Welke gevolgen heeft de brexit voor het Erasmus+-programma?

De brexit zal naar verwachting grote gevolgen hebben voor Erasmus+, hoe de onderhandelingen tussen de EU en het VK ook aflopen. De details zijn nog niet bekend, maar hier vindt u de laatste informatie over de gevolgen van de uitstap van het VK uit de EU voor organisaties en individuele deelnemers.

Erasmus+-leermobiliteit

Op 19 maart 2019 hebben de Raad en het Europees Parlement een verordening aangenomen om te voorkomen dat de Erasmus+-activiteiten waarbij het Verenigd Koninkrijk betrokken is, worden verstoord ingeval het VK de EU verlaat zonder overeenkomst (“no-deal”).

De Erasmus+-brexitverordening heeft betrekking op “leermobiliteit” zoals gedefinieerd in de Erasmus+-verordening. Dit wil zeggen:

  • de mobiliteit van studenten in alle cycli van het hoger onderwijs en van studenten en leerlingen in beroepsonderwijs en -opleiding
  • de mobiliteit van jongeren in niet-formele en informele leeractiviteiten en in vrijwilligersactiviteiten
  • de mobiliteit van onderwijs- en opleidingspersoneel
  • de mobiliteit van mensen die actief zijn in het jeugdwerk en jeugdorganisaties, en van jeugdleiders

De verordening zorgt ervoor dat mensen die op de dag dat het VK de Europese Unie verlaat in het buitenland verblijven via een door Erasmus+ gefinancierde leermobiliteit, hun verblijf in het buitenland niet hoeven te onderbreken.
Dit geldt bijvoorbeeld voor een Franse universiteitsstudent met een Erasmus+-beurs in Londen, maar ook voor een Brit die zijn beroepsopleiding aanvult met een Erasmus+-stage in Boedapest.

Deze maatregelen zullen van toepassing zijn totdat alle activiteiten in het kader van de Erasmus+-leermobiliteit die van start zijn gegaan vóór de datum waarop het VK de Europese Unie verlaat, voltooid zijn. Deze activiteiten hebben een looptijd van maximaal 12 maanden.

De verordening is van toepassing op alle Erasmus+-programmalanden, d.w.z. de EU-lidstaten, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland, Turkije, Noord-Macedonië, Servië en het Verenigd Koninkrijk.

Alle lopende Erasmus+-mobiliteitsactiviteiten, met inbegrip van internationale activiteiten, die zijn begonnen vóór de datum waarop het VK de Europese Unie verlaat, vallen onder de Erasmus+-noodmaatregelen.

Alle lopende Erasmus+-uitwisselingen die zijn begonnen vóór de datum waarop het VK de Europese Unie verlaat, vallen onder de Erasmus+-noodmaatregelen.

Via hun nationale Erasmus+-contactpunten: de nationale agentschappen van Erasmus+ in ieder programmaland.

De Erasmus+-noodverordening moet voorkomen dat burgers die in het buitenland zijn op de dag dat het VK de EU verlaat, te veel problemen ondervinden door de zeer verstorende gevolgen van een “no-deal”-scenario. Het is een kortetermijnoplossing voor het dringendste probleem. Daarom is deze verordening niet van toepassing op mobiliteitsactiviteiten die ingaan vanaf de datum van terugtrekking van het VK uit de EU.

Tegelijkertijd heeft de Commissie een voorstel gedaan voor een horizontale noodverordening (verordening inzake maatregelen betreffende de uitvoering en de financiering van de algemene begroting van de Unie in 2019 in verband met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie). Indien de horizontale verordening door de Raad wordt goedgekeurd, zou zij ook gelden voor leermobiliteit na de datum waarop het VK de Europese Unie verlaat, zij het onder bepaalde specifieke en meer restrictieve voorwaarden.

De EU. De bijdrage van de EU aan de lopende mobiliteitsactiviteiten waarop de Erasmus+-noodverordening betrekking heeft, was al voorzien in de algemene EU-begroting.

Volgens de Erasmus+-noodverordening zal het Britse Nationaal Agentschap de lopende leermobiliteitsactiviteiten, die dus begonnen zijn vóór de datum waarop het VK de Europese Unie verlaat, blijven uitvoeren.

Wij kunnen niet speculeren over het latere lot van het Britse Nationaal Agentschap.

Volgens de Erasmus+-noodverordening zal het Erasmus-handvest voor hoger onderwijs van toepassing zijn op de universiteiten in het Verenigd Koninkrijk zolang zij de lopende opleidingen voor leermobiliteit uitvoeren die van start zijn gegaan vóór de datum waarop het VK de Europese Unie verlaat.

Formele erkenning is niet automatisch gekoppeld aan een leerperiode in het buitenland. Dat is een zaak van de EU-lidstaten en de academische instellingen.

De Erasmus+-noodverordening heeft betrekking op activiteiten die via het Erasmus+-programma worden gefinancierd. Hieronder vallen ook de vrijwilligersactiviteiten die door Erasmus+ worden gefinancierd en die zijn begonnen vóór de datum waarop het VK de Europese Unie verlaat. De activiteiten van het Europees Solidariteitskorps vallen onder de voorgestelde horizontale noodverordening.

DiscoverEU wordt niet gefinancierd door Erasmus+ en valt daarom niet onder deze verordening.

Bij veel Europese samenwerkingsprojecten is een Britse partner of een Britse coördinator betrokken. Het lot van projecten waarvoor contracten zijn gesloten vóór de datum waarop het VK de Europese Unie verlaat, hangt af van de goedkeuring van de voorgestelde horizontale noodverordening en de vraag of het Verenigd Koninkrijk zijn financiële verplichtingen in het kader van de EU-begroting blijft nakomen. Als het dat doet, kan de financiering tot eind 2019 worden voortgezet.

 

 

Links

 

Deel deze pagina