Statistieken over elektriciteitsprijzen


Gegevens geëxtraheerd in mei 2018.

Geplande update van het artikel: november 2019.

De versie in het Engels is recenter.

Belangrijkste punten

De elektriciteitsprijzen voor huishoudelijke verbruikers in de EU waren in de tweede helft van 2017 het hoogst in Denemarken en Duitsland.

De elektriciteitsprijzen voor niet-huishoudelijke verbruikers in de EU waren in de tweede helft van 2017 het hoogst in Italië en Duitsland.

Electricity prices for household consumers (taxes included), second half 2017 (EUR per kWh)

In dit artikel wordt de ontwikkeling van de elektriciteitsprijzen besproken voor huishoudelijke en niet-huishoudelijke verbruikers in de Europese Unie (EU). Het bevat eveneens prijsgegevens uit IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Albanië, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro, Servië, Turkije, Bosnië en Herzegovina, Kosovo [1], Moldavië en Oekraïne.

De energieprijs in de EU is afhankelijk van een verscheidenheid aan vraag- en aanbodfactoren, waaronder de geopolitieke situatie, de nationale energiemix, invoerdiversificatie, netwerkkosten, milieukosten, zware weersomstandigheden of accijnzen en belastingen. De prijzen die in dit artikel worden besproken zijn inclusief belastingen, heffingen en btw voor huishoudens, maar exclusief terugvorderbare belastingen, heffingen en btw voor niet-huishoudelijke verbruikers.

Volledig artikel

Elektriciteitsprijzen voor huishoudens

Hoogste elektriciteitsprijzen in Denemarken en Duitsland

In tabel 1 vindt u een overzicht van de gemiddelde elektriciteitsprijzen in euro's per kilowattuur (EUR per kWh) over de afgelopen drie jaar (tweede helft van elk jaar).

Tabel 1: Elektriciteitsprijzen 2015-2017 (tweede halfjaar)
(EUR per kWh)
Bron: Eurostat (nrg_pc_204) en (nrg_pc_205)

Voor huishoudens (in dit artikel gedefinieerd als middelgrote verbruikers met een jaarlijks verbruik tussen 2 500 kWh en 5 000 kWh), waren de elektriciteitsprijzen in de tweede helft van 2017 van alle EU-lidstaten het hoogst in Duitsland (0,305 EUR per kWh), Denemarken (0,301 EUR per kWH) en België (0,288 EUR per kWh); zie figuur 1. De laagste elektriciteitsprijzen deden zich voor in Bulgarije (0,098 EUR per kWh), Litouwen (0,111 EUR per kWh) en Hongarije (0,113 EUR per kWh).De prijs van elektriciteit voor huishoudens was in Denemarken en Duitsland meer dan drie keer zo hoog als in Bulgarije.

Figuur 1: Elektriciteitsprijzen voor huishoudens, tweede helft 2017
(EUR per kWh)
Bron: Eurostat (nrg_pc_204)

De gemiddelde prijs in de EU-28 – een gewogen gemiddelde op grond van de meest recente gegevens (2016) over de hoogte van het elektriciteitsverbruik door huishoudens – was 0,205 EUR per kWh.

De ontwikkeling van de elektriciteitsprijzen voor huishoudens in de EU-28 sinds de eerste helft van 2008 wordt in figuur 2 weergegeven. Deze prijzen stegen in 2008, daalden licht in 2009 en stegen vervolgens continu vanaf de eerste helft van 2010 tot in de tweede helft van 2015. De prijzen namen in de eerste helft van 2016 af en zijn sindsdien stabiel gebleven.

Figuur 2: Ontwikkeling van de elektriciteitsprijzen voor huishoudens, EU-28 en EZ, 2008-2017
(EUR per kWh)
Bron: Eurostat (nrg_pc_204)


Het aandeel van belastingen en heffingen verschilt sterk per lidstaat

Het aandeel van belastingen en heffingen in de totale consumptieprijs van elektriciteit voor huishoudens wordt getoond in figuur 3. Het relatieve belastingbedrag in de tweede helft van 2017 was het kleinst in Malta (4,8 %), waar een relatief laag btw-tarief werd toegepast op de basisprijs en voor huishoudens geen andere belastingen werden geheven. Het hoogste aandeel van belastingen was in Denemarken, waar 69,4% van de uiteindelijke prijs uit belastingen en heffingen bestond.

