• EQF Home Page Icon

Qualification: Coachwork painter

Coachwork painter

Qualification Information

ACTIVITEITEN

Basisactiviteiten

● Bepaalt de werkzaamheden op basis van een werkfiche of aanwijzingen van een verantwoordelijke (I160601 Id13304-c)
- Raadpleegt technische bronnen
- Raadpleegt de werkfiche

● Bereidt de werkplek en het voertuig voor aan de hand van de werkfiche, zodat vlot, correct, net en veilig gewerkt kan worden (co 00816)
- Verwerkt en interpreteert de werkfiche
- Identificeert het voertuig
- Verplaatst het voertuig en zet het klaar
- Bereidt het gereedschap en de producten voor en zet ze klaar
- Beschermt het voertuig en eventuele andere voertuigen in de buurt (interieur d.m.v. stoelen, stuurhoes, tapijtbescherming…)

● Vult de opvolgdocumenten van de interventie in en geeft de informatie door aan de betrokkenen (I160601 Id17315-c)
- Vult de werkfiche in voor facturatie of verduidelijking van de uitgevoerde werkzaamheden
- Registreert gebruikte hoeveelheden materialen
- Wisselt mondeling en schriftelijk informatie uit met collega’s en verantwoordelijke
- Gebruikt bedrijfseigen software

● Ruimt de werkplek op en onderhoudt ze (I160601 Id16298-c)
- Sorteert en bergt onderdelen op
- Plaatst gereedschap en materiaal in rekken of karren
- Ruimt de werkplek op en reinigt ze
- Reinigt het gebruikte gereedschap en de apparatuur
- Sorteert afval volgens de richtlijnen

Specifieke Activiteiten

● Bepaalt, in overleg met de verantwoordelijke welke onderdelen gespoten moeten worden van zodra het herstelproces aanvangt (co 00817)
- Schat de grootte van de reparatiezone en de aan te maken hoeveelheid in
- Schat de haalbaarheid van de kleur in en bepaalt desgevallend uitspuitzones

● Bepaalt de kleurtinten van verven en lakken van zodra het herstelproces aanvangt (I160601 Id32256-c)
- Houdt zich aan de voorschriften van de fabrikant
- Bepaalt de lakmethode en het laksysteem volgens de aard van ondergrond
- Kiest een tint grondverf die de afwerkingslaag voldoende dekkracht geeft
- Zoekt de juiste kleur voor de afwerkingslaag met een kleurenindex, kleurendetector en kleurendatabank

● Doseert de kleurtinten van verven en lakken en past ze aan (originele referentiepunten, veroudering, beoogde effecten,…) (I160601 Id5844-c)
- Maakt kleuren aan met de verfmenginstallatie volgens de mengformule
- Test de aangemaakte kleur aan de hand van een staal
- Maakt de juiste hoeveelheden grondverf en lak aan
- Controleert de temperatuur, viscositeit en de zuiverheid van grondstoffen en materieel
- Filtert de verf met behulp van verffilters

● Brengt de verven en lakken aan (I160601 Id5844-c)
- Controleert de voorbereidende werkzaamheden (geschuurd, ontvet, afgekit, afgeplakt,…)
- Stelt de verfspuitinstallatie en de spuitcabine af
- Stoft het voertuig af als het zich in de spuitcabine bevindt
- Brengt indien nodig een primer aan
- Spuit de verf met een spuitpistool in een gelijkmatige, beheerste en loodrechte slag
- Laat de aangebrachte verf uitdampen en brengt een tweede laag aan in overeenstemming met de uitdamptijden
- Bepaalt een droogtechniek (drogen door oxidatie, moffelen in een convectie- of radiatie-oven, drogen buiten de droogcabine met infrarooddrogers, …)
- Laat het voertuig drogen volgens de geschikte techniek, droogtijd en temperatuur
- Verwijdert het afplakmateriaal

● Herstelt spuitfouten (I160601 Id32260)
- Controleert de aangebrachte laklaag na het droogproces
- Bepaalt de foutoorzaak van spuitfouten en isoleert ze indien mogelijk
- Schuurt of poliert spuitfouten uit
- Brengt eventueel een nieuwe verf- of laklaag aan

DESCRIPTORELEMENTEN

Kennis

● Basiskennis van bedrijfseigen software
● Kennis van voertuigtypes
● Kennis van persoonlijke beschermingsmiddelen
● Kennis van constructeursvoorschriften of het opzoeken ervan
● Kennis van procedures omtrent veiligheid en milieu
● Kennis van ergonomie
● Kennis van eigenschappen van de gebruikte materialen
● Kennis van eigenschappen van de te bewerken materialen
● Kennis van het gebruik van apparatuur en gereedschap
● Kennis van kwaliteitsnormen

