Inséparables
Manger, acheter et vendre du poisson durable

MEDFISH4EVER - Q&A - NL

MEDFISH4EVER - Q&A - NL

  1. Wat is het probleem?

De visbestanden in de Middellandse Zee zijn ernstig teruggelopen. Meer dan 90 % van de geëvalueerde bestanden wordt overbevist, en sommige staan zelfs op instorten. Voor veel van die overbeviste bestanden konden bovendien niet genoeg gegevens verzameld worden: 50 % van de vangsten wordt nog altijd niet wettelijk vastgelegd[i] en 80 % van de aanlandingen komt uit bestanden waarvan gegevens ontbreken[ii]. Het gevolg is een constante daling van werkgelegenheid en inkomsten, gekoppeld aan een zware milieu-impact. De samenleving draagt hiermee de last van jaren wanbeheer. De kosten zijn vooral hoog voor ambachtelijke vaartuigen, die 83 % van de mediterrane vloot uitmaken.

Als de niet-duurzame vangst van gedeelde bronnen aanhoudt, zullen niet alleen de visbestanden maar ook de vissers en gemeenschappen die ervan afhankelijk zijn, de mariene ecosystemen en de culturele tradities op grote schaal instorten. Ondanks alle inspanningen, zoals minimummaten en totale toegestane vangsten, technische voorschriften voor vistuig en vangstpraktijken en vangst- en capaciteitbeperkende maatregelen, hebben deze nog niet de gewenste resultaten opgeleverd.

Deze kritische situatie wordt bevestigd door alle belanghebbenden zoals vissers, marktleiders, wetenschappers en natuurbeschermers, en heeft gevolgen voor het hele Middellandse Zeegebied. Verordeningen zijn er maar zij worden niet goed of slechts vertraagd ten uitvoer gelegd, en het gevolg is dat er nog altijd geen duidelijke resultaten voelbaar zijn. Om terug een duurzame visserijsector op te bouwen, moet er dringend harde actie worden ondernomen, en we hebben allen een aandeel in de verantwoordelijkheid.

  1. Wat zijn de oplossingen?

De eerste stap is dat wij de situatie behoorlijk inschatten en op alle niveaus onze gedeelde verantwoordelijkheid nemen.

De tweede stap is het waarborgen van een sterk politiek leiderschap om de dringende acties te mobiliseren die nodig zijn om een duurzame visserijsector terug op te bouwen. Dit zou tegen 2017 moeten leiden tot een krachtige politieke ministeriële verklaring en effectieve, gecoördineerde initiatieven op nationaal en regionaal niveau, zowel in de Middellandse Zeelanden binnen als buiten de Europese Unie, de ICCAT[1] en de GFCM[2].

Ten derde moeten alle belanghebbenden - van beleidmakers en besluitvormers tot vissers, wetenschappers, ngo’s, managers in onze toeleveringsketen en de burgermaatschappij als geheel - hun engagement en inzet tonen door met geïntegreerde oplossingen op lange termijn een bijdrage te leveren aan duurzaamheid.

  1. Wat gebeurt er als we nu niet in actie komen? En als we dat wel doen?

Als de bestanden onder een bepaald punt dalen, zouden de gevolgen rampzalig en onomkeerbaar kunnen zijn: onvoorspelbare veranderingen in de mariene ecosystemen, grootschalige economische teloorgang van gemeenschappen die afhankelijk zijn van de visserij, en zware sociale nood. De economische en sociale impact als we actie ondernemen zijn veel kleiner dan wat voorspeld wordt als we niets doen.  

Volgens de wetenschappers is het potentieel voor herstel, bijvoorbeeld bij tonijn, nog altijd groot maar we moeten er dan wel voor zorgen dat de vispopulaties zo snel mogelijk opbloeien. Dat zou enorme voordelen opleveren, inclusief hogere en beter voorspelbare opbrengsten, hogere rentabiliteit, werk- en voedselveiligheid, betere milieustatus en -diensten. En dat zou dan vervolgens weer tot een inclusieve en duurzame welvaart leiden.

Als de politieke en industriële belanghebbenden er niet in slagen de duurzaamheid van onze gedeelde mariene biologische hulpbronnen te verzekeren, niettegenstaande het Gemeenschappelijk Visserijbeleid en het Verdrag van Barcelona, zou de Europese Unie zich verplicht zien drastische noodmaatregelen te nemen, zoals visserijsluitingen en boetes (Art.12 van de Verordening (EU) 1380/2013). Voor sommige bestanden zou het waarschijnlijk zelfs al te laat kunnen zijn.

  1. Waar moeten we naar streven?

De allereerste doelstelling moet zijn om de instorting van kritische visbestanden zoals heek of zwaardvis te vermijden door voor een milieuwetenschappelijke en sociaaleconomische benadering te kiezen en op de tenuitvoerlegging van bestaande wetgeving toe te zien. Op middellange termijn is het de bedoeling dat er effectieve maatregelen ontwikkeld en afgedwongen worden om voor altijd te kunnen rekenen op een rendabele en duurzame visserij in een gezonde Middellandse Zee.

