Afvalstoffenstatistieken

Gegevens geëxtraheerd in mei 2017. Recentste gegevens: Meer informatie van Eurostat, Hoofdtabellen en Databank. Geplande update van het artikel: december 2018.
Tabel 1: Afvalproductie, uitgesplitst naar economische activiteit en huishoudens, 2014
Bron: Eurostat (env_wasgen)
Figuur 1: Afvalproductie, uitgesplitst naar economische activiteit en huishoudens in de EU-28, 2014
(%)
Bron: Eurostat (env_wasgen)
Figuur 2: Afvalproductie, 2014
(kg per inwoner)
Bron: Eurostat (env_wasgen)
Figuur 3: Afvalproductie met uitzondering van de groot mineraal afval, 2004 en 2014
(kg per inwoner)
Bron: Eurostat (env_wasgen)
Tabel 2: Afvalproductie met uitzondering van groot mineraal afval in de EU-28, 2004-2014
Bron: Eurostat (env_wasgen)
Figuur 4: Geproduceerd gevaarlijk afval, 2010 en 2014
(% van totaal afval)
Bron: Eurostat (env_wasgen)
Tabel 3: Afvalverwerking, 2014
Bron: Eurostat (env_wastrt)
Figuur 5: Ontwikkeling van afvalverwerking, EU-28, 2004-2014
(2004 = 100)
Bron: Eurostat (env_wastrt)
Figuur 6: Verwerking van gevaarlijk afval, 2014
(duizend ton)
Bron: Eurostat (env_wastrt)
Figuur 7: Verwerking van gevaarlijk afval, 2014
(kg per inwoner)
Bron: Eurostat (env_wastrt)

Dit artikel geeft een overzicht van de afvalproductie en -verwerking in de Europese Unie (EU) en verschillende landen buiten de EU. Het is uitsluitend gebaseerd op gegevens die zijn verzameld volgens Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffenstatistieken.

Afvalstoffen, gedefinieerd door Richtlijn 2008/98/EG, artikel 3, lid 1, als "elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen" vormen een enorm potentieel verlies aan grondstoffen in de vorm van materiaal en energie. Daarnaast kan afvalbeheer en –verwijdering vergaande gevolgen hebben voor het milieu. Een stortplaats neemt bijvoorbeeld ruimte in en kan lucht-, water- en bodemverontreiniging veroorzaken, terwijl verbranding kan leiden tot luchtvervuilende uitstoot.

Het EU-beleid op het gebied van afvalbeheer is er daarom op gericht de gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid van afval te verminderen en de grondstoffenefficiëntie in de EU te verbeteren. Op lange termijn is het doel van dit beleid om de hoeveelheid geproduceerd afval te verminderen en wanneer afvalproductie onvermijdelijk is, te bevorderen dat dit afval als grondstof wordt gebruikt en ervoor te zorgen dat recycling en veilige afvalverwijdering op grotere schaal worden toegepast.

Belangrijkste statistische resultaten

Totale productie van afvalstoffen

In 2014 bedroeg de totale afvalproductie van alle economische activiteiten en huishoudens in de EU-28 2 503 miljoen ton. Dit was de grootste gemeten hoeveelheid in de EU-28 in de periode 2004-2014 (er is uitsluitend voor even jaren een tijdreeks).

Zoals te verwachten is, hangt de totale afvalproductie in enige mate samen met de omvang van de bevolking en de economische activiteiten van een land. In tabel 1 hebben de kleinste EU-lidstaten over het algemeen de kleinste afvalproductie en de grotere lidstaten de grootste. Er werd echter relatief veel afval geproduceerd in Roemenië en Bulgarije, en relatief weinig in Italië.

Het aandeel van verschillende economische activiteiten en van huishoudens in de totale afvalproductie in 2014 is weergegeven in figuur 1. In de EU-28 produceerde de bouw 34,7 % van het totaal in 2014, gevolgd door delfstoffenwinning (28,2 %), industrie (10.2 %), afval- en waterdiensten (9,1 %) en huishoudens (8,3 %). De overblijvende 9,5 % was afvalproductie van andere economische activiteiten, met name dienstverlening (3,9 %) en energie (3,7 %).

