Speciale instrumenten zorgen voor de flexibiliteit van de EU-begroting en worden ingezet in geval van specifieke onvoorziene gebeurtenissen, zoals natuurrampen en noodsituaties. Met de hulp van deze instrumenten kan aanvullende financiële steun worden gemobiliseerd. Speciale instrumenten liggen boven de uitgavenplafonds van de langetermijnbegroting voor zowel vastleggings- als betalingskredieten. De bedragen die worden gereserveerd voor flexibiliteitsinstrumenten mogen echter nooit hoger zijn dan het eigenmiddelenplafond.

Het maximale totaalbedrag dat in de periode 2021-2027 kan worden ingezet voor speciale instrumenten bedraagt ongeveer € 21 miljard (in de prijzen van 2018). Er zijn twee soorten speciale instrumenten:

  • de “thematische speciale instrumenten” (reserve voor solidariteit en noodhulp, Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, reserve voor aanpassing aan de brexit) die zorgen voor flexibiliteit en extra middelen voor specifieke gebeurtenissen of begrotingsonderdelen;
  • de “niet-thematische speciale instrumenten” (flexibiliteitsinstrument, enkelvoudig marge-instrument) waarmee het mogelijk is algemenere onvoorziene omstandigheden of nieuwe prioriteiten gedurende het meerjarig financieel kader aan te pakken.

Het toepassingsgebied, de financiële toewijzing en de werking van de speciale instrumenten zijn uiteengezet in de verordening inzake het meerjarig financieel kader (MFK) en in het Interinstitutioneel Akkoord tussen de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad. Overlapping tussen de instrumenten en binnen de uitgavenprogramma’s wordt voorkomen. Om te zorgen voor nog meer flexibiliteit, wordt de overdracht van ongebruikte bedragen naar de volgende jaren ook vereenvoudigd en geharmoniseerd.

Flexibiliteit en speciale instrumenten

Solidarity and Emergency Aid Reserve (SEAR) icon

Reserve voor solidariteit en noodhulp

Maximaal € 1,2 miljard per jaar (in de prijzen van 2018)

Dit instrument omvat het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (SFEU) en de reserve voor noodhulp, die voorheen twee afzonderlijke instrumenten waren. Het kan worden ingezet voor het reageren op noodsituaties als gevolg van grote natuurrampen of volksgezondheidscrises in lidstaten en toetredingslanden. Bovendien kan het worden gebruikt om niet-EU-landen te helpen met nieuwe behoeften die het gevolg zijn van conflicten, de wereldwijde vluchtelingencrisis of natuurrampen die verergeren door toedoen van de klimaatverandering.

De steun uit dit instrument wordt beheerd door het ontvangende land. Hij moet worden gebruikt voor de wederopbouw van basisinfrastructuur, de financiering van nooddiensten, tijdelijke huisvesting of opruimingsacties, of om onmiddellijke gezondheidsrisico’s tegen te gaan.

European Globalisation Adjustment Fund (EGF) icon

Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG)

Maximaal € 186 miljoen per jaar (in de prijzen van 2018)

Met het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering wordt beoogd werknemers die door de globalisering hun baan zijn kwijtgeraakt, te helpen reïntegreren op de arbeidsmarkt. Structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, automatisering en digitalisering zijn hier algemene oorzaken voor. Het EFG wordt doorgaans ingezet wanneer in een of meerdere naburige regio’s hele ondernemingen worden gesloten of een groot aantal werknemers in een bepaalde sector wordt ontslagen.

Met het EFG worden voornamelijk projecten gefinancierd om mensen die hun baan zijn kwijtgeraakt te helpen ander werk te vinden of hun eigen bedrijf te starten.

Brexit Adjustment Reserve icon

Reserve voor aanpassing aan de brexit

Maximaal € 5 miljard voor de periode 2021-2027 (in de prijzen van 2018)

Met de reserve voor aanpassing aan de brexit worden de negatieve economische en sociale gevolgen in de lidstaten en sectoren die het zwaarst worden getroffen door het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU bestreden.

Met de reserve kunnen maatregelen worden ondersteund zoals:

  • steun voor economische sectoren, bedrijven en lokale gemeenschappen, waaronder die die afhankelijk zijn van visserijactiviteiten in de wateren van het Verenigd Koninkrijk;
  • steun voor werkgelegenheid, onder meer in de vorm van arbeidstijdverkortingsregelingen, omscholing en opleiding;
  • het waarborgen van het functioneren van de grens-, douane-, sanitaire en fytosanitaire controles, visserijcontroles, certificerings- en vergunningsregelingen voor producten, communicatie, voorlichting en bewustmaking gericht op burgers en bedrijven.

Voor een structurele aanpassing aan de nieuwe relatie tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk zijn op de lange termijn veel meer aanpassingen nodig dan alleen met de reserve kan worden verzorgd. Deze werkzaamheden worden ondersteund vanuit de sterke nieuwe EU-begroting voor 2021-2027.

Flexibiliteit en speciale instrumenten

Flexibility Instrument icon

Flexibiliteitsinstrument

Maximaal € 915 miljoen per jaar (in de prijzen van 2018)

Het flexibiliteitsinstrument wordt ingezet om acties te financieren die niet via andere bronnen van de begroting kunnen worden gefinancierd zonder de uitgavenplafonds te overschrijden. Het is in het verleden vaak ingezet, vooral om migratieproblemen en veiligheidsdreigingen aan te pakken.

Single Margin Instrument (SMI) icon

Enkelvoudig marge-instrument

Het enkelvoudig marge-instrument vervangt drie voorheen afzonderlijke instrumenten: de overkoepelende marge voor vastleggingen, de overkoepelende marge voor de betalingen en de marge voor onvoorziene uitgaven. De marge is het verschil tussen de begrote betalings- of vastleggingskredieten en de uitgavenplafonds.

Met dit instrument kunnen nieuwe vastleggingen en/of betalingen in de EU-begroting worden opgenomen met gebruik van:

  • ongebruikte vastleggings- en betalingskredieten onder de uitgavenplafonds van eerdere jaren, vanaf 2021. Deze moeten in de periode 2022-2027 beschikbaar worden gesteld.
  • In geval van nood kan er een aanvullend bedrag beschikbaar worden gesteld als de bovenstaande bedragen niet toereikend zijn. Dit is afkomstig van vastleggings- en betalingskredieten uit het huidige begrotingsjaar of de toekomstige begrotingsjaren.

Het totale bedrag dat jaarlijks voor dit instrument wordt gemobiliseerd voor een gewijzigde of jaarlijkse begroting mag niet meer dan 0,04 % van het bruto nationaal inkomen (bni) van de EU bedragen aan vastleggingskredieten en 0,03 % van het bni van de EU aan betalingskredieten. Bovendien dient het in overeenstemming te zijn met het eigenmiddelenplafond.

AfdelingenThema's