Mobiliteit en samenwerking

De EU-ministers zijn het erover eens dat het percentage studenten in het hoger onderwijs die een studie of opleiding in het buitenland volgen, tegen 2020 moet verdubbelen tot 20%. Steun voor mobiliteit blijft een centraal aandachtspunt van Erasmus+, het EU-programma voor onderwijs en opleiding.

Waar gaat het om?

“Leermobiliteit” is een gelegenheid voor studenten om waardevolle vaardigheden te ontwikkelen en hun horizon te verruimen door een periode in het buitenland te gaan studeren of er een opleiding te volgen. De grote voordelen van mobiliteit worden algemeen erkend. Een enquête onder Europese jongeren (tussen 15 en 30 jaar) toont aan dat meer dan 90% het belangrijk vindt om naar het buitenland te kunnen.

De EU-ministers zijn het erover eens dat het percentage studenten in het hoger onderwijs die een studie of opleiding in het buitenland volgen, tegen 2020 moet verdubbelen tot 20%. Steun voor mobiliteit blijft een centraal aandachtspunt van Erasmus+, het EU-programma voor onderwijs en opleiding.

Zou jij als student wel naar een ander land willen om te studeren of stage te lopen, begin je reis dan met het downloaden van de app van Erasmus+, je gids vóór, tijdens en na je verblijf in het buitenland.

Waarom is dit nodig?

In het buitenland gaan studeren of er een vak leren helpt mensen hun professionele, sociale en interculturele vaardigheden te vergroten. Ze zijn daardoor aantrekkelijker voor de arbeidsmarkt. Studenten in het hoger onderwijs die een tijd in het buitenland hebben gestudeerd, maken zelfs meer kans op een baan in het eerste jaar na hun afstuderen. Van al die studenten is 93% andere culturen nu meer gaan waarderen, spreekt 84% zijn vreemde talen beter, en is bij 80% het probleemoplossend vermogen verbeterd. Volgens de effectbeoordeling van Erasmus, zijn 9 van de 10 werkgevers bij vacatures op zoek naar transversale vaardigheden (probleemoplossing, teamwerken, nieuwsgierigheid), en juist die verwerven studenten bij een leerervaring in het buitenland.

Mobiliteit en internationale samenwerking kunnen ook helpen om de vaardighedenkloof te dichten door specifieke vaardigheden die nodig zijn op de moderne arbeidsmarkt, te stimuleren. Een voorbeeld van een dergelijke samenwerking is het stage-initiatief “Digital Opportunity” dat studenten van alle studierichtingen de kans geeft praktische digitale ervaring op te doen.

Door nieuwe vormen van internationale samenwerking kan ook de kwaliteit van het hoger onderwijs worden verbeterd en wordt de erkenning van in het buitenland verworven academische kwalificaties makkelijker.

Wat is er al gedaan?

De Europese ruimte voor hoger onderwijs (het Bolognaproces) heeft het al heel wat makkelijker gemaakt om in het buitenland een studie of opleiding te gaan volgen: dankzij het bachelor-master-doctorstelsel en de kwaliteitsgaranties gaan studenten en docenten makkelijker naar het buitenland en zijn onderwijsinstellingen en -stelsels robuuster geworden.

Instrumenten zoals het Europees studiepuntenstelsel ECTS, het diplomasupplement en het Europees register voor kwaliteitsborging in het hoger onderwijs (EQAR) bevorderen het wederzijds vertrouwen, de academische erkenning en de leermobiliteit.

Het Erasmus+-programma geeft rechtstreeks steun aan wie in het buitenland een studie of vakopleiding wil volgen en aan projecten voor grensoverschrijdende samenwerking tussen hogeronderwijsinstellingen.

Maar er is nog meer werk aan de winkel als we ervoor willen zorgen dat iedereen mogelijkheden voor leermobiliteit krijgt. Om deze reden is de Commissie gekomen met een voorstel voor een aanbeveling van de Raad over het bevorderen van de automatische wederzijdse erkenning van diploma’s en de resultaten van leerperioden in het buitenland. De Commissie werkt ook aan een Europese studentenpas, die de uitwisseling van studiegegevens kan vergemakkelijken, en aan netwerken van Europese universiteiten, die concurrentievermogen, kwaliteit en excellentie in onderwijs, onderzoek en innovatie moeten verhogen.