Inhoudstafel
Zoeken in de gids

Mobiliteitsproject voor personeel in volwassenenonderwijs

Leermobiliteit voor personeel in volwassenenonderwijs is erop gericht het niveau van de kerncompetenties en vaardigheden van dit personeel te verhogen met het doel de kwaliteit van alle onderwijs- en leervormen te verbeteren en die beter af te stemmen op de behoeften van de arbeidsmarkt en van de samenleving als geheel. Bijzondere aandacht zal worden geschonken aan projecten die tegemoetkomen aan de onderwijs-/leerbehoeften van kansarme lerende volwassenen (met inbegrip van vluchtelingen, asielzoekers en migranten). Van organisaties voor volwassenenonderwijs wordt verwacht dat zij de leermobiliteit van hun personeel op strategische wijze benutten teneinde werk te maken van internationalisering en hun capaciteiten te verhogen.

1. Organisatorische steun

De subsidie voor organisatorische steun is een tegemoetkoming in door de organisaties gemaakte kosten voor activiteiten die verband houden met personeelsmobiliteit. Het doel van de subsidie is de organisatie van kwalitatief hoogwaardige mobiliteitsactiviteiten te vergemakkelijken teneinde de capaciteiten van de organisaties voor volwassenenonderwijs te verhogen. Bijvoorbeeld:

  • voorbereiden en opvolgen van het Europese ontwikkelingsplan;
  • informeren en bijstaan van personeel;
  • selecteren van personeel voor mobiliteitsactiviteiten;
  • treffen van organisatorische regelingen met partnerinstellingen (voornamelijk bij job shadowing en onderwijsopdrachten);
  • voorbereiden van mobiliteitsovereenkomsten met het oog op de kwaliteit en de erkenning van mobiliteitsactiviteiten;
  • taalkundig en intercultureel voorbereiden van personeel dat deelneemt aan mobiliteit;
  • zorgen voor efficiënte regelingen inzake mentorschap en supervisie van personeel dat deelneemt aan mobiliteit;
  • ondersteunen van de re-integratie van deelnemers aan mobiliteit en voortbouwen op nieuw verworven competenties met het doel een in kwalitatief opzicht hoogwaardiger onderwijs- en leeraanbod van de organisatie voor volwassenenonderwijs te bewerkstelligen.

Bij het vaststellen van de definitieve subsidie wordt rekening gehouden met de kwaliteit in uitvoering en follow-up van het project door de organisatie. De uitvoeringskwaliteit van het mobiliteitsproject moet voldoen aan de richtsnoeren in deze bijlage met betrekking tot mobiliteit voor personeel in volwassenenonderwijs.

2. Vóór de mobiliteit

A: Europees ontwikkelingsplan

Alvorens steun aan te vragen, moet een organisatie voor volwassenenonderwijs een Europees ontwikkelingsplan uitwerken en opnemen in het aanvraagformulier. Hierin wordt uiteengezet hoe de geplande mobiliteitsactiviteiten worden ingepast in een ruimere langetermijnstrategie met het oog op de ontwikkeling en modernisering van de organisatie.

Voor dit Europese ontwikkelingsplan is een belangrijke rol weggelegd in het evaluatieproces van subsidieaanvragen. In dit plan moet informatie worden verstrekt over:

  • de behoeften van de organisatie inzake kwaliteitsontwikkeling en internationalisering (bijvoorbeeld wat betreft managementvaardigheden, competenties van het personeel, nieuwe onderwijs-/leermethoden of -instrumenten, Europese dimensie, taalvaardigheden, studieprogramma, organisatie van onderwijs-, opleidings- en leeractiviteiten, nauwere banden met partnerinstellingen) en hoe de geplande activiteiten ertoe bijdragen dat in deze behoeften wordt voorzien;
  • het verwachte effect op lerende volwassenen, leerkrachten, opleiders en andere personeelsleden alsook op de organisatie als geheel;
  • de manier waarop de organisatie de door haar personeel verworven competenties integreert in haar studieprogramma en/of ontwikkelingsplan.

