Over deze raadpleging

Raadplegingsperiode
4 juli 2018 - 16 augustus 2018
Thema's
Vervoer

Doelgroep

De Commissie vindt het belangrijk het standpunt te weten van Europese burgers, belanghebbenden en nationale overheden over mogelijke aanpassingen van de huidige zomertijdregelingen. 

Doel van de raadpleging

Na verzoeken van burgers, het Europees Parlement en diverse EU-lidstaten heeft de Europese Commissie besloten om onderzoek te doen naar de bestaande zomertijdregelingen in de EU en na te gaan of deze moeten worden herzien.

In dit verband is de Commissie benieuwd naar de mening van Europese burgers, belanghebbenden en lidstaten over de huidige regeling en eventuele wijzigingen.

Hoe kan ik reageren?

Deze online-vragenlijst is beschikbaar in alle officiële talen van de EU behalve het Iers. U mag ook in al deze talen reageren, maar toch zouden we u willen vragen om indien mogelijk in het Engels te antwoorden.

U kunt op elk moment het invullen van de vragenlijst onderbreken en later weer verdergaan. Zodra u uw reactie heeft ingediend, kunt u een kopie voor eigen gebruik downloaden.

U kunt bovendien documenten, zoals een standpuntnota, uploaden of per e-mail naar het contactadres sturen.

De antwoorden worden op deze pagina gepubliceerd. U kunt erom vragen dat uw bijdrage anoniem verschijnt. Als u bijlagen uploadt, kunnen die ongewijzigd worden gepubliceerd samen met de antwoorden op de vragen.

Met het oog op transparantie vraagt de Commissie organisaties bij openbare raadplegingen om informatie te verstrekken over wie en wat ze vertegenwoordigen door zich te registreren in het transparantieregister en de gedragscode van dit register te onderschrijven. Bijdragen van organisaties die deze informatie niet hebben verstrekt, publiceert de Commissie als individuele reactie (zie de regels voor raadplegingen, COM(2002) 704, en de mededeling over de follow-up van het ETI, COM(2007) 127 van 21 maart 2007).

Reageert u namens een in het transparantieregister ingeschreven organisatie, vermeld dan het registratienummer van uw organisatie. Uw bijdrage zal dan worden opgevat als representatief voor de standpunten van de organisatie.

Als dat nog niet eerder is gebeurd, kunt u uw organisatie nu registreren. Keer daarna terug naar deze pagina om uw bijdrage als ingeschreven organisatie in te sturen.

Het systeem bewaart uw antwoorden op de vragen tijdelijk op uw computer, zodat deze niet verloren gaan als bijvoorbeeld de server niet beschikbaar is of uw computer uitvalt. Het bestand op de computer bevat het nummer van de vragen en de voorlopige antwoorden. Zodra u uw antwoorden naar de server heeft verstuurd of u een kopie van uw antwoorden op de server heeft bewaard, worden de antwoorden op uw computer gewist. Bovenaan de vragenlijst kunt u deze opslagfunctie uitschakelen door het hokje met de omschrijving "Reservekopie op lokale computer maken (deactiveren als u uw computer met anderen deelt)” uit te vinken. In dat geval worden er op uw computer geen gegevens opgeslagen.

Zie ook: Helppagina voor respondenten

Aanvullende informatie

Europese zomertijd, waar gaat het om?

Volgens de huidige zomertijdregeling in de EU moet de klok twee keer per jaar worden verzet om rekening te houden met de tijdstippen waarop de zon opkomt en ondergaat, en zo beter te profiteren van het beschikbare daglicht.

De meeste EU-landen doen dat al lang, sommige sinds de eerste of tweede wereldoorlog, andere sinds de oliecrisis in de jaren 70. Oorspronkelijk werd de zomertijd vooral ingevoerd om energie te sparen. Maar er waren ook andere redenen zoals verkeersveiligheid, vrijetijdsbesteding (je kunt meer doen als het 's avonds langer licht is) of gewoon om aan te sluiten bij de buurlanden of belangrijke handelspartners.

De eerste afspraken over de zomertijd op EU-niveau dateren van de jaren 80 en liggen momenteel vast in Richtlijn 2000/84/EG. In die richtlijn staat dat de EU-landen moeten overschakelen op de zomertijd op de laatste zondag van maart, en weer terug moeten gaan naar de wintertijd op de laatste zondag van oktober. Met die wetgeving wilde de EU de bestaande nationale zomertijdregelingen, die nogal uiteenliepen, harmoniseren zodat alle landen in de interne markt voortaan op hetzelfde moment de klok zouden verzetten.

Daarnaast, maar los van de EU-afspraken, zijn de EU-landen verdeeld in drie verschillende tijdzones met elk een eigen standaardtijd. De standaardtijd als zodanig is niet afhankelijk van de EU-regels over de zomertijd, en dus ook niet van een eventuele wijziging van die EU-regels. (De EU-landen zijn momenteel verspreid over drie tijdzones: West-Europese Tijd of Greenwich Mean Time (WET of GMT), Midden-Europese Tijd (MET of GMT+1), en Oost-Europese Tijd (OET of GMT+2). Acht lidstaten van de EU (Bulgarije, Cyprus, Estland, Finland, Griekenland, Letland, Litouwen en Roemenië) hebben GMT+2 als standaardtijd. 17 lidstaten (Oostenrijk, België, Kroatië, Tsjechië, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Hongarije, Italië, Luxemburg, Malta, Nederland, Polen, Slovenië, Slowakije, Spanje en Zweden) passen GMT+1 toe en drie lidstaten (Ierland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk) hanteren GMT.) De standaardtijd wordt bepaald op basis van Greenwich Mean Time (GMT) of UTC (gecoördineerde wereldtijd).