Figuur 3: Aandeel van door huishoudens betaalde belastingen en heffingen, tweede helft 2017
(%)
Bron: Eurostat (nrg_pc_204)

De elektriciteitsprijzen daalden het hardst in Italië, Kroatië en Litouwen

Figuur 4 toont de verandering in de elektriciteitsprijzen voor huishoudens tussen de tweede helft van 2016 en de tweede helft van 2017, inclusief alle belastingen en btw, in de nationale munteenheid. Deze prijzen daalden in de bewuste periode in 13 EU-lidstaten. De hoogste prijsstijging werd waargenomen in Cyprus (+12,6 %), terwijl de elektriciteitsprijs voor huishoudens het sterkst daalde in Italië (-11,1 %) en Kroatië (-7,5 %).

Figuur 4: Verandering in de elektriciteitsprijzen voor huishoudens in vergelijking met het voorgaande jaar, zelfde semester, tweede helft 2017
(%)
Bron: Eurostat (nrg_pc_204)

Elektriciteitsprijzen voor niet-huishoudelijke verbruikers

De elektriciteitsprijzen waren het hoogst in Italië en Duitsland

Voor niet-huishoudelijke verbruikers (in dit artikel gedefinieerd als middelgrote verbruikers met een jaarlijks verbruik tussen 500 MWh en 2 000 MWh), waren de elektriciteitsprijzen in de tweede helft van 2017 het hoogst in de lidstaten Italië en Duitsland (zie figuur 5). De gemiddelde prijs voor de EU-28 – een gewogen gemiddelde van de meest recente nationale gegevens (2016) voor de hoogte van het verbruik door niet-huishoudelijke verbruikers— was 0,112 EUR per kWh.

Figuur 5: Elektriciteitsprijzen voor niet-huishoudelijke verbruikers, tweede helft 2017
(EUR per kWh)
Bron: Eurostat (nrg_pc_205)

De ontwikkeling van de elektriciteitsprijzen voor niet-huishoudelijke verbruikers in de EU-28 sinds de eerste helft van 2008 wordt in figuur 6 weergegeven. Deze prijzen namen in 2008 en in de eerste helft van 2009 toe, daalden in de tweede helft van 2009 en stegen daarna ieder half jaar opnieuw tot in de eerste helft van 2013. In de tweede helft van 2013 daalde de gemiddelde prijs iets en steeg daarna aanzienlijk (4,3 %) in de eerste helft van 2014, tot een piek van 0,123 EUR per kWh. Tussen de tweede helft van 2014 en de tweede helft van 2016 werd een dalende trend waargenomen. In de eerste helft van 2017 werd een lichte stijging van minder dan 1 % geconstateerd ten opzichte van de tweede helft van 2016, waarna een daling volgde in de tweede helft van 2017.

Figuur 6: Ontwikkeling van de elektriciteitsprijzen voor niet-huishoudelijke verbruikers, EU-28 en EZ, 2008-2017
(EUR per kWh)
Bron: Eurostat (nrg_pc_205)

Aandeel niet-terugvorderbare belastingen en heffingen in de elektriciteitsprijzen

Het aandeel van niet-terugvorderbare belastingen en heffingen in de totale elektriciteitsprijs voor niet-huishoudelijke verbruikers wordt getoond in figuur 7. In de tweede helft van 2017 werd het hoogste aandeel van belastingen geheven in Denemarken, waar niet-terugvorderbare belastingen en heffingen 72,3 % van de totale prijs vormden.

Figuur 7: Aandeel van door niet-huishoudelijke verbruikers betaalde niet-terugvorderbare belastingen en heffingen, tweede helft 2017
(%)
Bron: Eurostat (nrg_pc_205)

Ontwikkeling van de elektriciteitsprijzen voor niet-huishoudelijke verbruikers

Figuur 8 toont de verandering in de elektriciteitsprijzen voor niet-huishoudelijke verbruikers tussen de tweede helft van 2016 en de tweede helft van 2017, inclusief alle niet-terugvorderbare belastingen en heffingen, in de nationale munteenheid. Deze prijzen daalden in deze periode in 16 EU-lidstaten. De hoogste prijsstijgingen werden waargenomen in Cyprus (+7,5 %) en Griekenland (+6,7 %), terwijl de elektriciteitsprijs voor niet-huishoudelijke verbruikers het sterkst daalde in Tsjechië (-7,1 %).

