Toerismestatistieken


Gegevens geëxtraheerd in december 2017. Recente gegevens: Meer informatie van Eurostat, Hoofdtabellen en Databank. Geplande update van het artikel: juli 2019. De versie in het Engels is recenter.


Tabel 1: Logiesverstrekkende bedrijven, 2016
Bron: Eurostat (tour_cap_nat) en (tour_occ_ninat)
Figuur 1: Trends in overnachtingen bij logiesverstrekkende bedrijven in de EU-28, 2005-2016
(index 2005 = 100)
Bron: Eurostat (tour_occ_ninat)
Figuur 2: Toeristische bestemmingen – aantal overnachtingen in logiesverstrekkende bedrijven, 2016
(miljoen overnachtingen door niet-ingezetenen)
Bron: Eurostat (tour_occ_ninat)
Figuur 3: Aandeel overnachtingen bij logiesverstrekkende bedrijven in de EU-28 door toeristen op buitenlandse reizen, 2016
(% van alle overnachtingen in logiesverstrekkende bedrijven in de EU-28)
Bron: Eurostat (tour_occ_ninat)
Figuur 4: Toerisme-intensiteit, 2016
(aantal overnachtingen door ingezetenen en niet-ingezetenen in logiesverstrekkende bedrijven, per inwoner)
Source: Eurostat (tour_occ_ninat)
Figuur 5: Deel van de bevolking dat deelneemt aan toerisme, 2016
(% van de bevolking van 15 jaar en ouder)
Bron: Eurostat (tour_dem_tttot)
Tabel 2: Toeristische reizen door ingezetenen (15 jaar en ouder), 2016
Bron: Eurostat (tour_dem_tttot) en (tour_dem_totot)
Figuur 6: Aandeel overnachtingen op buitenlandse reizen van Europeanen, per land van herkomst, 2016
(% overnachtingen in het buitenland door ingezetenen van de EU-28)
Bron: Eurostat (tour_dem_tntot)
Figuur 7: Land van oorsprong voor uitgaande toeristische reizen, 2016
(gemiddeld aantal overnachtingen in het buitenland per inwoner van 15 jaar en ouder)
Bron: Eurostat (tour_dem_tntot) en (demo_pjanbroad)
Tabel 3: Inkomsten en uitgaven met betrekking tot toerisme op de betalingsbalans, 2011 2016
Bron: Eurostat (bop_c6_q), (bop_eu6_q) en (nama_10_gdp)

Dit artikel bevat informatie over recente statistieken met betrekking tot het toerisme in de Europese Unie (EU). Het toerisme speelt een belangrijke rol in de EU, niet alleen voor de economie en de werkgelegenheid, maar ook vanwege de belangrijke maatschappelijke rol en de impact die het heeft op het milieu. Toerismestatistiek wordt niet alleen gebruikt voor het monitoren van het toerismebeleid van de EU, maar ook van haar regionale beleid en dat voor duurzame ontwikkeling.

In 2014 behoorde één op de tien ondernemingen in de Europese niet-financiële sectoren van het bedrijfsleven tot de toeristische sector. Deze 2,3 miljoen ondernemingen hadden naar schatting 12,3 miljoen werknemers in dienst. De ondernemingen in sectoren met toerismegerelateerde activiteiten boden werk aan 9,1 % van de werknemers in de niet-financiële sectoren van het bedrijfsleven en aan 21,5 % van de werknemers in de dienstensector. Het aandeel van de toeristische sector in de totale omzet en toegevoegde waarde tegen factorkosten was relatief lager: de sector was goed voor 3,7 % van de omzet en 5,6 % van de toegevoegde waarde van de niet-financiële bedrijfseconomie.

Belangrijkste statistische resultaten

Een derde van alle bedden in de EU-28 bevindt zich in Frankrijk en Italië

Naar schatting waren in 2016 meer dan 608 duizend logiesverstrekkende bedrijven actief in de EU-28, die tezamen voorzagen in bijna 31 miljoen bedden (zie tabel 1). Bijna een derde (32,2 %) van alle bedden in de EU-28 bevonden zich in maar twee van de EU-lidstaten, namelijk Frankrijk (5,1 miljoen bedden) en Italië (4,9 miljoen bedden), gevolgd door het Verenigd Koninkrijk, Spanje en Duitsland.

In de afgelopen jaren is over het algemeen een opwaartse tendens waarneembaar in het aantal overnachtingen in logiesverstrekkende bedrijven (zie figuur 1). In 2008 en 2009 vond echter een kortstondige daling in het aantal overnachtingen in logiesverstrekkende bedrijven plaats als gevolg van de financiële en economische crisis: het aantal toeristische overnachtingen in de EU-28 daalde in 2008 met 0,6 % en in 2009 met nog eens 2,0 %. In 2010 steeg het aantal overnachtingen echter weer, en in 2016 werd een piek van 2,9 miljard overnachtingen bereikt, dit was aan stijging van 3,0 % in vergelijking met 2015.

