Inhoudstafel
Zoeken in de gids

Deel A: Algemene informatie over het Erasmus+-programma

Erasmus+ is het EU-programma op het gebied van onderwijs, opleiding, jeugd en sport voor de periode 2014-20201. Onderwijs, opleiding, jeugdzaken en sport kunnen een belangrijke bijdrage leveren voor het aanpakken van sociaaleconomische veranderingen, de belangrijkste uitdagingen waarmee Europa tot het einde van het decennium zal worden geconfronteerd, en ter ondersteuning van de uitvoering van de Europese beleidsagenda voor groei, werkgelegenheid, rechtvaardigheid en sociale integratie.

De strijd tegen de hoge werkloosheid - in het bijzonder onder jongeren - is een topprioriteit op de agenda van de Europese regeringen. Te veel jongeren verlaten het onderwijs voortijdig en lopen een groot risico om werkloos te worden en sociaal gemarginaliseerd te geraken. Ook een groot aantal laagopgeleide volwassenen dreigt te worden blootgesteld aan bovengenoemd risico. Technologieën veranderen de manier waarop de maatschappij functioneert, en er moet voor worden gezorgd dat ze op de best mogelijke wijze worden ingezet. Europese bedrijven moeten concurrerender worden door middel van talent en innovatie.

Europa heeft behoefte aan meer samenhangende en inclusieve samenlevingen die burgers in staat stellen een actieve rol te spelen in het democratische leven. Onderwijs, training, jeugdwerk en sport zijn essentieel om gemeenschappelijke Europese waarden en sociale integratie te bevorderen, om intercultureel begrip en het gevoel van betrokkenheid bij een gemeenschap te versterken en om gewelddadige radicalisering te voorkomen. Erasmus+ is een efficiënt instrument om de integratie te bevorderen van mensen die zich in een achterstandssituatie bevinden, waaronder pas aangekomen migranten.

Een andere uitdaging betreft de ontwikkeling van sociaal kapitaal bij jongeren, de versterking van de positie van jongeren en hun vermogen om een actieve rol te spelen in de samenleving, in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag van Lissabon om "de deelneming van jongeren aan het democratisch leven van Europa aan te moedigen". Deze uitdaging kan ook worden aangepakt door middel van niet-formele leeractiviteiten die erop gericht zijn de vaardigheden en competenties van jongeren te verbeteren en hun actieve burgerschap te versterken. Bovendien moeten opleidings- en samenwerkingsmogelijkheden worden gecreëerd voor jeugdorganisaties en jeugdwerkers: zo kunnen zij hun vakbekwaamheid vergroten en de Europese dimensie van het jeugdwerk ontwikkelen.

Degelijk functionerende onderwijs- en opleidingsstelsels en een goed presterend jeugdbeleid kunnen deze mensen de vaardigheden bijbrengen waaraan op de arbeidsmarkt en in de economie behoefte is, en hen terzelfder tijd in staat stellen een actieve rol te spelen in de maatschappij en zich persoonlijk te ontplooien. Hervormingen op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken kunnen de ontwikkeling van deze doelstellingen versterken, op basis van een gezamenlijke visie tussen beleidsmakers en belanghebbenden, degelijke gegevens en samenwerking tussen de verschillende terreinen en niveaus.

Het Erasmus+-programma beoogt de programmalanden te ondersteunen in hun inspanningen om het potentieel aan menselijk talent en sociaal kapitaal van Europa efficiënt te benutten, en bevestigt tegelijk het beginsel van een leven lang leren door alle steun met betrekking tot formeel, niet-formeel en informeel leren over het gehele spectrum van onderwijs, opleiding en jeugdzaken te verenigen. Het programma biedt ook meer mogelijkheden voor samenwerking en mobiliteit met partnerlanden, met name op het gebied van hoger onderwijs en jeugdzaken.

Overeenkomstig een van de nieuwe met het Verdrag van Lissabon ingevoerde elementen verleent Erasmus+ ook steun voor activiteiten die gericht zijn op de ontwikkeling van de Europese dimensie op sportgebied, door de samenwerking tussen sportorganisaties te bevorderen. Het programma stimuleert de oprichting en ontwikkeling van Europese netwerken, en zorgt daarbij voor nieuwe samenwerkingsmogelijkheden tussen de belanghebbenden alsook voor de uitwisseling en overdracht van kennis en knowhow op diverse gebieden die verband houden met sport en lichaamsbeweging. Deze hechtere samenwerking heeft met name een positieve invloed voor de ontwikkeling van het potentieel van het menselijk kapitaal van Europa door de maatschappelijke en economische kosten van het gebrek aan lichaamsbeweging te helpen terugdringen.

