Notification Detail

‘Amendments to Law 4419/2016 (Government Gazette 174/A) - Article 96 – Harmonisation of Greek law with Directive 2014/40/EU of the European Parliament and of the Council of 3 April 2014 on the approximation of the laws, regulations, and administrative provisions of the Member States concerning the manufacture, presentation and sale of tobacco and related products’

Notification Number: 2019/94/GR (Greece)
Date received: 05/03/2019
End of Standstill: 06/06/2019 ( 06/09/2019)

Issue of detailed opinion by: Bulgaria,Romania
bg cs da de el en es et fi fr hr hu it lt lv mt nl pl pt ro sk sl sv
bg cs da de el en es et fi fr hr hu it lt lv mt nl pl pt ro sk sl sv
bg cs da de el en es et fi fr hr hu it lt lv mt nl pl pt ro sk sl sv


Bericht 002

Mededeling van de Commissie - TRIS/(2019) 00606
Richtlijn (EU) 2015/1535
Vertaling van het bericht 001
Kennisgeving: 2019/0094/GR

No abre el plazo - Nezahajuje odklady - Fristerne indledes ikke - Kein Fristbeginn - Viivituste perioodi ei avata - Καμμία έναρξη προθεσμίας - Does not open the delays - N'ouvre pas de délais - Non fa decorrere la mora - Neietekmē atlikšanu - Atidėjimai nepradedami - Nem nyitja meg a késéseket - Ma’ jiftaħx il-perijodi ta’ dawmien - Geen termijnbegin - Nie otwiera opóźnień - Não inicia o prazo - Neotvorí oneskorenia - Ne uvaja zamud - Määräaika ei ala tästä - Inleder ingen frist - Не се предвижда период на прекъсване - Nu deschide perioadele de stagnare - Nu deschide perioadele de stagnare.

(MSG: 201900606.NL)

1. Structured Information Line
MSG 002 IND 2019 0094 GR NL 05-03-2019 GR NOTIF


2. Member State
GR


3. Department Responsible
ΕΛΟΤ, ΚΕΝΤΡΟ ΠΛΗΡΟΦΟΡΗΣΗΣ ΟΔΗΓΙΑΣ 98/34/Ε.Ε, ΚΗΦΙΣΟΥ 50, 121 33 ΠΕΡΙΣΤΕΡΙ, ΑΘΗΝΑ, Τ/Φ: + 30210- 2120304, Τ/Ο: + 30210- 2120131


3. Originating Department
ΥΠΟΥΡΓΕΙΟ ΥΓΕΙΑΣ, ΓΕΝΙΚΗ Δ/ΝΣΗ ΔΗΜΟΣΙΑΣ ΥΓΕΙΑΣ & ΠΟΙΟΤΗΤΑΣ ΖΩΗΣ, Δ/ΝΣΗ ΑΝΤΙΜΕΤΩΠΙΣΗΣ ΕΞΑΡΤΗΣΕΩΝ, ΤΜ. Β' - ΛΟΙΠΩΝ ΕΞΑΡΤΗΣΕΩΝ, Αριστοτέλους 19, 104 33 Αθήνα, Τηλ.: 2132161418, Αρμ.: Ε. Σκοπελίτης, e-mail: exartiseis_b@moh.gov.gr


4. Notification Number
2019/0094/GR - X00M


5. Title
Wijzigingen aan artikel 96 van wet nr. 4419/2016 (Grieks staatsblad, reeks A, nr. 174) inzake harmonisatie van de Griekse wetgeving met Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten


6. Products Concerned
Regulering van o.a. de verhandeling van elektronische sigaretten zonder nicotine op de Griekse markt, apparaten voor nieuwsoortige tabaksproducten en het verbod op het op in de handel brengen van bepaalde tabaks- en aanverwante producten.


7. Notification Under Another Act
-


8. Main Content
Onderhavige ontwerpwet strekt tot wijziging van artikel 96 van wet nr. 4419/2016 inzake harmonisatie van de Griekse wetgeving met Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten, en heeft betrekking op de verhandeling van elektronische sigaretten zonder nicotine op de Griekse markt, apparaten voor nieuwsoortige tabaksproducten en het verbod op het op in de handel brengen van bepaalde tabaks- en aanverwante producten (Grieks staatsblad, reeks A, nr. 174). Meer in het bijzonder worden onderstaande wijzigingen doorgevoerd.
In de leden 1 tot en met 6 worden bepaalde definities van Richtlijn 2014/40/EU inzake tabaks- en aanverwante producten gewijzigd; de exacte inhoud daarvan in het kader van de richtlijn blijft echter gelijk. Zo behelst de term „nieuwsoortig tabaksproduct” nu ook de apparaten waarmee deze producten worden gebruikt en wordt de definitie van „elektronische sigaretten en navulverpakkingen” uitgebreid tot nicotinevrije vloeistoffen.
Daarnaast worden er een aantal nieuwe definities toegevoegd, bijvoorbeeld van:
– nicotinehoudende vloeistof,
– nicotinevrije vloeistof,
– tabaksvervanger,
– aanverwante producten.

Bij lid 9 wordt een verbod ingevoerd op het in de handel brengen van bepaalde tabaksproducten (pruimtabak en snuiftabak) en tabaksvervangers (waarvan ook een definitie wordt gegeven) die niet zijn opgenomen in Richtlijn 2014/40/EU.

Lid 10 strekt tot regulering van de kennisgeving van apparaten voor nieuwsoortige tabaksproducten die voortaan onder de procedure vallen die is uiteengezet in Richtlijn 2014/40/EU.

Bij lid 11 worden aspecten gereguleerd inzake de verpakking van apparaten voor nieuwsoortige tabaksproducten die niet in de handel worden gebracht in dezelfde verpakking als de nieuwsoortige tabaksproducten zelf.

Bij lid 17 wordt de samenstelling van elektronische sigaretten zonder nicotine geregeld op basis van de bepalingen in verband met elektronische sigaretten met nicotine, voor zover die toepasbaar zijn en geen betrekking hebben op nicotine (het gaat daarbij bijvoorbeeld om het verbod op bepaalde additieven en bepaalde ingrediënten die schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid). Deze producten moeten worden aangemeld in overeenstemming met de door de Europese Commissie vastgestelde procedure voor elektronische sigaretten met nicotine. Er worden tevens voorschriften vastgesteld ter bescherming tegen het gebruik van deze producten door kinderen enz. Tot slot wordt er voorzien in vereisten ten aanzien van de bijsluiter, de verpakking en de gezondheidswaarschuwingen waarvan deze producten vergezeld moeten gaan.

Net zoals in de richtlijn het geval is voor nicotinehoudende producten wordt bij lid 18 een verbod opgelegd op reclame, sponsoring en aanprijzing in gedrukte publicaties, op de radio, via het internet, op tv enz. Er worden bijkomende vereisten vastgesteld voor producenten/importeurs van elektronische sigaretten zonder nicotine, die identiek zijn aan de vereisten voor elektronische sigaretten met nicotine, en het in de richtlijn vervatte verbod op de grensoverschrijdende verkoop van tabaksproducten op afstand wordt uitgebreid zodat ook deze producten eronder komen te vallen. Tot slot worden er specifieke voorschriften vastgelegd omtrent de vorm waarin de betreffende producten aan consumenten mogen worden aangeboden, zoals nu al gedeeltelijk het geval is voor producten met nicotine. Er wordt een verbod ingevoerd op de verkoop van afzonderlijke ingrediënten en aroma's die door consumenten zelf kunnen worden gebruikt in navulvloeistoffen voor elektronische sigaretten. Er wordt tevens een overgangsperiode vastgelegd voor het in de handel brengen van alle genoemde producten en apparaten voor nieuwsoortige tabaksproducten die niet voldoen aan de vereisten van de wetgeving.


