Statistieken over asiel


Gegevens geëxtraheerd op 16 maart 2018 en
18 april 2018 (gedeelte inzake definitieve beslissingen).
Geplande update van het artikel: september 2019.

Belangrijkste punten
In 2017 vroegen 650 000 asielzoekers voor het eerst internationale bescherming aan in de lidstaten van de EU.
In 2017 werd aan 538 000 asielzoekers de beschermde status verleend in de EU-lidstaten.
In 2017 had bijna de helft (46 %) van de asielbeslissingen in eerste aanleg in de EU een positieve uitkomst.

Asylum applications (non-EU) in the EU-28 Member States, 2006–2017

Dit artikel bevat een beschrijving van de recente ontwikkelingen met betrekking tot het aantal asielzoekers en de beslissingen over asielaanvragen in de Europese Unie (EU). Asiel is een vorm van internationale bescherming die door een staat op zijn grondgebied wordt verleend. Asiel wordt verleend aan een persoon die in zijn/haar land van nationaliteit en/of verblijf niet in staat is om bescherming aan te vragen, met name uit angst om wegens ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke opinie te worden vervolgd.


Volledig artikel


Aantal asielzoekers: daling in 2017

Na een piek in 1992 (672 000 aanvragen in de EU-15) toen de EU-lidstaten veel asielzoekers uit voormalig Joegoslavië ontvingen en een nieuwe piek in 2001 (424 000 aanvragen in de EU-27), daalde het aantal asielaanvragen in de EU-27 tot net onder de 200 000 in 2006.

Wanneer alleen wordt gekeken naar aanvragen van burgers van derde landen (zie figuur 1) blijkt dat er tot in 2012 een geleidelijke toename was van het aantal asielaanvragen in de EU-27 en later de EU-28, waarna het aantal asielzoekers in een sneller tempo toenam met 431 000 aanvragen in 2013, 627 000 in 2014 en ongeveer 1,3 miljoen in zowel 2015 als 2016. Zo lag het aantal asielaanvragen in de EU-28 in 2015 en 2016 ongeveer twee keer zo hoog als het aantal dat gedurende de vorige relatieve piek van 1992 binnen de EU-15 werd geregistreerd. In 2017 vroegen bijna 705 000 asielzoekers internationale bescherming aan in de lidstaten van de Europese Unie (EU). Dat was iets meer dan de helft van het aantal aanvragers in 2016, toen bijna 1,3 miljoen asielzoekers werden geregistreerd. Dit cijfer is vergelijkbaar met het niveau van 2014, vóór de pieken van 2015 en 2016.

Figuur 1: Asielaanvragen (niet-EU) in de EU-28-lidstaten, 2006-2017
(duizenden)
Bron: Eurostat (migr_asyctz) en (migr_asyappctza)

Nieuwe asielzoekers: 560 000 minder in 2017

Het aantal nieuwe asielzoekers in de EU-28 [1] bedroeg in 2017 650 000, 55 000 (ongeveer 8 %) minder dan het totale aantal asielzoekers. Een asielzoeker die voor het eerst internationale bescherming aanvraagt is een persoon die voor het eerst een asielverzoek indient in een bepaalde EU-lidstaat. Op deze manier zijn herhaaldelijke aanvragen (in die lidstaat) uitgesloten, zodat deze statistiek een betere afspiegeling vormt van het aantal pas aangekomen personen die in de rapporterende lidstaat om internationale bescherming verzoeken.

De meest recente cijfers laten zien dat er zich in 2017 560 000 minder nieuwe asielzoekers registreerden in de EU-28 dan in het jaar daarvoor (van 1,2 miljoen in 2016 naar 650 000 in 2017). Dit volgde op een lichte daling 50 000 nieuwe asielzoekers tussen 2015 en 2016. De belangrijkste oorzaak van de daling waren de lagere aantallen asielzoekers uit Syrië, Afghanistan en Irak (zie figuur 2).

Figuur 2: Nationaliteit van (niet-EU-) asielzoekers in de EU-28-lidstaten, 2016 en 2017
(duizenden nieuwe asielzoekers)
Bron: Eurostat (migr_asyappctza)

Nationaliteit van nieuwe asielzoekers: de meesten komen uit Syrië en Irak

Syrië is sinds 2013 het belangrijkste land van herkomst van asielzoekers in de EU-lidstaten, en zo ook in 2017. In 2017 nam het aantal Syrische nieuwe asielzoekers in de EU-28 af tot 102 000, tegenover 335 000 in 2016. Het aandeel Syriërs in het totaal voor de EU-28 nam in die periode af van 27,8 % tot 15,8 %. Ondanks deze daling hadden asielzoekers in veertien EU-lidstaten voornamelijk de Syrische nationaliteit.

Irakezen waren goed voor 7 % van het totale aantal nieuwe asielzoekers, evenals Afghanen; Nigerianen en Pakistani maakten respectievelijk 6 % en 5 % van de nieuwe asielzoekers uit.

Bij de nationaliteiten die in 2017 in de EU-28 de meeste nieuwe asielzoekers vertegenwoordigden, werd de grootste relatieve stijging in vergelijking met 2016 geregistreerd voor Nigerianen (+2,2 procentpunten) en Bengalen en Guineeërs (elk +1,6 procentpunten). Er was verhoudingsgewijs ook een aanzienlijke groei van het aantal aanvragers uit Turkije, Venezuela, Ivoorkust, Eritrea en Albanië. Bij de meest voorkomende nationaliteiten van asielzoekers werd de grootste relatieve daling van het aantal aanvragers in 2017 (uitgezonderd Syrië) geregistreerd voor Afghanen, Irakezen en Iraniërs [2].

Landen van bestemming: Duitsland, Italië en Frankrijk staan bovenaan

Met 198 000 geregistreerde asielzoekers in 2017 was Duitsland goed voor 31 % van alle nieuwe asielzoekers in de EU-28. Daarna volgden Italië (127 000, of 20 %), Frankrijk (91 000, of 14 %), Griekenland (57 000, of 9 %), het Verenigd Koninkrijk (33 000, of 5 %) en Spanje (30 000, of 5%).

Van de lidstaten waar in 2017 meer dan 5 000 nieuwe asielzoekers werden geregistreerd, steeg het aantal aanvragers ten opzichte van het jaar ervoor verhoudingsgewijs het sterkst in Spanje (+96 %, of 15 000 meer nieuwe asielzoekers in 2017 dan in 2016), Frankrijk (+19 %, of 14 000 meer), Griekenland (+14 %, of 7 000 meer) en Italië (+4 %, of 5 000 meer). Daarentegen werden de grootste relatieve dalingen geconstateerd in Duitsland (-73 %, of 520 000 minder nieuwe asielzoekers in 2017 dan in 2016), Oostenrijk (-44 %, of 18 000 minder), Nederland (-17 %, of 3 000 minder) en het Verenigd Koninkrijk (-15 %, of 6 000 minder) (zie figuur 3).

Figuur 3: Aantal (niet-EU-) asielzoekers in de EU- en de EVA-lidstaten, 2016 en 2017
(duizenden nieuwe asielzoekers)
Bron: Eurostat (migr_asyappctza)


Tabel 1 geeft een overzicht van de vijf grootste groepen nieuwe asielzoekers (naar nationaliteit) in elk van de EU-lidstaten. Syriërs vertegenwoordigden het grootste aantal asielzoekers in 14 van de 28 EU-lidstaten, onder wie 49 000 asielzoekers in Duitsland (het hoogste aantal asielzoekers uit één land in één van de EU-lidstaten in 2017) en 16 000 in Griekenland. Ongeveer 22 000 Irakezen vroegen bescherming aan in Duitsland en 8 000 in Griekenland, terwijl er 16 000 Afghaanse aanvragers werden geregistreerd in Duitsland en zo'n 7 000 in Griekenland en Frankrijk. Andere lidstaten met een groot aantal asielzoekers van dezelfde nationaliteit in 2017 waren Italië (25 000 Nigerianen en 12 000 Bengalen), Frankrijk (11 000 Albanezen) en Spanje (10 000 Venezolanen).

Tabel 1: Vijf belangrijkste nationaliteiten van (niet-EU-) asielzoekers, 2017
(aantal nieuwe asielzoekers, afgeronde cijfers)
Bron: Eurostat (migr_asyappctza)

Leeftijd en geslacht van nieuwe asielzoekers

In 2017 waren meer dan vier op de vijf (82 %) nieuwe asielzoekers in de EU-28 jonger dan 35 jaar (zie figuur 4); de leeftijdsgroep 18 tot 34 jaar was goed voor iets meer dan de helft (51 %) van het totale aantal nieuwe asielzoekers, terwijl bijna één derde (31 %) van het totale aantal nieuwe asielzoekers minderjarig was (jonger dan 18 jaar).

Deze verdeling van asielzoekers naar leeftijd komt voor in bijna alle lidstaten van de EU, waarbij het grootste deel van de asielzoekers doorgaans de leeftijd 18-34 heeft. Er zijn echter enkele uitzonderingen op dit patroon: Oostenrijk, Hongarije, Polen en Duitsland rapporteerden een hoger aandeel asielzoekers jonger dan 18 jaar (meer dan 45 %).

Figuur 4: Verdeling naar leeftijd van de nieuwe (niet-EU-) asielzoekers in de EU- en de EVA-lidstaten, 2017
(%)
Bron: Eurostat (migr_asyappctza)

Uit de verdeling van de nieuwe asielzoekers naar geslacht blijkt dat er meer mannelijke dan vrouwelijke asielzoekers waren. Bij de jongste leeftijdsgroep (0-13 jaar) was 52 % van het totale aantal asielzoekers in 2017 van het mannelijk geslacht. Er was een ongelijkmatiger verdeling naar geslacht voor asielzoekers van 14-17 jaar of 18-34 jaar, waarbij ongeveer driekwart van de nieuwe asielzoekers mannelijk was, terwijl dit aandeel iets meer dan drie vijfde bedroeg voor de leeftijdsgroep 35-64 jaar. In de hele EU-28 waren er in 2017 meer vrouwelijke dan mannelijke asielzoekers van 65 jaar en ouder, hoewel het om een betrekkelijk kleine groep ging die slechts 0,6 % vertegenwoordigde van het totale aantal nieuwe asielzoekers.

Figuur 5: Aandeel van mannelijke nieuwe (niet-EU-) asielzoekers in de EU-28-lidstaten, naar leeftijdsgroep, 2017
(%)
Bron: Eurostat (migr_asyappctza)

Aanvragen van niet-begeleide minderjarigen

Een niet-begeleide minderjarige is een persoon die jonger is dan 18 jaar die aankomt op het grondgebied van een EU-lidstaat en niet vergezeld wordt door een volwassene die verantwoordelijk is voor de minderjarige, of een minderjarige die nadat hij op het grondgebied van een lidstaat is aangekomen zonder begeleiding wordt achtergelaten. In 2017 werden in de EU-28 31 800 asielaanvragen ingediend door niet-begeleide minderjarigen; 13 % van alle minderjarigen werd niet begeleid (zie figuur 6). Bij de minderjarigen die in 2017 asiel aanvroegen, bedroeg het aandeel dat niet begeleid was in alle EU-lidstaten minder dan de helft.

Figuur 6: Verdeling naar status van minderjarige (niet-EU-) asielzoekers in de EU- en de EVA-lidstaten, 2017
(%)
Bron: Eurostat (migr_asyappctza) en (migr_asyunaa)

Beslissingen over asielaanvragen in eerste aanleg

Gegevens over beslissingen over asielaanvragen zijn beschikbaar voor twee niveaus, namelijk beslissingen in eerste aanleg en definitieve beslissingen in een beroeps- of herzieningsprocedure. De 28 EU-lidstaten verleenden in 2017 de beschermingsstatus aan 538 000 asielzoekers, een daling van bijna 25 % ten opzichte van 2016.

In 2017 werden bijna 1 miljoen beslissingen in eerste aanleg genomen in alle EU-lidstaten, iets minder dan in 2016 (1,1 miljoen). Veruit de meeste beslissingen werden genomen in Duitsland (zie figuur 7), dat meer dan de helft (54 %) van het totale aantal beslissingen in eerste aanleg in de EU-28 in 2017 vertegenwoordigt.

Figuur 7: Aantal beslissingen in eerste aanleg en definitieve beslissingen over (niet-EU-) asielaanvragen, 2017
(duizenden)
Bron: Eurostat (migr_asydcfsta) en (migr_asydcfina)

Figuur 8 bevat een analyse van de resultaten van beslissingen in eerste aanleg. De vluchtelingenstatus en de subsidiairebeschermingsstatus zijn bij het Unierecht vastgesteld, maar humanitaire redenen vallen onder de nationale wetgeving en zijn in bepaalde EU-lidstaten niet van toepassing.

In 2017 leidde bijna de helft (46 %) [3] van de beslissingen over asielaanvragen in eerste aanleg in de EU-28 tot een positieve uitkomst, dat wil zeggen de toekenning van de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus of een verblijfsvergunning om humanitaire redenen (zie figuur 8). Wat betreft beslissingen in eerste aanleg leidde ongeveer 50 % van alle positieve beslissingen in de EU-28 in 2017 tot de toekenning van de vluchtelingenstatus.

Figuur 8: Verdeling van beslissingen in eerste aanleg over (niet-EU-) asielaanvragen, 2017
(%)
Bron: Eurostat (migr_asydcfsta)

In totaal werd in 2017 aan 222 000 personen in de EU-28 in eerste aanleg de vluchtelingenstatus toegekend, kregen 159 000 personen de subsidiairebeschermingsstatus en kregen 63 000 mensen een verblijfsvergunning om humanitaire redenen.

De hoogste percentages positieve uitkomsten in beslissingen over asielaanvragen in eerste aanleg in 2017 werden geregistreerd in Ierland (89 %), Litouwen (78 %) en Letland (74 %). In Tsjechië, Polen en Frankrijk daarentegen bedroeg het percentage weigeringen in eerste aanleg meer dan 70 %.

Definitieve beslissingen in beroepsprocedures

Het aandeel positieve definitieve beslissingen in een beroeps- of herzieningsprocedure (36 %; zie figuur 9) lag in de EU-28 in 2017 enigszins lager dan het aandeel beslissingen in eerste aanleg (45 %; zie figuur 8). Ongeveer 95 200 personen in de EU-28 kregen een positieve definitieve beslissing in een beroeps- of herzieningsprocedure in 2017, van wie 49 600 de vluchtelingenstatus kregen, 31 100 subsidiaire bescherming en 14 600 een humanitaire status.

Figuur 9: Verdeling van definitieve beslissingen over (niet-EU-) asielaanvragen, 2017
(%)
Bron: Eurostat (migr_asydcfsta)

Slechts in vier lidstaten was meer dan de helft van de definitieve beslissingen over asielaanvragen in 2017 positief: Finland (65 %), Nederland (59 %), het Verenigd Koninkrijk (57 %) en Oostenrijk (56 %).

De hoogste percentages definitieve weigeringen werden geregistreerd in Slowakije, Slovenië en Estland, waar alle definitieve beslissingen negatief waren.

Brongegevens voor tabellen en grafieken

Gegevensbronnen

Eurostat produceert statistieken over uiteenlopende aspecten in verband met internationale migratie. Tussen 1986 en 2007 werden gegevens over asiel verzameld op basis van een gentlemen's agreement. Sinds 2008 worden gegevens aan Eurostat verstrekt volgens de bepalingen van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 862/2007; de meeste statistieken in dit artikel zijn verzameld in dit regelgevingskader.

De gegevens worden maandelijks (voor statistieken over asielaanvragen), driemaandelijks (voor beslissingen in eerste aanleg) of jaarlijks (voor definitieve beslissingen in een beroeps- of herzieningsprocedure, hervestiging en niet-begeleide minderjarigen) aan Eurostat verstrekt. De statistieken zijn gebaseerd op administratieve bronnen en worden aan Eurostat verstrekt door statistische instanties, ministeries van Binnenlandse Zaken of aanverwante immigratiediensten in de EU-lidstaten.

Bij de analyse van statistieken over asiel moet rekening worden gehouden met twee verschillende categorieën van personen. De eerste bestaat uit asielzoekers die een asielaanvraag hebben ingediend en wier aanvraag door een bevoegde instantie wordt onderzocht. De tweede bestaat uit personen die na beraad zijn erkend als vluchtelingen, of die een andere vorm van internationale bescherming kregen toegekend (subsidiaire bescherming) of die bescherming kregen toegekend op basis van nationale wetgeving inzake internationale bescherming (verblijfsvergunningen om humanitaire redenen) of aan wie elke vorm van bescherming werd geweigerd.

Sinds de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 862/2007 zijn er statistieken over asielbeslissingen beschikbaar voor de verschillende fasen van de asielprocedure. Beslissingen in eerste aanleg zijn beslissingen die worden genomen door de betrokken bevoegde autoriteit die optreedt in de eerste fase van de administratieve/gerechtelijke asielprocedure in het ontvangende land. Definitieve beslissingen in een beroeps- of herzieningsprocedure hebben daarentegen betrekking op beslissingen in de laatste fase van de administratieve/gerechtelijke asielprocedure en vloeien voort uit het beroep dat is ingediend door een asielzoeker wiens aanvraag in de voorafgaande fase werd geweigerd. Aangezien de asielprocedures en het aantal / de niveaus van de besluitvormende organen per EU-lidstaat verschillen, kan de werkelijke laatste fase naargelang de nationale wetgeving en administratieve procedures bestaan uit een besluit van de hoogste nationale rechterlijke instantie. Volgens de toegepaste werkwijze zijn definitieve beslissingen in de overgrote meerderheid van de gevallen echter daadwerkelijk definitieve beslissingen: met andere woorden, na uitputting van alle rechtsmiddelen en wanneer er geen mogelijkheid is om beroep aan te tekenen tegen de beslissing ten gronde, maar slechts op procedurele gronden.

Context

Het Verdrag van Genève van 1951 betreffende de status van vluchtelingen (zoals gewijzigd bij het Protocol van New York van 1967) bepaalt al meer dan 60 jaar wie vluchteling is en stelt een gemeenschappelijke aanpak voor vluchtelingen vast die geldt als één van de hoekstenen van de ontwikkeling van een gemeenschappelijk asielstelsel binnen de EU. Sinds 1999 maakt de EU werk van de totstandbrenging van een gemeenschappelijk Europees asielstelsel dat volledig in overeenstemming is met het Verdrag van Genève en andere toepasselijke internationale instrumenten.

Het Haags programma is op 5 november 2004 door regeringsleiders en staatshoofden aangenomen. Hierin wordt het idee uitgedragen van een gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS); in het bijzonder wordt hierin opgeroepen tot de totstandbrenging van een gemeenschappelijke asielprocedure en een uniforme status voor degenen aan wie asiel of subsidiaire bescherming wordt verleend. Het asielbeleidsplan van de Europese Commissie [1] (COM(2008) 360 definitief) dat in juni 2008 werd voorgesteld, bevat drie pijlers die de grondslag vormen van het CEAS:

  • totstandbrenging van meer geharmoniseerde normen voor bescherming door verdere onderlinge aanpassing van de asielwetgeving van de lidstaten;
  • doeltreffende en goed ondersteunde praktische samenwerking;
  • meer solidariteit en verantwoordelijkheidsgevoel tussen de lidstaten onderling, en tussen de EU en derde landen.

Met dit in het achterhoofd heeft de Europese Commissie in 2009 een voorstel gedaan tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO). Het EASO ondersteunt lidstaten in hun inspanningen om een coherenter en rechtvaardiger asielbeleid tot stand te brengen. Het biedt ook technische en operationele ondersteuning aan lidstaten die onder druk staan (met andere woorden, de lidstaten die grote aantallen asielzoekers ontvangen). Het EASO werd volledig operationeel in juni 2011 en heeft werk gemaakt van het opvoeren van haar capaciteit, activiteit en invloed, en samengewerkt met de Europese Commissie en het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen (UNHCR).

In mei 2010 presenteerde de Europese Commissie een actieplan voor niet-begeleide minderjarigen (COM(2010) 213 definitief), die worden beschouwd als de meest blootgestelde en kwetsbare slachtoffers van migratie. Dit plan beoogt de totstandbrenging van een gecoördineerde aanpak en verplicht alle EU-lidstaten hoge opvang , beschermings en integratienormen te hanteren voor niet-begeleide minderjarigen. Als aanvulling op dit actieplan heeft het Europees migratienetwerk een omvangrijke EU-studie (in het Engels) uitgevoerd over het opvangbeleid en de terugkeer- en integratieregelingen voor niet-begeleide minderjarigen.

Er zijn op dit gebied een aantal richtlijnen opgesteld. De vier belangrijkste rechtsinstrumenten inzake asiel – waarvoor thans voorstellen tot vervanging of herschikking worden opgesteld – zijn:

  • de erkenningsrichtlijn 2011/95/EU inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming;
  • de richtlijn asielprocedures 2013/32/EU betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming;
  • de richtlijn opvangvoorzieningen 2013/33/EU tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming;
  • de Dublin-verordening (EU) nr. 604/2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land (onderdaan van een niet-EU-land) bij een van de lidstaten wordt ingediend.

