Inhoudstafel
Zoeken in de gids

Bijlage III – Verklarende termenlijst

Begeleider

Volgens de algemene definitie die van toepassing is op alle gebieden van onderwijs, opleiding en jeugdzaken, is een begeleider degene die deelnemers – zowel lerenden als personeel/jeugdwerkers – met specifieke behoeften (d.w.z. met beperkingen) vergezelt bij een mobiliteitsactiviteit om hun bescherming te waarborgen en om ondersteuning en extra bijstand te bieden. Daarnaast, in het geval van

  • lerenden van beroepsonderwijs en -opleiding en vrijwilligersactiviteiten in het kader van kernactie 1,
  • mobiliteit van korte of lange duur van leerlingen en gemengde mobiliteit van jongeren in het kader van kernactie 2,
  • ontmoetingen tussen jongeren en beleidsmakers in het kader van kernactie 3,

kan een begeleider bovendien ook de volwassene zijn die één of meer lerenden van beroepsonderwijs en -opleiding, kansarme vrijwilligers, leerlingen of jongeren (in het bijzonder minderjarigen of jongeren met weinig ervaring in het buitenland) vergezelt in het buitenland om tijdens de mobiliteitservaring hun bescherming en veiligheid te waarborgen en hun leerproces te bevorderen.

Accreditatie Een procedure ter waarborging dat de organisaties die financiële steun willen krijgen voor een onder het Erasmus+-programma vallende actie zich houden aan een reeks kwaliteitsnormen of vereisten die de Europese Commissie voor die specifieke actie heeft vastgesteld. Afhankelijk van het soort actie of het land waar de aanvragende organisatie gevestigd is, wordt de accreditatie uitgevoerd door het Uitvoerend Agentschap, een nationaal agentschap of een Salto-onderzoekscentrum. De accreditatieprocedure geldt voor organisaties die willen deelnemen aan projecten (met inbegrip van mobiliteitsprojecten) voor hoger onderwijs of aan mobiliteitsactiviteiten op het gebied van jeugdzaken.
Actie Een onderdeel of maatregel van het Erasmus+-programma. Voorbeelden van acties: strategische partnerschappen op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken, gezamenlijke masteropleidingen van Erasmus Mundus, allianties voor bedrijfstakspecifieke vaardigheden enzovoort.
Activiteit Een reeks als onderdeel van een project uitgevoerde taken. Er bestaan verschillende soorten activiteiten (mobiliteitsactiviteiten, samenwerkingsactiviteiten enzovoort). In het kader van Jean Monnet komt een activiteit overeen met een actie (zie definitie hierboven).
Volwassenenonderwijs Alle vormen van niet-beroepsgericht onderwijs van formele, niet-formele of informele aard voor volwassenen (voor permanente beroepsopleiding zie "Beroepsonderwijs en -opleiding").
Organisatie voor volwassenenonderwijs Publieke of particuliere organisatie die actief is op het gebied van niet-beroepsgericht volwassenenonderwijs.
Lerende volwassene Iemand die, na het initiële onderwijs te hebben voltooid of stopgezet, een vorm van postinitieel onderwijs of permanente vorming volgt (formeel, niet-formeel of informeel leren), met uitzondering van leerkrachten/opleiders van schoolonderwijs en beroepsonderwijs en -opleiding.
Voorbereidend bezoek Planningsbezoek aan het land van de ontvangende organisatie(s) voorafgaand aan jongerenuitwisselingen of vrijwilligersactiviteiten in mobiliteitsprojecten voor jongeren en ErasmusPro-activiteiten in mobiliteitsprojecten voor lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding. Het doel van het voorbereidende bezoek is activiteiten van hoge kwaliteit te waarborgen door administratieve regelingen te vergemakkelijken en voor te bereiden, vertrouwen en begrip op te bouwen en een solide partnerschap tussen de betrokken organisaties tot stand te brengen. Bij jongerenmobiliteitsprojecten kunnen deelnemende jongeren bij het bezoek worden betrokken om hen ten volle aan het projectontwerp te laten meewerken.
Gelieerde entiteit

De volgende entiteiten kunnen als gelieerde entiteiten worden beschouwd (in overeenstemming met artikel 122 van het Financieel Reglement):

  • juridische entiteiten die een juridische of kapitaalband hebben met begunstigden; deze band is niet beperkt tot de actie en is niet uitsluitend met het oog op de uitvoering ervan tot stand gekomen;
  • meerdere entiteiten die aan de criteria voor toekenning van een subsidie voldoen en samen één entiteit vormen, mogen als de enige begunstigde worden behandeld, ook wanneer de entiteit speciaal is opgericht met als doel de door de subsidie te financieren actie uit te voeren.

De gelieerde entiteiten moeten voldoen aan de criteria voor subsidiabiliteit en niet-uitsluiting en, indien van toepassing, ook aan de selectiecriteria voor aanvragers.

Aanvrager Een deelnemende organisatie of informele groep die een subsidieaanvraag indient. Aanvragers kunnen individueel of namens andere organisaties die bij het project betrokken zijn, financiële steun aanvragen. In het laatste geval wordt de aanvrager gelijkgesteld met de coördinator.
Indieningstermijn (voor de aanvraag) De uiterste datum waarop de aanvraag moet worden ingediend bij het nationaal agentschap of het Uitvoerend Agentschap om in aanmerking te worden genomen.
