Statistieken over migratie en migrantenbevolking


Gegevens geëxtraheerd in maart 2018.

Geplande update van het artikel: juli 2019.

De versie in het Engels is recenter.

Belangrijkste punten
In 2016 immigreerden twee miljoen staatsburgers uit derde landen naar de EU.
De EU-lidstaten hebben in 2016 aan bijna 1 miljoen personen het staatsburgerschap verleend.

Immigrants, 2016

Dit artikel gaat over de EU-statistieken met betrekking tot internationale migratie (stromen) en het aantal nationale en niet-nationale staatsburgers in de bevolking (bevolkingsbestanden), en bevat tevens gegevens met betrekking tot naturalisatie. Migratie wordt beïnvloed door een combinatie van economische, ecologische, politieke en sociale factoren: hetzij in het land van oorsprong van de migrant (pushfactoren), hetzij in het land van bestemming (pullfactoren). Vermoedelijk hebben de relatieve economische welvaart en politieke stabiliteit van de EU vanouds een grote aantrekkingskracht op immigranten uitgeoefend.

In de landen van bestemming wordt internationale migratie soms gebruikt om specifieke tekorten op de arbeidsmarkt op te vangen. Niettemin is het bijna zeker dat migratie alleen niet voldoende is om een halt toe te roepen aan de toenemende vergrijzing in vele delen van de EU.


Volledig artikel

Migratiestromen: twee miljoen immigranten uit derde landen

In 2016 zijn circa 4,3 miljoen mensen naar een van de EU-28-lidstaten geïmmigreerd, terwijl ten minste 3,0 miljoen mensen uit een EU-lidstaat zijn geëmigreerd. Deze totaalcijfers geven niet de migratiestromen naar en uit de EU als geheel weer omdat ook de stromen tussen EU-lidstaten zijn inbegrepen.

Onder deze 4,3 miljoen immigranten in 2016 bevonden zich naar schatting 2,0 miljoen staatsburgers van derde landen, 1,3 miljoen staatsburgers van een andere EU-lidstaat dan die waarnaar ze immigreerden, ongeveer 929 000 mensen die naar een EU-lidstaat waren gemigreerd waarvan zij het staatsburgerschap hadden (bijvoorbeeld de terugkeer van staatsburgers of in het buitenland geboren staatsburgers), en rond 16 000 staatlozen.

Tabel 1: Immigratie naar staatsburgerschap, 2016
Bron: Eurostat (migr_imm1ctz)

Duitsland: het grootste aantal immigranten en emigranten

Duitsland registreerde het grootste totale aantal immigranten (1 29,9 duizend) in 2016, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk (589,0 duizend), Spanje (414,7 duizend), Frankrijk (378,1 duizend) en Italië (300,8 duizend). Duitsland registreerde ook het hoogste aantal emigranten in 2016 (533,8 duizend), gevolgd door het Verenigd Koninkrijk (340,4 duizend), Spanje (327,3 duizend), Frankrijk (309,8 duizend), Polen (236,4 duizend) en Roemenië (207,6 duizend). In totaal meldden 21 EU-lidstaten meer immigratie dan emigratie in 2016, maar in Bulgarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Polen, Portugal en Roemenië was het aantal emigranten groter dan het aantal immigranten.

In verhouding tot het aantal inwoners telde Luxemburg in 2016 het grootste aantal immigranten (39 immigranten per 1 000 personen), gevolgd door Malta (38 immigranten per 1 000 personen) – zie figuur 1. De emigratie was in 2016 het hoogst in Luxemburg (23 emigranten per 1 000 personen), Malta, Litouwen en Cyprus (elk 18 emigranten per 1 000 personen) en Ierland (13 emigranten per 1 000 personen).

Figuur 1: Immigranten, 2016
(per 1 000 inwoners)
Bron: Eurostat (migr_imm1ctz) en (migr_pop1ctz)

Hoogste aantal nationale immigranten in Roemenië, het laagste aantal in Luxemburg

In 2016 was het relatieve aandeel van nationale immigranten, met andere woorden immigranten met het staatsburgerschap van de EU-lidstaat waarnaar ze migreerden, in het totale aantal immigranten het hoogst in Roemenië (87 % van alle immigranten), Litouwen (71 %), Letland (59 %), Hongarije (56 %), Kroatië (55 %) en Slowakije (53 %). Dit waren de enige EU-lidstaten die hebben gemeld dat de nationale immigratie goed was voor meer dan de helft van het totale aantal immigranten – zie Figuur 2. Daarentegen was de nationale immigratie in Luxemburg goed voor slechts 6 % van de totale immigratie in 2016.

