Bijlage II – Verspreiding en benutting van resultaten

Praktische leidraad voor begunstigden

Inleiding

Activiteiten met het oog op de verspreiding en benutting van resultaten vestigen de aandacht op de werkzaamheden die als onderdeel van het Erasmus+-project werden uitgevoerd. Door resultaten, nuttige ervaringen en bevindingen te delen buiten het werkterrein van de deelnemende organisaties, kunnen door de EU gefinancierde werkzaamheden ten goede komen aan een breder publiek. Een en ander is ook bevorderlijk voor de inspanningen die de organisatie heeft geleverd om de doelstellingen van het Erasmus+-programma te verwezenlijken, waarbij het fundamentele belang van verbanden tussen het programma en de beleidsontwikkeling wordt onderstreept. Elk project dat door het programma wordt ondersteund, brengt de in het programma vastgestelde algemene doelstellingen dichterbij en is een stap voorwaarts in het proces ter verbetering en modernisering van onderwijs-, opleidings- en jeugdwerkstelsels.

Verspreidingsactiviteiten verschillen van project tot project; het is van belang na te gaan welke verspreidingsactiviteiten het meest geschikt zijn voor elke deelnemende organisatie. Partners van kleinere projecten moeten zorgen voor verspreiding en benutting in verhouding tot de omvang van hun activiteit. Aan verspreidingsactiviteiten voor een mobiliteitsproject worden andere eisen gesteld dan aan een partnerschapsproject. De omvang van verspreidings- en benuttingsactiviteiten neemt toe met de grootte en het strategische belang van het project. Op het ogenblik dat steun wordt aangevraagd, dienen de aanvragers uiteen te zetten wat hun bedoelingen/plannen zijn ten aanzien van verspreidings- en benuttingsactiviteiten. Wordt hun aanvraag aanvaard, dan zijn ze ook verplicht die gestand te doen.

In deel 1 wordt een aantal belangrijke termen gedefinieerd en uitgelegd wat er kan worden bereikt door de verspreiding en benutting van resultaten en hoe deze activiteiten kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van de algemene projectdoelstellingen.

Deel 2 geeft een overzicht van de vereisten waaraan de begunstigden van Erasmus+-subsidies moeten voldoen met betrekking tot de verspreiding en benutting van resultaten.

1. Verspreiding en benutting van projectresultaten: wie, wat, waar, waarom, wanneer en hoe

Wat wordt verstaan onder verspreiding en benutting?

Verspreiding is een gepland proces om informatie over de resultaten van programma's en initiatieven aan belangrijke actoren door te geven. Verspreiding vindt plaats naarmate en wanneer de resultaten van programma's en initiatieven beschikbaar worden gesteld. Met betrekking tot het Erasmus+-programma houdt dit in dat op een zo groot mogelijke schaal ruchtbaarheid wordt gegeven aan de successen en resultaten van het project. Wanneer anderen bewust worden gemaakt van het project, kan dit in de toekomst ook effect hebben op andere organisaties. Bovendien kan de organisatie die het project uitvoert zich daardoor beter profileren. Om resultaten doeltreffend te verspreiden, is het zaak om vanaf het begin van het project een passende procedure vast te stellen. Daarin moet duidelijk worden gemaakt waarom de resultaten worden verspreid, welke resultaten worden verspreid en aan wie, hoe, wanneer en waar dat gebeurt, zowel tijdens als na de financieringsperiode.

Benutting is enerzijds a) een gepland proces waarin de succesvolle resultaten van de programma's en initiatieven worden overgebracht naar de relevante beleidsmakers in gereguleerde lokale, regionale, nationale of Europese systemen, en anderzijds b) een gepland proces waarin individuele eindgebruikers ervan worden overtuigd om de resultaten van programma's en initiatieven over te nemen en/of toe te passen. In het kader van Erasmus+ betekent dit het potentieel van de gefinancierde activiteiten maximaliseren zodat de resultaten ook na afloop van het project verder worden toegepast. Opgemerkt zij dat het project wordt uitgevoerd als onderdeel van een internationaal programma met het oog op een leven lang leren en ter ondersteuning van het Europese onderwijs-, opleidings-, jeugd- en sportbeleid. De resultaten moeten zodanig worden ontwikkeld dat het mogelijk is ze af te stemmen op de behoeften van anderen; toe te passen op andere terreinen; in stand te houden na afloop van de financieringsperiode of te gebruiken om invloed uit te oefenen op het beleid en de praktijk in de toekomst.

