Mainstreaming en opvolging van uitgaven

Met de EU-begroting streeft de Europese Commissie verschillende beleidsdoelstellingen na. Deze doelstellingen vloeien voort uit:

  • het beleid van de Commissie
  • politieke prioriteiten
  • internationale overeenkomsten

Sommige van deze doelstellingen worden nagestreefd via een of meer specifieke begrotingsprogramma's, bijvoorbeeld voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid, studentenuitwisselingen of onderzoek.

De Commissie heeft ook besloten andere beleidsdoelstellingen te mainstreamen. Dit betekent dat er bij het ontwerpen, voorbereiden, uitvoeren en evalueren van elk programma rekening wordt gehouden met beleidsaspecten zoals klimaat, biodiversiteit en gender. In plaats van deze prioriteiten onder te brengen in één specifiek programma, worden ze horizontaal geïntegreerd bij het opmaken van het uitgavenbeleid.

De Commissie krijgt vaak de vraag hoeveel geld zij uitgeeft aan specifieke beleidsdoelstellingen. Die vraag is weliswaar gemakkelijk te beantwoorden voor specifieke programma's, maar voor beleidsprioriteiten of voor prioriteiten waaraan meer dan één programma bijdraagt, ligt dat een stuk moeilijker. Het uitzoeken en berekenen van deze uitgaven wordt het opvolgen van de uitgaven genoemd.

Momenteel volgt de Commissie de uitgaven op die verband houden met:

  • klimaat
  • biodiversiteit
  • gendergelijkheid
  • schone lucht
  • migratie

Voor de duurzameontwikkelingsdoelstellingen verstrekt de Commissie al kwalitatieve informatie als onderdeel van de ontwerpbegroting.

Als de maatregelen in het begrotingsbeleid worden geïntegreerd, houdt dit automatisch in dat bepaalde uitgaven dubbel worden geteld. Dat is geen fout, maar inherent aan deze mainstreaming. Een euro die via het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt uitgegeven om boeren te steunen bij het aanplanten van heggen en bomenrijen op hun akkers, is niet alleen goed voor de landbouw, maar ook voor de biodiversiteit en het klimaat. Dit moet tot uiting komen in het bedrag dat vanuit de EU-begroting aan elk thema wordt besteed.

Dat er bijgedragen wordt aan meerdere prioriteiten tegelijk is inherent aan de notie van zinvolle en goed opgezette mainstreaming. Een dergelijke overlapping toont aan hoe efficiënt de begrotingsuitgaven van de EU zijn, aangezien de middelen bijdragen tot het verwezenlijken van verschillende politieke doelstellingen. Dat betekent echter ook dat de uitgaven voor horizontale prioriteiten niet gewoon kunnen worden opgeteld.

Groene methodologie

Een alomvattende methodologie is de eerste stap naar een goede opvolging. Zonder deze methodologie is het niet mogelijk naar behoren verslag uit te brengen over de bijdrage van de programma's.

De methodologie voor klimaat, biodiversiteit en schone lucht is gebaseerd op de EU-klimaatcoëfficiënten. Dit zijn coëfficiënten voor het toezicht op en de rapportage over de financieringsstromen voor ontwikkeling, gebaseerd op de Rio-indicatoren. Deze indicatoren zijn in 1998 ontworpen door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) om de thema's van de Rio-verdragen aan te pakken. De EU-coëfficiënten zijn bedoeld om de uitgaven die bijdragen tot de doelstellingen inzake klimaat, biodiversiteit en schone lucht te kwantificeren.

Gezien het grote scala aan uitvoeringsprocedures (bv. centraal beheerde fondsen, gedeeld beheer, financiële instrumenten, programmeerbare acties) varieert de aanpak van de uitvoering per programma en wordt de methode afgestemd op de specifieke uitvoeringswijze. De EU-klimaatcoëfficiënten worden toegewezen overeenkomstig de categorieën van criteria:

  • 100%: de activiteit levert naar verwachting een substantiële bijdrage tot de EU-doelstellingen inzake beperking van of aanpassing aan de klimaatverandering. Een “substantiële bijdrage” betekent dat een activiteit direct (bv. hernieuwbare energie, uitstootvrij vervoer of op de natuur gebaseerde oplossingen) of indirect (bv. onderzoek, innovatie of onderwijs op het gebied van schone technologieën of andere faciliterende activiteiten) bijdraagt tot klimaatdoelstellingen. Voor een aantal activiteiten biedt de kolom “effect-based” in bijlage I meer informatie over de aard van de substantiële bijdrage.
  • 40%: de activiteit levert naar verwachting een niet-marginale, positieve bijdrage tot de EU-doelstellingen inzake beperking van of aanpassing aan de klimaatverandering. De bijdrage van de activiteit kan ook nu weer direct of indirect zijn.
  • 0%: de activiteit heeft naar verwachting een neutraal effect op de klimaatdoelstellingen.