Figuur 2: Verdeling van immigranten naar staatsburgerschap, 2016
(in % van alle immigranten)
Bron: Eurostat (migr_imm2ctz)

Informatie over staatsburgerschap wordt vaak gebruikt om immigranten met een buitenlandse achtergrond te bestuderen. Aangezien het staatsburgerschap tijdens een mensenleven kan veranderen, is het echter ook nuttig om informatie naar geboorteland te analyseren. Het relatieve aandeel van autochtone immigranten in het totale aantal immigranten was het hoogst in Roemenië (66 % van alle immigranten), gevolgd door Polen (58 %) en Litouwen (57 %). Daarentegen rapporteerden Luxemburg en Oostenrijk relatief lage percentages autochtone immigranten, minder dan 6 % van de totale immigratie in 2016.

Tabel 2: Immigratie naar land van geboorte, 2016
Bron: Eurostat (migr_imm3ctb)

De helft van de immigranten was jonger dan 28 jaar

Wat betreft de verdeling naar geslacht van de immigranten in de EU-lidstaten in 2016 waren er iets meer mannen dan vrouwen (55 % vergeleken met 45 %). Slovenië telde het hoogste percentage mannelijke immigranten (63 %); Frankrijk had het hoogste percentage vrouwelijke immigranten (51 %).

Figuur 3: Immigranten naar geslacht, 2016
(in % van alle immigranten)
Bron: Eurostat (migr_imm2ctz)

De personen die in 2016 in de lidstaten van de EU immigreerden waren gemiddeld veel jonger dan de totale al in het land van bestemming woonachtige bevolking. Op 1 januari 2017 was de mediane leeftijd van de totale EU-28-bevolking 42,9 jaar. Daarentegen was in 2016 de mediane leeftijd van de immigranten in de EU-28 27,9 jaar.

Figuur 4: Leeftijdsopbouw van immigranten naar staatsburgerschap, EU, 2016
(%)
Bron: Eurostat (migr_imm2ctz)

Vorig land van verblijf: immigratie naar de EU bedroeg 2,4 miljoen in 2016

In 2016 kwamen er in de EU-28 naar schatting 2,4 miljoen immigranten aan uit derde landen. Daarnaast migreerden nog eens 1,8 miljoen mensen die eerder woonachtig waren in een EU-lidstaat naar een andere lidstaat.

Als het gaat om het land van eerder verblijf, rapporteerde Luxemburg het grootste aandeel van immigranten afkomstig uit een andere EU-lidstaat (93 % van alle immigranten in 2016), gevolgd door Slowakije (80 %) en Roemenië (74 %); relatief lage aandelen werden gerapporteerd door Zweden (24 % van alle immigranten) en Italië (25 %) – zie tabel 3.

Tabel 3: Immigratie naar vorig land van verblijf, 2016
Bron: Eurostat (migr_imm5prv)

Migrantenbevolking: in de EU zijn bijna 22 miljoen burgers uit derde landen woonachtig

Het aantal personen die woonachtig waren in een EU-lidstaat met staatsburgerschap van een derde land op 1 januari 2017 was 21,6 miljoen, wat neerkomt op 4,2 % van de EU-28 bevolking. Daarnaast woonden er op 1 januari 2017 16,9 miljoen personen in een van de EU-lidstaten die het staatsburgerschap van een andere EU-lidstaat hadden.

Op 1 januari 2017 woonden in de EU-lidstaten 36,9 miljoen mensen die buiten de EU-28 waren geboren, terwijl 20,4 miljoen personen in een andere EU-lidstaat waren geboren dan de lidstaat waar ze woonden. Alleen in Hongarije, Ierland, Luxemburg, Slowakije en Cyprus was het aantal personen die in een andere EU-lidstaat waren geboren, hoger dan het aantal personen die buiten de EU-28 waren geboren.

Tabel 4: In het buitenland geboren bevolking naar land van geboorte, 1 januari 2017
Bron: Eurostat (migr_pop3ctb)

Hoogste aandeel buitenlandse bevolking in Luxemburg, laagste aandeel in Polen

In absolute cijfers waren op 1 januari 2017 de meeste buitenlanders in de EU-landen te vinden in Duitsland (9,2 miljoen personen), het Verenigd Koninkrijk (6,1 miljoen), Italië (5,0 miljoen), Frankrijk (4,6 miljoen) en Spanje (4,4 miljoen). Het totale aantal buitenlanders in deze vijf lidstaten maakte 76 % uit van het totale aantal buitenlanders in alle EU-lidstaten. In diezelfde vijf lidstaten woonde 63 % van de gehele EU-28-bevolking.

Relatief gezien was Luxemburg de EU-lidstaat met de meeste buitenlanders: zij waren goed voor 48 % van de totale bevolking. Ook Cyprus, Oostenrijk, Estland, Letland, België, Ierland, Malta en Duitsland hadden een hoog percentage buitenlanders (10 % of meer van de gevestigde bevolking). Buitenlanders maakten daarentegen minder dan 1 % van de bevolking uit in Polen en Roemenië (elk 0,6 %) en Litouwen (0,7 %).

Figuur 5: Aandeel buitenlanders in het totale aantal ingezetenen, 1 januari 2017
(%)
Bron: Eurostat (migr_pop1ctz)

In de meeste lidstaten bestaat de buitenlandse bevolking hoofdzakelijk uit burgers uit derde landen

België, Ierland, Cyprus, Luxemburg, Hongarije, Malta, Nederland, Slowakije en het Verenigd Koninkrijk waren in 2016 de enige EU-lidstaten waar buitenlanders hoofdzakelijk staatsburgers van een andere lidstaat waren. Dit betekent dat de meerderheid van de buitenlanders in de meeste EU-lidstaten afkomstig was uit derde landen (zie tabel 5). In Letland en Estland is het aandeel van burgers uit derde landen bijzonder groot vanwege het hoge aantal erkende niet-staatsburgers (voornamelijk voormalige staatsburgers van de Sovjet-Unie die permanent in deze landen wonen maar geen andere staatsburgerschap verworven hebben).

Tabel 5: Niet-nationale bevolking naar nationaliteit, 1 januari 2017
Bron: Eurostat (migr_pop1ctz)

Tabel 6 geeft een overzicht van de vijf belangrijkste buitenlandse nationaliteiten en de in het buitenland geboren bevolking voor de EU-lidstaten en de EVA-landen (afhankelijk van de beschikbaarheid van gegevens).

Tabel 6: Belangrijkste landen van staatsburgerschap en geboorte van de buitenlandse of in het buitenland geboren bevolking, 1 januari 2017
(in absolute cijfers en als percentage van de totale buitenlandse of in het buitenland geboren bevolking)
Bron: Eurostat (migr_pop1ctz) en (migr_pop3ctb)

Roemeense, Poolse, Italiaanse, Portugese en Duitse staatsburgers vormden in 2017 de vijf grootste groepen EU-burgers die in andere EU-landen woonden (zie figuur 6).


Figuur 6: Europese burgers die op 1 januari 2017 hun gewone verblijfplaats in een ander EU-land hadden, EU-28
(miljoen)
Bron: Eurostat (migr_pop1ctz)

Buitenlandse staatsburgers zijn jonger dan nationale staatsburgers

Uit een analyse van de leeftijdsopbouw van de inwoners van de EU-28 als geheel blijkt dat de buitenlanders jonger zijn dan de nationale bevolking. De verdeling naar leeftijd van buitenlanders toont, in vergelijking met nationale staatsburgers, een groter aandeel van relatief jonge volwassen in de werkende leeftijd. Op 1 januari 2017 bedroeg de mediane leeftijd van de totale bevolking van de EU-28 44 jaar, terwijl die van buitenlanders in de EU 36 jaar was.

Figuur 7: Leeftijdsopbouw van de nationale en de niet-nationale bevolking, EU-28, 1 januari 2017
(%)
Bron: Eurostat (migr_pop2ctz)

Naturalisatie: De EU-lidstaten hebben in 2016 aan bijna 1 miljoen personen het staatsburgerschap verleend

In 2016 hebben 994 800 personen het staatsburgerschap van een EU-lidstaat verworven; dit was 18 % meer dan in 2015.

