Dat alle EU-burgers en hun familieleden het recht hebben om in ongeacht welke EU-lidstaat te wonen, te werken of te studeren, is een van de grondslagen van de Europese Unie. Veel burgers van de EU en het Verenigd Koninkrijk (VK) hebben belangrijke keuzes in hun leven gebaseerd op de rechten die zij in verband met het vrije verkeer op grond van het EU-recht genieten. 

Vanaf het begin van de onderhandelingen heeft de bescherming van deze levenskeuzes dan ook vooropgestaan.

  • Volgens cijfers van het Britse bureau voor statistiek (ONS, 2018) wonen er ongeveer 3,7 miljoen EU-burgers in het VK, waaronder naar schatting 985.000 Polen, 433.000 Roemenen en 337.000 Ieren.

  • Omgekeerd wonen er ongeveer 1,3 miljoen Britten in de 27 EU-landen (VN, 2017). Met 309.000 telt Spanje het hoogste aantal Britse inwoners. Ierland komt met ongeveer 255.000 Britten op de tweede plaats, gevolgd door Frankrijk met 185.000 inwoners met een Brits paspoort.

Wat zegt het terugtrekkingsakkoord?

Het terugtrekkingsakkoord garandeert dat deze burgers en hun gezinsleden in grote lijnen dezelfde rechten behouden als voor de brexit: ze kunnen in het VK c.q. de EU blijven wonen, studeren en werken en ongehinderd blijven reizen tussen beide gebieden.

Hetzelfde geldt voor EU-burgers die tijdens de overgangsperiode naar het VK verhuizen en voor VK-burgers die in die periode naar een EU-land verhuizen.

Wie worden door het terugtrekkingsakkoord beschermd?

Het terugtrekkingsakkoord beschermt de in het VK wonende EU-burgers en de in een van de 27 EU-landen wonende Britten na het verstrijken van de overgangsperiode.

Het garandeert ook dat familieleden (zoals huidige echtgenoten en geregistreerde partners, ouders, grootouders, kinderen, kleinkinderen en personen in een bestaande duurzame relatie) in de toekomst alsnog bij hun familielid mogen gaan wonen.

Ook kinderen worden door het terugtrekkingsakkoord beschermd, ongeacht of zij voor of na de brexit zijn geboren, en ongeacht waar zij zijn geboren.

De enige uitzondering betreft kinderen die worden geboren na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk en waarover een ouder die niet onder het terugtrekkingsakkoord valt, het exclusieve ouderlijke gezag uitoefent uit hoofde van het toepasselijke familierecht. 

Sociale zekerheid

Het terugtrekkingsakkoord beschermt de rechten van alle EU-burgers die zich aan het eind van de overgangsperiode in een situatie bevinden waarbij zowel het Verenigd Koninkrijk als een EU-land betrokken zijn. Hetzelfde geldt voor hun familieleden en nabestaanden.

Verblijfsrecht

De voorwaarden voor verblijf zijn en blijven gelijk aan de voorwaarden van het huidige EU-recht inzake vrij verkeer.

EU-burgers en Britse onderdanen voldoen in principe aan deze voorwaarden als zij:

  • werknemer of zelfstandige zijn
  • over voldoende bestaansmiddelen en een ziektekostenverzekering beschikken
  • tot het gezin behoren van iemand die aan deze voorwaarden voldoet
  • al een duurzaam verblijfsrecht hebben verworven en dus niet langer aan voorwaarden onderworpen zijn

Het terugtrekkingsakkoord vereist niet dat de betrokkene zich aan het eind van de overgangsperiode fysiek in het gastland bevindt. Zowel een afwezigheid van korte duur die geen afbreuk doet aan het recht van verblijf, als een afwezigheid van langere duur die geen afbreuk doet aan het recht van permanent verblijf, wordt geaccepteerd.

