren met de resultaten van hun werkzaamheden.

Houders van Jean Monnet-leerstoelen worden aangemoedigd:

  • tijdens de subsidieperiode minstens één boek te publiceren via de universitaire pers. De publicatiekosten en, zo nodig, de vertaalkosten worden deels gedekt door de subsidie;
  • deel te nemen aan verspreidings- en informatie-evenementen op nationaal en Europees niveau;
  • evenementen te organiseren (colleges, seminars, workshops enzovoort) met beleidsmakers op lokaal (bijvoorbeeld burgemeesters en raadsleden), regionaal en nationaal niveau alsook met maatschappelijke organisaties en met scholen;
  • de resultaten van hun activiteiten te verspreiden door seminars of colleges te organiseren die zich richten tot en afgestemd zijn op het grote publiek en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld;
  • netwerken te vormen met andere houders van Jean Monnet-leerstoelen, coördinatoren van modules, expertisecentra en gesteunde instellingen;
    open leermiddelen toe te passen en niet alleen de samenvattingen, de inhoudelijke opzet en het tijdschema van hun activiteiten, maar ook de verwachte resultaten te publiceren.

Wat zijn de financieringsregels?

De maximale subsidie bedraagt 50 000 EUR en kan ten hoogste 75 % uitmaken van de totale kosten van de Jean Monnet-leerstoel.

De voor Jean Monnet-activiteiten verleende subsidie wordt berekend volgens een systeem dat berust op een combinatie van schalen voor de kosten per eenheid en vaste steunbedragen. De hierbij gehanteerde methode is gebaseerd op de berekende nationale onderwijskosten per uur. De volgende methode wordt gehanteerd:

  • schaal voor de onderwijskosten per eenheid: de berekende nationale eenheidskosten voor onderwijs per uur D.1 worden vermenigvuldigd met het aantal lesuren voor de Jean Monnet-leerstoel;
  • aanvullend vast steunbedrag: de hierboven vermelde kostenbasis wordt verhoogd met 10 % voor een Jean Monnet-leerstoel. In deze verhoging is rekening gehouden met de aanvullende academische activiteiten die deel uitmaken van een leerstoel, zoals personeelskosten, reis- en verblijfkosten, verspreidingskosten, kosten voor lesmateriaal, indirecte kosten enzovoort.

De definitieve subsidie wordt dan bepaald door het maximale EU-steunpercentage (75 %) toe te passen op het totale berekende bedrag zonder het maximale subsidiebedrag voor een Jean Monnet-leerstoel (50 000 EUR) te overschrijden.

De specifieke bedragen die gelden voor Jean Monnet-leerstoelen zijn te vinden in dit deel van de programmagids onder "Kosten per eenheid voor Jean Monnet-acties", aan het eind van het hoofdstuk "Jean Monnet-activiteiten".