Verspreiding en benutting zijn dus verschillend, maar hangen wel nauw met elkaar samen.

Wat wordt verstaan onder resultaten van de activiteit?

Resultaten zijn prestaties van het project dat financiering van de EU heeft ontvangen. Het soort resultaat varieert afhankelijk van het soort project.

Een resultaat is een product of materieel resultaat dat wordt geproduceerd door een gegeven project en dat kan worden gekwantificeerd. Raadpleeg de lijst onder “Wat kan er worden verspreid en benut?” om de categorieën van projectresultaten te bekijken.

Sommige projectresultaten zijn moeilijk te kwantificeren. Een beter bewustzijn is een voorbeeld van een dergelijke prestatie. Dit type resultaten moeten aan de hand van peilingen en tevredenheidsenquêtes worden gemeten.

Wat wordt verstaan onder effect en duurzaamheid?

Effect is te verstaan als de uitwerking van de uitgevoerde activiteit en de resultaten daarvan op mensen, praktijken, organisaties en systemen. De plannen met betrekking tot de verspreiding en benutting van resultaten helpen het effect van de ontplooide activiteiten te maximaliseren zodat ze ook de komende jaren invloed hebben op de directe deelnemers en partners. Tevens moet rekening worden gehouden met voordelen voor andere belanghebbenden om het verschil te maken en het project optimaal te laten renderen.

Duurzaamheid is de mate waarin het project in staat is om voort te duren, waarbij de geboekte resultaten ook na afloop van de financieringsperiode bruikbaar blijven. De projectresultaten kunnen zo op lange termijn worden toegepast en benut, eventueel door commercialisering, accreditatie of integratie. Mogelijk zijn niet alle projectonderdelen of resultaten duurzaam; het is ook zaak om verspreiding en benutting te beschouwen als een voortgaand proces dat verder reikt dan de looptijd van het project en zich uitstrekt tot in de toekomst.

Wat zijn de doelstellingen van verspreiding en benutting?

Het eerste doel van de verspreiding en benutting bestaat erin de projectresultaten bekend te maken. Het tweede doel is erop gericht een bijdrage te leveren aan het ten uitvoer leggen en uitstippelen van beleid en systemen op nationaal en Europees niveau. De begunstigden moeten zelf methoden ontwikkelen om dit doel te bereiken. Voor elk project dat uit hoofde van het Erasmus+-programma wordt gefinancierd, is het van belang ideeën uit te werken met het oog op de verspreiding en benutting. Niettemin moeten het soort verspreidings- en benuttingsactiviteiten en de intensiteit daarvan in verhouding staan tot en afgestemd zijn op de specifieke behoeften en het soort project. Dit vereist reflectie over de vraag of het gaat om een procesgericht project, dan wel om een project dat beoogt tastbare resultaten op te leveren; of het project op zichzelf staat of deel uitmaakt van een groter initiatief; of het project wordt opgezet door grote of kleine deelnemende organisaties enzovoort. De deelnemende organisaties moeten de doelstellingen van de activiteiten bespreken/plannen en beslissen wat de beste activiteiten en benaderingswijzen zijn. Verder moeten de taken onder de partners worden verdeeld, rekening houdend met de specifieke kenmerken van het project.

Wat gestructureerde samenwerkingsprojecten betreft, zoals strategische partnerschappen, kennisallianties, acties op sportgebied, samenwerkingspartnerschappen en capaciteitsopbouwprojecten, moet een in kwalitatief opzicht hoogwaardig verspreidings- en benuttingsplan voorzien in meetbare en realistische doelstellingen, een gedetailleerd tijdschema en een planning van de benodigde middelen voor de te ontplooien activiteiten. Door doelgroepen bij de activiteiten te betrekken, kunnen de projectresultaten optimaal worden benut. Het is van belang vanaf het allereerste begin de juiste strategie uit te stippelen, omdat dit de belangrijkste manier is om beter te communiceren met de doelgroepen. Voor mobiliteitsprojecten is een dergelijke vereiste niet aan de orde. Niettemin wordt de projectorganisatoren verzocht mee te delen welke leerresultaten de deelnemers aan zulke activiteiten hebben behaald. Voorts moeten de projectorganisatoren deelnemers aanmoedigen om de kennis die zij door hun deelname aan de mobiliteitsactiviteit hebben verworven, met anderen te delen. Ten slotte wordt ook verondersteld dat de verspreiding in het kader van het programma de kwaliteit van het programma vergroot door het stimuleren van innovatieve projecten en het uitwisselen van goede praktijken.

