Inhoudstafel
Zoeken in de gids

De Europese Commissie

De Europese Commissie draagt de eindverantwoordelijkheid voor de uitvoering van het Erasmus+-programma. De Commissie beheert het programmabudget en stelt doorlopend de prioriteiten, doelen en criteria vast voor het programma. Bovendien zorgt de Commissie op Europees niveau voor het aansturen en monitoren van de algemene uitvoering, follow-up en evaluatie van het programma. De Europese Commissie draagt eveneens de algemene verantwoordelijkheid voor de supervisie en coördinatie van de instanties die belast zijn met de uitvoering van het programma op nationaal niveau.

Op Europees niveau berust de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de gecentraliseerde acties van het Erasmus+-programma bij het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur van de Europese Commissie (Uitvoerend Agentschap). Het Uitvoerend Agentschap heeft als taak deze projecten over de gehele cyclus te beheren, vanaf de programmapromotie, analyse van de subsidieaanvragen en projectmonitoring ter plaatse tot de verspreiding van de project- en programmaresultaten. Verder doet het Uitvoerend Agentschap specifieke oproepen tot het indienen van voorstellen met betrekking tot sommige programma-acties die niet nader worden omschreven in deze gids.

De Europese Commissie is met name via het Uitvoerend Agentschap ook verantwoordelijk voor:

  • het uitvoeren van studies op de door het programma ondersteunde gebieden;
  • het verrichten van onderzoek en empirisch onderbouwde werkzaamheden via het Eurydice-netwerk;
  • het verbeteren van de zichtbaarheid en het versterken van het systeemeffect van het programma door de programmaresultaten te verspreiden en te benutten;
  • het beheren van contracten en het financieren van door het Erasmus+-programma ondersteunde organen en netwerken;
  • het beheren van aanbestedingen voor het verlenen van diensten in het kader van het programma.

 

De nationale agentschappen

Het Erasmus+-programma wordt voornamelijk uitgevoerd volgens het beginsel van indirect beheer, wat betekent dat de Europese Commissie taken met betrekking tot de besteding van middelen toevertrouwt aan nationale agentschappen. Aan die benadering ligt een duidelijke logica ten grondslag, die beoogt Erasmus+ zo dicht mogelijk bij zijn begunstigden te brengen en beter af te stemmen op de verscheidenheid van de nationale onderwijs-, opleidings- en jeugdwerkstelsels. Daartoe heeft elk programmaland een of meer nationale agentschappen aangewezen. De contactgegevens van deze agentschappen zijn terug te vinden in bijlage IV bij deze gids. Het programma wordt op nationaal niveau gepromoot en uitgevoerd door deze nationale agentschappen: zij fungeren als schakel tussen de Europese Commissie en deelnemende organisaties op lokaal, regionaal en nationaal niveau. De nationale agentschappen hebben als taak:

  • passende informatie te verstrekken over het Erasmus+-programma;
  • eerlijke en transparante selectieprocedures te beheren voor de projecten in hun land waarvoor financiering wordt aangevraagd;
  • de uitvoering van het programma in hun land te controleren en te evalueren;
  • steun te verlenen aan projectaanvragers en deelnemende organisaties gedurende de gehele projectcyclus;
  • doeltreffend samen te werken met het netwerk van alle nationale agentschappen en de Europese Commissie;
  • het programma zichtbaar te maken;
  • de verspreiding en benutting van de programmaresultaten op lokaal en nationaal niveau te bevorderen.

De nationale agentschappen vervullen ook een belangrijke rol als intermediaire structuren voor de kwalitatieve ontwikkeling van het Erasmus+-programma door:

  • naast de taken inzake projectcyclusbeheer werkzaamheden uit te voeren die bijdragen tot de kwalitatieve uitvoering van het programma en/of aanzet geven tot beleidsontwikkelingen op de door het programma ondersteunde gebieden;
  • ten behoeve van nieuwkomers of doelgroepen die in een minder bevoorrechte positie verkeren een ondersteunende aanpak op te zetten teneinde de belemmeringen voor een volledige deelname aan het programma weg te nemen;
  • te streven naar samenwerking met externe instanties met het doel het effect van het programma in hun land te vergroten.

De ondersteunende aanpak van nationale agentschappen is erop gericht de gebruikers van het programma te begeleiden door alle fasen, vanaf het eerste contact met het programma, tijdens de aanvraagprocedure tot aan de verwezenlijking van het project en de eindevaluatie. Dit beginsel is niet in tegenspraak met eerlijke en transparante selectieprocedures, maar is veeleer gebaseerd op het uitgangspunt dat het om gelijke kansen voor iedereen te garanderen nodig is sommige doelgroepen van het programma meer hulp te bieden door middel van op hun behoeften toegesneden adviserings-, controle- en begeleidingssystemen.