Waarom en hoe krijgen boeren inkomenssteun?

De Europese Unie verleent boeren inkomenssteun in de vorm van “rechtstreekse betalingen” om

  • als vangnet te dienen en de landbouw rendabeler te maken
  • te zorgen dat er in Europa voldoende voedsel is
  • hen te helpen veilig, gezond en betaalbaar voedsel te produceren
  • hen te belonen voor zaken waarvoor de markt hen niet betaalt, maar die wel het algemeen belang dienen, zoals de zorg voor landschap en milieu

Boeren krijgen meestal inkomenssteun op basis van de bedrijfsomvang in hectares. Alle EU-landen moeten een basisbetaling, een vergroeningspremie (als beloning voor duurzame landbouwmethoden) en een premie voor jonge landbouwers aanbieden. Dit zijn verplichte betalingen voor alle EU-landen.

Daarnaast mogen EU-landen ervoor kiezen om voor specifieke landbouwsectoren of -types nog andere betalingen aan te bieden. Zo zijn er speciale steunregelingen voor kleine en middelgrote landbouwbedrijven, jonge boeren, boeren in gebieden met natuurlijke beperkingen en voor sectoren die in moeilijkheden verkeren.

Zie ook:

De basisbetaling

Vergroening

Jonge boeren

Andere vrijwillige steunregelingen

Brochure “Het GLB: Rechtstreekse betalingen aan landbouwers 2015-20”

Alleen steun bij naleving van de regels

De EU koppelt het grootste deel van de inkomenssteun voor boeren aan:

  • het aantal verbouwde hectares, niet de geproduceerde hoeveelheden. Boeren moeten inspelen op de vraag om meer winst te maken. Door de betalingen niet meer aan de productie te koppelen, worden “voedselbergen” zoals aan het eind van de jaren 1970 en 1980 voorkomen.
  • respect voor het milieu, de gezondheid van planten en de gezondheid en het welzijn van dieren, wat bijdraagt tot duurzame landbouw. Dit wordt het “randvoorwaardensysteem” genoemd. Voldoen de boeren niet aan de EU-regels, dan kunnen hun betalingen worden verlaagd of helemaal worden stopgezet.

Zie ook:

Randvoorwaardensysteem

Waarom eigenlijk inkomenssteun?

Het gemiddelde boereninkomen blijft duidelijk achter bij de gemiddelde inkomens in de rest van de EU-economie.

Een boerderij runnen is een riskante en vaak ook kostbare zaak. De landbouw is sterker afhankelijk van weer en klimaat dan andere sectoren. Boeren kunnen niet onmiddellijk inspelen op veranderingen in de vraag van de consument. Het verbouwen van meer tarwe of het produceren van meer melk gaat niet van de ene dag op de andere en vraagt grote investeringen. 

De boeren in de EU staan onder druk van de groeiende wereldhandel in voedingsproducten en de liberalisering van de handel. De ontwikkelingen op de wereldmarkten vergroten de concurrentie, maar creëren ook nieuwe kansen voor de Europese agrovoedingssector. Door de globalisering en de schommelingen in vraag en aanbod fluctueren de landbouwprijzen de laatste jaren meer dan vroeger. Dat is voor boeren een groot probleem.

Die onzekerheid in de landbouw rechtvaardigt dat de overheid boeren een veiligheidsnet biedt.

De praktijk

Elk jaar moeten de boeren een steunaanvraag indienen waarin zij aangifte doen van hun landbouwareaal. 

De regels voor inkomenssteun worden vastgesteld op EU-niveau, maar ze worden aan de basis door alle EU-landen zelf toegepast. De nationale overheden zijn verantwoordelijk voor het beheer en de controle van de inkomenssteun aan boeren in hun eigen land (“gedeeld beheer”).

Binnen de grenzen van het rechtskader van de EU beschikt elke land over een zekere marge bij de toekenning van deze betalingen. Zo kan het rekening houden met de specifieke omstandigheden in de eigen landbouw, die van land tot land sterk kunnen verschillen. In overeenstemming met de EU-transparantieregels moeten de nationale overheden de namen publiceren van boeren die GLB-betalingen krijgen.