Leerwerkplaats (leerling) Een vorm van initieel beroepsonderwijs, waarbij een opleiding in een bedrijf (perioden van praktische werkervaring op een werkplek) formeel wordt gecombineerd en afgewisseld met schoolonderwijs (perioden van theoretisch/praktisch onderwijs in een school of opleidingscentrum) en waarvan de succesvolle voltooiing wordt bekroond met een nationaal erkende kwalificatie voor initieel beroepsonderwijs.
Basisvaardigheden taalvaardigheid, wiskunde, exacte wetenschappen en technologie; deze vaardigheden zijn opgenomen in de kerncompetenties.
Begunstigde Zodra het project is geselecteerd, wordt de aanvrager de begunstigde van een Erasmus+-subsidie. De begunstigde ondertekent een subsidieovereenkomst met, of wordt in kennis gesteld van een subsidiebesluit door het nationale agentschap of het Uitvoerend Agentschap dat het project heeft geselecteerd. Werd de aanvraag ingediend namens andere deelnemende organisaties, dan kunnen de partners mede-begunstigden van de subsidie worden.
Gecombineerd afstands- en contactonderwijs ("Blended learning") Studievorm waarbij uiteenlopende vormen van leren worden gecombineerd. Verwijst vaak meer in het bijzonder naar opleidingen waarin traditioneel contactonderwijs (in de vorm van workshops of seminars) wordt gecombineerd met afstandsonderwijs met behulp van onlinetechnologie (zoals internet, televisie, telefonische vergaderingen).
Oproep tot het indienen van voorstellen Door of namens de Commissie bekendgemaakte uitnodiging om binnen een vastgestelde termijn een voorstel voor een actie in te dienen in overeenstemming met de nagestreefde doelstellingen en met inachtneming van de vereiste voorwaarden. Oproepen tot het indienen van voorstellen worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (C-reeks) en/of op de desbetreffende websites van de Commissie, het nationaal agentschap of het Uitvoerend Agentschap.
Certificaat In het kader van het Erasmus+-programma een document dat wordt afgegeven aan iemand die, voor zover van toepassing, een leeractiviteit heeft voltooid op het gebied van onderwijs, opleiding en jeugdzaken. Dit document bevestigt de deelname aan de activiteit en in voorkomend geval de daarbij behaalde leerresultaten.
Schrijffout Onopzettelijke kleine vergissing of onoplettendheid in een document waardoor de betekenis verandert, zoals een tikfout of de onopzettelijke toevoeging of weglating van een woord, uitdrukking of cijfer.
Medefinanciering Het medefinancieringsbeginsel houdt in dat de kosten van een door de EU ondersteund project deels voor rekening zijn van de begunstigde, of worden gedekt door andere externe bijdragen dan de EU-subsidie.
Bedrijf Een rechtspersoon die is opgericht naar burgerlijk recht of handelsrecht, met inbegrip van coöperatieve verenigingen of vennootschappen, en elke andere publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon, met uitzondering van rechtspersonen zonder winstoogmerk.
Consortium Twee of meer deelnemende organisaties die als team samenwerken met het oog op de voorbereiding, uitvoering en follow-up van een project of een activiteit in projectverband. Een consortium kan nationaal (dat wil zeggen met deelname van organisaties die in hetzelfde land gevestigd zijn) of internationaal (met deelname van organisaties uit verschillende landen) van opzet zijn.
Coördinator/coördinerende organisatie Een deelnemende organisatie die een Erasmus+-subsidie aanvraagt namens een consortium van partnerorganisaties.
Studiepuntenmobiliteit Een beperkte studie- of stageperiode die in het buitenland wordt doorgebracht in het kader van een lopende studie aan een instelling in het thuisland met het doel studiepunten te verzamelen. Na de mobiliteitsfase keren de studenten terug naar de instelling in het thuisland om hun studie te voltooien.
Studiepunt Een reeks geëvalueerde leerresultaten die met het oog op een kwalificatie geaccumuleerd kunnen worden of naar andere leerprogramma's of kwalificaties overgedragen kunnen worden.
Studiemobiliteit Een in het buitenland doorgebrachte studieperiode met het doel een volledige graad of certificaat te behalen in een of meer landen van bestemming.
Diplomasupplement Een bijlage bij het officiële kwalificatiebewijs, die meer gedetailleerde informatie over de voltooide opleiding wil bieden in een overeengekomen formaat en die internationaal wordt erkend. Een document dat een hogeronderwijsdiploma vergezelt en waarin een gestandaardiseerde beschrijving is opgenomen van de aard, het niveau, de context, de inhoud en de status van de door de houder voltooide studies. Dit supplement wordt opgesteld door instellingen voor hoger onderwijs in overeenstemming met de normen die zijn overeengekomen door de Europese Commissie, de Raad van Europa en Unesco. Het diplomasupplement maakt deel uit van Europass (zie hieronder). In het kader van een internationaal gezamenlijk studieprogramma verdient het aanbeveling een "gezamenlijk diplomasupplement" af te geven dat het volledige studieprogramma bestrijkt en dat wordt goedgekeurd door alle universiteiten die de graad toekennen.
Dubbele graad/meervoudige graad Een studieprogramma aangeboden door ten minste twee (dubbele graad) of meer (meervoudige graad) instellingen voor hoger onderwijs, waarbij de student na afronding van het studieprogramma van elk van de deelnemende instellingen een apart diploma ontvangt.
Dubbele loopbaan Het combineren van een sportopleiding op hoog niveau met algemeen onderwijs of werk.
ECHE (Erasmus-handvest voor hoger onderwijs) Een door de Europese Commissie toegekende accreditatie die instellingen voor hoger onderwijs uit programmalanden de mogelijkheid biedt in aanmerking te komen om financiële steun aan te vragen voor en deel te nemen aan onder het Erasmus+-programma vallende leer- en samenwerkingsactiviteiten. Het handvest schetst de fundamentele beginselen waaraan een instelling zich dient te houden bij het organiseren en ten uitvoer leggen van in kwalitatief opzicht hoogwaardige mobiliteit en samenwerking, en bepaalt de vereisten waaraan zij verklaren te zullen voldoen om de hoge kwaliteit van hun dienstverlening en procedures te waarborgen alsook om betrouwbare en transparante informatie te verstrekken.
ECTS (Europees studiepuntenoverdrachtsysteem) Een systeem voor het verzamelen en overdragen van studiepunten, dat op de lerenden is afgestemd en gebaseerd is op transparantie van leer- en onderwijsprocessen en van beoordelingsprocedures. Het doel is om planning, levering en evaluatie van studieprogramma’s en leerlingmobiliteit te bevorderen via de erkenning van kwalificaties en leerperiodes. Een systeem dat dient als hulpmiddel voor het ontwikkelen, beschrijven en aanbieden van studieprogramma's en het toekennen van hogeronderwijskwalificaties. Het gebruik van het ECTS, in combinatie met op leerresultaten gebaseerde kwalificatiekaders, maakt studieprogramma's en kwalificaties transparanter en vereenvoudigt de erkenning van kwalificaties.
ECVET (Europees puntenoverdrachtsysteem voor beroepsonderwijs en opleiding) Een systeem ter bevordering van de validering, erkenning en verzameling van werkgerelateerde vaardigheden en kennis verworven tijdens een verblijf in een ander land of in verschillende situaties. Het doel van het ECVET is de verenigbaarheid te verbeteren tussen de verschillende stelsels voor beroepsonderwijs en -opleiding in heel Europa en de daarmee samenhangende kwalificaties. Het ECVET moet een technisch kader tot stand brengen waarin de kwalificaties worden beschreven in termen van eenheden van leerresultaten, en voorziet in procedures voor beoordeling, overdracht, verzameling en erkenning.
Onderneming Een onderneming die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar omvang, rechtsvorm of de economische sector waarin zij actief is.
EQAVET (Europees referentiekader voor kwaliteitsborging in beroepsonderwijs en opleiding) Een referentie-instrument voor beleidsmakers, gebaseerd op een kwaliteitscyclus in vier stappen (vaststelling van doelen en planning, uitvoering, evaluatie en herziening). Dit referentiekader houdt rekening met de autonomie van de nationale autoriteiten en wordt op vrijwillige basis gebruikt door overheidsinstanties en andere organen die zich bezighouden met kwaliteitsborging.
EQF (Europees kwalificatiekader) Een gemeenschappelijk Europees referentie-instrument waarmee de vertaalslag tussen verschillende onderwijs- en opleidingsstelsels en bijbehorende kwalificatieniveaus kan worden gemaakt. Het EQF heeft ten doel de transparantie, vergelijkbaarheid en overdraagbaarheid van kwalificaties in heel Europa te bevorderen, de mobiliteit van werknemers en lerenden te stimuleren en een leven lang leren te vergemakkelijken, zoals bepaald in Aanbeveling 2008/C 111/01 van het Europees Parlement en de Raad.
ESCO (meertalige classificatie van Europese vaardigheden/competenties, kwalificaties en beroepen) Een classificatie in 25 Europese talen, die de vaardigheden en competenties, kwalificaties en beroepen met relevantie voor de arbeidsmarkt, de onderwijs- en opleidingssector in de EU identificeert en in categorieën indeelt. In deze classificatie staan beroepsprofielen die het verband aangeven tussen beroepen, vaardigheden, competenties en kwalificaties. Het ESCO is ontwikkeld in een open IT-formaat en kan gratis door iedereen worden geraadpleegd.
Vestigingsplaats (gevestigd in) Het feit dat een organisatie of orgaan voldoet aan bepaalde nationale voorwaarden (registratie, verklaring, bekendmaking enzovoort) en daardoor formeel kan worden erkend door de nationale autoriteit waaronder de organisatie of het orgaan ressorteert. Voor een informele groep jongeren wordt de wettige verblijfplaats van de wettelijke vertegenwoordiger daarmee gelijkgesteld om voor een Erasmus+-subsidie in aanmerking te kunnen worden genomen.
Europass Europass is een portfolio van vijf verschillende documenten en een elektronische map waarin beschrijvingen zijn opgenomen van de algehele leerresultaten, officiële kwalificaties, werkervaring, vaardigheden en competenties die de houder mettertijd heeft opgedaan. Deze documenten zijn: het Europass-cv, het Europass-diplomasupplement, het Europass-certificaatsupplement, het Europass-mobiliteitsdocument en het taalportfolio. Europass bevat ook het Europees vaardighedenpaspoort, een gebruiksvriendelijke elektronische map die de houder helpt een persoonlijke, modulaire inventaris van de door hem of haar verworven vaardigheden en kwalificaties samen te stellen. Het doel van Europass is de mobiliteit te bevorderen en de vooruitzichten inzake werkgelegenheid en een leven lang leren in Europa te verbeteren.
Europees ontwikkelingsplan Een document voor organisaties voor beroepsonderwijs en –opleiding, schoolonderwijs en volwassenenonderwijs waarin wordt uiteengezet welke behoeften de instelling/organisatie heeft inzake kwaliteitsontwikkeling en internationalisering, en hoe de geplande Europese activiteiten daarin zullen voorzien. Het Europese ontwikkelingsplan maakt deel uit van het aanvraagformulier voor scholen en organisaties voor volwassenenonderwijs die in het kader van kernactie 1 financiële steun aanvragen voor de leermobiliteit van personeel.
Europese jeugd-ngo Een ngo die: 1) opereert via een formeel erkende structuur en die samengesteld is uit a) een Europees orgaan/secretariaat (de aanvrager) dat op de indieningsdatum van de steunaanvraag ten minste één jaar wettelijk gevestigd is in een programmaland, en b) nationale organisaties/afdelingen in ten minste twaalf programmalanden die een statutaire band hebben met het Europese orgaan/secretariaat; 2) actief is op het gebied van jeugdzaken en activiteiten ontplooit ter ondersteuning van de uitvoering van de onder de EU-jeugdstrategie vallende acties; 3) jongeren laat deelnemen aan het beheer en bestuur van de organisatie.
Overmacht Een onvoorspelbare en uitzonderlijke situatie of gebeurtenis die plaatsvindt buiten de wil van de deelnemer om en niet te wijten is aan een fout of nalatigheid van de deelnemer.
Breedtesport Georganiseerde sport die op lokaal niveau door amateursporters wordt beoefend en voor iedereen toegankelijk is.
Groepsleider Bij mobiliteitsprojecten voor jongeren, een volwassene die de jongeren vergezelt tijdens hun deelname aan een uitwisseling van jongeren om hun leerproces te bevorderen (Youthpass) en hun bescherming en veiligheid te waarborgen.
Groepen jongeren die actief zijn in het jeugdwerk, maar niet noodzakelijkerwijs in het kader van een jeugdorganisatie (ook informele groepen jongeren genoemd) Een groep van ten minste vier jongeren die naar het toepasselijke nationale recht geen rechtspersoonlijkheid heeft, mits de vertegenwoordigers van die groep bevoegd zijn namens hen juridische verbintenissen aan te gaan. Deze groepen jongeren kunnen aanvragers en partners zijn voor sommige onder het Erasmus+-programma vallende acties. Eenvoudigheidshalve worden zij in deze gids gelijkgesteld met rechtspersonen (organisaties, instellingen enzovoort) en staan zij op gelijke voet met de aan het Erasmus+-programma deelnemende organisaties voor de actie waaraan zij kunnen deelnemen. De groep moet uit ten minste vier jongeren bestaan en hun leeftijd moet vallen binnen de leeftijdscategorie van de jongeren in het programma (13-30). In uitzonderlijke gevallen en indien alle jongeren minderjarig zijn, kan de groep door een volwassene worden vertegenwoordigd. Hierdoor kan een groep jongeren (wanneer alle jongeren minderjarig zijn) een aanvraag indienen met behulp van een jeugdwerker/begeleider.
Instelling voor hoger onderwijs Elke soort instelling voor hoger onderwijs die, overeenkomstig het nationale recht of de nationale praktijk, opleidt voor erkende graden of andere erkende kwalificaties op tertiair niveau, ongeacht de naam die dergelijke instellingen dragen, of elke instelling die, overeenkomstig het nationale recht of de nationale praktijk, beroepsonderwijs of -opleidingen op tertiair niveau verzorgt.
Moderniseringsagenda voor het hoger onderwijs Strategie van de Europese Commissie die ten doel heeft hervormingen in de lidstaten te ondersteunen en bij te dragen aan de verwezenlijking van de Europa 2020-doelstellingen op het gebied van hoger onderwijs. Volgens de nieuwe agenda zijn hervormingen op de volgende kerngebieden vereist: meer afgestudeerden in het hoger onderwijs; verbetering van de kwaliteit en relevantie van de opleiding van leraren en onderzoekers; afgestudeerden de kennis en essentiële overdraagbare competenties meegeven die zij nodig hebben om in hooggekwalificeerde beroepen te slagen; studenten meer kansen bieden om aanvullende vaardigheden te verwerven door in het buitenland te studeren of stage te lopen, alsook bevordering van grensoverschrijdende samenwerking om prestaties in het hoger onderwijs te verbeteren; versterking van de kennisdriehoek tussen onderwijs, onderzoek en bedrijfsleven en totstandbrenging van doeltreffend bestuur en doeltreffende financieringsmechanismen ter bevordering van excellentie.
Informele groepen jongeren Zie hierboven de definitie van "Groepen jongeren die actief zijn in het jeugdwerk, maar niet noodzakelijkerwijs in het kader van een jeugdorganisatie".
Informeel leren Leren dat voortvloeit uit dagelijkse bezigheden in verband met werk, gezinsleven of vrijetijdsbesteding dat niet georganiseerd of gestructureerd is in termen van doelen, tijd of leerondersteuning; het kan vanuit het gezichtspunt van de leerling onbedoeld zijn.
