chevron-down chevron-left chevron-right chevron-up home circle comment double-caret-left double-caret-right like like2 twitter epale-arrow-up text-bubble cloud stop caret-down caret-up caret-left caret-right file-text

EPALE

Elektronisch platform voor volwasseneneducatie in Europa

 
 

Blogs

Putten uit eigen kracht

20/07/2017
by Marissa VAN DER VALK
Taal: NL

/epale/nl/file/screenshot2017-07-20at074606pngscreen_shot_2017-07-20_at_07.46.06.png

 

Bij Welzijnsorganisatie De Meierij is het werken met vrijwilligers een identiteitsbepalend element. Ruim 400 vrijwilligers helpen burgers zichzelf te redden in de participatiesamenleving. De vrijwilligers begeleiden daarvoor cursussen en activiteiten, ook op het gebied van taal. Toch nam de organisatie een beroepskracht in dienst voor een kleine groep taalcursisten. EPALE vroeg De Meierij waarom de organisatie dit deed.

 

Marissa van der Valk

 

/epale/nl/file/logo-designerpng-5logo-designer.png

Welzijn De Meierij is een professionele welzijnsorganisatie. Het werkgebied omvat de gemeenten Schijndel en Sint-Oedenrode in Noord-Brabant. Een twintigtal professionele welzijnswerkers zet zich in om mensen mee te laten doen in het maatschappelijke leven. Zij doen dit door het stimuleren van burgerinitiatief en talentontwikkeling. Dat zou niet lukken zonder de inzet van ruim 400 vrijwilligers.

 

Het educatieve aanbod van De Meierij bestaat uit een vraaggericht aanbod voor mensen in een kwetsbare situatie. Er wordt specifiek aandacht gegeven aan laaggeletterden, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, anderstaligen en senioren. Doel van de educatieve activiteiten is het verbeteren en versterken van basisvaardigheden zoals lezen en schrijven, digitale vaardigheden en rekenvaardigheden. Het doel is niet om mensen te begeleiden naar diploma’s.

 

 

In 2016 werd een Taalhuis opgericht in Schijndel. Coördinator Inge Schouwink, wat gebeurt daar?

 

“Het Taalhuis is in de eerste plaats een plek die herkenbaar is en waar mensen met een vraag over taal terecht kunnen voor informatie. Ze horen welk taalaanbod er is bij hen in de buurt en worden –als ze dat willen – doorverwezen naar een passende cursus of activiteit. Het Taalhuis werkt vooral met vrijwilligers.”

 

“Het taalaanbod bestaat vooral uit informele educatieve activiteiten onder begeleiding van vrijwilligers. Een Creatief Atelier bijvoorbeeld. Daar leer je je eigen kleding maken of repareren. Er wordt alleen Nederlands gesproken. Zo is het een ontmoetingsplek waar je ongedwongen kunt oefenen met je taalvaardigheden. Het Taalcafé is een ontmoetingsplek voor wie Nederlands de tweede taal is. We oefenen er spelenderwijs met taal. Ook doen we mee met de VoorleesExpress en er is een Leesclub. Daar lezen deelnemers samen met de vrijwilliger een makkelijk leesbaar boek”

 

“De vrijwilligers worden aangestuurd door een professionele (taal)kracht. Daarnaast krijgen vrijwilligers waar nodig relevante trainingen. We hebben bijeenkomsten gehad voor de vrijwilligers van de VoorleesExpress. Daarnaast huurden we een professional in via de Stichting Lezen & Schrijven die onze vrijwilligers (meer) leerde over hoe je dat doet, ‘taalvrijwilliger’ zijn. Door inzet van vrijwilligers is het mogelijk om de kosten beperkt te houden.”

 

 

Toch verzorgen jullie op kleine schaal ook formele taaltrajecten, waarbij niet een vrijwilliger maar een professionele docent de hoofdrol speelt. Trix Cloosterman, directeur van De Meierij, hoe zit dat? Dat is toch helemaal niet jullie expertise als welzijnsorganisatie?

“Vroeger werkten we samen met een ROC. Dan verzorgden zij het formele stuk en leverden wij de faciliteiten en het informele stuk. Bij het ROC is de afdeling volwasseneneducatie inmiddels opgedoekt omdat het niet meer rendabel genoeg was. Docenten met expertise vertrokken of schoven door naar het reguliere MBO-onderwijs. Het alternatief voor onze cursisten werd toen onderwijs door tijdelijke krachten, ingehuurd door het ROC. Maar die krachten waren niet altijd genoeg gekwalificeerd of waren snel weer weg. Daardoor was er geen continuïteit en dat is funest voor deze kwetsbare doelgroep.”

