Glossarium:Verdrag over de Europese Unie

Het Verdrag over de Europese Unie, afgekort als VEU en ook bekend als het Verdrag van Maastricht, werd ondertekend in Maastricht op 7 februari 1992 en het trad in werking op 1 november 1993. Het betekende een nieuw stadium in de Europese integratie vermits het de deur opende voor politieke integratie, door de oprichting van een Europese Unie (EU) die berust op drie pijlers:

  • de Europese Gemeenschappen;
  • een Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB);
  • politiële en justitiële samenwerking in strafzaken (JBZ).

Het Verdrag stelde het Europees burgerschap in, breidde de bevoegdheden van het Europees Parlement uit en gaf de aanzet tot de economische en monetaire unie. Voorts werd de EEG omgevormd tot de Europese Gemeenschap (EG).

Het Verdrag van Maastricht werd naderhand geamendeerd door:

  • het Verdrag van Amsterdam (1997), dat de bevoegdheden van de de Unie vergrootte door het instellen van een gemeenschappelijk werkgelegenheidsbeleid, het overhevelen naar EU-niveau van een aantal domeinen die voorheen onder de intergouvernementele samenwerking inzake justitie en binnenlandse zaken vielen, maatregelen om de Unie dichter bij haar burgers te brengen en de mogelijkheid tot nauwere samenwerking tussen bepaalde lidstaten (versterkte samenwerking); bovendien breidde het Verdrag de medebeslissingsprocedure en de stemming bij gekwalificeerde meerderheid uit, en vereenvoudigde en hernummerde het de artikelen van de Verdragen;
  • het Verdrag van Nice (2001), dat in essentie gaat over de institutionele problemen als gevolg van de uitbreiding die niet opgelost werden met het Verdrag van Amsterdam: de samenstelling van de Europese Commissie, de weging van de stemmen in de Raad en de uitbreiding van de domeinen waar gestemd wordt met een gekwalificeerde meerderheid; het vereenvoudigde ook de regels voor versterkte samenwerking en maakte het rechtssysteem efficiënter;
  • het Verdrag van Lissabon (2007), dat rechtspersoonlijkheid gaf aan de Europese Unie, de oude architectuur van de EU afschafte, de macht van het Europees Parlement en de betrokkenheid van de nationale parlementen in het wetgevend proces van de Unie vergrootte, de domeinen voor stemming bij gekwalificeerde meerderheid verder uitbreidde (in 2014 om te vormen tot een stemming met dubbele meerderheid), de functies van Voorzitter van de Europese Raad en hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid instelde, het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie in bindende wetteksten integreerde, het Europees burgerinitiatief invoerde en het mogelijk maakte voor een staat om zich vrijwillig uit de EU terug te trekken.

Meer informatie

Verwante begrippen

Bron