Alle activiteiten moeten voldoen aan het beginsel “do no (significant) harm”, zij mogen dus geen (ernstige) afbreuk doen aan de klimaatdoelstellingen, ongeacht de klimaatcoëfficiënt die eraan toegewezen is.

Deze methodologie wordt onafhankelijk toegepast om de uitgaven voor klimaat, biodiversiteit en schone lucht in een breed scala van programma's op te volgen. De hoeveelheid details in de coëfficiënt verschilt voor elke methodologie.

Klimaat

De Europese begroting levert een cruciale bijdrage aan de strijd tegen de klimaatverandering.

In het vorige meerjarig financieel kader, dat van 2014-2020, heeft de Commissie een innovatieve aanpak toegepast om middelen uit te trekken voor de strijd tegen de klimaatverandering: ”mainstreaming van klimaatmaatregelen”. Dit betekent dat EU-programma's op alle beleidsterreinen rekening moeten houden met klimaatprioriteiten in hun ontwerp-, uitvoerings- en evaluatiefase.

Volgens de laatste schattingen was 220,9 miljard euro (oftewel 20,6%) van de EU-begroting uitgetrokken voor de strijd tegen de klimaatverandering. Op grond daarvan bevestigt de Commissie dat de doelstelling van 20% voor de periode 2014-2020 is gehaald.

Als onderdeel van het nieuwe meerjarig financieel kader 2021-2027 en NextGenerationEU heeft de Commissie haar aanpak van de mainstreaming van klimaatmaatregelen verder verbeterd, onder meer door:

  • een algemeen streefcijfer van ten minste 30% voor klimaatrelevante uitgaven
  • een klimaataanpassingsmechanisme, waarmee actie kan worden ondernomen in het geval de uitgaven waarschijnlijk onvoldoende zullen zijn om de (programmaspecifieke) doelstellingen voor klimaatuitgaven te halen
  • de ontwikkeling van een effectieve methodologie om de hoogte van de klimaatuitgaven op te volgen
  • de toepassing van het beginsel “do no harm” om ervoor te zorgen dat dat middelen uit de EU-begroting de EU niet beletten haar klimaat- en milieudoelstellingen te halen

Voor de periode 2021-2027 zal naar verwachting 557 miljard euro, oftewel 32% van alle klimaatuitgaven, uit de EU-begroting (waaronder NextGenerationEU) afkomstig zijn.

Mainstreaming van klimaatmaatregelen

Hoe de EU-begroting bijdraagt tot de strijd tegen de klimaatverandering.

Biodiversiteit

Mainstreaming van biodiversiteit is moeilijker op te volgen dan het klimaat, aangezien dit domein pas recent is ingevoerd en minder programma's biodiversiteitsdoelstellingen hebben.

De Commissie volgt de uitgaven voor biodiversiteit in een aantal programma's al op aan de hand van de Rio-indicatoren, maar er zijn geen doelstellingen. In het Interinstitutioneel Akkoord van december 2020 staat dat de Commissie, het Europees Parlement en de Raad moeten streven naar een doelstelling van 7,5% van de jaarlijkse uitgaven voor biodiversiteitsdoelen in 2024, en 10% in 2026 en 2027. Dit strookt met de verklaring in de biodiversiteitsstrategie voor 2030. Daarin staat namelijk dat voor biodiversiteitsmaatregelen ten minste 20 miljard euro per jaar moet worden vrijgemaakt uit “private en publieke financiering op nationaal en EU-niveau”, waarbij de EU-begroting een belangrijk instrument zal zijn.

Voor de periode 2021-2027 zal naar verwachting 112 miljard euro, oftewel 6% van de deze uitgaven, uit de EU-begroting (waaronder NextGenerationEU) afkomstig zijn.

Meer informatie over de financiering van de biodiversiteit

Mainstreaming van biodiversiteit

Hoe de EU-begroting bijdraagt tot de aanpak van het biodiversiteitsverlies en het herstel van de ecosystemen.

Gender

De Commissie zet zich volledig in voor het bevorderen van de gendergelijkheid. Gendergelijkheid is een kernwaarde van de EU, een grondrecht en een kernbeginsel van de Europese pijler van sociale rechten. Als blijk van haar engagement heeft de Commissie begin 2020 de strategie voor gendergelijkheid 2020-2025 gepubliceerd.