Meer dan de helft (55,7 %) van het totale aantal overnachtingen van niet-ingezetenen in de EU-28 werd doorgebracht in Spanje, Italië, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk

In 2016 was Spanje de meest bezochte toeristische bestemming in de EU voor niet-ingezetenen (mensen die buiten hun land reizen), met 295 miljoen overnachtingen in logiesverstrekkende bedrijven ofwel 22,2 % van het totaal voor de EU-28 (zie figuur 2 en figuur 3). Meer dan 7 van de 10 van deze 295 miljoen overnachtingen in Spanje waren geconcentreerd in drie gebieden: Canarische eilanden, Balearen en Catalonië.

De vier populairste bestemmingen in de EU voor niet-ingezetenen waren Spanje, Italië (199 miljoen overnachtingen), Frankrijk (124 miljoen overnachtingen) en het Verenigd Koninkrijk (119 miljoen overnachtingen, schatting op basis van maandelijkse gegevens uit 2016). Samen zijn deze landen goed voor meer dan de helft (55,7 %) van het totale aantal overnachtingen door niet-ingezetenen in de EU-28. De minst bezochte bestemmingen waren Luxemburg en Letland; bij de interpretatie van deze cijfers moet echter de grootte van deze lidstaten in aanmerking worden genomen.

Het aantal overnachtingen (door ingezetenen en niet-ingezetenen) kan worden afgezet tegen het aantal inwoners van elk land, waardoor een indicator van de toerisme-intensiteit wordt verkregen. Op grond van deze maatstaf waren in 2016 de mediterrane bestemmingen Malta, Kroatië en Cyprus, alsook de alpiene en stedelijke bestemmingen in Oostenrijk de populairste toeristische bestemmingen in de EU-28 (zie figuur 4); aan de hand van deze maatstaf van toerisme-intensiteit waren ook IJsland en Montenegro populaire bestemmingen.

62 % van de EU-ingezetenen heeft deelgenomen aan het toerisme, met 1,2 miljard reizen

Naar schatting nam 62,1 % van de bevolking van de EU-28 van 15 jaar en ouder in 2016 voor persoonlijke doeleinden deel aan het toerisme, met andere woorden, zij hebben tijdens het jaar ten minste één toeristische reis voor persoonlijke doeleinden gemaakt. Ook hier zijn er grote verschillen tussen de EU-lidstaten, met een participatiegraad van 23,7 % in Roemenië tot 88,9 % in Finland (zie figuur 5).

Ingezetenen (van 15 jaar en ouder) uit de EU-28 hebben naar schatting 1,2 miljard toeristische reizen gemaakt in 2016, voor persoonlijke of zakelijke doeleinden. Het grootste deel (58,0 %) van het totaal aantal reizen waren korte reizen van één tot drie overnachtingen (zie tabel 2), terwijl driekwart (74,4 %) van alle reizen een binnenlandse bestemming had, en de overige reizen een buitenlandse bestemming.

In sommige EU-lidstaten had meer dan de helft van het totale aantal toeristische reizen in 2016 een buitenlandse bestemming; dit was het geval voor Luxemburg, België, Malta en Slovenië (evenals Zwitserland). Minder dan 10 % echter van de reizen door ingezetenen van Roemenië en Spanje had een buitenlandse bestemming. De grootte en de geografische ligging van de lidstaat lijken hierbij een factor te zijn (de inwoners van kleinere en noordelijke landen zijn meer geneigd om naar het buitenland te reizen).

Ingezetenen van de EU hadden een voorkeur voor reizen in de zomermaanden; bijna 1 op de 4 reizen werd gemaakt in juli of augustus.

Ingezetenen van Duitsland en het Verenigd Koninkrijk waren goed voor meer dan de helft van het totale aantal overnachtingen in het buitenland door ingezetenen van de EU-28

De ingezetenen van de EU-28 hebben tijdens toeristische reizen in 2016 naar schatting 2,6 miljard nachten in het buitenland doorgebracht (zie figuur 6). Duitse ingezetenen brachten in 2016 771 miljoen nachten tijdens reizen buiten Duitsland door, terwijl de ingezetenen van het Verenigd Koninkrijk 564 miljoen overnachtingen in het buitenland doorbrachten (gegevens voor het VK uit 2013). De ingezetenen van die twee lidstaten waren goed voor meer dan de helft (51,3 %) van het totale aantal overnachtingen in het buitenland door ingezetenen van de EU-28.