Figuur 2 toont een analyse van de hoeveelheid afval die in gestandaardiseerde vorm wordt geproduceerd, in verhouding tot de bevolkingsgrootte. Het is duidelijk te zien dat in sommige kleinere EU-lidstaten veel afval wordt geproduceerd, met name in Bulgarije waar in 2014 gemiddeld 24,9 ton afval per bewoner werd geproduceerd; dit was vijf keer het gemiddelde voor de EU-28 van 4,9 ton per inwoner. Verschillende lidstaten met een bijzonder hoge afvalproductie per inwoner gaven zeer hoge percentages afval uit delfstoffenwinning op. In andere lidstaten leverden bouw en sloop een grote bijdrage. Veel van het afval van delfstoffenwinning, en van bouw en sloop, wordt aangemerkt als groot mineraal afval: de analyse in figuur 2 maakt een onderscheid tussen groot mineraal afval en andere soorten afval. Bijna twee derde (64 % of 3,2 ton per inwoner) van de totale afvalproductie in de EU-28 in 2014 bestond uit groot mineraal afval. Het relatieve aandeel van groot mineraal afval in de totale afvalproductie verschilde sterk per EU-lidstaat. Dit is mogelijk, ten minste ten dele, een weerspiegeling van de verscheidenheid aan economische structuren. Over het algemeen waren de lidstaten met een omvangrijke delfstoffenwinning (zoals Bulgarije, Zweden, Roemenië en Finland) of bouw- en sloopactiviteiten (zoals Luxemburg), de lidstaten waarin groot mineraal afval een belangrijk aandeel in de afvalproductie vormden. In deze lidstaten vormde groot mineraal afval 85 % van al het geproduceerde afval. Dit was ook het geval in Liechtenstein en Servië. In Kroatië, Portugal en België maakte groot mineraal afval minder dan een vijfde van de totale afvalproductie uit. Dit was ook het geval in Noorwegen, Turkije, Bosnië en Herzegovina (gegevens over 2012), de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en IJsland (gegevens over 2012).

Afvalproductie met uitzondering van groot mineraal afval

De EU-28 produceerden in 2014 891 miljoen ton afval, met uitzondering van groot mineraal afval, oftewel 36 % van de totale afvalproductie (tabel 2). Uitgedrukt in verhouding tot de bevolking bedroeg de afvalproductie in de EU-28 in 2014, met uitzondering van groot mineraal afval, 1,8 ton per inwoner (figuur 3). Terwijl de hoeveelheid afval, met uitzondering van groot mineraal afval, tussen 2004 en 2014 met 5,3 % is gedaald, is de hoeveelheid per inwoner gedaald met 8,0 % (doordat de bevolking van de EU tijdens deze periode is gegroeid).

Tussen de lidstaten van de EU varieerde de afvalproductie met uitzondering van groot mineraal afval in 2014 van gemiddeld 723 kg per inwoner in Kroatië tot 9,5 ton per inwoner in Estland. De hoge afvalproductie in Estland wordt veroorzaakt door energieproductie uit oliehoudende schalie.

Tabel 2 toont de ontwikkeling van de afvalproductie in de EU-28, met uitzondering van groot mineraal afval, per economische activiteit. In 2014 werden de hoogste afvalproductieniveaus opgetekend voor water- en afvaldiensten, voor huishoudens en de industrie (208 , 204 en 184 miljoen ton). Deze niveaus hebben in de loop der tijd uiteenlopende ontwikkelingen doorgemaakt: Afvalproductie (met uitzondering van groot mineraal afval) door water- en afvaldiensten nam tussen 2004 en 2014 toe met 87,7 %. De afvalproductie (met uitzondering van groot mineraal afval) in de bouw groeide ook snel (met 57,2 % in de gehele bestudeerde periode). De afvalproductie (met uitzondering van groot mineraal afval) door huishoudens en energieproductie bleef echter vrij stabiel. Afval (met uitzondering van groot mineraal afval) van landbouw, bosbouw en visserij daalde met 68,7 % en die van de industrie met 32,2 %. De hoeveelheid afval (met uitzondering van groot mineraal afval) van delfstoffenwinning en van andere bedrijfstakken daalde ook aanzienlijk, met bijna een kwart (respectievelijk 24,1 % en 22,7 %).