Het programma ondersteunt acties, samenwerking en instrumenten die in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de Europa 2020-strategie en haar vlaggenschipinitiatieven, zoals Jeugd in beweging en de Agenda voor nieuwe vaardigheden en banen. Het programma draagt - via de open coördinatiemethode - ook bij aan het verwezenlijken van de doelstellingen van het strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding en van de Europese jeugdstrategie.

Door groei te bevorderen en rechtvaardigheid, welvaart en sociale integratie te waarborgen in Europa en daarbuiten, komt deze investering in kennis, vaardigheden en competenties niet alleen ten goede aan personen, instellingen en organisaties, maar ook aan de maatschappij als geheel.

De Erasmus+-programmagids werd opgesteld in overeenstemming met het door de Europese Commissie vastgestelde jaarlijkse Erasmus+-werkprogramma en kan worden herzien om de prioriteiten en actiepunten van de werkprogramma's te weerspiegelen die de komende jaren worden vastgesteld. Voorts is de uitvoering van deze gids afhankelijk van de beschikbaarheid van de in de ontwerpbegroting voorziene kredieten na de vaststelling van de begroting voor dat jaar door de begrotingsautoriteit, dan wel volgens de regeling van de voorlopige twaalfden.

 

Voortbouwen op ervaring uit het verleden, kijken naar de toekomst

Het Erasmus+-programma bouwt voort op de resultaten die al ruim 25 jaar worden geboekt met Europese programma's op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken, die zowel een intra-Europese als een internationale samenwerkingsdimensie hebben. Erasmus+ is ontstaan uit de integratie van de volgende Europese programma's die door de Commissie werden uitgevoerd in de periode 2007-2013:

  • Een leven lang leren
  • Jeugd in actie
  • Erasmus Mundus
  • Tempus
  • Alfa
  • Edulink
  • samenwerkingsprogramma's met geïndustrialiseerde landen op het gebied van hoger onderwijs

Met deze programma's werd steun verleend aan acties op het gebied van hoger onderwijs (inclusief de internationale dimensie daarvan), beroepsonderwijs en -opleiding, schoolonderwijs, volwassenenonderwijs en jeugdzaken (inclusief de internationale dimensie daarvan).

Erasmus+ beoogt verder te gaan dan deze programma's, en wel door synergie en kruisbestuiving te bevorderen tussen de verschillende gebieden van onderwijs, opleiding en jeugdzaken, door de kunstmatige grenzen tussen de diverse acties en projecttypen op te heffen, door nieuwe ideeën te stimuleren, door nieuwe actoren aan te trekken uit het beroepsleven en het maatschappelijke middenveld en door nieuwe vormen van samenwerking aan te moedigen.

Daarom is het van essentieel belang aan het nieuwe programma een sterke merknaam te geven die algemeen wordt (h)erkend. Bijgevolg dient bij de communicatie in het kader van alle door het programma ondersteunde acties en activiteiten in de eerste plaats de naam "Erasmus+" te worden gebruikt. Teneinde deelnemers aan en begunstigden van vorige programma's te helpen hun weg te vinden naar Erasmus+, is het voor communicatie- en informatieverspreidingsdoeleinden niettemin toegestaan naast de gemeenschappelijke naam "Erasmus+" de volgende namen te gebruiken voor sectorspecifieke acties:

  • "Erasmus+: Comenius", voor de programma-activiteiten die uitsluitend betrekking hebben op het schoolonderwijs;
  • "Erasmus+: Erasmus", voor de programma-activiteiten die uitsluitend betrekking hebben op het hoger onderwijs en die gericht zijn op de programmalanden;
  • "Erasmus+: Erasmus Mundus", met betrekking tot de gezamenlijke masteropleidingen van Erasmus Mundus;
  • "Erasmus+: Leonardo da Vinci", voor de programma-activiteiten die uitsluitend betrekking hebben op beroepsonderwijs en -opleiding;
  • "Erasmus+: Grundtvig", voor de programma-activiteiten die uitsluitend betrekking hebben op volwassenenonderwijs;
  • "Erasmus+: Jeugd in actie", voor de programma-activiteiten die uitsluitend betrekking hebben op niet-formeel en informeel leren van jongeren;
  • "Erasmus+: Jean Monnet", voor de programma-activiteiten die uitsluitend betrekking hebben op studies over de EU;
  • "Erasmus+: Sport", voor de programma-activiteiten die uitsluitend betrekking hebben op sport.