Inhoudstafel
Zoeken in de gids

Mobiliteitsprojecten voor jongeren en jeugdwerkers

De door het Erasmus+-programma ondersteunde acties op het gebied van jeugdzaken bieden jongeren heel wat mogelijkheden om door niet-formeel en informeel leren competenties te verwerven en hun persoonlijke ontwikkeling te bevorderen.1

Niet-formeel leren is leren dat plaatsvindt buiten het formele onderwijsprogramma en dat wordt gekenmerkt door een participatieve aanpak waarbij de lerende centraal staat. Niet-formeel leren is bijgevolg nauw verbonden aan de behoeften, ambities en interesses van jongeren. Doordat ze het leeraanbod verruimen en nieuwe leervormen mogelijk maken, zijn dergelijke activiteiten niet alleen van belang om de resultaten in formele onderwijs- en opleidingstrajecten te verbeteren, maar ook om jongeren die geen baan hebben noch onderwijs of een opleiding volgen of kansarme jongeren te bereiken en sociale uitsluiting tegen te gaan.

Informeel leren is leren dat voortvloeit uit dagelijkse bezigheden, op de werkplek, met collega's, leeftijdgenoten enzovoort en waarbij men voornamelijk al doende leert. In de jeugdsector kan informeel leren plaatsvinden via jongereninitiatieven, discussies in de peergroup, vrijwilligersactiviteiten en een veelheid van andere situaties.

Dankzij niet-formeel en informeel leren kunnen jongeren niet alleen essentiële competenties verwerven die bijdragen tot hun persoonlijke en sociaalpedagogische ontwikkeling, maar ook actiever participeren in de samenleving en hun vooruitzichten op een baan verbeteren. Leeractiviteiten op het gebied van jeugdzaken beogen een wezenlijk positief effect te sorteren op jongeren en op de betrokken organisaties, de gemeenschappen waarin die activiteiten plaatsvinden, het gebied van jeugdzaken zelf alsook op de Europese economie en samenleving als geheel.

Kwaliteitsvol niet-formeel en informeel leren staat centraal in alle door het Erasmus+-programma ondersteunde jongerenprojecten. De door het Erasmus+-programma gefinancierde jongerenprojecten moeten de volgende beginselen inzake niet-formeel en informeel leren in acht nemen:

  • leren in een niet-formele leeromgeving is beoogd en vrijwillig;
  • de jongeren en jeugdwerkers nemen actief deel aan de planning, voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het project;
  • de leeractiviteiten vinden plaats in een breed scala aan omgevingen en situaties;
  • de activiteiten worden ontplooid met de steun van professionele faciliterende medewerkers (zoals opleiders, jeugdwerkers, deskundigen in jeugdzaken) of vrijwilligers (zoals jeugdleiders, opleiders enzovoort);
  • bij de activiteiten wordt het leren doorgaans op een specifieke, praktijkgerichte wijze gedocumenteerd.

De activiteiten moeten tevens worden vooruitgepland en berusten op participatieve methoden die:

  • ruimte bieden voor de interactie van deelnemers en uitwisseling van ideeën, waarbij passief luisteren wordt vermeden;
  • deelnemers de kans geven bij te dragen aan de activiteiten door hun eigen kennis en vaardigheden in te brengen, waarbij de traditionele rol van externe "deskundigen" wordt omgekeerd (omkering van het leren, van exploitatie naar empowerment);
  • deelnemers in staat stellen eigen analyses te maken en zich daarbij te bezinnen over de competenties die tijdens de activiteit werden verworven (dat wil zeggen hun eigen leerresultaten);
  • waarborgen dat de deelnemers niet louter worden betrokken bij, maar ook inspraak hebben in beslissingen met betrekking tot het project.

Tot slot moeten de activiteiten een interculturele/Europese dimensie hebben en:

  • deelnemers ertoe aanmoedigen zich te bezinnen over Europese onderwerpen en te participeren aan de opbouw van Europa;
  • deelnemers het besef bijbrengen dat ze ondanks hun culturele verschillen waarden gemeen hebben met personen uit andere landen;
  • standpunten die ongelijkheid en discriminatie doen voortduren ter discussie stellen;
  • de eerbiediging van culturele verscheidenheid bevorderen en de strijd bevorderen tegen racisme en vreemdelingenhaat.