Figuur 8: Verandering in de elektriciteitsprijzen voor niet-huishoudelijke verbruikers in vergelijking met het voorgaande jaar, zelfde semester, tweede helft 2017 (%)
(%)
Bron: Eurostat (nrg_pc_205)

Brongegevens voor tabellen en grafieken

Gegevensbronnen

Definitie van huishoudelijke verbruikers

In dit artikel wordt met huishoudens een gemiddeld standaard huishoudelijk verbruik bedoeld, met een jaarlijks elektriciteitsverbruik tussen 2 500 en 5 000 kWh. Alle cijfers zijn eindverbruikersprijzen inclusief belasting, heffingen en btw.

Bij de vergelijking tussen 2016 en 2017 worden prijzen in nationale munteenheden gebruikt om de invloed van schommelingen in wisselkoersen tussen nationale munteenheden en de euro uit te sluiten, in het geval van EU-lidstaten of derde landen die de euro niet gebruiken.

Definitie van niet-huishoudelijke verbruikers

In dit artikel wordt met niet-huishoudelijke verbruikers een gemiddeld standaard niet-huishoudelijk verbruik bedoeld, met een jaarlijks elektriciteitsverbruik tussen 500 MWh en 2 000 MWh. De in dit artikel aangegeven prijzen zijn de basisprijzen voor elektriciteitsproductie en netwerkkosten, inclusief alle niet-terugvorderbare belastingen en heffingen.

Methodologie

Vanwege een veranderde methode sinds 2007 is er een breuk in de reeks, zodat er slechts een relatief korte tijdreeks beschikbaar is. Toch hebben de elektriciteitsprijzen zelfs in dit relatief korte tijdsbestek aanzienlijk gefluctueerd.

In 2016 trad Verordening (EU) 2016/1952 in werking. Hierin is de verplichting opgenomen om de elektriciteitsprijzen voor huishoudelijke en niet-huishoudelijke verbruikers te verzamelen en te verspreiden. Tot januari 2017 verstrekten de rapporterende instanties op vrijwillige basis prijsgegevens voor huishoudens. Tot 2016 werden niet-huishoudelijke verbruikers gedefinieerd als 'industriële verbruikers', maar mochten de rapporterende instanties hierin ook andere niet-huishoudelijke verbruikers opnemen. Bij de invoering van Verordening (EU) 2016/1952 werd de definitie veranderd van industriële in niet-huishoudelijke verbruikers, zodat alle rapporterende landen dezelfde methode zouden hanteren.

Elektriciteitstarieven of tariefstelsels verschillen van leverancier tot leverancier. Prijzen kunnen zijn bepaald door onderhandelingen, met name voor grote niet-huishoudelijke verbruikers. Voor kleinere verbruikers wordt de prijs meestal bepaald door de hoeveelheid verbruikte elektriciteit en een aantal andere kenmerken. In veel tarieven is ook een vorm van vaste kosten opgenomen. Er bestaat daarom niet één prijs voor elektriciteit. Om de prijzen in de tijd en tussen de EU-lidstaten te kunnen vergelijken, geeft dit artikel informatie voor verbruiksbandbreedten voor huishoudelijke en niet-huishoudelijke verbruikers. Er zijn in totaal vijf verschillende typen huishoudens waarvoor elektriciteitsprijzen worden verzameld, in verschillende bandbreedten voor het jaarlijkse verbruik. Voor niet-huishoudelijke verbruikers worden er elektriciteitsprijzen verzameld voor zeven verschillende typen gebruikers.