Productie van gevaarlijke afvalstoffen

Gevaarlijke afvalstoffen kunnen een groot gevaar vormen voor de gezondheid van de mens en voor het milieu, als zij niet op veilige wijze worden beheerd en verwijderd. Van het afval dat in 2014 in de EU-28 werd geproduceerd, werd ongeveer 95,0 miljoen ton (3,8 % van het totaal) aangemerkt als gevaarlijk afval.

In vergelijking met 2010 werd er in 2014 2,2 % meer niet-gevaarlijk afval geproduceerd in de EU-28, en 2,8 % minder gevaarlijk afval. De hoeveelheid gevaarlijk afval nam af van 97,8 tot 95,0 miljoen ton. In 2014 was het aandeel van gevaarlijk afval in de totale afvalproductie kleiner dan 9,0 % in alle EU-lidstaten behalve Estland, waar dit aandeel 47,7 % bedroeg (zie figuur 7). Het zeer hoge aandeel in Estland was voornamelijk te wijten aan energieproductie uit oliehoudende schalie. Van de derde landen in figuur 4 registreerde Servië het hoogste aandeel gevaarlijk afval in de totale afvalproductie (27,4 %) vanwege intensieve delfstoffenwinning, gevolgd door Montenegro (24,4 %), Bosnië en Herzegovina (21,2 %, gegevens over 2012) en Noorwegen (11,7 %).

Afvalverwerking

In 2014 werd in de EU-28 ongeveer 2 320 miljoen ton afval verwerkt (zie tabel 3). Dit is inclusief in de EU ingevoerd afval. De gemelde hoeveelheden zijn daarom niet direct vergelijkbaar met de cijfers over afvalproductie.

Bijna de helft (47,4 %) van het afval dat in 2014 in de EU-28 werd verwerkt, werd op andere wijze verwerkt dan door verbranding (storten). Nog eens 36,2 % van het in 2014 in de EU-28 verwerkte afval werd aangeboden voor nuttige toepassing (andere dan energieterugwinning en als opvulmateriaal (ter vereenvoudiging aangeduid als recycling). Iets meer dan een tiende (10,2 %) van het in de EU-28 verwerkte afval werd gebruikt als opvulmateriaal, en de rest werd aangeboden voor verbranding, met of zonder energieterugwinning (respectievelijk 4,7 % en 1,5 %). Er waren aanzienlijke verschillen tussen de EU-lidstaten te zien in het gebruik van de verschillende verwerkingsmethoden. In sommige lidstaten werd bijvoorbeeld zeer veel gerecycled (Italië en België), terwijl in andere veel afval werd gestort (Bulgarije, Roemenië, Griekenland, Zweden en Finland).

Figuur 5 toont de ontwikkeling van de afvalverwerking in de EU-28 naar verwerkingsmethode in de periode van 2004 tot en met 2014. De hoeveelheid afval die door middel van verwijdering werd verwerkt, was in 2014 1,7 % lager dan in 2004; het aandeel ervan in de totale afvalverwerking daalde van 54,6 % naar 48,9 %. De hoeveelheid teruggewonnen afval, dus afval dat werd verbrand met terugwinning van energie, gerecycled of gebruikt als opvulling (herstel van afgravingen, of voor de veiligheid of om civieltechnische redenen bij de landschapsaanleg) groeide met 23,4 %, van 960 miljoen ton in 2004 tot 1 185 miljoen ton in 2014; als gevolg daarvan steeg het aandeel van nuttige toepassing in de totale afvalverwerking van 45,4 % in 2004 tot 51,1 % in 2014.