Internationaal In verband met het Erasmus+-programma betrekking hebbend op een actie waarbij ten minste één programmaland en ten minste één partnerland betrokken zijn.
Job Shadowing (praktische leerervaring) Een verblijf van korte duur voor opleidingsdoeleinden bij een partnerorganisatie in een ander land, dat erin bestaat het dagelijks werk van praktijkmensen in de ontvangende organisatie te volgen, goede praktijken uit te wisselen, vaardigheden en kennis te verwerven en/of langdurige partnerschappen op te zetten via participatieve observatie.
Gezamenlijke graad Een enkel diploma dat aan een student wordt toegekend na afronding van een gezamenlijk programma. De gezamenlijke graad moet door de bevoegde autoriteiten van de deelnemende instellingen (twee of meer) worden ondertekend en officieel worden erkend in de landen waar die deelnemende instellingen gevestigd zijn.
Gezamenlijke programma 's Hogeronderwijsprogramma's voor studie- of onderzoeksdoeleinden die gezamenlijk worden uitgewerkt en aangeboden en die volledig worden erkend door twee of meer instellingen voor hoger onderwijs. Aan gezamenlijke programma's kan uitvoering worden gegeven op elk niveau van hoger onderwijs, dat wil zeggen op bachelor-, master- of doctoraatsniveau. Gezamenlijke programma's kunnen nationaal van opzet zijn (wanneer alle betrokken universiteiten in hetzelfde land gevestigd zijn), maar ook transnationaal/internationaal (wanneer ten minste twee verschillende landen vertegenwoordigd zijn in de betrokken instellingen voor hoger onderwijs).
Kerncompetenties De fundamentele kennis, vaardigheden en attitudes die elk individu nodig heeft voor zijn zelfontplooiing en -ontwikkeling, actief burgerschap, sociale integratie en zijn werk, zoals weergegeven in Aanbeveling 2006/962/EG van het Europees Parlement en de Raad.
Leermobiliteit Het zich fysiek naar een ander land dan het land van verblijf begeven om er te studeren, een opleiding te volgen of niet-formeel of informeel te leren; dit kan de vorm aannemen van een stage, leerwerkplaats, uitwisseling van jongeren, vrijwilligerswerk, lesgeven of deelname aan een activiteit op het gebied van beroepsontwikkeling en het kan voorbereidende activiteiten zoals het leren van de taal van het gastland omvatten, alsook activiteiten inzake uitzenden, ontvangen en follow-up.
Leerresultaten Beschrijvingen van hetgeen een lerende weet, begrijpt en kan doen na de voltooiing van een leerproces; leerresultaten worden gedefinieerd in termen van kennis, vaardigheden en competenties.
Een leven lang leren Alle vormen van algemeen vormend onderwijs, beroepsonderwijs en beroepsopleidingen, niet-formeel leren en informeel leren die gedurende het gehele leven plaatsvinden en die op persoonlijk vlak, voor het leven als burger, cultureel of sociaal gezien en/of vanuit het oogpunt van de arbeidsmarkt tot meer kennis, vaardigheden en competenties of meer maatschappelijke participatie leiden, inclusief de verlening van begeleiding en advies.
Mentorschap Maatregelen met het oog op persoonlijke begeleiding voor vrijwilligers, naast de taakgerelateerde ondersteuningsmaatregelen. De hoofdverantwoordelijke voor mentorschap is een mentor die wordt aangesteld door de ontvangende of de coördinerende organisatie. Mentorschap vindt plaats via regelmatige bijeenkomsten om na te gaan hoe het is gesteld met het persoonlijk welbevinden van de vrijwilliger, zowel binnen als buiten de ontvangende organisatie. Mentorschap is gericht op de individuele vrijwilliger en de inhoud en frequentie van de bijeenkomsten zal dus variëren overeenkomstig de individuele behoeften. Mogelijke onderwerpen van mentorbijeenkomsten: persoonlijk welbevinden, welbevinden in het team, tevredenheid met de taken, praktische zaken enzovoort.
Mobiliteits-/studieovereenkomst Overeenkomst tussen de uitzendende/ontvangende organisatie en de deelnemers, waarin de doelstellingen en inhoud van de mobiliteitsperiode worden vastgesteld om de relevantie en kwaliteit daarvan te waarborgen. Deze overeenkomst kan ook dienen als basis voor de erkenning van de in het buitenland doorgebrachte periode door de ontvangende organisatie.
Maand In het kader van het Erasmus+-programma wordt een maand voor de berekening van de subsidies gelijkgesteld met 30 dagen.
MOOC Een afkorting voor "Massive Open Online Course", een cursus die volledig online wordt geleverd, voor iedereen gratis toegankelijk is zonder toegangskwalificaties of andere beperkingen en vaak een groot aantal deelnemers heeft. De cursussen kunnen persoonlijke componenten bevatten, bijvoorbeeld stimulerende lokale deelnemersbijeenkomsten en formele evaluaties, maar maken meestal gebruik van collegiale toetsing, zelfbeoordeling en geautomatiseerde beoordeling. Er zijn veel varianten van MOOC' s, bijvoorbeeld gericht op specifieke sectoren, doelgroepen (bijvoorbeeld gericht op beroepsonderwijs, leerkrachten enzovoort) of onderwijsmethoden. MOOC's die in het kader van Erasmus+ worden gefinancierd, moeten openstaan voor iedereen en zowel de deelname als een certificaat of een bewijs van deelname moeten gratis zijn voor de deelnemers. Houd er rekening mee dat de eis van open toegang voor onderwijsmateriaal ook geldt voor MOOC's en andere volledige cursussen.