Communicatie is een ruimer begrip en betreft ook informatie- en promotieactiviteiten die gericht zijn op bewustmaking en beogen de zichtbaarheid van de projectactiviteiten te vergroten, in aanvulling op de verspreiding en benutting van de projectresultaten. Soms is het echter moeilijk een duidelijk onderscheid te maken tussen beide terreinen. Om deze reden kan het plannen van een algeheel strategisch kader dat beide gebieden bestrijkt een efficiëntere manier zijn om de beschikbare middelen optimaal te benutten. Activiteiten met het oog op de verspreiding en benutting van resultaten moeten een wezenlijk onderdeel vormen van alle communicatieactiviteiten die plaatsvinden gedurende de looptijd van het project.

Waarom is het van belang projectresultaten te delen? Wat zijn de ruimere voordelen?

Het is van belang de nodige tijd te besteden aan de ontwikkeling van een alomvattend verspreidings- en benuttingsplan: niet alleen de begunstigde, maar ook diens partners zijn daarbij gebaat. Verspreidings- en benuttingsactiviteiten stellen de organisatie niet alleen in staat zich beter te profileren, maar bieden vaak ook nieuwe mogelijkheden om het project uit te breiden en de resultaten ervan te verruimen of in de toekomst nieuwe partnerschappen op te zetten. Een geslaagde verspreiding en benutting kan ook bevorderlijk zijn voor de externe erkenning van de uitgevoerde werkzaamheden, waardoor de waardering voor het project nog toeneemt. Door de resultaten te delen, kunnen de activiteiten en ervaringen in het kader van het Erasmus+-programma ook anderen ten goede komen. Projectresultaten kunnen een voorbeeldfunctie vervullen en anderen tot navolging bewegen door duidelijk te maken wat met het programma kan worden bereikt.

Met de verspreiding en benutting van projectresultaten kan ook een bijdrage worden geleverd aan het uitstippelen van het beleid en de praktijk in de toekomst. De verspreiding en benutting van de resultaten van de door begunstigden uitgevoerde activiteiten dienen een breder doel, namelijk het verbeteren van de stelsels in de Europese Unie. Het effect van het Erasmus+-programma wordt niet alleen gemeten aan de kwaliteit van de projectresultaten, maar ook aan de mate waarin die resultaten ook buiten het projectpartnerschap gekend zijn en worden toegepast. Een doeltreffende verspreiding zorgt ervoor dat zo veel mogelijk potentiële gebruikers worden aangesproken, waardoor de ingezette middelen beter kunnen renderen.

Dankzij de verspreiding en benutting van projectresultaten wordt het publiek zich ook meer bewust van de door het programma geboden kansen en wordt de Europese meerwaarde van de door het Erasmus+-programma ondersteunde activiteiten beklemtoond. Dit kan de publieke perceptie verbeteren en aanmoedigen tot een bredere deelname aan dit nieuwe EU-programma. Het is van essentieel belang na te denken over de doelstellingen van het verspreidings- en benuttingsplan. Die moeten aansluiten op de projectdoelstellingen om te waarborgen dat de toegepaste methoden en benaderingen niet alleen geschikt zijn voor het Erasmus+-project en de daardoor nagestreefde resultaten, maar ook afgestemd zijn op de onderkende doelgroepen. Met de verspreiding en benutting wordt onder meer het volgende nagestreefd:

  • bewustmaking;
  • breder effect;
  • betrokkenheid van belanghebbenden en doelgroepen;
  • delen van oplossingen en knowhow;
  • invloed op het beleid en de praktijk;
  • ontwikkeling van nieuwe partnerschappen.

Wat kan er worden verspreid en benut?

De volgende stap bestaat erin te bepalen wat er moet worden verspreid en benut. Het project kan velerlei resultaten opleveren, zowel concrete (materiële) resultaten als vaardigheden en persoonlijke ervaringen die werden opgedaan door de projectorganisatoren en deelnemers aan de activiteiten (immateriële resultaten).

Materiële resultaten zijn bijvoorbeeld:

  • probleemoplossende benaderingen of modellen;
  • praktische instrumenten of producten, zoals handboeken, onderwijsprogramma's, instrumenten voor e-learning;
  • onderzoeksverslagen of studies;
  • gidsen over goede praktijken of casestudy's;
  • evaluatieverslagen;
  • erkenningscertificaten;
  • nieuwsbrieven of informatiefolders.