In totaal werd er in de EU-28 in 2014 75,6 miljoen ton gevaarlijk afval verwerkt. Meer dan de helft hiervan werd verwerkt in slechts drie lidstaten: Duitsland (27,2 %), Bulgarije (16,1 %) en Estland (13,6 %)(figuur 6).

Bijna de helft (49,0 %) van het in de EU-28 verwerkte gevaarlijke afval werd gestort, dat wil zeggen opgeslagen in of op de grond, of verwerkt op land en geloosd in het water, gelijk aan 73 kg per inwoner (figuur 7). Ongeveer 6,0 % van al het gevaarlijke afval werd verbrand zonder energieterugwinning (9 kg per inwoner) en daarnaast werd 7,4 % verbrand met energieterugwinning (11 kg per inwoner). In 2014 werd meer dan een derde (37,5 %) van het gevaarlijk afval in de EU-28 herwonnen (door recycling of opvullen), dat wil zeggen 56 kg per inwoner.

Gegevensbronnen en -beschikbaarheid

Om toezicht te kunnen houden op de toepassing van het afvalstoffenbeleid, en met name op de naleving van de beginselen van nuttige toepassing en veilige verwijdering, is er behoefte aan betrouwbare statistieken over de productie en het beheer van bedrijfsafval en huishoudelijk afval. In 2002 werd Verordening (EG) nr. 2150/2002 betreffende afvalstoffenstatistieken aangenomen, waarin een kader werd geschapen voor geharmoniseerde communautaire statistieken op het gebied van afvalstoffen.

Vanaf het referentiejaar 2004 moeten de EU-lidstaten volgens de verordening om de twee jaar gegevens verstrekken over de productie, de nuttige toepassing en de verwijdering van afvalstoffen. Er zijn nu gegevens over afvalproductie en -verwerking beschikbaar voor de even referentiejaren van 2004 tot en met 2014.

Context

Het EU-beleid op het gebied van afvalbeheer streeft ernaar de gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid van afval te verminderen en de grondstoffenefficiëntie in de EU te verbeteren. Het langetermijndoel is om Europa te veranderen in een recyclingmaatschappij, waar afval wordt vermeden en waar onvermijdbaar afval waar mogelijk als grondstof wordt gebruikt. Het doel is om veel meer te recyclen en om de winning van meer natuurlijke hulpbronnen te minimaliseren. Een goed afvalbeheer is belangrijk voor grondstoffenefficiëntie en duurzame groei van de Europese economieën. Zie voor meer informatie the Europe 2020 strategy (in het Engels).

In de herziene Kaderrichtlijn afvalstoffen uit 2008 is een vijfstappenplan voor afvalhiërarchie opgenomen, waarbij preventie het beste alternatief is, gevolgd door hergebruik, recycling en andere vormen van nuttige toepassing, met verwijdering zoals storten als laatste optie. In overeenstemming met deze hiërarchie stelt het 7th Environment Action Programme (in het Engels) de volgende prioriteiten vast voor het EU-afvalbeleid:

  • de afvalproductie terugdringen;
  • recycling en hergebruik maximaliseren;
  • verbranding beperken tot niet-recycleerbare materialen;
  • het storten van afval beperken tot niet-recycleerbare en niet nuttig toe te passen afvalstoffen;
  • volledige uitvoering van de afvalbeleidsdoelstellingen in alle EU-lidstaten waarborgen.

De afvalbeheersector levert bovendien de tweede belangrijkste bijdrage aan de werkgelegenheidsgroei in de milieusector, zoals blijkt uit verslagen uit de sector milieugoederen en -diensten (environmental goods and services, EGSS). Zie voor meer informatie het artikel Environmental economy – statistics on employment and growth (in het Engels).

Zie ook

Meer informatie van Eurostat

Publicaties

Hoofdtabellen

  • Waste (t_env_was) (in het Engels), zie:
Waste generation and treatment (t_env_wasgt) (in het Engels)

Databank

  • Waste (env_was) (in het Engels), zie:
Waste generation and treatment (env_wasgt) (in het Engels)

Speciale sectie

Methodologie / Metadata

Brongegevens voor de tabellen en figuren (MS Excel)

Andere informatie

Externe links