Aan een vriend sturen
RSS
google +
Versie om af te drukken

door Colin R. Janssen Ph.D., voorzitter van het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico’s

door Colin R. Janssen Ph.D., voorzitter van het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico’s

Van het wiel tot internet hebben uitvindingen ons het leven makkelijker en aangenamer gemaakt. We hebben er soms wel een prijs voor moeten betalen –  denk maar aan cfk's, geëxpandeerd polystyreen, asbest en loodhoudende verf – maar de mens is enorm vindingrijk en blijft streven naar vernieuwing en verbetering. Er zullen dus altijd nieuwe technieken en uitvindingen bijkomen.  Hoe zeer we vooruitgang ook aanmoedigen en goede ideeën toejuichen, ons grootste bezit, namelijk onze gezondheid en ons milieu, moeten we altijd beschermen.

Om de doelstellingen van Europa 2020 voor slimme, duurzame en inclusieve groei te halen, moeten we met het beste uit beide werelden — wetenschap en gezondheid — bouwen aan een betere toekomst. 

De Europese Commissie vertrouwt op haar onafhankelijke wetenschappelijke comités om nieuwe en opkomende gezondheidsproblemen op de voet te volgen.  Zo hebben ze zich al moeten buigen over de veiligheid van tandamalgaam, nanozilver, fluoride, elektromagnetische velden, kwik in lampen, ftalaten in kinderspeelgoed en medische hulpmiddelen, metaal op heupimplantaten, PIP-borstimplantaten en zonnebrandmiddelen.

Er zijn drie verschillende wetenschappelijke comités met vooraanstaande wetenschappers van over de hele wereld die pas na grondig onderzoek en langdurige studie deskundig advies uitbrengen over een bepaald onderwerp en zo de EU helpen om een officieel standpunt te formuleren. Dat doen ze met volle toewijding en overtuiging. Deze toonaangevende wetenschappers worden zorgvuldig gescreend om te zorgen voor de nodige deskundigheid en belangenconflicten te vermijden. Voor hun werk als lid van zo'n comité zijn ze verplicht tot geheimhouding.

Omwille van de transparantie worden de adviezen gepubliceerd op de website van het betrokken comité, zodat iedereen ze kan inzien en kan gebruiken voor wetgeving om consumenten en milieu te beschermen.

Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico’s

Het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico’s brengt advies uit over de verontreinigende stoffen en allerlei biologische en fysische factoren die een negatief effect kunnen hebben, bijvoorbeeld op het milieu door de verslechtering van de water-, lucht- en bodemkwaliteit.

Het kan zich ook uitspreken over de toxiciteit en de ecotoxiciteit van chemische, biochemische en biologische verbindingen waarvan het gebruik de menselijke gezondheid en het milieu kan schaden. Verder bespreekt het comité in nauwe samenwerking met andere Europese instanties de beoordelingsmethoden voor de gezondheids- en milieurisico’s van chemicaliën en mengsels van chemicaliën.

Onlangs heeft het zo advies uitgebracht over de milieurisico’s en indirecte gezondheidseffecten van kwik in tandamalgaam en momenteel onderzoekt het de veiligheid van chroom(VI) in speelgoed, calciumcyaanamide als meststof en cadmium in meststoffen (met name de directe en verwachte gevolgen van cadmiumophoping in landbouwgrond).

http://ec.europa.eu/health/scientific_committees/environmental_risks/index_en.htm

Wetenschappelijk Comité voor nieuwe gezondheidsrisico’s

Op 13 juni 2014 hebben de Europese Commissie en haar Wetenschappelijk Comité voor nieuwe gezondheidsrisico's (WCNG) hun eindadvies over nanozilver gepubliceerd: veiligheid, gezondheids- en milieu-effecten en gevolgen voor antimicrobiële resistentie.

Dit advies betreft een risicobeoordeling: in een concrete situatie en bij een erkende dreiging of gevaar wordt de aard en de omvang van de risico's onderzocht. Risicobeheer blijft in dit advies buiten beschouwing. Risicobeheerders kunnen dit advies wel gebruiken om hun beleid te bepalen.

Het WCNG werd hierover voor het eerst om advies gevraagd in 2012 na toenemende bezorgdheid over gezondheidsrisico’s bij gebruik van nanozilver. Beoordeeld moest worden of dit materiaal, vooral bij medische en consumentenproducten, extra risico’s kon opleveren ten opzichte van meer traditionele toepassingen van zilver, en of het gebruik van nanozilver tegen bacteriële groei kon leiden tot resistentie van micro-organismen.

Van 13 december 2013 tot 2 februari 2014 werd bovendien een openbare raadpleging gehouden. De bijdragen werden zorgvuldig onderzocht door het WCNG en waar mogelijk verwerkt in het definitieve advies.

Het WCNG concludeerde dat de mens door het wijdverbreid (en toenemend) gebruik van zilverhoudende producten rechtstreeks (levensmiddelen, hand-mondcontact, huid) en mogelijk levenslang aan zilver wordt blootgesteld. In het milieu kunnen nanodeeltjes bijzonder doeltreffend systeem voor de aanvoer van zilver naar organismen in bodem, water en sedimenten. Ze kunnen ook fungeren als bronnen van ionisch zilver over lange perioden. Maar het kan niet worden uitgesloten dat het wijdverspreid en langdurig gebruik van nanozilver grotere gevolgen heeft.

Over het mogelijke risico op resistentie is helaas nog geen onderzoek beschikbaar. Aangezien bij andere nanodeeltjes een aanzienlijke toename van de horizontale genoverdracht tussen bacteriën is aangetoond (zeer belangrijk voor de ontwikkeling van resistentie), moet worden onderzocht of dit ook bij nanozilver het geval zou kunnen zijn.

Er zijn meer gegevens nodig om inzicht te krijgen in de bacteriële reactie op de blootstelling aan ionisch zilver en nanozilver. Omdat nog niet helemaal bekend is hoe resistentie voor nanozilver ontstaat, kunnen we nu nog niet inschatten of de resistentie van micro-organismen zal toenemen als nanozilver in meer producten wordt gebruikt.

Adviespdf

Factsheet "Is nanozilver veilig?"pdf

De Europese Commissie en haar wetenschappelijke comités hebben een openbare raadpleging gelanceerd over het voorlopige advies over een definitie van synthetische biologie.

Het doel van dit advies is om vast te stellen wat synthetische biologie is, wat het verband is met de genetische modificatie van organismen en wat de essentiële voorwaarden zijn voor een op wetenschap gebaseerde, werkbare definitie van "synthetische biologie".

Omdat alle betrokkenen moeten worden gehoord, vragen de comités nu de wetenschappelijke gemeenschap en belanghebbenden om hun mening. Alle belanghebbenden mogen tot 21 juli 2014 op dit voorlopig advies reageren met specifieke opmerkingen, suggesties, toelichtingen of andere bijdragen over de wetenschappelijke grondslag. Ook andere informatie is welkom om de comités bij hun verder onderzoek te helpen.

Meer informatie over deze raadpleging en hoe u kunt reageren, leest u op de website van het Wetenschappelijk Comité.

http://ec.europa.eu/health/scientific_committees/consultations/public_consultations/scenihr_consultation_21_en.htm