Niet-formeel leren Leren dat plaatsvindt door geplande activiteiten (in termen van leerdoelen en leertijd) met een bepaalde vorm van leerondersteuning, maar dat geen deel uitmaakt van het formele onderwijs- en opleidingsstelsel.
Beroepsprofiel Het geheel aan vaardigheden, competenties, kennis en kwalificaties dat doorgaans relevant is voor een specifiek beroep.
Studieprogramma's van één cyclus Geïntegreerde programma's/programma's van lange duur die uitzicht geven op een diploma van de eerste of tweede cyclus en in sommige landen nog steeds beter kunnen worden omschreven aan de hand van de duur in jaren dan aan de hand van studiepunten. In de meeste van deze landen vinden de programma's buiten het Bolognaprogramma voor de eerste cyclus plaats op het gebied van geneeskunde, tandheelkunde, diergeneeskunde, verpleging en verloskunde en in de meeste gevallen neemt 1-8 % van de studentenpopulatie eraan deel. Geïntegreerde programma's die toegang geven tot een gereglementeerd beroep hebben doorgaans een omvang van 300-360 ECTS-studiepunten/vijf tot zes jaar, afhankelijk van het gereglementeerde beroep in kwestie.
Open toegang Een algemeen concept van het openlijk uitgeven van een bepaald soort materiaal, d.w.z. toegankelijk en bruikbaar voor de grootst mogelijke gebruikersgroep en voor een zo groot mogelijk aantal use cases. Erasmus+ heeft een eis van open toegang voor leermiddelen en moedigt open toegang van onderzoeksresultaten en gegevens aan.
Open leermiddelen Alle soorten didactisch materiaal (bijvoorbeeld leerboeken, werkbladen, lesplannen, instructievideo's, complete online-cursussen, educatieve spelletjes) die vrijelijk kunnen worden gebruikt, aangepast en gedeeld. Open leermiddelen worden vrijgegeven onder een open licentie of bevinden zich in het publieke domein (dat wil zeggen dat de auteursrechtelijke bescherming is verstreken). Gratis materialen die niet door het publiek kunnen worden aangepast en gedeeld zijn geen open leermiddelen.
Open licentie Wijze waarop houders van auteursrechten (producenten of andere rechthebbenden) het algemene publiek wettelijke toestemming kunnen geven om hun werk vrijelijk te gebruiken; in het kader van de Erasmus+ Open Access Requirement moet de aangevraagde open licentie ten minste gebruik, aanpassing en verspreiding mogelijk maken. De open licentie dient te worden vermeld op het werk zelf of waar het werk wordt verspreid. Onderwijsmateriaal met een open licentie wordt open leermiddelen (Open Educational Resources (OER)) genoemd.
Open coördinatiemethode Een intergouvernementele methode die een kader biedt voor samenwerking tussen de EU-lidstaten met behulp waarvan hun nationale beleidsmaatregelen kunnen worden gecoördineerd met het oog op de verwezenlijking van bepaalde gemeenschappelijke doelstellingen. In het kader van het programma wordt de open coördinatiemethode toegepast op onderwijs, opleiding en jeugdzaken.
Deelnemers In het kader van het Erasmus+-programma, de personen die volledig betrokken zijn bij een project en die, in sommige gevallen, een deel van de EU-subsidie ontvangen ter dekking van de kosten voor hun deelname (met name de reis- en verblijfkosten). In het kader van bepaalde programma-acties, met name strategische partnerschappen, moet deze categorie deelnemers (directe deelnemers) worden onderscheiden van andere personen, die onrechtstreeks betrokken zijn bij het project (bijvoorbeeld de doelgroepen).
Deelnemende organisaties Elke organisatie of informele groep jongeren die betrokken is bij de uitvoering van een Erasmus+-project. Afhankelijk van hun rol in het project kunnen deelnemende organisaties aanvragers of partners zijn (ook mede-aanvragers genoemd wanneer ze worden geïdentificeerd op het ogenblik dat de subsidieaanvraag wordt ingediend). Komt het project in aanmerking voor financiële steun, dan worden de aanvragers de begunstigden en kunnen de partners mede-begunstigden worden wanneer het project wordt gefinancierd via een overeenkomst met meerdere begunstigden.
Partner(organisatie) Een deelnemende organisatie die bij het project betrokken is, maar die niet de rol van aanvrager vervult.
Partnerlanden De landen die niet ten volle deelnemen aan het Erasmus+-programma, maar die als partner of aanvrager bij bepaalde programma-acties betrokken kunnen zijn. De lijst met Erasmus+-partnerlanden staat in deel A van deze gids onder "Wie kan deelnemen aan het Erasmus+-programma?".
Partnerschap Een overeenkomst tussen een groep deelnemende organisaties in verscheidene programmalanden om gezamenlijke Europese activiteiten op het gebied van onderwijs, opleiding, jeugd en sport te ontplooien of een formeel of informeel netwerk op een relevant terrein op te zetten, zoals gezamenlijke leerprojecten voor leerlingen en hun leerkrachten in de vorm van klassenuitwisseling en individuele langdurige mobiliteit, intensieve hogeronderwijsprogramma's en samenwerking tussen regionale en lokale overheden ter bevordering van interregionale samenwerking, waaronder grensoverschrijdende samenwerking; om de kwaliteit van het partnerschap te verbeteren, kan de deelname worden uitgebreid tot instellingen en/of organisaties uit partnerlanden.