9. Brief Statement of Grounds
Wat lid 1 betreft, wordt de wijziging van de definitie van „nieuwsoortige tabaksproducten” vervat in Richtlijn 2014/40/EU noodzakelijk geacht met het oog op de tenuitvoerlegging van de aanwijzingen die zijn verstrekt tijdens de achtste bijeenkomst van de conferentie van partijen bij het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging, krachtens besluit FCTC/COP8(22) „Novel and emerging tobacco products”. Op grond van dit besluit
worden de partijen uitgenodigd om de nodige geldende maatregelen toe te passen op nieuwsoortige en opkomende tabaksproducten en de apparaten waarmee deze producten worden geconsumeerd, d.w.z. om beweringen inzake verminderde schade voor de gezondheid te voorkomen; reclame, aanprijzing en sponsoring te bestrijden; te voorzien in de regulering en kennisgeving van de samenstelling van deze producten; alsook de productie, de invoer, de distributie, de presentatie, de verkoop en het gebruik ervan te verbieden of beperken.
Doordat het concept van nieuwsoortig tabaksproduct niet langer enkel op het tabaksproduct zelf maar ook op het bijbehorende apparaat betrekking heeft, komt het automatisch tevens tot een uitbreiding van alle bepalingen van wet nr. 4419/2016, waarmee Richtlijn 2014/40/EU is omgezet in Grieks recht, alsook van wet nr. 3730/2008 en alle bijbehorende geldende wetgevingshandelingen, uiteraard voor zover elke bepaling toepasbaar is. Deze specifieke regulering is vereist op grond van een regel van internationaal recht en volgt het voorbeeld van tal van landen – met name EU-lidstaten – die op gelijke wijze hebben gehandeld. De lacune in de regelgeving op zowel internationaal als nationaal niveau werd namelijk veelvuldig gebruikt om de bestaande wetgeving inzake het verbod op reclame, aanprijzing en sponsoring en de weergave van beweringen inzake voordelen of verminderde schade voor de gezondheid op de verpakking, evenals andere beperkingen uit hoofde van het nationale, Europese en internationale wetskader tegen roken, te omzeilen. De kwestie inzake de bescherming van de volksgezondheid drong zich duidelijk op, en hierin zal geen verandering komen zolang de lacune blijft bestaan. Daaruit blijkt hoe essentieel de nationale regelingen zijn.

Leden 2 tot en met 4 behelzen een uitbreiding van de in Richtlijn 2014/40/EU vervatte basisdefinities van elektronische sigaretten en navulverpakkingen zodat deze nu ook varianten zonder nicotine bestrijken. Het in de handel brengen van elektronische sigaretten werd in 2008 op nationaal niveau volledig verboden. Dit verbod werd in 2016 gedeeltelijk opgeheven door de omzetting van Richtlijn 2014/40/EU, die enkel en alleen betrekking heeft op producten met nicotine. Om deze situatie te reguleren, worden de begrippen „elektronische sigaret” en „navulverpakking” opnieuw gedefinieerd naar het voorbeeld van artikel 2 van de richtlijn en worden er definities ingevoerd voor – al dan niet nicotinehoudende – vapingvloeistoffen.

In lid 5 worden de gevallen gedefinieerd die in de toekomst van belang kunnen zijn voor de nationale regelgevingsinstanties, omdat zij betrekking hebben op producten die misschien wel vergelijkbaar zijn met tabaks- en aanverwante producten zoals gedefinieerd in de richtlijn en de wet, maar niet in een van de specifieke categorieën (tabaksproducten, elektronische sigaretten, nieuwsoortige tabaksproducten, voor roken bestemde kruidenproducten) kunnen worden ingedeeld omdat uit de praktijk blijkt dat de markt voortdurend evolueert, waardoor de tabakscontrole-instanties telkens voor nieuwe uitdagingen komen te staan. Op deze manier worden alle mogelijke gevallen in categorieën ingedeeld omdat classificatie overeenkomstig de bestaande categorieën van de richtlijn is uitgesloten.

Lid 6 bevat een definitie van aan tabak verwante producten omdat die ontbreekt in artikel 2 van de richtlijn, hoewel de term op vele plaatsen in de tekst wordt vermeld. Krachtens deze bepaling omvat het begrip „aanverwante producten” zowel de producten die zijn gedefinieerd in de richtlijn (elektronische sigaretten met nicotine en voor roken bestemde kruidenproducten) als de producten die zijn gedefinieerd in de nationale wetgeving (elektronische sigaretten zonder nicotine en tabaksvervangers) en die geen tabak bevatten.

Aangezien tabaksvervangers niet zijn opgenomen in het regelgevingskader van de richtlijn, worden zij nu bij lid 9 evenzeer verboden indien zij onder de relevante definitie vallen.
Hetzelfde verbod behelst de categorieën pruimtabak en snuiftabak. De optie om deze categorieën, die binnen het regelgevingskader van Richtlijn 2014/40/EU vallen, te verbieden, is opgenomen in artikel 24, lid 3, daarvan, waarin is bepaald dat een lidstaat tevens een bepaalde categorie tabaks- of aanverwante producten mag verbieden op gronden die verband houden met de specifieke situatie in deze lidstaat, mits dit gerechtvaardigd wordt door de noodzaak de volksgezondheid te beschermen, rekening houdend met het hoge beschermingsniveau van de volksgezondheid dat bij deze richtlijn tot stand wordt gebracht, na relevante goedkeuring of stilzwijgende aanvaarding door de Europese Commissie binnen zes maanden na deze kennisgeving.
De specifieke categorieën vormden op Europees niveau en bij regelgevingsinstanties het voorwerp van heel wat discussies, wegens a) de opmerkelijke gelijkenissen met tabak voor oraal gebruik (snus), die krachtens de richtlijn verboden is, en de moeilijkheid om deze producten van elkaar te onderscheiden en b) de toenemende consumptieniveaus ervan in vergelijking met traditionele tabaksproducten. In Griekenland kende de tabakconsumptie, die van oudsher hoog is en dat in grote mate ook blijft, de laatste jaren een stijging van de handel in de voornoemde producten, met name pruimtabak. De regelgevingsinstanties hebben na fysisch-chemisch onderzoek van de samenstelling van bepaalde producten er echter op gewezen dat sommige daarvan worden aangeduid als bestemd voor gebruik als pruimtabak, hoewel zij eerder op snuiftabak lijken. Van het verbod op deze producten, waarvoor een overgangsaanpassingsperiode van zes maanden geldt, moet volgens de voorschriften een kennisgeving worden ingediend bij de Europese Commissie, net zoals heel wat lidstaten dit in het verleden al hebben gedaan of naar verwachting nog zullen doen.

Krachtens lid 10 moet er – voor zover technisch haalbaar – op het EU-CEG-portaal een kennisgeving worden ingediend van apparaten voor nieuwsoortige tabaksproducten, die voortaan onder de definitie van nieuwsoortige tabaksproducten vallen. Dit is immers hoe dan ook verplicht voor nieuwsoortige tabaksproducten. Zelfs als alle kenmerken van het volledige nieuwsoortige tabaksproduct via de opgezette vergunningsprocedure worden aangemeld, zullen zij op deze manier vlot toegankelijk en verwerkbaar zijn voor de bevoegde nationale instanties op het ogenblik van indiening, d.w.z. minstens zes maanden voordat zij naar verwachting in de handel zullen worden gebracht en drie maanden voordat het vergunningsdossier wordt ingediend.