Wanneer rekening wordt gehouden met het aantal inwoners, was Luxemburg de lidstaat met de meeste buitenlandse overnachtingen per inwoner (gemiddeld 22,3 overnachtingen in 2016), gevolgd door Cyprus (18,7 overnachtingen). Aan het andere uiteinde van het spectrum brachten de inwoners van Roemenië, Bulgarije en Griekenland in 2016 gemiddeld minder dan één nacht in het buitenland door (zie figuur 7).

Duitsers gaven het meeste geld uit op internationale reizen

Het economische belang van het internationale toerisme kan worden gemeten door te kijken naar de verhouding tussen de inkomsten uit het internationale reisverkeer ten opzichte van het bbp; deze gegevens worden verkregen uit betalingsbalansstatistieken en omvatten zowel zakenreizen als plezierreizen. In 2016 was de verhouding tussen inkomsten uit toerisme ten opzichte van het bbp in de EU-lidstaten het hoogst in Kroatië (18,6 %), Cyprus (13,7 %) en Malta (13,2 %), waarmee het belang van toerisme voor deze landen wordt bevestigd (zie tabel 3). In absolute cijfers werden in 2016 de hoogste inkomsten uit internationaal reisverkeer geregistreerd in Spanje (54,7 miljard EUR), Frankrijk (38,3 miljard EUR) en het Verenigd Koninkrijk (37,4 miljard), gevolgd door Italië (36,4 miljard) en Duitsland (33,8 miljard).

Duitsland registreerde de hoogste uitgaven voor internationaal reisverkeer, in totaal 72,1 miljard EUR in 2016, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk (58,4 miljard EUR) en Frankrijk (36,5 miljard EUR).

Spanje was de EU-lidstaat met de hoogste netto-inkomsten uit het reisverkeer in 2016 (37,2 miljard EUR), terwijl Duitsland het grootste tekort registreerde ( 38,3 miljard EUR).

Gegevensbronnen en -beschikbaarheid

Voor de statistiek wordt onder toerisme verstaan de activiteit van bezoekers die gedurende minder dan een jaar een bezoek brengen aan een bestemming buiten hun gebruikelijke omgeving. Het doel van het bezoek kan velerlei zijn, bijvoorbeeld zaken, vrijetijdsbesteding of andere persoonlijke redenen dan om voor een in de bezochte plaats wonende persoon of voor een daar gevestigd huishouden of bedrijf te gaan werken.

In juli 2011 hebben het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie de nieuwe Verordening 692/2011 goedgekeurd betreffende Europese statistieken over toerisme en tot intrekking van Richtlijn 95/57/EG van de Raad; deze is in werking getreden voor het referentiejaar 2012 en verlangt van de EU-lidstaten dat zij regelmatig een reeks vergelijkbare toerismestatistieken verstrekken.

De toerismestatistieken in de Europese Unie bestaan uit twee hoofdcomponenten: enerzijds statistieken over de capaciteit en bezetting van collectieve logiesverstrekkende bedrijven, anderzijds statistieken over de toeristische vraag. De gegevens over capaciteit en bezetting worden in de meeste EU-lidstaten verzameld via enquêtes bij logiesverstrekkende bedrijven, die over de toeristische vraag vooral via reizigersenquêtes aan grensovergangen of via enquêtes bij huishoudens.

De statistieken over de capaciteit van collectieve logiesverstrekkende bedrijven omvatten gegevens over het aantal bedrijven, het aantal kamers en het aantal bedden. Deze statistieken worden jaarlijks per type bedrijf en per regio opgesteld. Bij de statistieken over de bezetting van collectieve logiesverstrekkende bedrijven gaat het om het aantal aankomsten (in logiesverstrekkende bedrijven) en het aantal overnachtingen door ingezetenen en niet-ingezetenen, uitgesplitst naar type bedrijf of naar regio; er zijn jaarlijkse en maandelijkse statistische reeksen beschikbaar. Bovendien worden er statistieken over het gebruik van slaapkamers en bedden (bezettingsgraad) opgesteld.

Er worden statistieken verzameld over de toeristische vraag ten opzichte van het aantal toeristische reizen (en het aantal overnachtingen gedurende die reizen), onderverdeeld naar:

  • land van bestemming;
  • doel;
  • duur van het verblijf;
  • type accommodatie;
  • maand van vertrek;
  • vervoerswijze;
  • uitgaven.

De gegevens worden tevens geanalyseerd op de sociaal-demografische kenmerken van de toerist:

  • geslacht;
  • leeftijdsgroep;
  • bereikt opleidingsniveau (facultatief);
  • gezinsinkomen (facultatief);
  • activiteit (facultatief).

Tot 2013 werden er toerismestatistieken bijgehouden vanaf ten minste één overnachting; met ingang van het referentiejaar 2014 worden uitgaande dagtochten ook in de officiële Europese statistieken opgenomen. Deze gegevens worden binnenkort geanalyseerd in een nieuw artikel in de reeks van "Statistics explained".