Kansarmen Personen die kampen met belemmeringen die hen ervan weerhouden daadwerkelijk toegang te krijgen tot voorzieningen voor onderwijs, opleiding en jeugdwerk. Het begrip kansarmen wordt meer in detail gedefinieerd in deel A van deze gids, onder "Rechtvaardigheid en inclusie".
Personen met specifieke behoeften Mogelijke deelnemers die in een zodanige lichamelijke, geestelijke of gezondheidstoestand verkeren dat zij zonder extra financiële steun niet aan het project of de mobiliteitsactiviteit zouden kunnen deelnemen.
Orgaan met winstoogmerk dat zich inzet voor maatschappelijk verantwoord ondernemen Een particuliere onderneming die a) haar bedrijfsactiviteiten verricht in overeenstemming met ethische normen en/of b) naast haar bedrijfsactiviteiten bepaalde acties met maatschappelijk belang verricht.
Programmalanden EU-landen en niet-EU-landen waar een nationaal agentschap is gevestigd en die ten volle aan het Erasmus+-programma deelnemen. De lijst met Erasmus+-programmalanden staat in deel A van deze gids onder "Wie kan deelnemen aan het Erasmus+-programma?".
Project Een samenhangende reeks activiteiten om vastgestelde doelstellingen en resultaten te verwezenlijken.
Kwalificatie Een formeel resultaat van een beoordelings- en validatieprocedure, die wordt verworven wanneer een bevoegde instantie bepaalt dat de leerresultaten die een individu heeft bereikt, aan bepaalde normen voldoen.
Ontvangende organisatie In het kader van sommige acties van het Erasmus+-programma (met name mobiliteitsacties), de deelnemende organisatie die een of meer deelnemers ontvangt en die een of meer activiteiten van een Erasmus+-project organiseert.
Versterkt mentorschap Versterkt mentorschap is het geïntensiveerde proces van mentorschap dat nodig is om kansarme jongeren te ondersteunen als zij niet in staat zijn om zelfstandig of met ondersteuning in de vorm van regulier mentorschap of reguliere begeleiding vrijwilligerswerk te verrichten. Versterkt mentorschap behelst een nauwer contact en meer bijeenkomsten met de vrijwilligers, alsook meer tijd om de taken van regulier mentorschap uit te voeren, waarbij een stapsgewijze ondersteuning van de vrijwilligers wordt gewaarborgd, zowel tijdens de projectactiviteiten als buiten de werkuren. Versterkt mentorschap is erop gericht het project succesvol ten uitvoer te leggen en de vrijwilliger hierin zo veel mogelijk autonomie te laten verkrijgen.
School Een instelling die algemeen, beroeps- of technisch onderwijs verzorgt op eender welk niveau van peuter- en kleuteronderwijs tot hoger secundair onderwijs. Zie de lijst met soorten instellingen die in elk land als scholen worden aangemerkt. Neem voor meer informatie contact op met het nationaal agentschap in het betrokken land.
Uitzendende organisatie In het kader van sommige acties van het Erasmus+-programma (met name mobiliteitsacties) de deelnemende organisatie die een of meer deelnemers uitzendt voor een activiteit van een Erasmus+-project.
Kwalificaties van de korte cyclus (hoger onderwijs van de korte cyclus) Maakt in de meeste landen deel uit van de eerste cyclus in het kwalificatiekader voor de Europese hogeronderwijsruimte (ISCED niveau 5). Dit onderwijs komt in de nationale context doorgaans overeen met circa 120 ECTS-studiepunten en leidt tot een kwalificatie die wordt erkend op een lager niveau dan de graad na de eerste cyclus. Sommige programma's duren langer dan drie jaar, maar zij leveren doorgaans niet meer dan 180 ECTS-studiepunten op. In de meeste landen kunnen studenten het grootste deel van de in de korte cyclus behaalde studiepunten gebruiken om door te stromen naar opleidingen waarvoor een graad wordt toegekend. De descriptoren van de korte cyclus komen overeen met de leerresultaten van niveau 5 in het EQF.
KMO's (kleine en middelgrote ondernemingen, midden- en kleinbedrijf) Ondernemingen (zie definitie) waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR niet overschrijdt, en/of het jaarlijkse balanstotaal 43 miljoen EUR niet overschrijdt.
Sociale onderneming Een onderneming, ongeacht haar rechtsvorm, die niet is genoteerd op een gereglementeerde markt zoals gedefinieerd in punt 14 van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2004/39/EG en die: 1) overeenkomstig haar oprichtingsakte, statuten of enig ander statutair document waarbij zij wordt opgericht, als hoofddoel heeft het realiseren van meetbare positieve sociale effecten en niet het genereren van winst voor de eigenaren, leden en aandeelhouders, en die: a) innovatieve goederen of diensten met een grote maatschappelijke opbrengst levert en/of b) een innovatieve productiemethode voor haar goederen of diensten gebruikt die haar sociale doelstelling belichaamt; 2) haar winst herinvesteert om in eerste instantie haar hoofddoel te realiseren en over vooraf bepaalde procedures en regels beschikt voor alle omstandigheden waarin winst wordt uitgekeerd aan aandeelhouders en eigenaars, om ervoor te zorgen dat door uitkering van winst de primaire doelstelling niet wordt ondergraven; 3) op zakelijke, controleerbare en transparante wijze wordt beheerd, in het bijzonder door participatie van de werknemers, afnemers en/of belanghebbenden bij de bedrijfsactiviteiten.