In lid 11 wordt dieper ingegaan op de verpakking van apparaten voor nieuwsoortige tabaksproducten. Indien deze producten apart worden verkocht, betekent de wijziging van de definitie en de uitbreiding ervan naar de bijbehorende apparaten dat de voorschriften voor de afzonderlijke verpakking waarin de apparaten worden verkocht, dienovereenkomstig moeten worden geregeld volgens het regelgevingskader van de richtlijn en besluit FCTC/COP8(22), „Novel and emerging tobacco products”.
Aangezien apparaten voor nieuwsoortige tabaksproducten bij analogie elektrische of elektronische apparaten zijn die wat betreft mechanische onderdelen heel erg lijken op apparaten voor elektronische sigaretten, zijn de bepalingen van artikel 20, lid 4, van de richtlijn en met name onder a), punten i en vi, daarvan dienovereenkomstig van toepassing, met name de vereiste dat de verpakking een bijsluiter moet bevatten met aanwijzingen inzake gebruik en opslag van het product, evenals de vermelding dat het gebruik van het product door jongeren en niet-rokers wordt afgeraden, alsook de contactgegevens van de producent of importeur en van een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die als contactpersoon fungeert.
Bovendien moet de verpakking een aanbeveling in het Grieks bevatten om het product buiten het bereik van kinderen te houden en mag deze geen elementen of kenmerken bevatten (met inbegrip van, maar niet beperkt tot, teksten, symbolen, namen, merken en al dan niet figuratieve tekens) als bedoeld in artikel 13 van de richtlijn, met name geen enkel element of kenmerk dat:
a) een tabaksproduct aanprijst of het verbruik ervan aanmoedigt door een verkeerde indruk te wekken over de kenmerken, gevolgen voor de gezondheid, risico's of emissies ervan;
b) de suggestie wekt dat een bepaald tabaksproduct minder schadelijk is dan andere of gericht is op het verminderen van het effect van bepaalde schadelijke bestanddelen van rook, of activerende, energetische, genezende, verjongende, natuurlijke, biologische eigenschappen bezit of andere positieve gevolgen heeft voor de gezondheid of de levensstijl;
c) verwijst naar smaak, geur- of smaakstoffen of andere additieven, of het ontbreken daarvan;
d) op een levensmiddel of cosmetisch product lijkt;
e) de suggestie wekt dat een bepaald tabaksproduct biologisch beter afbreekbaar is of andere milieuvoordelen heeft. Bovendien mogen de verpakkingseenheden en buitenverpakkingen geen economische voordelen suggereren, door het bevatten van gedrukte tegoedbonnen, aanbiedingen voor korting, indicaties in verband met gratis verstrekking, 2-voor-1-aanbiedingen of andere vergelijkbare aanbiedingen.
Deze bepaling is van wezenlijk belang omdat het gebruik van de betreffende nieuwsoortige tabaksproducten in rap tempo toeneemt en dit niet alleen op internationaal niveau maar met name in Griekenland, en vooral bij jongeren. Het is bovendien in het bijzonder in Griekenland (maar ook daarbuiten) overduidelijk dat er wordt getracht om het verbod op reclame, aanprijzing en sponsoring te omzeilen met behulp van de apparaten waarmee deze producten uitsluitend worden geconsumeerd. Hierdoor kan de doeltreffende tenuitvoerlegging van de bepalingen van het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging in twijfel worden getrokken; dit is dan ook de reden waarom het relevante besluit tijdens de achtste bijeenkomst van de conferentie van de partijen is genomen.
Indien de apparaten in een verpakking samen met de tabaksproducten zelf op de binnenlandse markt worden aangeboden, zijn in ieder geval de strikte bepalingen uit de richtlijn van 2014 inzake verpakking en etikettering van toepassing.

Bij lid 17 wordt in wet nr. 4419/2016 een bepaling ingevoegd betreffende de samenstelling van elektronische sigaretten zonder nicotine, die moet worden gelezen in samenhang met lid 18. De nieuwe bepaling is cruciaal omdat er ondanks het algemene verbod van 2008 op het in de handel brengen van elektronische sigaretten en de gedeeltelijk opheffing van dat verbod van 2016 wat betreft elektronische sigaretten overeenkomstig de richtlijn (d.w.z. nicotinehoudende elektronische sigaretten) in feite al meer dan tien jaar lang producten in de handel worden gebracht die in deze categorie vallen. Heel wat producten zijn zelfs in de handel gebracht en kunnen momenteel in omloop zijn op de Griekse markt zonder dat hierop voorschriften van toepassing zijn. Dit blijkt uit de ontvangen aangiften en meldingen ter zake. Elektronische sigaretten zonder nicotine die in het huidige wetgevingskader ook verboden zijn, worden op de markt voornamelijk aangeprezen als aromatische vloeistoffen, die in de meeste gevallen zoetstoffen, suikers en vergelijkbare stoffen bevatten die door modern wetenschappelijk onderzoek en relevante deskundigenverslagen als bijzonder schadelijk voor de gezondheid worden beschouwd (zie de recente onderzoeken van de universiteiten van North Carolina en Norchester, New York, 2018; WGO-deskundigenverslag FCTC/COP/7/11 getiteld „Electronic Nicotine Delivery Systems and Electronic Non-Nicotine Delivery System; en het verslag van het Office of the U.S. Surgeon General getiteld „E-Cigarette Use Among Youth and Young Adults: A Report of the Surgeon General”, 2016).
Door de opheffing van het verbod op elektronische sigaretten met nicotine uit hoofde van de tenuitvoerlegging van de richtlijn nam de verwarring op de markt verder toe, omdat velen dachten dat het om een totale intrekking van het verbod ging. Dit betekent niet alleen dat elektronische sigaretten zonder nicotine op de markt beschikbaar blijven maar ook dat er geen speciale voorschriften bestaan omtrent hun verpakking, volume, verkoopvorm, toegestane additieven enz. Er is zelfs sprake geweest van gevallen van reclame, sponsoring en aanprijzing van deze producten, die misschien geen nicotine bevatten, maar qua gebruik wel erg vergelijkbaar zijn met traditionele producten – bijvoorbeeld nicotinehoudende sigaretten – waarop de strikte voorschriften uit de richtlijn van toepassing zijn. Ook vandaag de dag komt dit nog voor.
Gezien de omstandigheden die zijn ontstaan op de markt, enerzijds, en de ernstige slag die is toegebracht aan de doeltreffende tenuitvoerlegging van de bepalingen van besluit FCTC/COP/6(9) van de zesde bijeenkomst van de conferentie van de partijen inzake de strikte regulering van alle aspecten van elektronische inhalatoren zonder nicotine (electronic non-nicotine delivery systems – ENNDS) totdat deze worden verboden, anderzijds, wordt dit lid als noodzakelijk beschouwd om de bepalingen op te nemen in de richtlijn, naar het voorbeeld van tal van andere lidstaten.
Dit betekent meer bepaald dat de bepalingen in artikel 20 van de richtlijn, en met name in lid 2 daarvan inzake de verstrekking van informatie volgens de door de Europese Commissie verstrekte procedure, maar ook in lid 3, onder c), d), e) en g), en lid 4, met uitzondering van het bepaalde onder b), punt iii, in verband met gezondheidswaarschuwingen voor elektronische sigaretten met nicotine, in de toekomst tevens zullen worden toegepast op elektronische sigaretten zonder nicotine. In de plaats van de voornoemde gezondheidswaarschuwing zal er worden voorzien in een andere waarschuwing, met dezelfde technische specificaties, die de mogelijke schade voor de gezondheid vermeldt in volledige overeenstemming met de tot dan toe beschikbare gegevens uit onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Deze waarschuwing staat los van en mag niet worden verward met de andere etikettering uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1272/2008 met betrekking tot de afzonderlijke chemische stoffen die een vloeistof zonder nicotine mag bevatten, die blijft gelden.