Aanbevolen wordt ervaringen, strategieën, processen enzovoort te documenteren om ze op ruimere schaal te kunnen verspreiden.

Immateriële resultaten zijn bijvoorbeeld:

  • door deelnemers, lerenden of personeel verworven kennis en opgedane ervaring;
  • verbeterde vaardigheden of prestaties;
  • groter cultureel bewustzijn;
  • verbeterde taalvaardigheden.

Immateriële resultaten zijn vaak moeilijker te meten. Het gebruik van vraaggesprekken, vragenlijsten, toetsen, observaties of zelfbeoordelingen kan ertoe bijdragen dit soort resultaten te registreren.

Wie zijn de doelgroepen?

Het is van essentieel belang de doelgroepen duidelijk af te bakenen, zowel op verschillende geografische niveaus (op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau) als op het eigen werkterrein van de begunstigde (collega's, lokale autoriteiten, andere organisaties die gelijksoortige activiteiten uitvoeren, netwerken enzovoort). Activiteiten en berichtgeving moeten naar behoren worden toegesneden op doelpubliek en doelgroepen, bijvoorbeeld:

  • eindgebruikers van de projectactiviteiten en -resultaten;
  • belanghebbenden, deskundigen of praktijkmensen en andere belangstellenden;
  • beleidsmakers op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau;
  • pers en media;
  • het grote publiek.

De projectplannen moeten voldoende flexibiliteit bieden zodat doelgroepen en andere belanghebbenden in de verschillende fasen van het project betrokken kunnen worden. Op die manier wordt ervoor gezorgd dat het project terdege afgestemd blijft op hun behoeften. Door hun deelname wordt tevens de potentiële waarde van het project beklemtoond en wordt het project onder de aandacht gebracht van andere belangstellenden in heel Europa.

Hoe worden resultaten verspreid en benut?

Om een zo groot mogelijk publiek te bereiken, wordt aangeraden zo veel mogelijk communicatiemateriaal en projectresultaten in zo veel mogelijk talen te vertalen. Daarbij verdient het aanbeveling alle talen van het partnerschap en het Engels te gebruiken; de vertaalkosten mogen zo nodig in de subsidieaanvraag worden opgenomen.

Resultaten kunnen op velerlei wijzen worden verspreid en benut. Creatieve denkwijzen en nieuwe ideeën om het Erasmus+-project en de daardoor bewerkstelligde resultaten beter te doen uitkomen, worden op prijs gesteld. Begunstigden beschikken daartoe onder meer over de volgende mogelijkheden:

  • het platform voor Erasmus+-projectresultaten (zie hieronder);
  • websites over projecten/organisaties;
  • bijeenkomsten met en bezoeken aan de voornaamste belanghebbenden;
  • specifieke discussiemogelijkheden, zoals informatiebijeenkomsten, workshops, (online) seminars, cursussen, tentoonstellingen, demonstraties of intercollegiale toetsing (peer reviews);
  • doelgericht schriftelijk materiaal, zoals verslagen, artikelen in de vakpers, nieuwsbrieven, persberichten, folders of brochures;
  • audiovisuele media en producten zoals radio, tv, YouTube, Flickr, videoclips, podcasts of apps;
  • sociale media;
  • publieke evenementen;
  • merknamen voor projecten, en logo's;
  • bestaande contacten en netwerken.

In termen van benutting is het belangrijk na te denken over hoe resultaten een verschil kunnen maken voor het project, eindgebruikers, collega's of beleidsmakers. Tot de benuttingsmechanismen behoren:

  • positieve effecten op het imago van de deelnemende organisaties;
  • beter bewustzijn van een thema, doelstelling of werkgebied;
  • verhoogde financiële steun van andere steunverleners of donors;
  • grotere invloed op het beleid en de praktijk.

Wanneer moeten verspreidings- en benuttingsactiviteiten worden uitgevoerd?

De activiteiten inzake verspreiding en benutting van resultaten vormen een wezenlijk onderdeel van het Erasmus+-project over de volledige looptijd daarvan: vanaf het oorspronkelijke idee van de begunstigde, tijdens het project en zelfs na afloop van de Europese financiering.

In samenspraak met de betrokken partners moet een tijdschema voor de activiteiten worden vastgesteld en moeten de vereiste budgetten en middelen worden toegewezen. In het plan moeten de betrokkenen:

  • realistische doelstellingen en termijnen afspreken met de partners om de vorderingen bij te houden; 
  • de verspreidings- en benuttingsactiviteiten afstemmen op belangrijke projectfasen;
  • voldoende flexibiliteit inbouwen om te beantwoorden aan de behoeften van de doelgroep en gelijke tred te houden met ruimere ontwikkelingen in het beleid en de praktijk.

Voorbeelden van activiteiten in de verschillende fasen van de projectcyclus:

VÓÓR aanvang van het project

  • opstellen van het verspreidings- en benuttingsplan;
  • vaststellen van het verwachte effect en de beoogde resultaten;
  • bepalen hoe de verspreidings- en benuttingsactiviteiten worden uitgevoerd en onder wie de resultaten worden verspreid.

TIJDENS het project

  • contact opnemen met relevante media, bijvoorbeeld op lokaal of regionaal niveau;
  • uitvoeren van periodieke activiteiten, zoals informatiebijeenkomsten, opleiding, demonstraties, intercollegiale toetsing (peer reviews);
  • evalueren van het effect op de doelgroepen;
  • betrekken van andere belanghebbenden om resultaten over te dragen aan eindgebruikers en toe te passen op nieuwe gebieden/beleidsdomeinen;
  • op de projectwebsite een banner toevoegen met een link naar de projectkaart op het platform projectresultaten van Erasmus+.

BIJ DE EINDRAPPORTAGE

  • de definitieve projectresultaten, alsmede een bijgewerkte projectbeschrijving uploaden naar het platform voor Erasmus+-projectresultaten.

NA het project

  • voortzetten van verspreidingsactiviteiten (zoals hierboven aangegeven);
  • uitwerken van ideeën met het oog op toekomstige samenwerking;
  • evalueren van prestaties en effecten;
  • contact opnemen met relevante media;
  • waar nodig contact opnemen met beleidsmakers;
  • samenwerken met de Europese Commissie door nuttige ideeën inzake verspreiding en benutting aan te reiken.

Hoe wordt het succes beoordeeld?

De effectbeoordeling vormt een essentieel onderdeel van het proces en bestaat erin de verwezenlijkingen te evalueren en aanbevelingen voor verbeteracties in de toekomst te formuleren. Er kunnen indicatoren worden gebruikt om de vooruitgang bij het verwezenlijken van de doelstellingen te meten. Die indicatoren vormen bruikbare aanwijzingen om de prestaties te meten. Er bestaan niet alleen kwantitatieve indicatoren, die in cijfers en percentages worden uitgedrukt, maar ook kwalitatieve indicatoren, die betrekking hebben op de kwaliteit van deelname en ervaring. Vragenlijsten, vraaggesprekken, observaties en evaluaties kunnen ook worden gebruikt om het effect te meten. De indicatoren voor de verschillende projectactiviteiten moeten bij aanvang van het project worden vastgesteld en moeten deel uitmaken van het algemene verspreidingsplan.

Enkele voorbeelden:

  • feiten en cijfers over de website van projectorganisatoren (updates, aantal bezoekers, geraadpleegde rubrieken, kruisverwijzingen);
  • aantal bijeenkomsten met de voornaamste belanghebbenden;
  • aantal deelnemers aan discussie- en informatiebijeenkomsten (workshops, seminars, intercollegiale toetsing (peer reviews)); follow-upmaatregelen;
  • vervaardigen en in omloop brengen van producten;
  • verslaggeving in de media (artikelen in de vakpers, nieuwsbrieven, persberichten, interviews enzovoort);
  • zichtbaarheid in de sociale media en aantrekkelijkheid van de website;
  • deelname aan publieke evenementen;
  • banden met bestaande netwerken en transnationale partners; overdracht van informatie en knowhow;
  • effect op beleidsmaatregelen op regionaal, nationaal en Europees niveau;
  • feedback van eindgebruikers, andere belanghebbenden, collega's, beleidsmakers

2. Vereisten inzake verspreiding en benutting

Algemene kwalitatieve vereisten

Afhankelijk van de actie moeten aanvragers van financiële steun uit hoofde van het Erasmus+-programma naar behoren rekening houden met verspreidings- en benuttingsactiviteiten, zowel in de aanvraagfase als tijdens en na de activiteit. Dit deel bevat een overzicht van de basisvereisten die zijn vastgesteld in de officiële documentatie van het Erasmus+-programma.