1. Mobiliteit inzake uitwisselingen van jongeren en jeugdwerkers

Overeenkomst tussen de projectpartners

Het wordt ten zeerste aanbevolen dat alle deelnemende organisaties die betrokken zijn bij een mobiliteitsproject voor jongeren een interne overeenkomst ondertekenen. Deze overeenkomst is bedoeld om de verantwoordelijkheden, taken en financiële bijdrage duidelijk vast te stellen voor alle bij het project betrokken partijen. De deelnemende organisaties dienen gezamenlijk te beslissen hoe de EU-subsidie wordt verdeeld en welke kosten daardoor worden gedekt.

Een interne overeenkomst is van essentieel belang, niet alleen om een nauwe en soepele samenwerking tussen de partners van een mobiliteitsproject voor jongeren te waarborgen, maar ook om eventuele conflicten te vermijden of te beheersen. Ter indicatie: in deze overeenkomst moet ten minste de volgende informatie worden opgenomen:

  • projectnaam en verwijzing naar de subsidieovereenkomst tussen de aanvragende deelnemende organisatie en het agentschap dat de subsidie toekent;
  • naam en contactgegevens van alle deelnemende organisaties die bij het project betrokken zijn;
  • rol en verantwoordelijkheden van elke deelnemende organisatie; verdeling van de EU-subsidie (overeenkomstig de bovengenoemde verantwoordelijkheden);
  • betalingsvoorwaarden en nadere regels inzake overdracht van middelen tussen deelnemende organisaties.

Veiligheid en bescherming van deelnemers

Europese ziekteverzekeringskaart

Waar nodig wordt jongeren en jeugdwerkers die deelnemen aan mobiliteitsprojecten voor jongeren ten zeerste aangeraden in het bezit te zijn van een Europese ziekteverzekeringskaart. Dit is een gratis kaart die de houder gedurende een tijdelijk verblijf in een van de 28 EU-landen, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen toegang biedt tot medisch noodzakelijke zorg binnen het openbare zorgstelsel. De houder krijgt de zorg onder dezelfde voorwaarden en tegen dezelfde kosten (in sommige landen gratis) als de mensen die in dat land verzekerd zijn. Meer informatie over de kaart en de wijze waarop burgers die kunnen verkrijgen, is te vinden op: http://ec.europa.eu/social/main.jsp?catId=559.

Uitwisselingen van jongeren

Iedereen die deelneemt aan een uitwisseling van jongeren moet verzekerd zijn tegen de aan de deelname verbonden risico's. Het Erasmus+-programma schrijft geen bepaalde verzekering voor. Het raadt evenmin specifieke verzekeringsmaatschappijen aan. Het programma laat het zoeken van de meest geschikte verzekering (afhankelijk van het soort uitgevoerde activiteit en van de op nationaal niveau beschikbare verzekeringen) over aan de deelnemende organisaties.

Verder is het niet noodzakelijk om een aparte projectverzekering af te sluiten als de deelnemers al gedekt zijn door een verzekering die al eerder door henzelf of door de deelnemende organisaties is afgesloten. De volgende zaken moeten hoe dan ook worden gedekt:

  • schade aan derden voor jeugdleiders (waar nodig inclusief beroepsaansprakelijkheid of wettelijke aansprakelijkheid);
  • ongevallen en ernstige ziekte (inclusief permanente of tijdelijke arbeidsongeschiktheid);
  • overlijden (inclusief repatriëring in het geval van activiteiten in het buitenland);
  • indien van toepassing, medische bijstand, inclusief nazorg en bijzondere verzekering voor buitengewone omstandigheden zoals buitenactiviteiten.

Visumvereisten

Jongeren en jeugdwerkers die deelnemen aan mobiliteitsprojecten voor jongeren moeten in voorkomend geval een visum verkrijgen voor hun verblijf in het programma- of partnerland dat optreedt als gastland voor de activiteit.