Met het oog op de gewenste verbeteringen (van regionaal tot nationaal niveau) moet eerst een diagnose worden gesteld van de voornaamste problemen, gevolgd door de uitvoering van concrete actieplannen, met geloofwaardige instrumenten en bindende termijnen.

Ook al liggen de exacte maatregelen nog niet vast, hun typologie en verwachte resultaten zijn duidelijk:

  1. Betere evaluatie van de bestanden: verzameling, beschikbaarheid en analyse van gegevens
  2. Betere handhaving, controle en bewaking
  3. Regionalisering en gedeeld bestuur
  4. Beperktere milieu-impact
  5. Meerjarige beheersplannen op basis van een ecosysteemaanpak
  6. Meer innovatie en betere technologie, meer selectiviteit en geen teruggooipraktijken
  7. Betere samenwerking onder Middellandse Zeelanden (EU en niet-EU), met name op het vlak van controle en handhaving en wetenschappelijk onderzoek.

 

  1. Wie moet het proces leiden?

De ernst en urgentie van het probleem vereisen een vastberaden politiek leiderschap op het hoogste niveau, ook in alle landen die in de Middellandse Zee vissen. Binnen de Europese Unie zouden de acht lidstaten met een mediterrane kustlijn (Spanje, Frankrijk, Italië, Malta, Slovenië, Kroatië, Griekenland, Cyprus), ondersteund door de EU en de MEDAC[3], het goede voorbeeld moeten geven, vooral in die gebieden waar zij het meeste vissen.

De twee regionale organisaties voor visserijbeheer, GFCM en ICCAT, zouden alle gezamenlijke inspanningen moeten leiden en in het hele gebied moeten toezien op internationale coördinatie en effectieve resultaten.

Brancheorganisaties, onderzoekers en ngo’s kunnen eveneens een belangrijke rol spelen door alle actoren (inclusief consumenten, recreatieve vissers en andere gebruikers van de zee) bij het proces te betrekken en te capaciteren, teneinde de Middellandse Zeevisserij geleidelijk weer duurzaam te maken.

  1. Speelt er nog meer mee?

Overbevissing, wanbeheer en hiaten in de implementatie van de huidige wetgeving op regionaal, nationaal, Europees en internationaal niveau zijn de grootste schuldigen van de huidige situatie van de mediterrane visbestanden en de bijbehorende economische crisis.

Vervuiling, navigatie en andere bronnen van milieubelasting zoals de klimaatverandering en invasieve soorten, zijn echter ook van directe invloed op de overvloed en weerstand van de vispopulaties, en moeten dus tegelijkertijd worden aangepakt.

Andere complementaire maatregelen die een goed bestuur bevorderen (bv. meer transparantie en beschermde gebieden) en marktmechanismen (zoals traceerbaarheid en minimummaten) zijn andere noodzakelijke elementen.

En ten slotte hebben van de visserij afhankelijke gemeenschappen innovatieve en gediversifieerde strategieën voor hun visserijbeheer en duurzame ontwikkeling nodig, als zij niet alleen de vissen en het mariene milieu maar ook het bijbehorende eeuwenoude culturele erfgoed willen beschermen. Projecten als visserijtoerisme, korte trips en andere transversale initiatieven zijn reeds een succes gebleken.

  1. Wat doet de EU?

De EU levert grote inspanningen om de duurzaamheid van de visserij op EU- en wereldniveau te verbeteren. Het Gemeenschappelijk Visserijbeleid van de EU wil dat alle Europese bestanden tegen 2020 geëxploiteerd worden op basis van een maximale duurzame opbrengst en dat alle EU-voertuigen zich aan het GVB houden, waar zij ook vissen.

Na bemoedigende successen in het noordoostelijk deel van Atlantische Oceaan, waar de bestanden langzaamaan toenemen en de branche tegenwoordig hogere winsten behaalt, is de EU vastberaden om een einde te maken aan de overbevissing in de Middellandse Zee, door de belanghebbenden op alle niveaus te verenigen en aanpassingsmaatregelen te ondersteunen met toegankelijke fondsen zoals het EFMZV[4] en het TAIEX[5]-mechanisme van het Europees Nabuurschapsbeleid. Zulke fondsen bestaan voor zowel directe als aanvullende maatregelen, zoals sociaaleconomische programma's, onderzoek, samenwerking en capaciteitsopbouw.

  1. Wat kan ik zelf doen?

We zijn allemaal ten dele verantwoordelijk voor de situatie, en moeten dus allemaal in onze hoedanigheid meewerken om het tij te keren.

Beleidmakers en besluitvormers: Het is van het grootste belang dat zij begrijpen wat er op het spel staat en passende middelen en leiderschap voor dringende oplossingen aandragen.

  • EU-lidstaten: prioritaire vissoorten en vangstgebieden identificeren, precieze maatregelen definiëren om de doelstellingen te verwezenlijken (inclusief bijwerking van de nationale beheersplannen) en erop toezien dat het beleid ook wordt nageleefd.
  • De GFCM, de ICCAT, de MEDAC, het EBVC[6] en andere invloedrijke stakeholders, internationale forums (zoals de FAO[7], de UfM[8]) en financieringsorganisaties (bv. de Wereldbank): helpen prioriteiten en maatregelen vast te stellen, werken op gecoördineerde wijze samen en volgen gemeenschappelijke doelstellingen op het vlak van implementatie en compliance.
  • De Europese Commissie en andere Europese instellingen: definiëren het beleid en een roadmap om het tweeledige doel van een duurzame exploitatie van de visbestanden en betere economische prestaties van de vloten te verwezenlijken.
  • Derde landen: werken met de RVO's[9] (ICCAT en GFCM) samen om de structuur en omvang van hun vloten aan de beschikbare bronnen aan te passen.

Industriële belanghebbenden: Doordat zij de vissers vertegenwoordigen die rechtstreeks bij de exploitatie van biologische hulpbronnen betrokken zijn, en omdat zij gedetailleerde kennis van de reële situatie hebben, kunnen organisaties als Europêche of LIFE[10] een fundamentele rol spelen in het bevorderen van een gezamenlijk beheer en de betrokkenheid van belanghebbenden bij het aandragen van oplossingen.

  • Eerdere succesverhalen op het gebied van samenwerking, zoals het herstelplan voor tonijn, kunnen verdere gezamenlijke acties inspireren.
  • Goede praktijken uit andere regio's en projecten kunnen de weg vrijmaken voor een rendabele en duurzame visserij in de Middellandse Zee.
  • Engagement in de hele toeleveringsketen en de burgermaatschappij kan kostbare steun opleveren voor noodzakelijke aanpassingen. Groot- en kleinhandelaren moeten duurzame producten promoten en producten weigeren die niet in overeenstemming met de regels gevangen worden.
  • Internationale bijeenkomsten zoals die van de GFCM (30 mei 2016) en ICCAT (november 2016) kunnen worden gebruikt om alle bijdragen te harmoniseren.

Wetenschappers en handhavers: Organisaties die zich toeleggen op onderzoek, bewaking en controle zijn eveneens belangrijk, omdat zij een beter onderbouwd management en een transparant en eerlijk speelveld mogelijk maken. Zij kunnen bijvoorbeeld:

  • het aantal geëvalueerde bestanden opvoeren, en waar nodig gebruikmaken van technieken voor evaluaties met beperkte gegevens;
  • samenwerken aan een grotere dekking in ruimte en tijd van wetenschappelijke enquêtes;
  • op regionaal en subregionaal niveau samenwerkingsstrategieën ontwikkelen voor de controle en handhaving tussen Middellandse Zeelanden (EU en niet-EU);
  • managers inzicht verlenen in complexe problemen en hun samenwerking met de stakeholders vergroten teneinde samen innovatieve technieken te ontwikkelen voor een grotere selectiviteit, minder ongewenste bijvangsten en een effectieve bescherming van kwetsbare soorten en habitats.

Ngo’s en burgerorganisaties: Doordat zij de kennis en het bewustzijn helpen vergroten, het milieu helpen beschermen en omdat ze hun gemeenschappen vertegenwoordigen, kunnen zij samenwerking en gezamenlijk beheer stimuleren. Als laatste maar breedste schakel moeten burgers en consumenten overal aan de kust de overgang naar duurzamere modellen ondersteunen teneinde bij te dragen aan sociale innovatie en bescherming van het erfgoed in gebieden die van de visserij afhankelijk zijn.

  • Controle van etiketten: De Europese regelgeving voorziet in een behoorlijke voorlichting en traceerbaarheid, en dat levert weer steun op voor de gemeenschappelijke marktregels en -normen voor producten uit de Middellandse Zee.
  • Promotie van gezonde en verantwoorde consumentenpraktijken.
  • Educatieve en sensibiliseringscampagnes rond de situatie van de visbestanden, gebaseerd op de wetenschap, prestaties van de sector, milieuverantwoording en een geïntegreerd bestuur, kunnen een verdere bijdrage leveren aan het globale succes.

[1] Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijnachtigen in de

Atlantische Oceaan

[2] Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee

[3] Regionale adviesraad voor de Middellandse Zee

[4] Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij

[5] Bureau voor technische bijstand en informatie-uitwisseling

[6] Europees Bureau voor Visserijcontrole

[7] Voedsel- en Landbouworganisatie

[8] Unie voor het Middellandse Zeegebied

[9] Regionale organisaties voor visserijbeheer

[10] Low Impact Fishers of Europe