• EQF Home Page Icon

Qualification: Forklift operator

Forklift operator

Qualification Information

● De heftruck voorbereiden overeenkomstig de veiligheidsvoorschriften (N110101 Id17440-c)
- Volgt pictogrammen en behandelingslabels op
- Meldt onveilige situaties aan de verantwoordelijke
- Gebruikt het veiligheidssysteem en PBM’s (Persoonlijke BeschermingsMiddelen zoals bv. veiligheidsschoenen,…)
- Houdt de lichaamsdelen binnen de kooi van de heftruck
- Positioneert de vorken op een hoogte van +/- 25 cm bij het rijden
- Houdt de werkplek ordelijk en net

● De toestand van de heftruck controleren (N110101 Id17999-c)
- Voert een controle uit van de machine bij het starten en beëindigen van de dagtaak
- Detecteert defecten
- Voert een visuele controle van de heftruckonderdelen uit op vloeistoflekken en materiele schade
- Controleert de remmen met een noodstop bij de start
- Controleert de meters, controlelichten en foutcodes op het instrumentenbord
- Controleert de lichten en geluidssignalen door ze aan en uit te zetten
- Vult de checklist met de uitgevoerde controles in
- Meldt defecten aan de verantwoordelijke

● Goederen laden en lossen in en uit een extern transportmiddel overeenkomstig de opdracht (N110101 Id17945-c/24121-c)
- Past de manoeuvres (rijden, laden, lossen, …) aan de werkinstructies, het gebruikte externe transportmiddel (vrachtwagen, …), de aard van de lading en de ruimte aan
- Controleert op hoeveelheden, soort goederen en visuele beschadiging volgens opdracht en meldt afwijkingen aan de verantwoordelijke
- Controleert of het extern transportmiddel geblokkeerd is alvorens te laden en/of te lossen
- Controleert de stabiliteit van de vloer van het extern transportmiddel alvorens de lading binnen te rijden
- Controleert of het extern transportmiddel recht en volledig tegen de laadkaai gepositioneerd staat

● Goederen verplaatsen van en naar diverse locaties volgens bedrijfseigen- en veiligheidsprocedures (N110101 Id9313-c)
- Past de snelheid van de heftruck aan de lading, manoeuvreerruimte en ondergrond aan
- Rijdt zichtbare obstakels of infrastructuur niet aan
- Positioneert de heftruck in één beweging voor de stapelruimte
- Rijdt achteruit wanneer het zicht vooruit beperkt is door de lading
- Kijkt steeds in de rijrichting
- Draait enkel met een geladen heftruck wanneer de vorken zich op minder dan 1 meter hoogte bevinden
- Respecteert een veilige afstand met de voorganger in functie van een noodstop
- Matigt zijn snelheid en claxonneert bij het naderen van kruispunten, onoverzichtelijke bochten en ingangen
- Rijdt op de voorziene plaatsen in de aangeduide rijrichting
- Geeft voorrang aan zwakke weggebruikers
- Leest en interpreteert locatiecodes

● Stapelt, ontstapelt goederen op diverse hoogten (N110101 Id18031-c)
- Stapelt maximaal wat voorgeschreven is in het laaddiagram
- Plaatst de vorken zonder haperen zo volledig mogelijk onder de lading
- Past de neiging van de vorken aan in functie van de te verplaatsen lading
- Zet de vorken horizontaal bij het op en neer bewegen van de lading
- Plaatst de lading evenwichtig verdeeld in de stapelruimte
- Neemt enkel stabiele ladingen en onbeschadigde palletten op
- Stapelt enkel als de voorziene stapelruimte groot genoeg is
- Stapelt en ontstapelt een lading pas wanneer deze vrij is van onderliggende lading of ligger

● De heftruck parkeren (co 00363)
- Zet na het parkeren steeds de parkeerrem op (indien van toepassing)
- Plaatst de vorken vlak op de grond
- Plaatst de wielen recht
- Zet het contact af
- Parkeert de heftruck nooit voor een doorgang of veiligheidsuitrusting
- Voorziet de heftruck van de benodigde energie bij het einde van de dagtaak

DESCRIPTORELEMENTEN

Kennis

● Basiskennis van de technische onderdelen van de machine
● Kennis van de organisatie van een opslaglocatie (circulatieplan, ...)
● Kennis van veiligheidsregels
● Kennis van stabilisatieprincipes van ladingen
● Kennis van de eigenschappen van laad- en lostoestellen