Alle deelnemende organisaties dragen collectief de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de vereiste vergunningen (visa voor verblijf van korte of lange duur of verblijfsvergunningen) in orde zijn voordat de geplande activiteit plaatsvindt. Aangezien de verkrijging meerdere weken in beslag kan nemen, wordt ten zeerste aanbevolen om de vergunningen ruim van tevoren aan te vragen bij de bevoegde autoriteiten. De nationale agentschappen en het Uitvoerend Agentschap kunnen nader advies en ondersteuning verstrekken met betrekking tot visa, verblijfsvergunningen, sociale zekerheid enzovoort.

Erkenning van de leerresultaten - Youthpass

Iedere jongere of jeugdwerker die deelneemt aan een jongerenmobiliteitsproject heeft het recht om het Youthpass-proces te doorlopen en op het einde een Youthpass-certificaat te ontvangen. De Youthpass identificeert en documenteert de niet-formele en informele leerresultaten die tijdens het project zijn behaald. Aanbevolen wordt om de Youthpass vanaf het begin van het project in de leerinhoud te verankeren en tijdens de projectactiviteiten te gebruiken als hulpmiddel om deelnemers bewuster te maken van en te laten reflecteren op hun leerproces en hen helpen deze te beoordelen. Meer ondersteuning en informatie over Youthpass is te vinden in de Youthpass-gids en andere daarmee samenhangende publicaties op www.youthpass.eu.

2. Vrijwilligersactiviteiten onder capaciteitsopbouwprojecten op het gebied van jeugdwerk

Accreditatie

Accreditatie is een minimale vereiste om toegang te verkrijgen tot vrijwilligersactiviteiten en te waarborgen dat de beginselen en minimale kwaliteitsnormen worden nageleefd. Deze normen zijn vastgesteld in het Erasmus+-handvest voor vrijwilligerswerk en in de Accreditatierichtsnoeren.

Deze accreditatie is vereist voor elke organisatie die vrijwilligers wil uitzenden of ontvangen en gevestigd is in een programmaland, een land van de westelijke Balkan, het zuidelijke Middellandse Zeegebied, het oostelijk partnerschap of het grondgebied van Rusland zoals erkend in het internationaal recht.

De voor accreditatie bevoegde instanties kunnen periodieke of gerichte controles uitvoeren om zeker te stellen dat de geaccrediteerde organisaties nog steeds voldoen aan de kwaliteitsnormen van het vrijwilligerswerk. Aansluitend op deze controles kan de accreditatie tijdelijk worden opgeschort of worden ingetrokken.

Vanaf 2019 kunnen organisaties geen accreditatie onder Erasmus+ aanvragen. Organisaties die niet geaccrediteerd zijn en die aan vrijwilligersactiviteiten wensen deel te nemen, moeten in het kader van het Europees Solidariteitskorps een kwaliteitsmerk aanvragen. Een dergelijk Europees kwaliteitsmerk voor Solidariteitskorpsen is geldig in het kader van Erasmus+vrijwilligersactiviteiten.

Selectie

De vrijwilligers kunnen worden geselecteerd door elke bij het project betrokken organisatie. Doorgaans wordt deze taak uitgevoerd door de uitzendende of coördinerende organisatie.

De vrijwilligersactiviteiten in het kader van Capaciteitsopbouw op het gebied van jeugdzaken staan open voor alle jongeren, ook voor kansarmen. De vrijwilligers moeten op eerlijke, transparante en objectieve wijze worden geselecteerd, ongeacht hun etnische afkomst, godsdienst, seksuele geaardheid, politieke overtuiging enzovoort. Er mogen geen vereisten worden gesteld met betrekking tot eerdere kwalificaties, onderwijsniveau, specifieke ervaring of talenkennis. Voor zover gerechtvaardigd door de aard van de taken voor de activiteit of de context van het project, mag een specifieker vrijwilligersprofiel worden opgesteld.