Figuur 8: Aantal personen dat het staatsburgerschap van een EU-lidstaat heeft verworven, EU-28, 2009-2016
(duizend)
Bron: Eurostat (migr_acq)

Italië had in 2016 het hoogste aantal genaturaliseerden, namelijk 201 600 (ofwel 20 % van het totaal voor de EU-28). De daaropvolgende hoogste naturalisatiecijfers waren in Spanje (150 900), het Verenigd Koninkrijk (149 400), Frankrijk (119 200) en Duitsland (112 800).

Tabel 7: Personen die het staatsburgerschap van het rapporterende land hebben verworven, 2016
Bron: Eurostat (migr_acq)

In absolute termen werden de grootste stijgingen in vergelijking met 2015 waargenomen in Spanje, waar 36 600 meer inwoners het Spaanse staatsburgerschap kregen toegekend, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk (31 400), Italië (23 600), Griekenland (19 300) en Zweden (12 300). Daarentegen werden de grootste dalingen in absolute termen waargenomen in Ierland (3 500 minder mensen kregen het Ierse staatsburgerschap toegekend dan in 2015) en Polen (300).

Hoogste naturalisatiecijfer in Kroatië, Zweden en Portugal

Een veelgebruikte indicator is het "naturalisatiecijfer" dat wordt gedefinieerd als de verhouding tussen het totale aantal toegekende staatsburgerschappen en het bestand van buitenlanders aan het begin van hetzelfde jaar. De EU-lidstaat met het hoogste naturalisatiecijfer in 2016 was Kroatië (9,7 naturalisaties per 100 niet-nationale ingezetenen), gevolgd door Zweden en Portugal (met respectievelijk 7,9 en 6,5 naturalisaties per 100 niet-nationale ingezetenen).

Figuur 9: Naturalisatiecijfer, 2016
(per 100 niet-nationale ingezetenen)
Bron: Eurostat (migr_acq) en (migr_pop1ctz)

Belangrijkste begunstigden: mensen uit Marokko, Albanië en India

Net als in voorgaande jaren bestond de grootste groep van nieuwe burgers in de EU-lidstaten in 2016 uit burgers van Marokko (101 300, wat overeenkomt met 10,2 % van alle naturalisaties), gevolgd door onderdanen van Albanië (67 500, of 6,8 %), India (41 700, of 4,2 %), Pakistan (32 900, of 3,3 %) en Turkije (32 800, of 3,3 %). In vergelijking met 2015 steeg het aantal Marokkaanse burgers die het staatsburgerschap van een EU-lidstaat verwierven met 17,7 %. De grootste aantallen Marokkanen werden genaturaliseerd in Spanje (37 %), Italië (35 %) en Frankrijk (18 %), terwijl de meeste Albanezen het Italiaanse (55 %) of het Griekse (42 %) staatsburgerschap verkregen. Een grote meerderheid van de Indiërs (59 %) verkreeg het Britse staatsburgerschap, tegen ongeveer de helft van de Pakistani (51 %); de helft van de Turken verkreeg het Duitse staatsburgerschap (50 %).

15 % was voorheen staatsburger van een andere EU-lidstaat

Ongeveer 863 300 burgers uit derde landen die in een EU-lidstaat wonen, werden in 2016 genaturaliseerd in de EU, wat overeenkomt met een toename van 19 % ten opzichte van 2015. Als zodanig waren de burgers van derde landen goed voor 87 % van alle personen die in 2016 het staatsburgerschap van een EU-lidstaat verwierven. Deze nieuwe burgers van de EU-28 kwamen voornamelijk uit Afrika (30 % van het totale aantal naturalisaties), Azië (21 %), Europa buiten de EU-28 (20 %) en Noord- en Zuid-Amerika (15 %).

120 200 personen met het staatsburgerschap van een lidstaat (ofwel 12,1 % van het totaal) werden genaturaliseerd in een andere lidstaat. In absolute termen waren de belangrijkste groepen burgers van de EU-28 die staatsburgerschap van een andere EU-lidstaat verkregen Roemenen die staatsburger werden van Italië (13 300 personen) of Duitsland (3 800 personen), Polen die staatsburger werden van Duitsland (6 700 personen) of het Verenigd Koninkrijk (4 400 personen), Italianen die staatsburger werden van Duitsland (3 600 personen) of het Verenigd Koninkrijk (1 300 personen), Bulgaren die staatsburger werden van Duitsland (1 700 personen) of het Verenigd Koninkrijk (1 200 personen), Britten die staatsburger werden van Duitsland (2 700 personen) of Zweden (1 000 personen) en Portugezen die staatsburger werden van Frankrijk (2 600 personen) of Luxemburg (1 100 personen).