Het Europese ontwikkelingsplan beoogt te waarborgen dat de geplande activiteiten relevant zijn, niet alleen voor de individuele deelnemers, maar ook voor de organisatie als geheel. Wanneer ze naar behoren in de strategische ontwikkeling van de organisatie geïntegreerd zijn, kunnen deze activiteiten immers meer invloed hebben op de kwaliteit van onderwijs- en leerprocessen.

B: Mobility Tool+

Ten vroegste op het ogenblik dat de deelnemers worden geselecteerd, moet de begunstigde organisatie in Mobility Tool+ algemene informatie invoeren over de deelnemer en het soort uitgevoerde mobiliteitsactiviteiten (bijvoorbeeld naam van de deelnemer, bestemming, duur van de mobiliteitsperiode enzovoort). Mobility Tool+ is bedoeld als hulpmiddel voor de begunstigde om de onder Erasmus+ vallende mobiliteitsactiviteiten te beheren. De begunstigde organisatie dient Mobility Tool+ ook te actualiseren door daarin elke verandering op te nemen die de deelnemers of activiteiten ondergaan gedurende de looptijd van het mobiliteitsproject. Met Mobility Tool+ kunnen de begunstigden vooraf ingevulde verslagen aanmaken op basis van de door hen verstrekte informatie. Ook kunnen met Mobility Tool+ verslagen worden aangemaakt die de deelnemers aan mobiliteitsactiviteiten moeten invullen.

In de subsidieovereenkomst tussen het nationaal agentschap en de begunstigde staan nadere bijzonderheden over Mobility Tool+ en over de manier om toegang daartoe te krijgen.

C: Voorwaarden voor deelname van personeel

SELECTIE

Het personeel wordt geselecteerd door de uitzendende organisatie. De procedure voor selectie en subsidietoekenning moet op eerlijke, transparante en samenhangende wijze verlopen en goed worden gedocumenteerd. Alle bij het selectieproces betrokken partijen moeten toegang daartoe hebben.

De uitzendende organisatie moet de nodige maatregelen nemen ter voorkoming van belangenconflicten met personen die op verzoek een rol kunnen spelen in de met de selectie belaste instanties of bij het selectieproces van individuele deelnemers.

MOBILITEITSOVEREENKOMST

Aanbevolen wordt dat de uitzendende en de ontvangende organisatie het voorafgaand aan de mobiliteitsperiode met de deelnemers eens worden over de door personeelsleden uit te voeren activiteiten (per briefwisseling of per e-mail). In deze overeenkomst worden de nagestreefde leerresultaten voor het verblijf in het buitenland vastgesteld, worden de voorschriften inzake erkenning gespecificeerd en worden de rechten en verplichtingen van elke partij opgesomd.

De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de in het buitenland doorgebrachte mobiliteitsperiode rust zowel op de uitzendende als op de ontvangende organisatie.

3. Na de mobiliteit

A: Erkenning van de leerresultaten

De betrokken uitzendende en ontvangende organisaties moeten bereid zijn aan het einde van de mobiliteit een Europass-mobiliteitscertificaat uit te reiken. De daarbij te volgen werkwijze wordt uiteengezet op de Europass-website: http://europass.cedefop.europa.eu/en/home.

B: Rapportage

Na afloop van hun verblijf in het buitenland moeten alle personeelsleden die aan een mobiliteitsactiviteit hebben deelgenomen, een eindverslag opmaken en indienen. Personeelsleden die dit verslag niet indienen, kunnen worden verplicht de ontvangen EU-subsidie geheel of gedeeltelijk terug te betalen. Terugbetaling is niet vereist wanneer een personeelslid de geplande activiteiten in het buitenland niet heeft kunnen voltooien ten gevolge van overmacht. De uitzendende organisatie moet dergelijke gevallen van overmacht melden en het nationaal agentschap moet schriftelijk daarmee instemmen.