Overeenkomst met de vrijwilliger

Voorafgaand aan hun vertrek moeten alle vrijwilligers een vrijwilligersovereenkomst sluiten met de coördinerende organisatie. In deze overeenkomst wordt vastgesteld welke taken tijdens de vrijwilligersactiviteit worden uitgevoerd, wat de beoogde leerresultaten zijn enzovoort. Als onderdeel van de overeenkomst verstrekt de coördinerende organisatie de vrijwilligers een Erasmus+ vrijwilligerswerk- informatiepakket met nadere gegevens over wat zij van de ervaring kunnen verwachten en over het gebruik van Youthpass. Na beëindiging van de activiteit krijgen de vrijwilligers een certificaat. De vrijwilligersovereenkomst blijft een intern document onder partners en vrijwilligers; er kan evenwel om worden verzocht door het Uitvoerend Agentschap.

Veiligheid en bescherming van deelnemers

Europese ziekteverzekeringskaart

Vrijwilligers moeten in het bezit zijn van een Europese ziekteverzekeringskaart. Dit is een gratis kaart die de houder gedurende een tijdelijk verblijf in een van de 28 EU-landen, IJsland, Liechtenstein en Noorwegen toegang biedt tot medisch noodzakelijke zorg binnen het openbare zorgstelsel. De houder krijgt de zorg onder dezelfde voorwaarden en tegen dezelfde kosten (in sommige landen gratis) als de mensen die in dat land verzekerd zijn. Meer informatie over de kaart en de wijze waarop burgers die kunnen verkrijgen is te vinden op http://ec.europa.eu/social/main.jsp?catId=559&langId=nl.

Vrijwilligersverzekering

Elke vrijwilliger moet worden ingeschreven in de vrijwilligersverzekering2 van het Erasmus+-programma, die een aanvulling vormt op de dekking door de verplichte Europese ziekteverzekeringskaart en/of de nationale stelsels van sociale zekerheid.

Vrijwilligers die niet in aanmerking komen voor de Europese ziekteverzekeringskaart, hebben recht op volledige dekking door de verzekering van de Europese Commissie. De coördinerende organisatie is, in samenwerking met de uitzendende en ontvangende organisaties, verantwoordelijk voor de inschrijving van de vrijwilliger(s). De verzekering moet worden afgesloten voorafgaand aan het vertrek van de vrijwilliger(s) en moet de volledige duur van de activiteit bestrijken.

Op de website van het Uitvoerend Agentschap staan nadere bijzonderheden over de voor vrijwilligers beschikbare verzekeringsdekking en ondersteuning, alsook instructies om de verzekering af te sluiten.

Visumvereisten

Vrijwilligers moeten zo nodig een visum verkrijgen voor hun verblijf in het programma- of partnerland dat optreedt als gastland voor de activiteit.

Alle deelnemende organisaties dragen collectief de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de vereiste vergunningen (visa voor verblijf van lange duur of verblijfsvergunningen) in orde zijn voordat de geplande activiteit plaatsvindt. Aangezien de verkrijging meerdere weken in beslag kan nemen, wordt ten zeerste aanbevolen om de vergunningen ruim van tevoren aan te vragen bij de bevoegde autoriteiten. Het Uitvoerend Agentschap kan nader advies en ondersteuning verstrekken met betrekking tot visa, verblijfsvergunningen, sociale zekerheid enzovoort.

Mentorschap

Persoonlijke ondersteuning door middel van mentorschap moet worden verstrekt aan de vrijwilligers. De hoofdverantwoordelijke voor mentorschap is een mentor die wordt aangesteld door de ontvangende of de coördinerende organisatie. Mentorschap vindt plaats via regelmatige bijeenkomsten om na te gaan hoe het is gesteld met het persoonlijk welbevinden van de vrijwilliger, zowel binnen als buiten de ontvangende organisatie. Mentorschap is gericht op de individuele vrijwilliger en de inhoud en frequentie van de bijeenkomsten zal dus variëren overeenkomstig de individuele behoeften. Mogelijke onderwerpen van mentorbijeenkomsten: persoonlijk welbevinden, welbevinden in het team, tevredenheid over de taken, praktische zaken, enz. Het geïntensiveerde proces van mentorschap “versterkt mentorschap” kan nodig zijn om kansarme jongeren te ondersteunen, als zij niet in staat zijn om zelfstandig of met ondersteuning in de vorm van regulier mentorschap of reguliere begeleiding vrijwilligerswerk te verrichten. Versterkt mentorschap behelst een nauwer contact en meer bijeenkomsten met de vrijwilligers, alsook meer tijd om de taken van regulier mentorschap uit te voeren, waarbij een stapsgewijze ondersteuning van de vrijwilligers wordt gewaarborgd, zowel tijdens de projectactiviteiten als buiten de werkuren. Versterkt mentorschap is erop gericht het project succesvol ten uitvoer te leggen en de vrijwilliger hierin zo veel mogelijk autonomie te laten verkrijgen.