In Luxemburg en Hongarije ging het bij de naturalisaties voornamelijk om personen uit andere lidstaten van de EU. In het geval van Luxemburg vormden de Portugese staatsburgers het grootste aandeel, gevolgd door Franse, Italiaanse, Duitse en Belgische staatsburgers, terwijl in Hongarije de genaturaliseerde EU-onderdanen bijna uitsluitend Roemenen waren.

Brongegevens voor tabellen en grafieken

Gegevensbronnen

Emigratie is bijzonder moeilijk te meten: personen die een land verlaten zijn minder makkelijk te tellen dan degenen die een land binnenkomen. Uit een vergelijkende analyse van de immigratie- en de emigratiecijfers van de EU-lidstaten voor 2016 (spiegelstatistieken) is gebleken dat dit voor veel landen opgaat – daarom ligt in dit artikel het accent op immigratie.

Eurostat produceert statistieken over uiteenlopende aspecten in verband met internationale migratiestromen, buitenlandse bevolkingsbestanden en naturalisaties. De gegevens worden op jaarbasis verzameld en door de nationale bureaus voor de statistiek van de EU-lidstaten naar Eurostat gestuurd.

Basis voor verzameling van gegevens

Het verzamelen van gegevens over migratie, staatsburgerschap en asiel is sinds 2008 gebaseerd op Verordening (EG) nr. 862/2007; de analyse en de samenstelling van de EU, de EVA en groepen kandidaat-lidstaten per 1 januari van het referentiejaar worden gegeven in de uitvoeringsverordening Verordening (EU) nr. 351/2010. Deze verordening stelt een reeks basisstatistieken vast met betrekking tot internationale migratiestromen, bevolkingsbestanden van buitenlanders, naturalisatie, verblijfsvergunningen, asiel en maatregelen tegen illegale binnenkomst en illegaal verblijf. Hoewel de EU-lidstaten alle geschikte gegevens volgens de beschikbaarheid en praktijk in hun land mogen blijven gebruiken, moeten de in het kader van de verordening verzamelde statistieken op gemeenschappelijke definities en begrippen gebaseerd zijn. De meeste EU-lidstaten baseren hun statistieken op administratieve gegevensbronnen, zoals bevolkingsregisters, registers inzake buitenlanders, registers van werk- en verblijfsvergunningen, registers van ziekteverzekeringen en belastingregisters. Sommige landen stellen hun migratiestatistieken op aan de hand van spiegelstatistieken, steekproefenquêtes of schattingsmethoden. De uitvoering van de verordening zal naar verwachting leiden tot een betere beschikbaarheid en vergelijkbaarheid van de statistieken over migratie en staatsburgerschap.

De gegevens over naturalisatie worden gewoonlijk uit administratieve bronnen verkregen. De uitvoering van de verordening zal naar verwachting leiden tot een betere beschikbaarheid en vergelijkbaarheid van de statistieken over migratie en staatsburgerschap.

Zoals vermeld in artikel 2, lid 1, onder a), b) en c), van Verordening (EG) nr. 862/2007, worden immigranten die al woonachtig zijn (of naar verwachting zullen zijn) op het grondgebied van een EU-lidstaat voor een periode van ten minste twaalf maanden meegeteld, evenals emigranten die meer dan twaalf maanden in het buitenland wonen. De gegevens van Eurostat betreffen derhalve migratie voor een periode van twaalf maanden of langer: migranten omvatten dan ook mensen die zijn gemigreerd voor een periode van één jaar of meer, evenals personen die permanent zijn gemigreerd.

Met name betreffende de definities van leeftijd voor migratiestromen, moet er rekening mee worden gehouden dat de gegevens van 2016 betrekking hebben op de werkelijke leeftijd van de respondent of de leeftijd die wordt bereikt aan het einde van het referentiejaar voor alle EU-lidstaten met uitzondering van Ierland, Griekenland, Oostenrijk, Roemenië, Slovenië en het Verenigd Koninkrijk (waar de gegevens betrekking hebben op de werkelijke leeftijd van de respondent of de leeftijd op de laatste verjaardag).

