• EQF Home Page Icon

Qualification: Master of Science in de biowetenschappen land-en tuinbouwkunde

Master of Science in de biowetenschappen land-en tuinbouwkunde

Qualification Information

Leerresultaten 5-17 zijn in een eerste fase uitgeschreven op het algemene ‘familie’ niveau van de master ‘ingenieur’. De overige leerresultaten (1-4) zijn in een tweede fase uitgeschreven als een verbijzondering van de algemene leerresultaten: zij zijn enkel van toepassing op de master of science in land- en tuinbouw en profileren de opleiding ten aanzien van andere masters binnen het ingenieursdomein. De leerresultaten van deze master bouwen voort op deze van de bachelor in de biowetenschappen
1. Gevorderde kennis, inzicht en vaardigheden hebben in multifunctionele en duurzame land- en tuinbouw, met aandacht voor actuele technologische ontwikkelingen.
2. De verworven kennis van natuurwetenschappelijke principes aanwenden met het oog op het analyseren en evalueren van hypotheses, technieken en modellen omtrent plant, dier of omgeving en op het ontwikkelen van relevante toepassingsmogelijkheden.
3. Inzicht hebben in het beleid en de wetgeving inzake landbouw, dierenmanagement, ruimtelijke ordening of leefmilieu.
4. Gevorderd inzicht hebben in de interacties tussen productieprocessen- en/of biosystemen, natuurlijke hulpbronnen en de socio-economische context.
5. Oplossingsgericht formuleren en analyseren van complexe problemen binnen het specialisme, deze desgevallend herleiden tot beheersbare deelproblemen, en hiervoor implementatiegericht oplossingen ontwerpen met aandacht voor de concrete context.
6. Zelfstandig een ingenieursproject concipiëren, plannen en uitvoeren op het niveau van een beginnende onderzoekende professional. Een literatuuronderzoek uitvoeren en kritisch interpreteren volgens wetenschappelijke standaarden en vanuit het perspectief van de toepassingsmogelijkheden.
7. Uitgaande van het verworven disiciplinespecifiek en vakoverschrijdend inzicht, geavanceerde onderzoeks-, ontwerp- en oplossingsmethoden selecteren, aanpassen of desgevallend ontwikkelen, adequaat toepassen en de resultaten ervan wetenschappelijk verwerken; de gemaakte keuzes argumenteren op grond van toepassingsgericht inzicht en de eisen van de bedrijfscontext.
8. Handelen vanuit een onderzoeksattitude: creativiteit, nauwkeurigheid, kritische reflectie, nieuwsgierigheid, gemaakte keuzes verantwoorden op grond van oplossingsgerichte argumenten.
9. Innovatie- en operationeel gericht ontwerpen van systemen, producten, diensten en processen, interpoleren en experimenteren in de bedrijfscontext.
10. Beheersen van systeemcomplexiteit met behulp van kwantitatieve methoden. Voldoende parate kennis, inzicht en ervaring met de praktijkomgeving bezitten om resultaten kritisch te toetsen.
11. Binnen een hoofdzakelijk vakspecifieke context handelen vanuit een ingenieursattitude: resultaatgerichtheid, aandacht voor planning en technische, economische en maatschappelijke randvoorwaarden zoals duurzaamheid, inschatting van risico’s en haalbaarheid van de voorgestelde benadering of oplossing, gerichtheid op resultaat en het bereiken van effectieve oplossingen, innovatief denken.
12. Projectmatig werken vanuit een hoofdzakelijk vakspecifieke context: doelstellingen formuleren, einddoelen en ontwikkeltraject in het oog houden, functioneren als lid van een (inter- en multidisciplinair) team, beginnend leiding geven, een brugfunctie vervullen naar de werkvloer, opereren in een internationale of interculturele omgeving gericht rapporteren.
13. Bedrijfskundig en economisch inzicht hebben om de bijdrage aan een proces of aan de oplossing van een probleem te situeren in de ruimere context.
14. Specificaties en randvoorwaarden afwegen en omzetten in een kwaliteitsvol systeem, product, dienst of proces. Extraheren van bruikbare informatie uit onvolledige, tegenstrijdige of redundante gegevens.
15. Schriftelijk en mondeling communiceren over het eigen vakgebied in de opleidingstaal en de voor het specialisme relevante taal of talen.
16. Over het vakgebied talig en grafisch communiceren en presenteren aan vakgenoten en aan leken.
17. Ethisch, professioneel en maatschappelijk verantwoord handelen met aandacht voor technische, economische, humane en duurzaamheidsaspecten.

Reference Data

EQF Level:
Thematic area:
Information Language:
Location:
NQF Level: 
7