Zie ook:

EU-transparantieregels

Steunvoorwaarden

Boeren krijgen alleen inkomenssteun als ze de voorwaarden in acht nemen.

Doorgaans moeten ze:

  • hun bedrijf binnen de EU hebben.
  • boven de drempelwaarden voor inkomenssteun uitkomen. Ze krijgen alleen steun als ze recht hebben op meer dan 100 tot 500 euro inkomenssteun (afhankelijk van het EU-land) en/of het in aanmerking komende areaal meer dan 0,3 tot 5 ha bedraagt.
  • landbouw (d.w.z. akkerbouw, veeteelt en dergelijke) bedrijven op landbouwgrond (waaronder akkers, blijvende teelten en blijvend grasland) waarover ze kunnen beschikken, of deze grond in goede staat houden.
  • in sommige gevallen voldoen aan de definitie van “actieve landbouwer”. Dit betekent vooral dat zij zich niet mogen bezighouden met bepaalde uitgesloten activiteiten (bijv. luchthavens, waterwerken, onroerendgoeddiensten, spoorwegdiensten en permanente sport- en recreatiegebieden). Tot 2017 werden alle EU-bedrijven met een activiteit op de negatieve lijst alleen als “actieve landbouwer” beschouwd als ze konden aantonen dat hun landbouwactiviteiten niet marginaal waren. Sinds 2018 is deze bepaling facultatief. Ze geldt nog maar in negen EU-landen of -regio’s.
  • over betalingsrechten beschikken die recht geven op ontkoppelde inkomenssteun, voor zover het gaat om EU-landen waar de basisbetalingsregeling van toepassing is.

Zie ook:

EU-regels voor inkomenssteun voor boeren

DownloadenPDF - 157.8 KB
DownloadenPDF - 518.6 KB

Steunpercentage

Er zijn in de EU bijna 6,3 miljoen boeren die inkomenssteun ontvangen. Vaak gaat het om een aanzienlijk deel van hun totale inkomen. Gemiddeld over de laatste tien jaar bedraagt het percentage bijna 50%.

Het niveau van inkomenssteun kan van bedrijf tot bedrijf, van land tot land en van regio tot regio fors verschillen.

De EU heeft onder de naam “externe convergentie” een mechanisme ingevoerd dat de inkomenssteun per hectare in elk land geleidelijk naar boven of naar beneden moet bijstellen om zo dichter bij het EU-gemiddelde te komen.

Externe convergentie betekent dat voor EU-landen waar de gemiddelde betaling per hectare in euro:

  • lager is dan 90% van het EU-gemiddelde, de gemiddelde betaling geleidelijk wordt opgetrokken (met 1/3 van het verschil tussen de huidige waarde en 90% van het gemiddelde)
  • hoger is dan het gemiddelde, de betalingen naar beneden worden bijgesteld.

In juni 2018 heeft de Europese Commissie een nieuw kader voor het GLB voorgesteld, dat voorziet in een verdere convergentie van de inkomenssteun tussen de EU-landen door de kloof tussen het steunniveau per hectare en 90% van het EU-gemiddelde voor 50% te dichten. Daarmee maakt de Commissie haar belofte om de inkomenssteun eerlijker te verdelen, al gedeeltelijk waar.

Wat kost het?

In 2018 kostte de inkomenssteun de EU-begroting 41,74 miljard euro. De steun kwam ten laste van het budget voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Zie ook:

Het GLB in een oogopslag: hoe het gefinancierd wordt

Regels

De volgende regelgeving is van toepassing op de EU-inkomenssteun.

Nieuws

Documenten

DownloadenPDF - 1.8 MB
DownloadenPDF - 2.1 MB
DownloadenPDF - 3.7 MB
DownloadenPDF - 1.2 MB
DownloadenPDF - 2.1 MB
DownloadenPDF - 2 MB
DownloadenPDF - 1.9 MB
DownloadenPDF - 1.6 MB