Lidstaten en EVA-landen naar inbegrip/uitsluiting van asielzoekers en vluchtelingen in de gegevens betreffende de bevolking als gemeld aan Eurostat in het kader van het uniforme verzameling van demografische gegevens voor het referentiejaar 2016

inbegrepen Uitgesloten
Asielzoekers met gewone verblijfplaats gedurende ten minste twaalf maanden Duitsland, Estland, Ierland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Cyprus, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zwitserland België, Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Kroatië, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Finland, Zweden, IJsland, Liechtenstein
Asielzoekers met gewone verblijfplaats gedurende ten minste twaalf maanden België, Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Estland, Ierland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Kroatië, Italië, Cyprus, Letland, Litouwen, Luxemburg, Hongarije, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitserland

N.B.: Noorwegen (asielzoekers en vluchtelingen zonder verblijfsvergunning zijn niet inbegrepen)


Lidstaten en EVA-landen naar inbegrip/uitsluiting van asielzoekers en vluchtelingen in de gegevens betreffende migratie als gemeld aan Eurostat in het kader van het uniforme verzameling van demografische gegevens voor het referentiejaar 2016

Migratie in 2016 Inbegrepen Uitgesloten
Asielzoekers met gewone verblijfplaats gedurende ten minste twaalf maanden Duitsland, Estland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, het Verenigd Koninkrijk, Zwitserland, Noorwegen België, Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Ierland, Kroatië, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Finland, Zweden, IJsland, Liechtenstein
Asielzoekers met gewone verblijfplaats gedurende ten minste twaalf maanden België, Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Estland, Ierland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Kroatië, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Hongarije, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitserland Cyprus

N.B.: Noorwegen (asielzoekers en vluchtelingen zonder verblijfsvergunning zijn niet inbegrepen) Ierland (vluchtelingen die niet in een particulier huishouden wonen zijn niet inbegrepen)

'Vluchteling' verwijst niet alleen naar personen aan wie de vluchtelingenstatus is verleend (zoals gedefinieerd in artikel 2, onder e), van Richtlijn 2011/95/EG in de zin van artikel 1 van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, zoals gewijzigd bij het Protocol van New York van 31 januari 1967), maar ook naar personen die subsidiaire bescherming genieten (in de zin van artikel 2, onder g), van Richtlijn 2011/95/EG) en personen die het onderwerp vormen van een beslissing tot het verlenen van een uit hoofde van de nationale wetgeving verstrekte verblijfsvergunning om humanitaire redenen inzake internationale bescherming.

Asielzoeker: Het eerste asielverzoek is landenspecifiek en impliceert geen tijdslimiet. Daarom kan een asielzoeker voor de eerste keer een asielverzoek indienen in een bepaald land en daarna weer voor de eerste keer een verzoek indienen in een ander land. Indien een asielzoeker na een zekere periode opnieuw een verzoek indient in hetzelfde land, dan wordt dit niet beschouwd als een eerste verzoek.

Gegevens over naturalisaties worden verzameld door Eurostat volgens de bepalingen van artikel 3, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 862/2007, dat luidt als volgt: "De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) statistieken over het aantal [...] personen dat zijn gewone verblijfplaats op het grondgebied van de lidstaat heeft en tijdens het referentiejaar het staatsburgerschap van de lidstaat heeft verworven [...] uitgesplitst naar [...] het vorige staatsburgerschap of de voorafgaande staatloosheid van de betrokken personen".

Met name wat betreft de definitie van leeftijd voor het verkrijgen van het staatsburgerschap zij opgemerkt dat de gegevens van 2015 betrekking hebben op de werkelijke leeftijd van de respondent of de leeftijd die wordt bereikt aan het einde van het referentiejaar voor alle EU-lidstaten met uitzondering van Duitsland, Ierland, Oostenrijk, Litouwen, Malta, Roemenië, Slovenië en het Verenigd Koninkrijk (waar de gegevens betrekking hebben op de werkelijke leeftijd van de respondent of de leeftijd op de laatste verjaardag).

Het "naturalisatiecijfer" moet voorzichtig worden gebruikt, omdat de teller alle vormen van naturalisatie omvat, en niet alleen naturalisaties van in aanmerking komende ingezeten buitenlanders, en de noemer alle buitenlanders bevat, in plaats van de buitenlanders die in aanmerking komen voor naturalisatie.