De migrantencrisis gedurende een groot deel van 2015 en 2016 heeft ertoe geleid dat de Europese Commissie voorstellen voor een noodhulpinstrument binnen de EU heeft aangekondigd. In het plan wordt ongeveer 700 miljoen EUR aan steun (over een periode van drie jaar) besteed om een humanitaire crisis te helpen afwenden en sneller voedsel, huisvesting en gezondheidszorg te kunnen verstrekken, overeenkomstig de behoeften van vluchtelingen binnen de EU.

In april 2016 heeft de Europese Commissie een mededeling (COM(2016) 197 final) aangenomen waarmee het hervormingsproces van het CEAS van start kon gaan. Dit hervormingsproces bevatte opties voor een rechtvaardige en duurzame regeling voor de verdeling van asielzoekers over de EU-lidstaten, een verdere harmonisering van asielprocedures en normen om in de EU gelijke spelregels tot stand te brengen en daarbij de aantrekkende factoren die zorgen voor onregelmatige secundaire migratiestromen te verminderen, en een uitbreiding van het mandaat van het EASO.

In mei 2016 heeft de Europese Commissie een eerste pakket hervormingen goedgekeurd, met inbegrip van voorstellen voor de verwezenlijking van een duurzaam en eerlijk Dublin-systeem (COM(2016) 270 final), de versterking van het Eurodac-systeem (COM(2016) 272 final) en de oprichting van een Asielagentschap van de Europese Unie (COM(2016) 271 final).

In juli 2016 heeft de Europese Commissie een tweede reeks voorstellen ingediend die verband hielden met de hervorming van het CEAS, zoals de totstandbrenging van een Uniekader voor hervestiging (COM(2016) 468 final) en een gemeenschappelijke procedure voor internationale bescherming (COM(2016) 467 final) alsmede een herziening van de wetgeving inzake de normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (COM(2016) 465 final).

Rechtstreekse toegang tot
Andere artikelen
Tabellen
Databank
Speciale sectie
Publicaties
Methodologie
Wetgeving
Visualisaties
Externe links





Asiel en nieuwe asielzoekers – maandelijkse gegevens (afgerond) (tps00189) (in het Engels)
Personen waarvan de asielaanvraag aan het einde van de maand wordt behandeld – maandelijkse gegevens (tps00190) (in het Engels)
Asiel en nieuwe asielzoekers – geaggregeerde jaargegevens (afgerond) (tps00191) (in het Engels)
Beslissingen over asielaanvragen in eerste aanleg naar type beslissing – geaggregeerde jaargegevens (tps00192) (in het Engels)
Definitieve beslissingen over asielaanvragen – jaarlijkse gegevens (tps00193) (in het Engels)
Asielzoekers die worden beschouwd als niet-begeleide minderjarigen – jaarlijkse gegevens (tps00194) (in het Engels)


Asiel en Dublin-statistieken (migr_asy) (in het Engels)
Asielaanvragen (migr_asyapp) (in het Engels)
Beslissingen over asielaanvragen en hervestiging (migr_asydec) (in het Engels)
"Dublin"-statistieken (migr_dub) (in het Engels)


Voetnoten

  1. Het EU-totaal is een samentelling van de gegevens van de lidstaten. De gegevens van de lidstaten hebben betrekking op het aantal personen dat voor de eerste keer een verzoek om asiel indient in die lidstaat. Personen kunnen evenwel in een bepaald referentiejaar in meer dan één lidstaat een verzoek om internationale bescherming indienen. Daarom kunnen in het EU-totaal dergelijke meervoudige aanvragen zijn opgenomen. Volgens een raming aan de hand van de laatst beschikbare Dublin-statistieken heeft ongeveer 6 % van de asielzoekers in de EU in hetzelfde jaar een asielverzoek ingediend in meer dan één lidstaat.
  2. Voor deze analyse is alleen rekening gehouden met de top-30 van nationaliteiten in termen van het aantal asielaanvragen.
  3. Sinds het referentiejaar 2014 zijn asielzoekers van wie de asielaanvraag is geweigerd omdat een andere lidstaat op grond van de "Dublin"-verordening nr. 604/2013 de verantwoordelijkheid heeft aanvaard hun asielaanvraag te onderzoeken, niet opgenomen in de gegevens over negatieve beslissingen. Dit heeft geleid tot een daling van het aantal weigeringen. Bijgevolg is het aandeel positieve beslissingen in het totale aantal beslissingen over asielaanvragen in eerste aanleg naar schatting gestegen met ongeveer 5 procentpunten.