Jaarlijkse groeianalyse

Wat is de jaarlijkse groeianalyse?

De jaarlijkse groeianalyse of Annual Growth Survey is het belangrijkste instrument van de Commissie voor het bepalen van de economische en sociale prioriteiten van de EU in het komende jaar. Het gaat om een analyse van de Europese economie en een voorstel voor de passende beleidsreactie op de vastgestelde problemen. Die moet de groei, inclusiviteit en convergentie in de EU waarborgen langs de lijnen van de groeistrategie van de EU voor de lange termijn. De jaarlijkse groeianalyse luidt het begin in van het nieuwe Europees semester, de jaarlijkse cyclus voor coördinatie van het economisch beleid, en biedt een algemene beleidsoriëntatie voor de landspecifieke fase van het Europees semester, die elke zomer tot de vaststelling van afzonderlijke beleidsaanbevelingen voor alle lidstaten leidt.

Wat zijn de volgende stappen van de jaarlijkse groeianalyse?

Na de publicatie door de Commissie wordt de jaarlijkse groeianalyse besproken op EU- en nationaal niveau, ook met de sociale partners. En de Raad en het Europees Parlement bepalen hun standpunt. Rekening houdend met deze input worden op de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad richtsnoeren gegeven voor prioritaire hervormingen, die vervolgens moeten worden opgenomen in de programma’s en plannen van de lidstaten.

Wat zijn de volgende stappen van het Europees semester?

Na de bekendmaking van de jaarlijkse groeianalyse, voert de Commissie opnieuw overleg met de lidstaten, belanghebbenden en sociale partners om een gemeenschappelijke visie op de uitdagingen in de lidstaten te ontwikkelen. Op basis van deze dialoog en een nadere beoordeling presenteert de Commissie in februari haar jaarlijkse analyse van de economische en sociale situatie in de lidstaten, onder meer met betrekking tot de vorderingen bij de uitvoering van de landspecifieke aanbevelingen die in voorgaande jaren zijn gedaan en mogelijke onevenwichtigheden.

De lidstaten hebben verschillende mogelijkheden om input te geven voor de beoordeling door de Commissie, bijvoorbeeld bij werkbezoeken van medewerkers van de Commissie aan de lidstaten, bilaterale vergaderingen in Brussel en politieke missies naar de lidstaten onder leiding van vicevoorzitter Dombrovskis.

In april dienen de lidstaten bij de Commissie hun nationale hervormingsprogramma voor het economisch beleid in, evenals hun stabiliteits- of convergentieprogramma voor het begrotingsbeleid. De Commissie analyseert deze en komt in mei met landspecifieke aanbevelingen, zodat die nog vóór de zomer kunnen worden goedgekeurd door de Europese Raad en in juli door de Raad Economische en Financiële Zaken kunnen worden aangenomen. Vervolgens moeten de lidstaten deze beleidsrichtsnoeren verwerken in hun jaarlijkse begroting, nationale wetgeving en beleidsplannen.

Waarschuwingsmechanismeverslag

Wat is het waarschuwingsmechanismeverslag?

Het waarschuwingsmechanismeverslag wordt in november uitgebracht als onderdeel van het jaarlijkse toezicht op de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden waarmee wordt beoogd de onevenwichtigheden te op het spoor te komen die een belemmering kunnen zijn voor de goede werking van de economie van de lidstaten of de EU en de economische en monetaire unie in gevaar kunnen brengen.

De analyses van het waarschuwingsmechanismeverslag omvatten een economische interpretatie van overeengekomen indicatoren. Het waarschuwingsmechanismeverslag is geen automatische oefening. De Commissie begint niet noodzakelijk een diepgaand onderzoek omdat een indicator boven de indicatieve drempelwaarde komt. Zij houdt rekening met het volledige economische plaatje. Alleen op basis van diepgaande evaluaties concludeert de Commissie of er sprake is van onevenwichtigheden en potentieel buitensporige onevenwichtigheden.

Wat is een onevenwichtigheid?

Verordening nr. 1176/2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden omschrijft deze onevenwichtigheden als "elke trend die macro-economische ontwikkelingen in de hand werkt, welke een ongunstige invloed uitoefenen of kunnen uitoefenen op de goede werking van de economie van een lidstaat dan wel van de economische en monetaire unie of van de Unie als geheel". Buitensporige onevenwichtigheden worden gedefinieerd als “ernstige onevenwichtigheden (...) die de goede werking van de economische en monetaire unie in gevaar brengen of dreigen te brengen”. Aangezien de definitie in de verordening erg algemeen is, is een economische interpretatie nodig om te beoordelen of er sprake is van onhoudbare trends en kwetsbaarheden die, als ze niet worden gecorrigeerd, schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de macro-economische stabiliteit van het land zelf, de eurozone of de EU.

In de praktijk gaat het bij deze onevenwichtigheden zowel om kwetsbare situaties (bijv. hoge schulden) als om onhoudbare ontwikkelingen (bijv. sterk oplopende huizenprijzen of teveel kredietverleningen) die kunnen resulteren in een abrupte en grote, en dus schadelijke, aanpassing. Zo wordt het boeken van een groot en aanhoudend tekort op de lopende rekening als een onevenwichtigheid beschouwd als dit het risico op een "plotselinge stilstand" en hoge sociale uitgaven inhoudt. Evenzo kan een groot en aanhoudend overschot op de lopende rekening een aanwijzing zijn dat spaaroverschotten niet efficiënt worden gebruikt om de investeringen in de binnenlandse economie op peil te houden.