In lid 18 worden de voorwaarden vastgesteld voor het in de handel brengen van elektronische sigaretten zonder nicotine, waarop het verbod wordt opgeheven om het regelgevend kader ter zake aan te vullen. De bepalingen van artikel 20, lid 5, van de richtlijn inzake het verbod op reclame, sponsoring en aanprijzing ongeacht het gebruikte medium (pers, internet, televisie, radio enz.) worden uitgebreid naar elektronische sigaretten zonder nicotine, met dezelfde rechtsgevolgen die gelden voor elektronische sigaretten met nicotine. Deze bepaling wordt noodzakelijk geacht om al dan niet opzettelijk veroorzaakte verwarring bij consumenten te voorkomen, met name na de volledige opheffing van het verbod, evenals afwijkingen van het verbod op nicotinehoudende sigaretten uit hoofde van de richtlijn via aanprijzings-, reclame- en commerciële activiteiten met betrekking tot elektronische sigaretten zonder nicotine. Rekening houdend met het feit dat deze producten erg populair zijn bij jongeren (met name producten met een bepaald aroma), en dat de gedragsmodellen die daardoor ontstaan aanleiding kunnen geven tot het gebruik van nicotinehoudende en/of traditionele tabaksproducten, is deze bepaling van doorslaggevend belang.
De verplichting voor producenten, importeurs en distributeurs die voortvloeit uit artikel 20, lid 9, wordt tevens uitgebreid naar elektronische sigaretten zonder nicotine om veiligheids- en informatieredenen die eigen zijn aan deze systemen. Ook de bepalingen van lid 11 worden uitgebreid, met uitzondering van de verplichting om de Europese Commissie op de hoogte te stellen.
Tot slot worden ook de bepalingen van artikel 20, lid 6, van de richtlijn, zoals omgezet in nationale wetgeving, uitgebreid naar elektronische sigaretten zonder nicotine. Krachtens deze bepalingen is de grensoverschrijdende verkoop op afstand van elektronische sigaretten vanuit het buitenland aan Griekenland verboden. Onder dezelfde voorwaarden die van toepassing zijn op elektronische sigaretten met nicotine, is de grensoverschrijdende verkoop op afstand in de lidstaten evenwel toegestaan. Met inachtneming van de snelle groei van deze producten op de mondiale markt is het noodzakelijk om deze bepaling in te voeren omdat het niet enkel gaat om de aanwezigheid van nicotine maar ook om andere factoren die schadelijk worden geacht voor de bescherming van de gezondheid tegen het gebruik van elektronische sigaretten.
Er worden tevens uiterst strenge beperkingen opgelegd aan de vorm waarin vloeistoffen zonder nicotine mogen worden verkocht, d.w.z. in speciale verpakkingen, in elektronische sigaretten in de vorm van een wegwerpproduct of in patronen voor eenmalig gebruik, maar dan zonder de specifieke kwantitatieve beperkingen die in de richtlijn zijn vastgesteld voor elektronische sigaretten met nicotine. Deze bepaling en het verbod op de afzonderlijke verkoop en levering van ingrediënten, met inbegrip van aroma's, aan eindconsumenten zodat zij zelf navulvloeistoffen kunnen samenstellen voor elektronische sigaretten, zijn cruciaal om een wijdverbreid probleem doeltreffend te kunnen aanpakken dat zich ook in Griekenland voordoet: de gewoonte van gebruikers om zelf ingrediënten te mengen en zelf elektronische sigaretten te maken. Hierbij wordt rekening gehouden met de conclusies van verslag COM(2016) 269 final van de Commissie, waarin wordt voorgesteld om passende wetgevende maatregelen te treffen op nationaal niveau in samenhang met Richtlijn 2014/40/EU. Aangezien het verbod enkel betrekking heeft op het beoogde gebruik van navulvloeistoffen voor elektronische sigaretten, en andere gebruiksdoeleinden en specifieke detailhandelszaken buiten beschouwing worden gelaten, worden de bepalingen gepast en evenredig met de nagestreefde doelstelling geacht. Bovendien is er voorzien in een gepaste overgangsperiode van zes maanden voor alle bepalingen die betrekking hebben op het in de handel brengen van elektronische sigaretten zonder nicotine, zodat de markt zich probleemloos kan aanpassen. Dezelfde overgangsperiode geldt eveneens voor de verbodsbepalingen met betrekking tot de vermelde tabaks- en aanverwante producten.

Er moet tevens worden opgemerkt dat, gezien de inhoud van artikel 24 van wet nr. 4419 (waarin onder meer wordt verwezen naar elektronische sigaretten en nieuwsoortige tabaksproducten, zonder nadere toelichting, waarop de algemene verbodsbepalingen en beperkingen inzake verkoop, gebruik, reclame, aanprijzing enz. evenals de bepalingen van Richtlijn 2003/33/EG inzake gedrukte media, de radio en de informatiemaatschappij van toepassing zijn), precies dezelfde bepalingen zullen gelden voor apparaten voor nieuwsoortige tabaksproducten en elektronische sigaretten, die in de relevante definities zullen worden opgenomen.


10. Reference Documents - Basic Texts
Verwijzingen naar basisteksten: wet nr. 4419/2016 (Grieks staatsblad, reeks A, nr. 174) inzake harmonisatie van de Griekse wetgeving met Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten.


11. Invocation of the Emergency Procedure
Nee


12. Grounds for the Emergency
-


13. Confidentiality
Nee


14. Fiscal measures
Nee


15. Impact assessment
-


16. TBT and SPS aspects
TBT-aspect

Nee - Het ontwerp heeft geen grote invloed op de internationale handel.

SPS-aspect

Nee - Het ontwerp heeft geen grote invloed op de internationale handel.

**********
Europese Commissie

Contactpunt Richtlijn (EU) 2015/1535
Fax: +32 229 98043
email: grow-dir2015-1535-central@ec.europa.eu

Stakeholders Contributions

The TRIS website makes it easy for you or your organization to share your views on any given notification.
Due to the end of standstill we are currently not accepting any further contributions for this notification via the website.


No contributions were found for this notification