• EQF Home Page Icon

Qualification: Master of Science in de industriële wetenschappen milieukunde

Master of Science in de industriële wetenschappen milieukunde

Qualification Information

De leerresultaten in een eerste fase geformuleerd op het niveau van de “familie” Industriële Wetenschappen/Biowetenschappen (geldig voor alle ing. opleidingen, ongeacht het specialisme).
Leerresultaten 1-2, 4, 10-12 en 16 zijn in een tweede fase uitgeschreven als een verbijzondering op maat van de opleiding “Milieukunde”.

1. Gevorderde, creatieve en toepassingsgerichte kennis, inzicht en vaardigheden hebben van de specialismen duurzame energie, afvalwaterbehandeling en milieuveiligheid en -gezondheidskunde met aandacht voor de actuele ontwikkelingen van de technologie en techniek. 2. Gevorderd, toepassingsgericht inzicht hebben in geavanceerde theorieën en - methodes voor het schematiseren en modelleren van processen of systemen en aanwending ervan bij het oplossen van milieuvraagstukken.
3. Zelfstandig integreren en uitdiepen van eerder verworven kennis met het oog op innovatie van praktische implementatiemogelijkheden en hierbij de grenzen van de eigen competenties kennen.
4. Oplossingsgericht formuleren en analyseren van complexe milieuvraagstukken, deze desgevallend herleiden tot beheersbare deelproblemen, en hiervoor implementatiegericht oplossingen ontwerpen met aandacht voor de concrete context en hierbij de grenzen van de eigen competenties kennen en in staat zijn om te delegeren naar deskundigen.
5. Zelfstandig een ingenieursproject concipiëren, plannen en uitvoeren op het niveau van een beginnende onderzoekende professional. Een literatuuronderzoek uitvoeren en kritisch interpreteren volgens wetenschappelijke standaarden en vanuit het perspectief van de toepassingsmogelijkheden.
6. Uitgaande van het verworven disciplinespecifiek en vakoverschrijdend inzicht, geavanceerde onderzoeks-, ontwerp- en oplossingsmethoden selecteren, aanpassen of desgevallend ontwikkelen, adequaat toepassen en de resultaten ervan wetenschappelijk verwerken; de gemaakte keuzes argumenteren op grond van toepassingsgericht inzicht en de eisen van de bedrijfscontext.
7. Handelen vanuit een onderzoeksattitude: creativiteit, nauwkeurigheid, kritische reflectie, nieuwsgierigheid, gemaakte keuzes verantwoorden op grond van oplossingsgerichte argumenten.
8. Innovatie- en operationeel gericht ontwerpen van systemen, producten, diensten en processen, interpoleren en experimenteren in de bedrijfscontext.
9. Beheersen van systeemcomplexiteit met behulp van kwantitatieve methoden. Voldoende parate kennis, inzicht en ervaring met de praktijkomgeving bezitten om resultaten kritisch te toetsen.
10. Binnen een hoofdzakelijk vakspecifieke context handelen vanuit een ingenieursattitude: resultaatgerichtheid, aandacht voor planning en technische, economische, milieu-juridische en maatschappelijke randvoorwaarden zoals duurzaamheid, voldoen aan de relevante regelgeving, inschatting van risico’s en haalbaarheid van de voorgestelde benadering of oplossing, gerichtheid op resultaat en het bereiken van effectieve oplossingen, innovatief denken.
11. Projectmatig werken aan duurzame oplossingen voor het voorkomen, beperken of verwijderen van milieuverontreiniging: doelstellingen formuleren, einddoelen en ontwikkeltraject in het oog houden, functioneren als een flexibel, zelfsturend en creatief lid van een (inter- en multidisciplinair) team, beginnend leiding geven, een brugfunctie vervullen naar de werkvloer, opereren in een internationale of interculturele omgeving, gericht rapporteren.
12. Bedrijfskundig en economisch inzicht hebben om de bijdrage aan een proces of aan de oplossing van een probleem te situeren in de ruimere bedrijfscontext.
13. Specificaties en randvoorwaarden afwegen en omzetten in een kwaliteitsvol systeem, product, dienst of proces. Extraheren van bruikbare informatie uit onvolledige, tegenstrijdige of redundante gegevens.
14. Schriftelijk en mondeling communiceren over het eigen vakgebied in de opleidingstaal en de voor het specialisme relevante taal of talen.
15. Over het vakgebied talig en grafisch communiceren en presenteren aan vakgenoten en aan leken.
16. Functioneren op het niveau van een milieucoördinator A, als sleutelfiguur in de uitbouw van bedrijfsinterne en –externe milieuzorg en verantwoordelijkheid nemen voor de promotie, implementatie en evaluatie van een proactief milieubeleid. Dit omhelst ook het voeren van zowel externe als interne milieucommunicatie, inhoudelijk afgestemd op het doelpubliek.

Reference Data

EQF Level:
Thematic area:
Information Language:
Location:
NQF Level: 
7