Context

De burgers van de EU-lidstaten zijn vrij om te reizen en hebben vrijheid van verkeer binnen de interne grenzen van de EU. Bij het migratiebeleid in de EU met betrekking tot burgers van derde landen wordt steeds meer getracht immigranten met een bepaald profiel aan te trekken, vaak om specifieke tekorten aan vaardigheden op te vangen. Immigranten kunnen worden geselecteerd op basis van talenkennis, beroepservaring, opleiding of leeftijd. Een andere mogelijkheid is dat de werkgever de selectie verricht, zodat de immigranten bij aankomst meteen al een baan hebben.

Afgezien van maatregelen om de aanstelling van arbeidskrachten te stimuleren, is het immigratiebeleid vaak op twee doelen gericht: de voorkoming van illegale migratie en illegale arbeid door migranten zonder werkvergunning, en de bevordering van de inburgering van immigranten. In de EU zijn al aanzienlijke middelen ingezet om mensensmokkel en mensenhandel te bestrijden.

Hieronder volgt een greep uit de belangrijkste wetgeving op het gebied van immigratie:

Binnen de Europese Commissie is het directoraat-generaal Migratie en Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor het Europees migratiebeleid. In 2005 heropende de Europese Commissie de discussie over de noodzaak van gemeenschappelijke regels voor de toelating van economische migranten met een Groenboek over het beheer van de economische migratie: een EU-aanpak (COM(2004) 811 definitief), dat eind 2005 heeft geleid tot de goedkeuring van een beleidsplan legale migratie (COM(2005) 669 definitief). In juli 2006 keurde de Europese Commissie een mededeling inzake de beleidsprioriteiten bij de bestrijding van illegale immigratie van onderdanen van derde landen (COM(2006) 402 definitief) goed, die erop gericht is in alle fasen van de illegale immigratie een afweging te maken tussen de veiligheid en de grondrechten van de betrokkene. In september 2007 presenteerde de Europese Commissie haar derde jaarverslag over migratie en integratie (COM(2007) 512 definitief). In oktober 2008 heeft de Europese Commissie er in een mededeling op gewezen dat versterking van de totaalaanpak van migratie: versterking van de totaalaanpak van migratie met het oog op een betere coördinatie, coherentie en synergie (COM(2008) 611 definitief) een belangrijk aspect van het buitenlands en ontwikkelingsbeleid moet zijn. Het programma van Stockholm, dat in december 2009 door de staatshoofden en regeringsleiders van de EU werd goedgekeurd, voorziet in een kader met een aantal beginselen voor de verdere ontwikkeling van het Europese beleid op het gebied van justitie en binnenlandse zaken voor de periode 2010-2014; vraagstukken in verband met de migratie zijn een centraal onderdeel van dit programma. Om de overeengekomen veranderingen teweeg te brengen, heeft de Europese Commissie in 2010 een actieplan ter uitvoering van het programma van Stockholm voor een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid voor de burgers van Europa (COM(2010) 171 definitief) vastgesteld.

In mei 2013 heeft de Europese Commissie het "Verslag over het EU-burgerschap 2013" (COM(2013) 269 final) gepresenteerd. In het verslag werd opgemerkt dat het staatsburgerschap van de EU nieuwe rechten en kansen met zich meebrengt. Zich vrij binnen de EU verplaatsen en er vrij wonen is het recht dat het meest wordt geassocieerd met het staatsburgerschap van de EU. Door de moderne technologie en het feit dat reizen vandaag de dag gemakkelijker is geworden, kunnen de Europeanen dankzij de vrijheid van verkeer verder kijken dan de nationale grenzen. Zo kunnen zij hun land voor kortere of langere perioden verlaten en naar andere EU-landen gaan om te werken, te studeren of een opleiding te volgen, zaken te doen, zich te ontspannen, of om te winkelen. Door het vrije verkeer kan de sociale en culturele interactie binnen de EU toenemen en ontstaan er nauwere banden tussen de Europese burgers. Naarmate interne obstakels uit de weg worden geruimd, levert het vrije verkeer daarnaast wederzijdse economische voordelen op voor de ondernemingen en de consumenten , ook voor degenen die thuis blijven.

De Europese Commissie presenteerde op 13 mei 2015 een Europese migratieagenda (COM(2015) 240 final), die de onmiddellijke maatregelen uiteenzet die moeten worden genomen om te reageren op de crisis in het Middellandse Zeegebied, alsmede de stappen die in de komende jaren moeten worden genomen om de migratie in al haar aspecten beter te beheren.