 

“Toen dachten we, ‘we doen het zelf!’. In opdracht van de gemeente voeren wij nu op kleine schaal een heel traject uit. Formeel én informeel dus. In 2016 is er gestart met twee groepen ‘Lang Zullen Ze Lezen’, een cursus om beter te leren lezen en schrijven onder leiding van een gecertificeerde taaldocent. In totaal namen 11 verschillende mensen deel aan de cursus.”

 

“Het past bij onze opdracht als welzijnsorganisatie. We moeten vangnet zijn voor kwetsbare burgers en ze helpen participeren. Daarbij hoort dat een burger de instrumenten gebruikt om te werken aan die participatie. Kunnen lezen of schrijven is zo’n instrument. Dat vindt de gemeente ook.”

 

Inge Schouwink: “Soms krijgen we zelfs een heel concrete opdracht van de gemeente. Afgelopen jaar hadden we zeven mensen die een wettelijke taal-eis niet haalden. De gemeente wilde van ons een nieuwe cursus van 16 weken dicht(er) bij huis voor de cursisten. Deelnemers hadden namelijk nog diverse andere (persoonlijke) redenen waardoor zij die taal-eis niet haalden. Dat was voor ons als welzijnsorganisatie een interessant gebied.”  

/epale/nl/file/screenshot2017-07-20at075019pngscreen_shot_2017-07-20_at_07.50.19.png

 

Hoe bevalt deze constructie tot nu toe?

 

 

Cloosterman: “Eigenlijk vind ik het wel prettig op deze manier. Relatief zijn het dure cursussen vergeleken met de rest dat wij aanbieden. De gemeente vergoedt dit vanuit de WEB-gelden. Ook praktisch gezien zijn we heel tevreden. Niet dat het onprettig samenwerken was met het ROC, integendeel, maar zo heb je het meer in eigen hand. We hebben nu een eigen docent waarmee we een band opbouwen en die betrokken is bij de manier waarop we willen werken in het Taalhuis en de organisatie als geheel.”

 

Inge Schouwink: “Ik hoorde Trix zeggen dat het in zekere zin weer is zoals in de jaren tachtig. De welzijnsorganisaties geven de educatie voor volwassenen. Maar er is denk ik ook een verschil met toen. Educatie is destijds mede weggehaald omdat kwaliteit niet geborgd was. Er waren geen duidelijk standaarden waar die educatie dan aan moest voldoen en waar het heen ging. Inhoudelijk bemoeien wij ons nu weinig met de inhoud van de taaleducatie, want daar zit niet onze deskundigheid. Daar hebben we een expert voor. Maar ik ben heel blij dat onze docent die certificering heeft waardoor wij weten dat er op een bepaald niveau lesgegeven wordt. En dat er een methodiek gebruikt wordt die aansluit bij de doelgroep en dat er continuïteit is. Die manier van werken mag je ook niet loslaten, daar moet je zorgvuldig mee om gaan. Als je dat loslaat zit er geen lijn meer in het onderwijs dat gegeven wordt en werk je niet meer naar een einddoel toe.  Ook al is dat einddoel voor iedereen anders.

 

 

Willen jullie dat formele traject ook in de toekomst blijven aanbieden?

 

Cloosterman: “Voorlopig gaan we door tot eind 2017. Voor het vervolg gaan we weer om de tafel met de gemeente. Maar ik denk wel dat we iets soortgelijks blijven doen. Het is belangrijk dat je een gemeenteambtenaar hebt die een beetje ‘out of the box’ kan denken. Ik denk dat wij het daar in deze van oudsher ‘rode gemeente’ goed hebben getroffen. Laaggeletterdheid en armoedebestrijding staan hoog op de beleidsagenda.”

 

“Doorgaan geeft ook de mogelijkheid om verder uit te bouwen, nog beter te kijken naar leervragen van cursisten. Nu zitten in de lesgroepen bijvoorbeeld nog autochtone cursisten bij mensen die Nederlands als tweede taal hebben. Daar zit wel verschil tussen.”

 

Schouwink: “Wat ik nog belangrijk vindt om te benadrukken is dat het bij ons vaak gaat om een totaalaanpak. Iemand die niet goed kan lezen of schrijven heeft vaak nog andere problemen. Er is sprake van schuldenproblematiek of gezondheidsproblemen. Dankzij de manier van werken krijg je ook dat boven tafel en kunnen we mensen verder helpen.”

 

Dit artikel hoort bij het Dossier: Beroepskrachten en vrijwilligers in de volwasseneneducatie

 

 

 

Share on Facebook Share on Twitter Epale SoundCloud Share on LinkedIn