Wie door het terugtrekkingsakkoord wordt beschermd, maar nog geen permanent verblijfsrecht heeft – en dus nog niet gedurende ten minste vijf jaar in het gastland heeft gewoond – zal ten volle door het terugtrekkingsakkoord worden beschermd en zal ook na de brexit in het gastland kunnen blijven wonen en een permanent verblijfsrecht kunnen verwerven.

EU-burgers en Britten die tijdens de overgangsperiode in het gastland aankomen, zullen op grond van het terugtrekkingsakkoord dezelfde rechten en plichten hebben als wie vóór 30 maart 2019 in het gastland is gearriveerd.

Verblijfsrecht voor Britten in de EU-27

Om van dit recht gebruik te kunnen maken, moeten burgers misschien wel opnieuw een verblijfsstatus aanvragen, afhankelijk van of het gastland voor een "constitutief" of een "declaratoir" systeem kiest.

De Europese Commissie zal toezien op de naleving door de lidstaten.

De EU-vestigingsregeling in het Verenigd Koninkrijk

Burgers van de EU, de EER en Zwitserland die in het Verenigd Koninkrijk wonen, moeten een aanvraag indienen voor de EU-vestigingsregeling om na 30 juni 2021 in het VK te kunnen blijven wonen.https://www.gov.uk/settled-status-eu-citizens-families

Als hun aanvraag wordt ingewilligd, krijgen de EU-burgers "settled status" (vaste verblijfsstatus) dan wel "pre-settled status" (status voor wie nog geen vijf jaar in het VK woont). Als zij geen aanvraag indienen, kunnen zij uitgezet worden.

Zodra EU-burgers met pre-settled status vijf jaar legaal in het VK verblijven, kunnen zij een aanvraag indienen om voor een vaste verblijfsstatus (settled status), die meer rechten en een betere bescherming biedt.

De EU-vestigingsregeling staat onder toezicht van een onafhankelijke toezichthoudende autoriteit (Independent Monitoring Authority) in het VK, die klachten van EU-burgers en hun familieleden over vermeende schendingen van hun rechten uit hoofde van het terugtrekkingsakkoord zal behandelen, en verantwoording moet afleggen aan de instanties die toezicht houden op het terugtrekkingsakkoord.

Tenuitvoerlegging en monitoring

De tekst van het terugtrekkingsakkoord voor wat betreft de rechten van burgers is zeer gedetailleerd. Daardoor kunnen EU-burgers bij de Britse rechter en Britten bij de rechter in de EU-lidstaten zich er rechtstreeks op beroepen. Iedere bepaling van nationaal recht die in strijd is met het terugtrekkingsakkoord, is ongeldig.

Gedurende acht jaar na het eind van de overgangsperiode kunnen Britse rechters het Hof van Justitie van de EU een prejudiciële vraag voorleggen over de interpretatie van het deel van het terugtrekkingsakkoord over de rechten van de burgers. Voor vragen over de toepassing van de Britse settled status (vaste status) is die termijn van acht jaar ingaan op 30 maart 2019.

Op de tenuitvoerlegging en toepassing van de rechten van burgers in de EU zal toezicht worden gehouden door de Commissie, overeenkomstig de EU-Verdragen.

De onafhankelijke toezichthoudende autoriteit van het Verenigd Koninkrijk krijgt dezelfde bevoegdheden als die van de Europese Commissie om:

  • klachten van EU-burgers en hun familieleden te ontvangen en onderzoeken

  • op eigen initiatief onderzoek te doen en

  • vermeende inbreuken van VK-instanties op rechten van burgers uit hoofde van het terugtrekkingsakkoord voor de Britse rechter te brengen.

De onafhankelijke toezichthoudende autoriteit en de Europese Commissie informeren elkaar ieder jaar via het bij het terugtrekkingsakkoord ingestelde Gemengd Comité over de maatregelen die zijn genomen om de rechten van de burgers uit hoofde van het akkoord toe te passen en te handhaven. Met name moet informatie worden gegeven over het aantal en het soort klachten dat is behandeld en over de eventuele juridische maatregelen die naar aanleiding van die klachten zijn genomen. 

Meer informatie: