• EQF Home Page Icon

Qualification: Master of Medicine in de huisartsgeneeskunde

Master of Medicine in de huisartsgeneeskunde

Qualification Information

Omwille van de leesbaarheid wordt ‘de huisarts’ in onderstaande leerresultaten aangeduid als ‘hij’. De ‘hij’ dient geconcipieerd te worden als een neutrale ‘aanduiding’ waaronder zowel mannelijke als vrouwelijke artsen ressorteren.
1. De huisarts als zorgverlener:
De huisarts verleent een zorg gericht op de noden en doelstellingen van de patiënt met als vertrekpunt een integrale benadering van de patiënt in de eigen specifieke context en binnen de gemeenschap. Hij past complexe zorgmodellen toe met aandacht voor de mogelijkheden en de verwachtingen van de patiënt in het perspectief van levenslange zorg. In zijn handelen kan hij op passende wijze beroep doen op een netwerk van andere zorgverleners en maakt hij deel uit van een geïntegreerd zorgbeleid waar hij een leidersrol kan opnemen .

2. De huisarts als communicator:
De huisarts benadert elke patiënt persoonsgericht en individueel binnen de eigen specifieke context en de gemeenschap: hij hanteert al naargelang de specifieke situatie complexe communicatietechnieken, herkent zingevingsaspecten bij de patiënt en doet aan adequate dossiervorming- en opvolging. Hij verwerft met gepaste methodieken inzicht in het zorgproces van een groep patiënten.

3. De huisarts als medisch deskundige:
De huisarts kan de aangeleerde kennis en vaardigheden integreren en implementeren in een doelgericht huisartskundig referentiekader. Als medisch deskundige heeft hij/kan hij..
- Kennis van diagnosemiddelen en therapeutische interventies op wetenschappelijk verantwoorde wijze toepassen, aangepast aan de specifieke situatie van de patiënt, bij spoedinterventies, bij vroege of ongedifferentieerde klachten en bij chronische klachten;
- Kennis en kunde van huisarts-specifieke vaardigheden, die hij, indien nodig, kan delen met en delegeren naar andere hulpverleners, zonder het overzicht van de resultaten en de analyse hier van te verliezen;
- Inzicht in de interactie tussen verschillende ziektebeelden bij multimorbiditeit;
- Kennis van een stapsgewijze planning van onderzoek en behandeling;
- Inzicht in de organisatorische en economische randvoorwaarden waarbinnen het beroep zich ontwikkelt.

4. De huisarts als actor (medische besliskunde):
De huisarts kan de aangeleerde kennis en vaardigheden integreren en implementeren in een doelgericht huisartskundig referentiekader.
Als actor heeft hij/kan hij..
- Inzicht in de prevalentie van ziekte op praktijk - en gemeenschapsniveau en kan hij hier gericht op inspelen;
- In het diagnostisch proces doelmatig omgaan met de factor tijd en onzekerheid;
- Inzicht in het mensbeeld van de patiënt en zijn zingeving: als ‘actor’ kan hij de patiënt met zijn capaciteiten en zijn verantwoordelijkheidsgevoel op optimale wijze betrekken en het zelfhelend vermogen stimuleren;
- Op constructieve wijze werken aan de implementatie van het elektronisch medisch dossier om praktijkvoering te verbeteren, te analyseren en te reflecteren via adequate methodieken b.v. audits.
5. De huisarts verleent een ethisch-economische en maatschappelijk verantwoorde zorg:
De huisarts heeft kennis van de individuele gezondheidsnoden in relatie tot de noden van de gemeenschap, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen, heeft aandacht voor de achterliggende determinanten van ziekte en gezondheid en kan de middelen die ter beschikking staan op kosten-effectieve wijze integreren in de praktijkvoering. Binnen de interprofessionele en intersectorale samenwerking deelt en analyseert hij op professionele wijze informatie en formuleert hij een gemeenschappelijk plan om de doelstellingen voor individu en gemeenschap te helpen realiseren op een betrokken en efficiënte wijze.

6. De huisarts levert een bijdrage tot management van en in de eerste lijn:
De huisarts neemt de eindverantwoordelijkheid voor de zorgverlening in de eerste lijn, in samenspraak met patiënt en in overleg op basis van gelijkwaardigheid met alle hulpverleners rondom die patiënt, op een wetenschappelijke, coördinerende en kosten-effectieve wijze.
7. De huisarts als professional:
De huisarts heeft inzicht in de eigen professionele mogelijkheden, waarden en ethiek, evenals de ingesteldheid tot levenslang leren en werken aan kwaliteitsverbetering (‘change agent’), integreren in het handelen als deskundige, manager, organisator, educator, wetenschapper, geëngageerde actor in een gemeenschapsgerichte eerstelijnsgezondheidszorg in de eigen gezondheidszorgregio. Hij concipieert de zorgverlening als een lerende organisatie, waarbinnen hij leert omgaan met onzekerheid en fouten.
8. De huisarts als wetenschapper: De huisarts kan een klinisch probleem binnen het domein van de huisartsgeneeskunde vatten in een wetenschappelijke vraagstelling en deze uitwerken volgens de gangbare wetenschappelijke criteria, de resultaten kritisch-wetenschappelijk interpreteren en deze correct rapporteren en verdedigen.

Reference Data

EQF Level:
Thematic area:
Information Language:
Location:
NQF Level: 
7