Wat komt er na de goedkeuring van het waarschuwingsmechanismeverslag?

Na de publicatie door de Commissie wordt het waarschuwingsmechanismeverslag besproken in de Raad Economische en Financiële Zaken, de Eurogroep, wanneer het betrekking heeft op lidstaten van de eurozone, en het Europees Parlement. Bovendien houdt de Europese Raad een bespreking na de publicatie van de jaarlijkse groeianalyse en het waarschuwingsmechanismeverslag om overeenstemming te bereiken over de gebieden met de grootste behoefte aan coördinatie van economische beleidsmaatregelen en hervormingen.

Rekening houdend met alle feedback voert de Commissie in de daarop volgende maanden diepgaande landspecifieke evaluaties uit, waarvan zij de resultaten in februari presenteert. Die evaluaties omvatten ook een dialoog met de betrokken lidstaten. Op basis van die diepgaande evaluaties concludeert de Commissie of er sprake is van onevenwichtigheden of buitensporige onevenwichtigheden, waarna zij passende beleidsaanbevelingen voor elke lidstaat opstelt.

Aanbeveling voor de eurozone

Wat is de rechtsgrondslag voor de aanbeveling voor de eurozone?

De aanbeveling voor de eurozone in verband met het economisch beleid wordt vastgesteld op basis van de artikelen 136 en 121 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Het is een aanbeveling voor een aanbeveling van de Raad.

De aanbeveling voor de eurozone biedt de lidstaten van de eurozone maatadvies over kwesties die van belang zijn voor de werking van de eurozone als geheel. Zij weerspiegelt de algemene prioriteiten die zijn bepaald in het werkdocument van de diensten van de Commissie bij de aanbeveling en in de jaarlijkse groeianalyse van de Commissie voor de EU als geheel.

De aanbeveling voor de eurozone heeft betrekking op kwesties die de hele monetaire unie aangaan, zoals de correctie van macro-economische onevenwichtigheden, de begrotingskoers van de eurozone en de voltooiing van de economische en monetaire unie.

Welke analyse ligt ten grondslag aan de aanbeveling voor de eurozone?

De aanbeveling voor de eurozone wordt ondersteund door een degelijke economische analyse door de diensten van de Commissie over kwesties die essentieel zijn voor de werking van de eurozone. Deze is terug te vinden in het werkdocument van de diensten van de Commissie bij de aanbeveling, evenals in andere documenten die in de loop van deze procedure worden gepubliceerd.

Wat zijn de volgende stappen voor de vaststelling en uitvoering van de aanbeveling voor de eurozone?

De Eurogroep en de Raad bespreken de aanbeveling voor de eurozone voordat de staatshoofden en regeringsleiders van de EU deze goedkeuren. Naast de aanbeveling voor de eurozone en andere input van de EU-instellingen zijn de discussies over de prioriteiten van de eurozone richtinggevend, zowel voor de nationale hervormingsprogramma’s en de stabiliteitsprogramma’s die de lidstaten in april opstellen, als voor de landspecifieke aanbevelingen die de Commissie in mei opstelt.
Op basis van de aanbeveling voor de eurozone, de analyse van de doorgevoerde hervormingen, de resterende problemen en de beleidsprogramma’s van de lidstaten presenteert de Commissie haar ontwerp van de landspecifieke aanbevelingen voor de volgende beleidscyclus. Dit laat ruim voldoende tijd voor verder overleg met de lidstaten.

Gezamenlijk werkgelegenheidsverslag

Wat is het gezamenlijk werkgelegenheidsverslag?

Het gezamenlijk werkgelegenheidsverslag wordt opgesteld op grond van artikel 148 VWEU. Het is een belangrijk element van de economische governance van de EU. Het biedt een jaarlijks overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen op sociaal en werkgelegenheidsgebied in de EU als geheel, en van de hervormingsmaatregelen van de lidstaten. Daarnaast analyseert het gezamenlijk werkgelegenheidsverslag de prestaties van de lidstaten met betrekking tot de Europese pijler van sociale rechten.

Wat gebeurt er na de publicatie van het ontwerp van het gezamenlijk werkgelegenheidsverslag?

Het ontwerp wordt besproken in het Comité voor de werkgelegenheid en het Comité voor sociale bescherming met het oog op de definitieve aanneming door de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken in maart.

Hoe worden de scores van de lidstaten voor het sociaal scorebord bepaald?

Het sociaal scorebord dient als referentiekader om de maatschappelijke vooruitgang te meten voor de drie dimensies van de pijler: gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt, dynamische arbeidsmarkten en billijke arbeidsomstandigheden, en overheidssteun/sociale bescherming en integratie. Er zijn twaalf gebieden geselecteerd waarop de maatschappelijke vooruitgang kan worden gemeten, allemaal in aansluiting op een van de drie genoemde dimensies. Het sociaal scorebord vergelijkt de prestaties van de individuele EU-lidstaten met de gemiddelden van de EU en de eurozone, en iedere score is maatgevend voor de prestaties voor een bepaalde indicator, mede gelet op langetermijntrends.