Doelstellingen

Gelet op de nationale en internationale voedingsaanbevelingen eten en drinken we in de Europese Unie niet voldoende vers fruit, groenten en melk. Tegelijkertijd blijft de consumptie van verwerkte levensmiddelen, die vaak veel suiker, zout, vet of additieven bevatten, toenemen.

Ongezonde eetgewoonten, in combinatie met een gebrek aan lichaamsbeweging, leiden tot obesitas. Daarom neemt de EU maatregelen om kinderen aan te moedigen gezond te eten en een gezonde levensstijl te leiden.

Overzicht

Sinds 1 augustus 2017 combineert de EU-regeling voor schoolfruit, -groente en -melk twee eerdere regelingen (de schoolfruit- en -groentenregeling en de schoolmelkregeling) in één juridisch kader. Dat is efficiënter en versterkt de nadruk op het gezondheids- en educatieve aspect. Er is subsidie voor de distributie van producten, educatieve maatregelen en voorlichting.

Verdeling op school

De regeling ondersteunt de verstrekking van fruit, groente, melk en bepaalde zuivelproducten onder schoolgaande kinderen, van de kleuterschool tot de middelbare school. EU-landen moeten zelf (in samenwerking met hun gezondheids- en voedingsautoriteiten) een lijst opstellen om de doelstelling te halen, namelijk kinderen helpen om gezonde voeding te kiezen.

Er wordt voorrang gegeven aan vers fruit, verse groente en gewone melk. Om te zorgen voor een gevarieerd dieet en/of specifieke voedingsbehoeften mogen EU-landen ook producten op basis van fruit of groente (bv. vruchtensap en soep) en bepaalde zuivelproducten (bv. yoghurt en kaas) aanbieden. Onder strengere voorwaarden zijn ook drankjes op basis van melk toegestaan.

De producten moeten worden gekozen op basis van het seizoen, de verscheidenheid en beschikbaarheid, en de gezondheids- en milieuaspecten. De EU-landen mogen lokale, korteketen-, biologische en kwaliteitsproducten aanmoedigen. Producten waaraan suiker, zout, vet, zoetstoffen of kunstmatige smaakstoffen zijn toegevoegd, zijn in de regel niet toegestaan. Bij wijze van uitzondering mogen de gezondheids- en voedingsinstanties in de EU-landen wel producten toestaan waaraan kleine hoeveelheden zout, vet en, voor zuivelproducten, suiker zijn toegevoegd.

Educatieve maatregelen

De regeling ondersteunt ook educatieve maatregelen. Het kan daarbij gaan om lesmateriaal, maar ook om boerderijbezoeken, schooltuinen, proeverijen, kookworkshops, themadagen of games.

Het doel is kinderen weer in contact te brengen met de landbouw en hen te leren wat gezond eten is. Daarbij kan aandacht worden besteed aan de plaatselijke toeleveringsketen, biologische landbouw, duurzame productie of voedselverspilling. Er kunnen ook educatieve maatregelen worden gericht op leerkrachten en ouders, omdat zij rolmodellen zijn die kinderen gezonde eet- en leefgewoonten kunnen aanleren.

Voorlichtingsmaatregelen

Tot slot is er geld voor voorlichtingsactiviteiten om de zichtbaarheid van de regeling te waarborgen, en voor toezicht en evaluatie om na te gaan of de regeling werkt.

Budget

De EU heeft voor deze regeling in de periode 2017-2023 een bedrag van 250 miljoen euro per schooljaar uitgetrokken, waarvan maximaal 150 miljoen euro voor groenten en fruit en maximaal 100 miljoen euro voor melk. Het bedrag per land wordt bepaald op basis van het aantal kinderen, het niveau van regionale ontwikkeling en, wat melk betreft, de manier waarop het budget in voorgaande jaren werd gebruikt (zie hieronder, indicatieve EU-begroting per land en schooljaar).

Na de terugtrekking van het VK uit de EU, trekt de EU voor deze regeling een bedrag van 220,8 miljoen euro per schooljaar uit, waarvan maximaal 130,6 miljoen euro voor groenten en fruit en maximaal 90,1 miljoen euro voor melk.

Elk land mag een deel van het EU-geld voor groente en fruit gebruiken voor melk, of omgekeerd, op basis van de eigen prioriteiten en behoeften. Het mag ook minder dan het beschikbare deel opeisen, of juist om extra geld vragen. De Europese Commissie besluit elk jaar hoeveel geld zij per land en per schooljaar hiervoor reserveert.

DownloadenPDF - 152.8 KB
DownloadenPDF - 153.5 KB

Schoolregeling per land

Elk land dat van de regeling gebruik willen maken, moet op nationaal of regionaal niveau een strategie voor een periode van zes jaar opstellen.

Daarin definieert het de doelstellingen (zoals een toename van de consumptie van groente en fruit tot de aanbevolen vijf porties per dag), de begunstigden (bv. leerlingen van de lagere school), de producten, de educatieve activiteiten en de praktische regelingen.

Elk deelnemend land moet de regeling zelf monitoren en evalueren. Elk jaar moet er een monitoringverslag worden opgesteld.

Na vijf schooljaren moet een evaluatieverslag worden opgemaakt. Dit laatste moet op 1 maart 2023 beschikbaar zijn.

De Commissie hoeft de strategieën of de monitoringverslagen en evaluatieverslagen van de landen dus niet goed te keuren. Zij publiceert deze enkel, samen met de gegevens van het contactpunt in elk land, dat informatie verstrekt over de wijze van deelname en de uitvoeringsaspecten.

Strategieën, monitoringverslagen en contactpunten per land.

Rechtsgrondslag

De volgende verordeningen gaan over de EU-regeling voor schoolfruit, -groente en -melk (wij raden u aan de geconsolideerde versie van de verordeningen te lezen):

Documenten

DownloadenPDF - 1.1 MB
DownloadenPDF - 1 MB
DownloadenPDF - 1.4 MB
DownloadenPDF - 1011.4 KB
DownloadenPDF - 575.1 KB