Personeel Personen die beroepsmatig of op vrijwillige basis betrokken zijn bij onderwijs, opleiding of niet-formeel leren voor jongeren; hieronder kan worden verstaan professoren, leerkrachten, opleiders, schoolleiders, jeugdwerkers en niet-onderwijzend personeel.
Gestructureerde dialoog Dialoog met jongeren en jeugdorganisaties en beleidsmakers die een forum biedt voor permanent gezamenlijk overleg over de prioriteiten, de uitvoering en de follow-up van de Europese samenwerking in jeugdzaken.
Derde cyclus Het niveau van de derde cyclus in het kwalificatiekader voor de Europese hogeronderwijsruimte, zoals door de ministers voor hoger onderwijs in het kader van het Bolognaproces overeengekomen in Bergen in mei 2005. De descriptoren van de derde cyclus van het kwalificatiekader voor de Europese hogeronderwijsruimte komen overeen met de leerresultaten van niveau 8 in het EQF.
Stage Een verblijf bij een onderneming of organisatie in een ander land met het doel specifieke competenties te verwerven waar de arbeidsmarkt om vraagt, werkervaring te verkrijgen en meer inzicht te krijgen in de economische en sociale achtergronden van het betrokken land.
Transnationaal Betrekking hebbend op een actie waarbij ten minste twee programmalanden betrokken zijn, tenzij anders aangegeven.
Transversale (zachte; sociale) vaardigheden Omvatten het vermogen om kritisch te denken, nieuwsgierig en creatief te zijn, initiatief te nemen, problemen op te lossen en samen te werken, efficiënt te communiceren in een multiculturele en interdisciplinaire omgeving, zich aan te passen aan de context, en om te gaan met stress en onzekerheid; deze vaardigheden maken deel uit van de kerncompetenties.
Instrumenten van de Unie voor transparantie en erkenning Instrumenten die belanghebbenden in de hele Unie helpen om leerresultaten en kwalificaties te begrijpen, op waarde te schatten en indien gepast te erkennen.
Validering van niet-formeel en informeel leren

Een procedure van bevestiging door een erkende instantie dat iemand leerresultaten heeft verworven die beantwoorden aan een toepasselijke norm; zij bestaat uit vier fasen:

  1. identificatie — door middel van een gesprek — van relevante ervaringen van een persoon;
  2. documentatie om de ervaringen van de betrokkene zichtbaar te maken;
  3. een formele beoordeling van deze ervaringen; en
  4. certificatie van de resultaten van de beoordeling, die kan leiden tot een gedeeltelijke of volledige kwalificatie.
Beroepsonderwijs en –opleiding Onderwijs en opleiding met als doel mensen de kennis, knowhow, vaardigheden en/of competenties bij te brengen die vereist zijn voor bepaalde beroepen of meer in het algemeen op de arbeidsmarkt. Uit hoofde van Erasmus+ zijn projecten voor initieel en postinitieel beroepsonderwijs subsidiabel in het kader van de acties voor beroepsonderwijs en opleiding.
Virtuele mobiliteit Een reeks door informatie- en communicatietechnologie ondersteunde activiteiten, waaronder e-learning, die gericht zijn op het opdoen of vergemakkelijken van ervaringen met internationale samenwerking op het gebied van onderwijs, opleiding of leren.
Leren op de werkplek Studievorm waarbij kennis, vaardigheden en competenties worden verworven door het verrichten van — en reflecteren over — opdrachten in een beroepsomgeving, op de werkplek (bijvoorbeeld met afwisselende perioden op school en in de praktijk) of in een instelling voor beroepsonderwijs en opleiding
Jongeren In verband met het Erasmus+-programma, personen met een leeftijd tussen 13 en 30 jaar.
Jeugdactiviteit Een buitenschoolse activiteit (zoals uitwisseling van jongeren, vrijwilligerswerk of jongerenopleiding) die, individueel of in groepsverband, met name via jeugdorganisaties, wordt uitgeoefend door een jongere en gekenmerkt is door een niet-formele leerbenadering.
Jeugdwerker Een persoon die beroepsmatig of op vrijwillige basis betrokken is bij niet-formeel leren en jongeren begeleidt bij hun persoonlijke sociaalpedagogische en beroepsontwikkeling.
Youthpass Het Europese instrument ter bevordering van de erkenning van de leerresultaten van jongeren en jeugdwerkers die deelnemen aan projecten die steun ontvangen uit hoofde van het Erasmus+-programma. Youthpass bestaat uit: a) certificaten die verkrijgbaar zijn voor deelnemers aan verscheidene programma-acties; en b) een duidelijk omlijnd proces ter ondersteuning van jongeren, jeugdwerkers en jeugdorganisaties om zich te bezinnen over de leerresultaten van een Erasmus+-project op het gebied van jeugdzaken en niet-formeel leren. Youthpass is tevens onderdeel van de ruimere strategie van de Europese Commissie ter bevordering van de erkenning van niet-formeel en informeel leren alsook van jeugdwerk in Europa en daarbuiten.