Een van de toekenningscriteria op grond waarvan de steunaanvraag wordt beoordeeld, betreft de verspreiding en benutting van resultaten. Afhankelijk van het soort project wordt dit criterium anders meegewogen in de beoordeling van de aanvraag.

  • Voor mobiliteitsprojecten moet in het aanvraagformulier een lijst met geplande verspreidingsactiviteiten worden opgenomen met vermelding van de potentiële doelgroepen.
  • Voor samenwerkingsprojecten moet voor nadere beoordeling een gedetailleerd en uitgebreid plan worden opgenomen met een beschrijving van de doelstellingen, instrumenten en resultaten. De uitvoeringsverantwoordelijkheid moet worden gedeeld onder alle partners. Niettemin is er doorgaans één partner die de verantwoordelijkheid op zich neemt voor de coördinatie inzake verspreiding en benutting van het algehele project. Elke partner wordt betrokken bij deze activiteiten in overeenstemming met de projectspecifieke behoeftebepaling en taakverdeling.

Voor alle soorten projecten moet in de eindfase over de uitgevoerde activiteiten verslag worden uitgebracht met het doel de resultaten binnen en buiten de deelnemende organisaties te delen.

Zichtbaarheid van de Europese Unie en het Erasmus+-programma

De begunstigden gebruiken te allen tijde het Europese embleem (de "EU-vlag") en de volledig uitgeschreven naam van de Europese Unie in al hun communicatie- en promotiemateriaal. De EU-financiering uit hoofde van het Erasmus+-programma wordt bij voorkeur bekendgemaakt door naast het EU-embleem "Medegefinancierd door het Erasmus+-programma van de Europese Unie" te vermelden.

Voorbeelden van de erkenning van financiering door de EU en vertalingen van de tekst kunt u vinden op: http://eacea.ec.europa.eu/about-eacea/visual-identity_en.

De naam 'Erasmus+' wordt niet vertaald.

Richtsnoeren voor begunstigden over het gebruik van het EU-embleem in het kader van EU-programma's zijn te vinden op: http://ec.Europa.eu/dgs/Communication/Services/visual_identity/PDF/use-emblem_nl.PDF

Gebruik van het platform voor Erasmus+-projectresultaten

Er is een platform voor Erasmus+-projectresultaten opgezet om een uitgebreid overzicht te geven van de in het kader van het programma gefinancierde projecten en de aandacht te vestigen op voorbeelden van goede praktijken en succesverhalen. Op dit platform worden ook de producten, resultaten en intellectuele prestaties bekendgemaakt die voortvloeien uit de gefinancierde projecten.

Voorbeelden van goede praktijken worden jaarlijks geselecteerd door elk nationaal agentschap en door het Uitvoerend Agentschap. Succesverhalen worden op centraal niveau door DG EAC geselecteerd uit de voorbeelden van goede praktijken.

Het platform voor Erasmus+-projectresultaten dient verschillende doeleinden:

  • transparantie, omdat het een uitgebreid overzicht biedt van alle projecten die worden gefinancierd in het kader van het programma (inclusief projectsamenvattingen, financieringscijfers, URL's enzovoort);
  • verantwoording, omdat het eindgebruikers en praktijkmensen toegang biedt tot projectresultaten;
  • inspiratie, omdat het de aandacht vestigt op goede praktijken en succesverhalen van de begunstigden van het Erasmus+-programma die jaarlijks op nationaal en Europees niveau worden geselecteerd.

Voor de meeste Erasmus+-projecten moeten de begunstigden in de aanvraagfase een samenvatting in het Engels geven waarin ze hun project nader omschrijven.

De projectsamenvatting dient als beschrijving voor het grote publiek en is daarom van bijzonder groot belang. Daarom moet die samenvatting in duidelijke taal en een heldere stijl worden geschreven zodat de projectinhoud snel te begrijpen is, ook voor buitenstaanders.

De volgende elementen moeten deel uitmaken van de samenvatting: situering/achtergrond van het project; projectdoelstellingen; aantal deelnemers en profiel daarvan; beschrijving van activiteiten; uitvoeringsmethoden van het project; beknopte toelichting van de beoogde resultaten en het nagestreefde effect en de mogelijke voordelen op langere termijn.

Het platform voor Erasmus+-projectresultaten is beschikbaar op: http://ec.europa.eu/programmes/erasmus-plus/projects/.