Er kunnen ook gegevens uit andere officiële bronnen worden gebruikt om het toerisme te bestuderen. Daarbij gaat het onder meer om de volgende gegevens:

  • structurele bedrijfsstatistieken (SBS) en kortetermijnbedrijfsstatistieken (STS) die kunnen worden gebruikt voor aanvullende gegevens over toeristenstromen en over de economische prestaties van bepaalde sectoren die met het toerisme verband houden;
  • data on employment in the tourism accommodation sector from the arbeidskrachtenenquête (LFS), geanalyseerd naar arbeidstijd (voltijds/deeltijds), werkstatus, leeftijd, opleidingsniveau, geslacht, duur van het dienstverband en anciënniteit bij dezelfde werkgever (jaar- en kwartaalgegevens);
  • gegevens over de inkomsten en uitgaven in verband met privéreizen op de betalingsbalans;
  • vervoerstatistieken (bijvoorbeeld luchtvervoer van passagiers).

Context

Volgens een publicatie van de Wereldorganisatie voor Toerisme van de Verenigde Naties (UNWTO) getiteld "Tourism highlights" is de Europese Unie een belangrijke toeristische bestemming en behoorden vijf lidstaten in 2015 tot de tien meest bezochte bestemmingen wereldwijd. Het toerisme kan een positieve bijdrage leveren aan de werkgelegenheid en de economische groei alsook aan de ontwikkeling in plattelandsgebieden en perifere of minder ontwikkelde regio's. Er bestaat behoefte aan betrouwbare en geharmoniseerde toerismestatistieken binnen de sector zelf, maar ook in de ruimere context van het regionaal en duurzameontwikkelingsbeleid.

Het toerisme kan een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van de Europese regio's. Infrastructuur voor toeristische doeleinden draagt bij tot de plaatselijke ontwikkeling en creëert of behoudt werkgelegenheid die het banenverlies door de teloorgang van industrie of platteland kan helpen opvangen. Duurzaam toerisme omvat behoud en verbetering van het cultureel en natuurlijk erfgoed, van kunst tot plaatselijke gastronomie of het behoud van de biodiversiteit.

In 2006 heeft de Europese Commissie haar goedkeuring gehecht aan een mededeling getiteld "Een nieuw EU-toerismebeleid: naar een sterker partnerschap voor het Europees toerisme" (COM(2006) 134 def.). Deze behandelt een reeks uitdagingen die het toerisme in de komende jaren zullen bepalen, waaronder de vergrijzing in Europa, de groeiende concurrentie uit de rest van de wereld, de vraag van de consument naar meer gespecialiseerd toerisme en de noodzaak duurzamere en milieuvriendelijkere toeristische praktijken te ontwikkelen. Een concurrerender toeristisch aanbod en duurzame bestemmingen zouden bijdragen tot een grotere klanttevredenheid bij de toeristen en de positie van Europa als de belangrijkste toeristische bestemming in de wereld helpen bevestigen. In oktober 2007 werd deze mededeling gevolgd door een andere, getiteld "Een agenda voor een duurzaam en concurrerend Europees toerisme" (COM(2007) 621 def.), waarin acties worden voorgesteld in verband met een duurzaam beheer van de bestemmingen, de integratie van aspecten van duurzame ontwikkeling in het bedrijfsleven en de bewustmaking van toeristen.

In het Verdrag van Lissabon wordt het belang van het toerisme erkend: de EU wordt op dit gebied exclusieve bevoegdheid verleend en besluiten kunnen met gekwalificeerde meerderheid van stemmen worden genomen. In een artikel in het Verdrag staat dat de EU "het optreden van de lidstaten in de toerismesector [zal aanvullen], met name door bevordering van het concurrentievermogen van de ondernemingen van de Unie in die sector". "Europa, toeristische topbestemming in de wereld — een nieuw beleidskader voor het toerisme in Europa" (COM(2010) 352 def.) is in juni 2010 door de Europese Commissie goedgekeurd. Met deze mededeling wil de Europese Commissie een gecoördineerde aanpak voor initiatieven op het gebied van toerisme bevorderen en heeft zij een nieuw actiekader vastgesteld om het concurrentievermogen van het toerisme en de capaciteit ervan voor duurzame ontwikkeling te vergroten. Ook werd een aantal Europese en multinationale initiatieven voorgesteld om deze doelstellingen te bereiken, waaronder consolidatie van de sociaaleconomische kennisbasis.

Zie ook

Meer informatie van Eurostat

Publicaties

Hoofdtabellen

Databank

Speciale sectie

Methodologie / Metadata

Brongegevens voor de tabellen en figuren (MS Excel)

Andere informatie

Externe links