• EQF Home Page Icon

Qualification: Master of Science in de bio-ingenieurswetenschappen bos- en natuurbeheer

Master of Science in de bio-ingenieurswetenschappen bos- en natuurbeheer

Qualification Information

Leerresultaten 3 en 5-16 zijn in een eerste fase uitgeschreven op het algemene ‘familie’ niveau van de master ‘ingenieur’. De overige leerresultaten zijn in een tweede fase uitgeschreven als een verbijzondering van de algemene leerresultaten: zij zijn enkel van toepassing op de master of science in bos- en natuurbeheer en profileren de opleiding ten aanzien van andere masters binnen de opleiding bio-ingenieur én het ingenieursdomein in het algemeen. De leerresultaten van deze master bouwen voort op deze van de bachelor in de bio-ingenieurswetenschappen.
1. Gevorderde kennis, inzicht en vaardigheden hebben in algemene, kwantitatieve en technologische aspecten van het bos- en natuurbeheer en de houtkunde, zowel op het vlak van de grondslagen als van de toepassingen, met aandacht voor actuele ontwikkelingen en evoluties op (middel-)lange termijn.
2. Gevorderd, systeem- en toepassingsgericht inzicht hebben in de natuurlijke en door mensen beïnvloede processen in bos- en natuurgebieden én in socio-economische factoren en managementtechnieken.
3. Zelfstandig integreren en uitdiepen van eerder verworven kennis met het oog op vernieuwing van concepten en innovatie van de implementatiemogelijkheden en hierbij de grenzen van de eigen competenties kennen.
4. Oplossingsgericht formuleren en analyseren van beheergerichte problemen in bossen en natuurgebieden om een antwoord vinden op door de maatschappij gevraagde
diensten en goederen en een bijdrage te leveren aan het bos- en natuurbeleid.
5. Zelfstandig een ingenieursproject concipiëren, plannen en uitvoeren op het niveau van
een beginnende onderzoekende professional. Een literatuuronderzoek uitvoeren en
kritisch interpreteren volgens wetenschappelijke standaarden met aandacht voor het
conceptuele kader en de toepassingsmogelijkheden.
6. Uitgaande van het verworven disiciplinespecifiek en vakoverschrijdend inzicht,
geavanceerde onderzoeks-, ontwerp- en oplossingsmethoden selecteren, aanpassen
of desgevallend ontwikkelen, adequaat toepassen en de resultaten ervan
wetenschappelijk verwerken; de gemaakte keuzes argumenteren op grond van inzicht
in de grondslagen van de discipline en de eisen van de toepassings- en bedrijfscontext.
7. Handelen vanuit een onderzoeksattitude: creativiteit, nauwkeurigheid, kritische reflectie,
nieuwgierigheid, gemaakte keuzes verantwoorden op wetenschappelijke gronden.
8. Grensverleggend, innovatie- en toepassingsgericht ontwerpen van systemen,
producten, diensten en processen, extrapoleren met aandacht voor de bedrijfscontext.
Nieuwe researchvragen extraheren uit ontwerpproblemen.
9. Beheersen van systeemcomplexiteit met behulp van kwantitatieve methoden.
Voldoende parate kennis, inzicht en ervaring met wetenschappelijk onderzoek bezitten
om resultaten kritisch te toetsen.
10. Binnen een generieke en vakspecifieke context handelen vanuit een ingenieursattitude:
resultaatgerichtheid, aandacht voor planning en technische, economische en
maatschappelijke randvoorwaarden zoals duurzaamheid, inschatting van risico’s en
haalbaarheid van de voorgestelde benadering of oplossing, gerichtheid op resultaat en
het bereiken van effectieve oplossingen, innovatief en vakgebiedoverschrijdend
denken.
11. Projectmatig werken vanuit een generieke en vakspecifieke context: doelstellingen
formuleren, einddoelen en ontwikkeltraject in het oog houden, functioneren als lid van
een (inter- en multidisicplinair) team, beginnend leiding geven, opereren in een
internationale of interculturele omgeving, gericht rapporteren.
12. Bedrijfskundig en economisch inzicht hebben om de bijdrage aan een proces of aan de
oplossing van een probleem te situeren in de ruimere context.
13. Specificaties en randvoorwaarden afwegen en omzetten in een kwaliteitsvol systeem,
product, dienst of proces. Extraheren van bruikbare informatie uit onvolledige,
tegenstrijdige of redundante gegevens.
14. Schriftelijk en mondeling communiceren over het eigen vakgebied in de opleidingstaal
en de voor het specialisme relevante taal of talen.
15.Over het vakgebied talig en grafisch communiceren en presenteren aan vakgenoten en
aan leken.
16. Ethisch, professioneel en maatschappelijk verantwoord handelen met aandacht

Reference Data

EQF Level:
Thematic area:
Information Language:
Location:
NQF Level: 
7