Empirisch onderbouwd beleid

De Commissie verbetert haar kennisbasis voor het talenbeleid, met name door regelmatige monitoring. Zo krijgen overheden meer inzicht in het niveau van kennis van een tweede taal en kunnen zij maatregelen nemen om de resultaten op dat gebied te verbeteren.

Naar een kennisbasis voor het taalbeleid

Om relevant beleid en doeltreffende initiatieven te ontwikkelen, werkt de Europese Commissie aan een solide kennisbasis voor het talenbeleid. Zij maakt daarbij gebruik van bestaande gegevensbronnen om de vooruitgang in het talenonderwijs te volgen.

In samenwerking met Eurostat, de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (Unesco) en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) verzamelt en analyseert zij ook gegevens over het talenonderwijs in Europa. Op basis daarvan ontwikkelt zij op Europees niveau betrouwbare indicatoren en normen voor taalvaardigheid.

De periodieke kerngegevens over taalonderwijs op school van het Eurydice-netwerk zijn ook een belangrijke bron van informatie over ontwikkelingen in de lidstaten.

Hoe promoot de EU de empirische onderbouwing van het beleid?

De Commissie verbetert haar kennisbasis voor het talenbeleid, met name door regelmatige monitoring. Monitoring is essentieel om gegevens te verzamelen over het niveau van talenkennis. Het is ook nodig om maatregelen te kunnen nemen die het beleid doeltreffender maken en initiatieven te kunnen nemen die het leren van talen bevorderen.

De gegevens maken ook duidelijk welke invloed demografische, sociale, economische en educatieve factoren op de taalvaardigheid in de afzonderlijke EU-landen en de EU als geheel hebben.

De Europese indicator van het taalvermogen was de eerste belangrijke stap in de richting van een degelijke kennisbasis voor de onderbouwing van het beleid op het gebied van het leren van talen. Het indicatorproject verzamelde gegevens over taalprogramma’s en -beleid om de lidstaten helpen de nationale normen te verbeteren.

Uit een EU-enquête over taalvaardigheden die in 2011 en 2012 in 14 EU-landen is gehouden, is gebleken dat van alle 15-jarige scholieren:

  • 42% het niveau "onafhankelijke gebruiker" (B1/B2 van het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen) heeft voor de eerste vreemde taal
  • slechts 25% dit niveau ook haalt voor een tweede vreemde taal
  • 14% van de leerlingen zelfs niet beschikt over basiskennis van de eerste vreemde taal

Op basis van een reeks overeengekomen indicatoren en benchmarks publiceert de Commissie nu de Onderwijs- en opleidingsmonitor, een jaarverslag dat empirisch onderbouwde beleidsvorming op het gebied van het leren van talen moet bevorderen. De monitor illustreert de ontwikkeling van de onderwijs- en opleidingsstelsels in Europa en evalueert allerlei benchmarks, indicatoren, recente studies en beleidsontwikkelingen. 

Het verslag dient als raamwerk voor de besprekingen tussen EU-landen en Europese instellingen binnen het strategisch kader voor Europese beleidssamenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding (ET2020).