Het Europees migratienetwerk jaarverslag over immigratie en asiel (2016) werd gepubliceerd in april 2017. Het geeft een overzicht van de belangrijkste juridische en beleidsmatige ontwikkelingen die plaatsvinden in de EU als geheel en binnen de deelnemende landen. Het is een uitgebreid document en omvat alle aspecten van het beleid betreffende migratie en asiel van het directoraat-generaal Migratie en Binnenlandse Zaken en de EU-agentschappen.

Wetgevingsdocumenten – European Agenda on Migration (in het Engels)

Persinformatie – European Agenda on Migration (in het Engels)

Rechtstreekse toegang tot
Andere artikelen
Tabellen
Databank
Speciale sectie
Publicaties
Methodologie
Wetgeving
Visualisaties
Externe links






Migration and citizenship data (in het Engels)
International migration (t_migr_int) (in het Engels)
Immigration (tps00176) (in het Engels)
Emigration (tps00177) (in het Engels)
Acquisition of citizenship (tps00024) (in het Engels)
Population (t_demo_pop) (in het Engels)
Population without the citizenship of the reporting country (tps00157) (in het Engels)
Foreign-born population (tps00178) (in het Engels)
Migration and migrant population data (in het Engels)
Immigration (migr_immi)
Immigration by age and sex (migr_imm8) (in het Engels)
Immigration by five year age group, sex, and citizenship (migr_imm1ctz) (in het Engels)
Immigration by five year age group, sex and country of birth (migr_imm3ctb) (in het Engels)
Immigration by age , sex and broad group of citizenship (migr_imm2ctz) (in het Engels)
Immigration by age, sex and broad group of country of birth (migr_imm4ctb) (in het Engels)
Immigration by sex, citizenship and broad group of country of birth (migr_imm6ctz) (in het Engels)
Immigration by sex, country of birth and broad group of citizenship (migr_imm7ctb) (in het Engels)
Immigration by five year age group, sex, and country of previous residence (migr_imm5prv) (in het Engels)
Immigration by age group, sex and level of human development of the country of citizenship (migr_imm9ctz) (in het Engels)
Immigration by age group, sex and level of human development of the country of birth (migr_imm10ctb) (in het Engels)
Immigration by age group, sex and level of human development of the country of previous residence (migr_imm11prv) (in het Engels)
Emigration (migr_emi)
Emigration by age and sex (migr_emi2) (in het Engels)
Emigration by five year age group, sex and citizenship (migr_emi1ctz) (in het Engels)
Emigration by five year age group, sex and country of birth (migr_emi4ctb) (in het Engels)
Emigration by five year age group, sex, and country of next usual residence (migr_emi3nxt) (in het Engels)
Acquisition and loss of citizenship (migr_acqn) (in het Engels)
Acquisition of citizenship by sex, age group and former citizenship (migr_acq) (in het Engels)
Residents who acquired citizenship as a share of residents non-citizens by former citizenship and sex(%) (migr_acqs) (in het Engels)
Acquisition of citizenship by sex, age group and level of human development of former citizenship (migr_acq1ctz) (in het Engels)
Loss of citizenship by sex and new citizenship (migr_lct) (in het Engels)
Population (demo_pop) (in het Engels)
Population on 1 January by age, sex and broad group of citizenship (migr_pop2ctz) (in het Engels)
Population on 1 January by age group, sex and citizenship (migr_pop1ctz) (in het Engels)
Population on 1 January by age, sex and country of birth (migr_pop3ctb) (in het Engels)
Population on 1 January by age, sex and broad group of country of birth (migr_pop4ctb) (in het Engels)
Population on 1 January by sex, citizenship and broad group of country of birth (migr_pop5ctz) (in het Engels)
Population on 1 January by sex, country of birth and broad group of citizenship (migr_pop6ctb) (in het Engels)
Population on 1 January by age group, sex and level of human development of the country of citizenship (migr_pop7ctz) (in het Engels)
Population on 1 January by age group, sex and level of human development of the country of birth (migr_pop8ctb) (in het Engels)
EU and EFTA citizens who are usual residents in another EU/EFTA country as of 1 January (migr_pop9ctz) (in het Engels)