De verzamelde prijzen zijn gemiddelde prijzen over een periode van zes maanden (een half jaar of semester), van januari tot en met juni (eerste helft of semester 1) en van juli tot en met december (tweede helft of semester 2) van elk jaar. De prijzen bestaan uit het basistarief voor elektriciteit, vervoers- en distributiekosten, meterhuur en andere diensten. De aangegeven elektriciteitsprijzen voor huishoudens zijn inclusief belastingen, heffingen, non-fiscale heffingen, retributies en btw, aangezien deze gewoonlijk van invloed zijn op de uiteindelijke prijs die huishoudens betalen. Aangezien niet-huishoudelijke verbruikers de btw meestal kunnen terugvorderen, worden de prijzen voor ondernemingen getoond zonder btw of andere terugvorderbare belastingen/heffingen/retributies. De eenheid voor elektriciteitsprijzen is euro per kilowattuur (EUR per kWh).

Context

De prijs en voorspelbaarheid van de energielevering, met name elektriciteit, zijn kernelementen van de energiestrategie van een land. Elektriciteitsprijzen zijn van bijzonder belang voor het internationale concurrentievermogen, aangezien elektriciteit gewoonlijk een significant deel van de totale energiekosten vormt voor de industrie en de dienstensector. In tegenstelling tot de prijs van fossiele brandstoffen, die gewoonlijk op de wereldmarkt tegen relatief uniforme prijzen worden verhandeld, lopen de elektriciteitsprijzen sterk uiteen tussen de EU-lidstaten. De prijs van elektriciteit wordt tot op bepaalde hoogte beïnvloed door de prijs van primaire brandstoffen en meer recentelijk door de prijs van koolstof (CO2)-emissiecertificaten.

Deze kwesties zijn behandeld in een mededeling van de Europese Commissie Maatregelen tegen de stijgende olieprijzen (COM(2008) 384), waarin de EU werd opgeroepen om energie-efficiënter en minder afhankelijk van fossiele brandstoffen te worden – met name door de aanpak uit het klimaat- en energiepakket te volgen.

De EU heeft vanaf de tweede helft van de jaren negentig maatregelen genomen om de elektriciteits- en gasmarkt te liberaliseren. In 2003 zijn richtlijnen aangenomen die gemeenschappelijke regels vaststellen voor de interne markt voor elektriciteit en aardgas. Er zijn termijnen gesteld voor het openen van markten en om klanten hun leverancier te laten kiezen: met ingang van 1 juli 2004 voor zakelijke afnemers en per 1 juli 2007 voor alle afnemers (waaronder huishoudens). Een aantal EU-lidstaten liep op het liberalisatieproces vooruit, terwijl andere de nodige maatregelen in veel lager tempo namen. Er bestaan nog steeds belangrijke barrières voor toetreding op vele elektriciteits- en aardgasmarkten, wat blijkt uit het aantal markten dat nog steeds wordt gedomineerd door een (bijna) monopolie van een leverancier. In juli 2009 hebben het Europees Parlement en de Raad een derde pakket regelgevingsvoorstellen aangenomen, gericht op het waarborgen van een werkelijke en doeltreffende keuze van leveranciers en op voordelen voor klanten. Men denkt dat doorzichtiger gas- en elektriciteitsprijzen een eerlijke mededinging bevorderen, door klanten te stimuleren om te kiezen tussen verschillende energiebronnen (olie, kolen, aardgas of hernieuwbare energiebronnen) en tussen verschillende leveranciers. De energieprijzen kunnen transparanter worden gemaakt door de tarieven en tariefstelsels zo breed mogelijk bekend te maken.

Rechtstreekse toegang tot
Andere artikelen
Tabellen
Databank
Speciale sectie
Publicaties
Methodologie
Wetgeving
Visualisaties
Externe links






Energy Statistics – prices (t_nrg_price, in het Engels)
Elektriciteitsprijzen per type gebruiker (ten00117)


Energy Statistics - prices of natural gas and electricity (nrg_price, in het Engels)
Energy Statistics - natural gas and electricity prices (from 2007 onwards) (nrg_pc, in het Engels)
Energy Statistics - natural gas and electricity prices (until 2007) (nrg_pc_h, in het Engels)

Voetnoten

  1. Deze aanduiding laat standpunten betreffende status onverlet en is in lijn met UNSCR 1244/1999 en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.