Opleiding vóór vertrek

De kwaliteit van de voorbereiding van de deelnemers is een sleutelelement om een succesvol project uit te voeren. In dit verband is er voor de vrijwilligers een opleiding vóór vertrek voorzien. De opleiding vóór vertrek valt onder de verantwoordelijkheid van de deelnemende organisaties (doorgaans de uitzendende of de coördinerende organisatie) en biedt vrijwilligers de gelegenheid te spreken over hun verwachtingen, nader in te gaan op hun motivatie en leerdoelstellingen, en informatie te verkrijgen over hun gastland en over het Erasmus+-programma. Verder kunnen de nationale agentschappen een eendaagse opleiding vóór vertrek organiseren om contacten te leggen met de uitgaande vrijwilligers.

Opleiding bij aankomst en tussentijdse evaluatie

  • Vrijwilligers hebben het recht en de verplichting deel te nemen aan een opleiding bij aankomst en een tussentijdse evaluatie. De locatie waar de evenementen plaatsvinden, bepaalt wie verantwoordelijk is voor de organisatie van de opleidingen:in programmalanden wordt de opleiding/evaluatie georganiseerd door de nationale agentschappen;
  • in partner-buurlanden van de EU (regio 1-4) wordt de opleiding/evaluatie georganiseerd door de SALTO-onderzoekscentra voor Zuidoost-Europa, voor Oost-Europa en Centraal-Azië en voor het Europees-mediterrane SALTO-onderzoekscentrum3 in de landen die tot het werkgebied van de respectieve centra behoren;
  • in andere partnerlanden worden de opleidings- en evaluatiesessies niet georganiseerd door de nationale agentschappen of SALTO-centra. De deelnemende organisaties moeten ervoor zorgen dat de vrijwilligers een opleiding bij aankomst ontvangen en dat ze de gelegenheid krijgen voor een tussentijdse evaluatie van hun ervaringen. Voor activiteiten die worden georganiseerd in het kader van capaciteitsopbouw op het gebied van jeugdzaken kunnen de daarmee samenhangende voorbereidingskosten worden gedekt via de post "activiteitskosten".

De begunstigden worden hoe dan ook aangemoedigd om de vrijwilligers aanvullende opleidings- en evaluatiemogelijkheden te bieden, zelfs wanneer daar in de projectsubsidie geen specifieke middelen voor zijn uitgetrokken. Alle relevante aanbieders van opleidings- en evaluatieactiviteiten moeten informatie verstrekken over Youthpass.

Bovendien kan, in het geval van gerechtvaardigde behoeften, door de deelnemende organisaties voor activiteiten van korte duur waarbij kansarme jongeren zijn betrokken, een opleiding bij aankomst worden georganiseerd. De kosten van die sessies worden gedekt via de post "buitengewone kosten" voor activiteiten waarbij kansarme jongeren zijn betrokken (zie deel B van deze gids onder "Financieringsregels").

Erkenning van de leerresultaten - Youthpass

Elke vrijwilliger die deelneemt aan een vrijwilligersactiviteitenproject heeft het recht het Youthpass-proces te doorlopen en aan het eind een Youthpass-certificaat te ontvangen. De Youthpass identificeert en documenteert de niet-formele en informele leerresultaten die tijdens het project zijn behaald. Aanbevolen wordt om de Youthpass vanaf het begin van het project in de leerinhoud te verankeren en tijdens de projectactiviteiten te gebruiken als hulpmiddel om deelnemers bewuster te maken van en te laten reflecteren op hun leerproces en hen helpen deze te beoordelen. Meer ondersteuning en informatie over Youthpass is te vinden in de Youthpass-gids en andere daarmee samenhangende publicaties op: www.youthpass.eu.