Overeenkomstig het interinstitutioneel akkoord bij het MFK 2021-2027 werkt de Commissie aan een methodologie om de bijdrage van de EU-begroting aan gendergelijkheid te meten. De methodologie wordt op proef toegepast in alle programma's in het kader van de ontwerpbegroting voor 2023.

De methodologie beoordeelt de bijdragen van de EU-financieringsprogramma’s aan het bevorderen van gendergelijkheid en erkent tegelijkertijd de specifieke kenmerken van de individuele programma's, o.a. tot op welk niveau van detail de methodologie gebruikt kan worden. De beschikbaarheid van relevante gegevens en een wettelijk kader worden ook meegenomen.

De methodologie is ontwikkeld aan de hand van de gendergelijkheidsindicatoren van de commissie voor ontwikkelingsbijstand van de OESO. Hierdoor is er een zekere vergelijkbaarheid met manier waarop de Europese Commissie de bijdragen aan het klimaat en de biodiversiteit opvolgt en bouwt zij voort op bestaande kennis bij de EU-instellingen en stakeholders. Ook de discussies met en de lopende werkzaamheden van het Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE) op het gebied van hulpmiddel 8 voor het “opvolgen van de toewijzing van middelen voor gendergelijkheid in EU-fondsen” is meegenomen in de methodologie.

De volgende scores worden toegekend op het meest gedetailleerde interventieniveau mogelijk:

  • 2 - Interventies met het verbeteren van gendergelijkheid als belangrijkste doelstelling. Het verbeteren van gendergelijkheid is de belangrijkste doelstelling, zonder deze doelstelling zou de interventie waarschijnlijk niet plaatsvinden.
  • 1 - Interventies met het verbeteren van gendergelijkheid als belangrijke en nadrukkelijke doelstelling, maar niet als belangrijkste reden van de interventie.
  • 0 - Geen gerichte interventies, deze dragen niet significant bij tot gendergelijkheid.
  • 0* - Interventies die een belangrijk effect op gendergelijkheid kunnen hebben, maar waarvan het daadwerkelijke effect nog onduidelijk is vanwege bv. het ontbreken van een beoordeling van het gendergelijkheidsperspectief in de ontwerpfase, of het ontbreken van gegevens om de effecten van de interventie te kunnen beoordelen.

De methodologie omvat geen coëfficiënten voor het wegen van de bijdragen van interventies aan gendergelijkheid. De Commissie zal daarom verslag uitbrengen over volledige financiële toewijzingen onder elke individuele score.

Duurzameontwikkelingsdoelstellingen

De Commissie zet zich in voor het verwezenlijken van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de VN. De 17 SDG's bestrijken alle belangrijke beleidsterreinen, zodat vrijwel al het EU-beleid en de meeste uitgavenprogramma's bijdragen tot ten minste één SDG.

De Commissie geeft concrete voorbeelden van de bijdrage van elk programma aan de desbetreffende SDG in het kader van de ontwerpbegroting.

Sectorale opvolging

De Commissie volgt nu al een aantal andere doelstellingen op:

  • COVID-19: in mei 2020 is de Commissie gestart met het opvolgen van de uitgaven voor de programma's die zij rechtstreeks beheert. De informatie van de EU-landen over de programma's die zij beheren, zal achteraf worden toegevoegd.
  • Schone lucht: de richtlijn inzake nationale emissieplafonds (NEC-richtlijn 2016/2284) verplicht de Commissie om vanaf 2020 om de vier jaar verslag uit te brengen over "de besteding van financieringsmiddelen van de Unie voor schone lucht". Er is al een methodologie ontwikkeld voor het MFK 2014-2020 en de rapportage vindt plaats in de programmaverklaringen bij de jaarlijkse ontwerpbegroting en het verslag over de NEC-richtlijn.
  • Digitalisering: in haar toespraak over de Staat van de Unie van september 2020 heeft voorzitter Von der Leyen toegezegd 20% van de herstelinspanning te zullen besteden aan de digitale transitie.
  • Migratie: vanwege de sterke stijging van de migratiegerelateerde uitgaven sinds 2015 hebben het Europees Parlement en de Raad gevraagd om meer transparantie over migratie-uitgaven in het huidige MFK. Er worden Rio-indicatoren toegekend aan uitgaven in de relevante programma's en er wordt elk jaar een verslag gepubliceerd. Bekijk de meest recente verslagen. Financial Report on the Migration and Refugee Crisis (2015-2020).

Deze praktijken worden natuurlijk voortgezet, maar de ontwikkeling van een breed opvolgsysteem zoals hierboven beschreven, zou betekenen dat al deze meer ad hoc-maatregelen in één enkel opsporingssysteem kunnen worden ondergebracht.

AfdelingenThema's