• EQF Home Page Icon

Qualification: Bachelor in de vroedkunde

Bachelor in de vroedkunde

Qualification Information

De leerresultaten vormen een coherent en geïntegreerd geheel: zij zijn een vereiste voor het autonoom verlenen van professionele, kwalitatief hoogstaande en veilige zorg. De vroedvrouw heeft een medisch beroep, draagt de beroepstitel van vroedvrouw, en heeft een EU-erkenning. De leerresultaten zijn van toepassing op alle beroepsdomeinen waarin de vroedvrouw actief is: de verloskunde (normale en pathologische verloskunde), het brede domein van de perinatale gezondheidszorg (o.a. preconceptionele zorg, sub- en infertiliteit, prenatale diagnostiek.), neonatologie en gynaecologie. De eerste drie leerresultaten in het bijzonder zijn van toepassing op de moeder en de neonaat. In de leerresultaten is het aangegeven niveau van autonomie overeenstemmend met het niveau vereist binnen het professioneel handelen en met de descriptoren van niveau 6 van de Vlaamse kwalificatiestructuur.
1. Fysiologie, zorg en begeleiding:
Diagnosticeert, begeleidt, bewaakt en bevordert de fysiologische zwangerschap, arbeid, bevalling, kraambed, ouderschap en zorg voor het jonge kind. Promoot, ondersteunt en begeleidt borstvoeding. Voert autonoom en met volwaardig beslissingsrecht verloskundige handelingen uit en verricht de bevalling binnen de medische en wettelijke bevoegdheid van de vroedvrouw.
2. Risicodetectie/risicoselectie:
Detecteert binnen de beroepsdomeinen autonoom risico's en complicaties, handelt adequaat, consulteert specialisten en verwijst op gepaste wijze door.
3. Pathologie, zorg en begeleiding:
Verleent adequate zorg en begeleiding, op voorschrift van en in samenwerking met andere specialisten binnen het domein van de verloskunde, de reproductieve geneeskunde, gynaecologie en neonatologie. Verleent zo nodig in risicosituaties of bij complicaties autonome zorg.
4. Psychosociale context:Situeert de vrouw en haar omgeving in de familiale, sociale, maatschappelijke en culturele context en speelt hier gericht op in, rekening houdend met diversiteit en interculturele beleving. Herkent psychosociale crisissituaties en verwijst gepast door.
5. Ethiek en wetgeving:
Handelt op ethisch verantwoorde wijze binnen de grenzen van deontologie en wetgeving.
6. Gezondheidspromotie:
Werkt autonoom en in samenwerking doelgericht aan preventie en bevordert de gezondheid volgens de principes van de gezondheidspromotie
7. Samenwerken en communicatie:
Zorgt voor een optimale interdisciplinaire samenwerking en voor een aangepaste en actuele organisatie van de praktijk. Communiceert zowel mondeling als schriftelijk op een deskundige en adequate wijze aan collega’s, andere specialisten en een breed publiek.
8. Coaching:
Coacht en begeleidt studenten en collega’s uit eigen en verwante disciplines, om een kwaliteitsvolle zorg te waarborgen.
9. Professionalisering:
Werkt aan permanente profilering van het beroep en de eigen professionalisering via het voortdurend kritisch in vraag stellen van het eigen functioneren en door het volgen van vormingsinitiatieven. Reflecteert op de eigen praktijk en verwerkt deze reflecties in het professioneel handelen.
10. Evidence-based zorg:
Verleent evidence-based zorg door het integreren van nieuwe wetenschappelijke inzichten en door participatie aan praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek.
11. Kwaliteitsvolle zorg:
Verleent autonoom professionele, kwalitatief hoogstaande en veilige zorg. Ontwikkelt een visie met betrekking tot het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de zorg en draagt bij tot het implementeren van innovaties.

Reference Data

EQF Level:
Thematic area:
Information Language:
Location:
NQF Level: 
6