European Reference Networks

Overzicht

De zorgstelsels in de Europese Unie moeten hoogwaardige, kosteneffectieve zorg leveren. Dit blijkt echter bijzonder moeilijk als het om zeldzame of weinig voorkomende complexe ziekten gaat, die een invloed hebben op het dagelijks leven van ongeveer 30 miljoen EU-burgers.

Europese referentienetwerken (ERN’s) zijn virtuele netwerken van zorgverleners uit heel Europa. Zij willen een discussie op gang brengen over complexe of zeldzame ziekten en aandoeningen waarvoor zeer gespecialiseerde behandelingen en een bundeling van kennis en middelen nodig zijn.

Hoe werkt het?

Om de diagnose en de behandeling van een patiënt te bespreken, zullen ERN-coördinatoren een "virtueel" adviespanel van medische specialisten uit verschillende disciplines samenroepen. Hiervoor maken zij gebruik van een speciaal IT-platform en telegeneeskunde.

De procedure en criteria voor de oprichting van een ERN en de selectie van leden liggen vast in de EU-wetgeving.

  • Raadpleeg onze brochure voor meer informatie.

24 netwerken

De eerste ERN's gingen in maart 2017 van start met medewerking van ruim 900 hooggespecialiseerde afdelingen van meer dan 300 ziekenhuizen uit 26 EU-landen. Deze 24 ERN's zijn gespecialiseerd in diverse aandoeningen zoals botziekten, kinderkanker en immuunziekten.

Wetgeving

Het ERN-initiatief krijgt financiële steun uit verschillende EU-programma's, waaronder het Gezondheidsprogramma, Connecting Europe Facility en Horizon 2020.

Coördinatie

Drijvende kracht achter het ERN-initiatief zijn de EU-landen zelf. De Bestuursraad van lidstaten is de formele instantie die beslist over de oprichting van en aansluiting bij netwerken volgens de regels van het uitvoeringsbesluit. De bestuursraad bestaat uit vertegenwoordigers van de 28 EU-landen en de EER-landen.

Zie ook: