Inclusief en samenhangend hoger onderwijs

Het hoger onderwijs moet zijn bijdrage leveren aan de aanpak van de sociale en democratische uitdagingen waarmee Europa wordt geconfronteerd. Dit betekent dat ervoor moet worden gezorgd dat het hoger onderwijs inclusief is, openstaat voor talent uit alle lagen van de bevolking, en dat de instellingen voor hoger onderwijs een burgergericht leernetwerk met voeling voor de samenleving vormt.

Waar gaat het om?

Om het hoger onderwijs inclusiever en samenhangender te maken, moeten we zorgen voor de juiste omstandigheden, waarin leerlingen met verschillende achtergronden goed kunnen presteren. Dit gaat verder dan alleen financiële ondersteuning van achterstandsgroepen, ook al is dat wel van groot belang voor leerlingen uit lage-inkomensgroepen.

Om een succesvolle afsluiting van opleidingen te bevorderen, moeten de aanbieders van hoger onderwijs

  • het toelatings-, onderwijs- en beoordelingsbeleid in hun totaliteit beschouwen,
  • maatregelen nemen om studenten te begeleiden, en
  • academische en niet-academische steun aanbieden.

Ondersteuningsstrategieën voor leerlingen in een achterstandssituatie die hen helpen het hoger onderwijs te bereiken en met succes te doorlopen, zijn een veelbelovende manier om deze doelstellingen te bereiken. Flexibele studiemogelijkheden (parttime of online) en een ruimere erkenning van eerdere leerervaringen zijn ook nodig om het hoger onderwijs toegankelijker te maken, met name voor volwassen.

Waarom is dat nodig?

Het hoger onderwijs moet zijn bijdrage leveren aan de aanpak van de sociale en democratische uitdagingen waarmee Europa wordt geconfronteerd. Dit betekent dat ervoor moet worden gezorgd dat het hoger onderwijs inclusief is, openstaat voor talent uit alle lagen van de bevolking, en een burgergericht leernetwerk met voeling voor de samenleving vormt. De studentenpopulatie die naar het hoger onderwijs gaat en daar afstudeert, moet een afspiegeling vormen van de samenleving als geheel.

De sociale groepen die in het hoger onderwijs het minst vertegenwoordigd zijn, zullen waarschijnlijk minder vaak over voldoende basisvaardigheden (lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden) beschikken, minder ervaring hebben met zelfstandig leren en een minder goed idee hebben van wat hoger onderwijs inhoudt. Mensen uit sociaaleconomische achterstandsgroepen en met een migratieachtergrond hebben veel minder kans om hoger onderwijs te volgen en af te maken. Academici en afgestudeerden worden te vaak gezien als groepen die geen voeling meer hebben met de samenleving. Ook is er nog altijd een duidelijke genderkloof in bepaalde studierichtingen.

Wat is er al gedaan?

De Europese Commissie volgt het aandeel van de bevolking dat hoger onderwijs heeft gevolgd in de EU-landen op de voet, zowel problemen die zich daarbij voortdoen, als de maatregelen om de resultaten te verbeteren. Het bevorderen van de sociale dimensie van het hoger onderwijs is ook een belangrijke pijler van het Bolognaproces, hetgeen nog eens bevestigd is in het communiqué van Parijs van 2018.

In de nieuwe EU-agenda voor het hoger onderwijs heeft de Europese Commissie toegezegd om:

  • Erasmus+ in te zetten om de instellingen voor hoger onderwijs te helpen bij de ontwikkeling en uitvoering van geïntegreerde institutionele strategieën voor integratie, gendergelijkheid en studiesucces van bij de toelating tot aan het afstuderen, onder meer door samenwerking met scholen en de aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding
  • het ontwikkelen en uittesten van flexibel en modulair opgezette programma's te bevorderen, om de toegang tot hoger onderwijs te ondersteunen door specifieke prioriteiten voor strategische samenwerkingsverbanden in het kader van Erasmus+
  • steun te verlenen aan instellingen voor hoger onderwijs die studenten ECTS-punten voor vrijwillige en maatschappelijke activiteiten willen toekennen op basis van bestaande positieve voorbeelden
  • de erkenning van kwalificaties van vluchtelingen te ondersteunen om hun toegang tot het hoger onderwijs te vergemakkelijken

Om wetenschappelijke gegevens over de sociale dimensie van hoger onderwijs te verzamelen, draagt de Europese Commissie financieel bij aan het project Eurostudent. Dit documenteert de sociale en economische omstandigheden van het studentenleven in Europa. Eurostudent houdt regelmatig enquêtes onder ruim 320.000 studenten uit de 28 deelnemende landen van de Europese ruimte voor hoger onderwijs.

De data die Eurostudent verzamelt, hebben betrekking op alle aspecten van het studentenleven: toegang tot hoger onderwijs, studie-, leef- en werkomstandigheden tijdens hun studie, mobiliteitskosten (waaronder informatie over obstakels op dat vlak) en hoe studenten hun situatie zelf beoordelen. De bevindingen zijn toegankelijk op eurostudent.eu.

Bij een andere studie werd gekeken naar de effecten van toelatingssystemen op de resultaten van het hoger onderwijs, en in het bijzonder de manier waarop scholen, instellingen voor hoger onderwijs en studenten zelf kiezen en studieprogramma's selecteren. Op grond van het beleid en de strategieën van de landen voor de instroom in het secundair onderwijs en de autonomie van de instellingen voor hoger onderwijs, is er een overzicht gemaakt van selectieve, open en gemengde toelatingssystemen.

Grondige studies naar de situatie in acht landen hebben geleid tot tien beleidsaanbevelingen om scholen te ondersteunen bij de toelating van studenten, studenten te helpen een instelling voor hoger onderwijs en een studieprogramma te kiezen en om instellingen voor hoger onderwijs te helpen passende studenten te helpen kiezen. De helft van deze aanbevelingen kunnen in de meeste landen worden ingevoerd, de andere kunnen leiden tot proefprojecten waarbij nog nader begeleidend onderzoek zal plaatsvinden.

De keuze van de student voor een instelling voor hoger onderwijs

  • Geef betere informatie en adviezen over hoger onderwijs, en een betere begeleiding
  • Verbeter de keuzemogelijkheden voor studenten

Het doorstromingsbeleid van toekomstige studenten

  • Experimenteer met andere vormen van doorstroming, zowel naar als na de bovenbouw van het middelbaar onderwijs
  • Experimenteer met een andere manier van lesgeven in het laatste jaar van het middelbaar onderwijs
  • Schenk meer aandacht aan de samenwerking tussen middelbaar en hoger onderwijs

Het toelatingsbeleid van de instellingen

  • Hou bij het toelatingsbeleid rekening met de vraag van de arbeidsmarkt
  • Gebruik financieringssystemen binnen instellingen voor hoger onderwijs om sociale inclusie te stimuleren
  • Maak gebruik van de hulpmiddelen van het Bolognaproces om de overgang naar het hoger onderwijs te vergemakkelijken
  • Experimenteer met een breder scala van methoden om het potentieel van studenten te herkennen, hetgeen instellingen voor hoger onderwijs meer autonomie geeft