Cognitieve vaardigheden

● Het kunnen raadplegen van technische bronnen
● Het kunnen raadplegen van de werkfiche
● Het kunnen verwerken en interpreteren van de werkfiche
● Het kunnen identificeren van het voertuig
● Het kunnen verplaatsen en klaarzetten van het voertuig
● Het kunnen voorbereiden en klaarzetten van het gereedschap en de producten
● Het kunnen beschermen van het voertuig en eventuele andere voertuigen in de buurt (interieur d.m.v. stoelen, stuurhoes, tapijtbescherming…)
● Het kunnen invullen van de werkfiche voor facturatie of verduidelijking van de uitgevoerde werkzaamheden
● Het kunnen registreren van gebruikte hoeveelheden materialen
● Het mondeling en schriftelijk informatie kunnen uitwisselen met collega’s en verantwoordelijke
● Het kunnen gebruiken van bedrijfseigen software
● Het kunnen sorteren en opbergen van onderdelen
● Het kunnen sorteren van afval volgens de richtlijnen
● Het zich kunnen houden aan de voorschriften van de fabrikant
● Het kunnen bepalen van de lakmethode en het laksysteem volgens de aard van ondergrond
● Het kunnen kiezen van een tint grondverf die de afwerkingslaag voldoende dekkracht geeft
● Het kunnen zoeken van de juiste kleur voor de afwerkingslaag met een kleurenindex, kleurendetector en kleurendatabank
● Het kunnen inschatten van de grootte van de reparatiezone en de aan te maken hoeveelheid
● Het kunnen inschatten van de haalbaarheid van de kleur en desgevallend bepalen van uitspuitzones
● Het kunnen maken van kleuren met de verfmenginstallatie volgens de mengformule
● Het kunnen maken van de juiste hoeveelheden grondverf en lak
● Het kunnen controleren van de voorbereidende werkzaamheden (geschuurd, ontvet, afgekit, afgeplakt,…)
● Het kunnen controleren van de temperatuur, viscositeit en de zuiverheid van grondstoffen en materieel
● Het kunnen afstellen van de verfspuitinstallatie en de spuitcabine
● Het kunnen bepalen van een droogtechniek (drogen door oxidatie, moffelen in een convectie- of radiatie-oven, drogen buiten de droogcabine met infrarooddrogers, …)
● Het kunnen drogen van het voertuig volgens de geschikte techniek, droogtijd en temperatuur
● Het kunnen controleren van de aangebrachte laklaag na het droogproces

Probleemoplossende vaardigheden

● Het kunnen bepalen van de foutoorzaak van spuitfouten en ze indien mogelijk isoleren
● Het kunnen uitschuren of polieren van spuitfouten

Motorische vaardigheden

● Het kunnen voorbereiden/klaar zetten van het gereedschap en de producten
● Het kunnen testen van de aangemaakte kleur aan de hand van een staal
● Het kunnen aanbrengen van een primer indien nodig
● Het kunnen spuiten van de verf met een spuitpistool in een gelijkmatige, beheerste en loodrechte slag
● Het kunnen afstoffen van het voertuig als het zich in de spuitcabine bevindt
● Het kunnen aanbrengen van eventueel een nieuwe verf- of laklaag
● Het kunnen verwijderen van het afplakmateriaal
● Het kunnen filteren van de verf met behulp van verffilters
● Het kunnen laten uitdampen van de aangebrachte verf en het aanbrengen van een tweede laag in overeenstemming met de uitdamptijden
● Het kunnen plaatsen van gereedschap en materiaal in rekken of karren
● Het kunnen opruimen en reinigen van de werkplek
● Het kunnen reinigen van het gebruikte gereedschap en apparatuur

Omgevingscontext

● De spuiter carrosserie situeert zich in de autosector bij de schadeherstelbedrijven
● Hij werkt alleen of samen met collega’s spuiters en/of voorbewerkers
● Bij het uitvoeren van de werkzaamheden kan lawaaihinder voorkomen
● Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen is vereist
● Enkel tijdens de spuitfase bevindt de spuiter zich in de cabine. De duur hiervan hangt van de organisatie maar bedraagt ongeveer een halve werkdag
● De spuitcabine is een sterk verlichte, zeer sterk geventileerde omgeving
● De activiteiten vinden plaats in de werkplaats zelf, hij gaat niet ter plaatse
● Het beroep wordt uitgeoefend binnen een aaneenschakeling van activiteiten in een herstelproces, waarbij de spuiter een duidelijk afgebakende plaats inneemt
● Het beroep is vrij gestructureerd, er is een logische volgorde bij het herstellen van de schade
● De spuiter dient efficiënt te werken zodat de planning en het gehele herstelproces geen vertraging oploopt.

Handelingscontext

● De spuiter carrosserie dient oog hebben voor kwaliteit en de tevredenheid van de klant door met zorg, precisie en toewijding te werken.
● Hij moet aandacht hebben voor gevaarlijke situaties
● Hij moet omzichtig omgaan met grondstoffen en producten, rekening houdend met veiligheidsvoorschriften.
● Hij dient zorgvuldig en nauwkeurig gebruik te maken van machines, gereedschappen en materialen.
● Indien hij als spuiter een spuitfout maakt, moet de wagen terug een deel van het proces doorlopen. Dit kost tijd, producten, energie, vervangend vervoer,…
● Tijdens het spuiten zelf dient hij dus een verhoogde aandacht te hebben.
● Als spuiter heeft hij ook een controlefunctie. Hij dient na te gaan of de voorbewerker zijn werk correct uitgevoerd heeft.

Autonomie

Is zelfstandig in
● het plannen van de eigen werkzaamheden binnen een voorgeschreven volgorde en werkfiche
● het voorbereiden van zijn werkplek en het voertuig
● het bepalen van de kleurtinten van verven en lakken
● het bepalen van een gepaste aanpak bij het spuiten van de onderdelen
● het doseren en aanpassen van de kleurtinten van verven en lakken
● het aanbrengen van kleuren en lakken
● het herstellen van spuitfouten
● het invullen van opvolgdocumenten en het doorgeven van informatie aan de betrokkenen
● het opruimen en reinigen van de werkplek en het gereedschap
● het sorteren van afval

Is gebonden aan
● de voorschriften van de constructeur en de leverancier
● de richtlijnen van zijn verant

Reference Data

EQF Level:
Thematic area:
Information Language:
Location:
NQF Level: 
3