Natuurlijk varieert de hoeveelheid daglicht naargelang van de ligging van elk land. In de noordelijke EU-landen zijn de verschillen tussen de seizoenen vrij groot, met donkere winters en weinig zonlicht enerzijds en lichte zomers met korte nachten anderzijds. In de zuidelijkste lidstaten van de EU zijn de verschillen tussen zomer en winter, als het gaat om de hoeveelheid daglicht, dan weer erg klein (zonsopkomst en zonsondergang berekenen).

Werken de huidige EU-regelingen voor de zomertijd nog?

Er zijn in de loop der jaren verschillende studies gemaakt van de Europese afspraken over de zomertijd. Wat is daaruit vooral gebleken? (Referenties van de officiële documenten en verslagen van de Commissie en van de recentste analyses van beschikbare wetenschappelijke verslagen en studies vindt u onderaan.)

  • Interne markt: Tot nu toe komen alle onderzoeken op één punt tot dezelfde conclusie: als de EU-landen hun standaardtijden niet zouden coördineren, zou dat nadelig zijn voor de interne markt vanwege hogere kosten bij handel met andere landen, ongemakken bij transport, communicatie en reizen en een geringere productiviteit van de markt voor goederen en diensten.
  • Energie: Hoewel dit een van de belangrijkste redenen was om de zomertijd in te voeren, wijst onderzoek erop dat de huidige regelingen alles bij elkaar maar een marginale energiebesparing opleveren. De resultaten zijn bovendien afhankelijk van allerlei factoren, zoals de ligging.
  • Gezondheid: Verondersteld wordt dat de zomertijd een gunstig effect heeft op de volksgezondheid, doordat er meer tijd is voor recreatie buitenshuis. Anderzijds doet chronobiologisch onderzoek vermoeden dat het effect op het menselijke bioritme ernstiger is dan tot dusverre werd aangenomen. Over het totale effect op de volksgezondheid (d.w.z. de balans van vermeend positieve en negatieve effecten) heeft onderzoek nog geen uitsluitsel gegeven.
  • Verkeersveiligheid: Er is nog geen sluitend bewijs voor een eventueel verband tussen de zomertijdregelingen en het aantal verkeersongevallen. In theorie kan het slaaptekort in het voorjaar (doordat we de klok vooruit zetten) het risico op ongevallen verhogen. Tegelijkertijd wordt aangenomen dat het verkeer veiliger wordt doordat het in de zomer 's avonds langer licht is. Het is echter moeilijk om een evolutie in de ongevallencijfers rechtstreeks toe te schrijven aan de zomertijd omdat ook andere factoren een rol kunnen spelen.
  • Landbouw: Vroeger waren boeren bezorgd dat de zomertijd de melktijden en het bioritme van de dieren verstoorde. Door de invoering van betere apparatuur, kunstlicht en automatisering is die bezorgdheid grotendeels verdwenen. Het extra uur zonlicht in de zomer kan ook een voordeel zijn wanneer boeren buiten moeten werken, bijvoorbeeld om te oogsten of het land te bewerken.

De Commissie ontvangt regelmatig feedback van burgers over de zomertijd, vaak over wat zij als nadelig voor de gezondheid ervaren, zoals slaaptekort, en andere negatieve effecten. Maar er zijn ook voorstanders van het huidige systeem, die alleen maar positieve effecten zien.

Sommige lidstaten hebben de zomertijd onlangs schriftelijk bij de Commissie aan de orde gesteld. Zo heeft Finland gevraagd om de tweejaarlijkse tijdsverandering af te schaffen, en Litouwen om het huidige systeem beter af te stemmen op regionale en geografische verschillen.

Het Europees Parlement verzocht de Commissie in februari 2018 in een resolutie over het verzetten van de klok om een grondige evaluatie van de richtlijn en indien nodig een voorstel tot wijziging. Tegelijkertijd bevestigde het Parlement in die resolutie "dat het essentieel is om zelfs na afschaffing van de zomertijd in de gehele EU één tijdsregeling te hanteren".

Wat nu?

Uit alle onderzoeken tot nu toe blijkt dat gemeenschappelijke afspraken op dit gebied onmisbaar zijn voor het goed functioneren van de interne markt. Het Europees Parlement deelt die mening, zoals het in zijn resolutie uitdrukkelijk heeft bevestigd.

Naar aanleiding van de resolutie van het Europees Parlement heeft de Commissie nu toegezegd twee belangrijke beleidsopties voor zo'n geharmoniseerde regeling te onderzoeken, namelijk:

  1. Handhaving van de huidige EU-afspraken voor de zomertijd, waarbij de klok twee keer per jaar wordt verzet overeenkomstig Richtlijn 2000/84/EG, of
  2. Stopzetting van deze regeling en een verbod op periodieke tijdsveranderingen voor alle lidstaten. Nogmaals, dit laatste zou geen gevolgen hebben voor de tijdzones en elk land zou vrij mogen kiezen of het permanent de zomertijd of de wintertijd (of een andere standaardtijd) hanteert.