Cognitieve vaardigheden

● Het kunnen opvolgen van pictogrammen en behandelingslabels
● Het kunnen melden van onveilige situaties aan de verantwoordelijke
● Het kunnen uitvoeren van een controle van de machine bij het starten en beëindigen van de dagtaak
● Het kunnen uitvoeren van een visuele controle van de heftruckonderdelen op vloeistoflekken en materiele schade
● Het kunnen controleren van de meters, controlelichten en foutcodes op het instrumentenbord
● Het kunnen invullen van de checklist met de uitgevoerde controles
● Het kunnen melden van defecten aan de verantwoordelijke
● Het kunnen aanpassen van de manoeuvres (rijden, laden, lossen, …) aan de werkinstructies, het gebruikte externe transportmiddel (vrachtwagen, …), de aard van de lading en de ruimte
● Het kunnen controleren op hoeveelheden, soort goederen en visuele beschadiging volgens opdracht en het melden van afwijkingen aan de verantwoordelijke
● Het kunnen controleren of het extern transportmiddel geblokkeerd is alvorens te laden en/of te lossen
● Het kunnen controleren van de stabiliteit van de vloer van het extern transportmiddel
● Het kunnen controleren of het extern transportmiddel recht en volledig tegen de laadkaai gepositioneerd staat
● Het kunnen aanpassen van de snelheid van de heftruck aan de lading, manoeuvreerruimte en ondergrond
● Het kunnen respecteren van een veilige afstand met de voorganger in functie van een noodstop
● Het kunnen lezen en interpreteren van locatiecodes
● Het kunnen stapelen van wat maximaal voorgeschreven is in het laaddiagram
● Het kunnen plaatsen van de lading evenwichtig verdeeld in de stapelruimte
● Het kunnen opnemen van stabiele ladingen en onbeschadigde palletten
● Het kunnen stapelen als de voorziene stapelruimte groot genoeg is
● Het pas stapelen en ontstapelen van een lading wanneer deze vrij is van onderliggende lading of ligger
● Het weten dat een heftruck nooit voor een doorgang of veiligheidsuitrusting geparkeerd wordt

Probleemoplossende vaardigheden

● Het kunnen detecteren van defecten

Motorische vaardigheden

● Het kunnen gebruiken van het veiligheidssysteem en PBM’s (Persoonlijke BeschermingsMiddelen zoals bv. veiligheidsschoenen,…)
● Het kunnen houden van lichaamsdelen binnen de kooi van de heftruck
● Het kunnen positioneren van de vorken op een hoogte van +/- 25 cm bij het rijden
● Het kunnen ordelijk en net houden van de werkplek
● Het kunnen controleren van de remmen met een noodstop bij de start
● Het kunnen controleren van de lichten en geluidssignalen door ze aan en uit te zetten
● Het niet aanrijden van zichtbare obstakels of infrastructuur
● Het kunnen positioneren van de heftruck in één beweging voor de stapelruimte
● Het kunnen achteruit rijden wanneer het zicht vooruit beperkt is door de lading
● Het steeds kunnen kijken in de rijrichting
● Het kunnen draaien met een geladen heftruck wanneer de vorken zich op minder dan 1 meter hoogte bevinden
● Het kunnen matigen van zijn/haar snelheid en het kunnen claxonneren bij het naderen van kruispunten, onoverzichtelijke bochten en ingangen
● Het kunnen rijden op de voorziene plaatsen in de aangeduide rijrichting
● Het kunnen geven van voorrang aan zwakke weggebruikers
● Het kunnen zonder haperen plaatsen van de vorken onder de lading
● Het kunnen aanpassen van de neiging van de vorken in functie van de te verplaatsen lading
● Het kunnen horizontaal zetten van de vorken bij het op en neer bewegen van de lading
● Het kunnen, na het parkeren, steeds de parkeerrem opzetten (indien van toepassing)
● Het kunnen vlak op de grond plaatsen van de vorken
● Het kunnen rechtplaatsen van de wielen
● Het kunnen afzetten van het contact
● Het kunnen voorzien van de heftruck van de benodigde energie bij het einde van de dagtaak
* Met neiging wordt bedoeld
1) het naar achter of naar voor brengen van de mast opdat de vorken bij het plaatsen van de lading horizontaal zouden zijn;
2) het naar achter brengen van de mast opdat de lading bij het verplaatsen ervan achterover lijkt te leunen, zodat bij het remmen de lading niet voorover gaat hangen;
3) in geval de mast niet kan achteruit of vooruit kan neigen -dit komt meestal voor bij reachtruck- is de neiging van toepassing op de vorken met dezelfde bedoeling als in punt 1 en 2.

Omgevingscontext

● Dit beroep wordt uitgeoefend in opslagplaatsen, logistieke platformen, magazijnen, vrachtzones, goederenstations, (lucht)havens, fabrieken, grootwinkelbedrijven, ...
● Het beroep kan worden uitgeoefend met aangepaste werktijden, in shifts (volcontinu, twee- of drieploegensysteem,…), tijdens het weekend, op feestdagen of 's nachts.
● De activiteit kan in een lawaaierige omgeving, in een vries-, koelzone of een erg warme zone (metaalgieterij,…) plaatsvinden. Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen (bv. veiligheidsschoenen, handschoenen, helm, ...) is verplicht.
● De beroepsbeoefenaar komt in contact met de magazijnier, magazijnmedewerkers
● De activiteiten vinden plaats binnen een strikt tijdsschema.

Handelingscontext

● De beroepsbeoefenaar moet steeds de veiligheids- en kwaliteitsvoorschriften respecteren.
● De beroepsbeoefenaar stelt, afhankelijk van de bedrijfscontext, repetitieve of gevarieerde handelingen.

Autonomie

Is zelfstandig in
● het uitvoeren van het transport van goederen

Is gebonden aan
● een werkschema/werkopdracht/werkinstructies en aan de veiligheids- en kwaliteitsvoorschriften

Doet beroep op
● zijn/haar directe leidinggevende bij problemen

Verantwoordelijkheid

● Een heftruck die voorbereid is overeenkomstig de veiligheidsvoorschriften
● Een gecontroleerde heftruck
● Goederen die geladen en gelost worden in en uit een extern transportmiddel overeenkomstig de opdracht
● Goederen die verplaatst worden van en naar diverse locaties volgens bedrijfseigen- en veiligheidsprocedures
● Gestapelde en ontstapelde goederen op diverse hoogten

Reference Data

EQF Level:
Thematic area:
Information Language:
Location:
NQF Level: 
2